
België behoort tot de meest geavanceerde Europese landen voor internetgebruik. Meer dan 95 % van de bevolking gebruikt regelmatig het internet, tegenover gemiddeld 92,73 % in de Europese Unie. Tegelijkertijd blijft het aandeel van de mensen die nog nooit het internet hebben gebruikt, dalen tot 2,63 %, wat bijna de helft minder is dan het Europese gemiddelde (4,37 %).
Met 61,22 % van de Belgische bevolking die over ten minste digitale basisvaardigheden beschikt, scoort België beter dan het Europese gemiddelde (60,39 %). Toch ligt het nog steeds ver achter op de Europese doelstelling van 80 % die voor 2030 is vastgesteld.
Digitale basisvaardigheden stellen mensen in staat om in het dagelijks leven zelfstandig gebruik te maken van digitale technologieën. Ze omvatten onder meer het zoeken naar informatie, communicatie, het online afhandelen van administratieve of bankzaken, het creëren van content, de bescherming van persoonsgegevens, het oplossen van eenvoudige technische problemen en het kunnen controleren van de juistheid van informatie.
In dat verband ontstaat een positief signaal: Belgische gebruikers lijken steeds vaker geneigd om de informatie die ze raadplegen te verifiëren. Die ontwikkeling wijst op een verbeterde mediageletterdheid, en onderstreept, meer dan ooit, het belang van betrouwbare informatie en de vaardigheden om de geloofwaardigheid ervan te beoordelen.
Die resultaten weerspiegelen de vooruitgang die is geboekt in de digitale transitie. Ze mogen echter niet de ongelijkheden verhullen die nog steeds bestaan. Uit het Belgian Digital Economy Overview 2026 blijkt dat de digitale kloof niet langer beperkt blijft tot de toegang tot het internet. Ze heeft ook betrekking op het vermogen om digitale hulpmiddelen doeltreffend te gebruiken in het dagelijks leven, op het werk of om toegang te krijgen tot openbare diensten, op het beschikken over apparatuur die als basisuitrusting wordt beschouwd (telefoon, computer) of zelfs op de regelrechte weigering om deel te nemen aan een digitale samenleving. Die kloof blijft in de eerste plaats verband houden met leeftijd, opleidingsniveau en de sociaaleconomische situatie.
Uit de analyse van de FOD Economie blijkt dat niet alle burgers gelijke kansen hebben op het gebied van digitalisering. De analyse brengt verschillende profielen aan het licht, gaande van mensen die volledig mee zijn met de digitalisering tot degenen die het verst afstaan van digitaal gebruik. Daaruit blijkt dat leeftijd de doorslaggevende factor is, nog voor opleidingsniveau en sociaaleconomische status. Er bestaan verschillen tussen vrouwen en mannen, maar die komen vooral tot uiting binnen de groepen die al het kwetsbaarst zijn.
Mensen tussen 55 en 74 jaar vormen een scharniergroep. Zonder aangepaste begeleiding lopen zij het risico af te glijden naar digitale uitsluiting. Ook laaggeschoolden blijven bijzonder kwetsbaar: bijna één op de tien mensen met een laag opleidingsniveau heeft nog nooit het internet gebruikt, tegenover minder dan 1 % onder hooggeschoolden.
De analyse van de FOD Economie toont duidelijk aan dat we niet allemaal gelijk zijn als het gaat om digitalisering. Toch moeten alle Belgen een gelijke toegang blijven hebben tot de openbare dienstverlening. Daarom hebben we dit jaar in de wet het recht op drie niet-digitale alternatieven voor administratieve procedures bij de federale overheidsdiensten verankerd. Die wet legt zwart-op-wit een essentieel principe vast: niemand mag zijn rechten of de toegang tot een openbare dienst verliezen omdat hij of zij niet vertrouwd is met digitale hulpmiddelen, niet over het nodige materiaal beschikt of gewoon behoefte heeft aan menselijk contact. Of het nu telefonisch, aan het loket of per brief is, de openbare dienstverlening moet voor iedereen toegankelijk blijven. De overheid moderniseren is noodzakelijk, maar digitalisering mag nooit een nieuwe drempel vormen. Een moderne overheid moet efficiënter zijn en tegelijk menselijk en inclusief blijven. Voor mij is het essentieel dat elke burger zich gerespecteerd voelt door zijn of haar overheid.
Vanessa Matz, minister belast met Digitalisering
De digitale transformatie kan alleen volledig slagen als iedereen over de nodige middelen, vaardigheden en infrastructuur beschikt om er ten volle van te profiteren. De resultaten van het Belgian Digital Economy Overview 2026 bevestigen dat de acties van de FOD Economie tegemoetkomen aan de behoeften de doelgroepen voor wie de digitale kloof het hardst voelbaar is. De nieuwe projectoproep 2026zet die doelstelling voort door concrete initiatieven te ondersteunen om met name digitale vaardigheden te versterken, de toegankelijkheid van digitale diensten te verbeteren en de participatie van vrouwen in de ICT-sector te stimuleren.
Lien Meurisse, woordvoerster van de FOD Economie