• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/58 betreffende het verlaagd btw-tarief voor diensten van het verschaffen van gemeubeld logies en de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde publiceerde op 29/04/2026 de Circulaire 2026/C/58 betreffende het verlaagd btw-tarief voor diensten van het verschaffen van gemeubeld logies en de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen.

Deze commentaar handelt over het nieuwe btw-tarief voor hotels, camping.

Inhoudstafel

1. Inleiding

2. Wat wijzigt er?

3. Het verschaffen van gemeubeld logies met of zonder ontbijt

4. De terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen

5. Divers

6. Vanaf wanneer is deze maatregel van toepassing?

1. Inleiding

Het koninklijk besluit van 14.02.2026 (Belgisch Staatsblad van 23.02.2026) concretiseert de regeringsmaatregelen op het gebied van de btw in het kader van haar meerjarig begrotingsakkoord.

Een van de maatregelen inzake btw van het begrotingsakkoord voorziet in de verhoging van het btw-tarief van 6 % naar 12 % voor diensten van het verschaffen van gemeubeld logies en de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen.

2. Wat wijzigt er?

Het btw-tarief dat van toepassing is op de diensten inzake het verschaffen van gemeubeld logies (met of zonder ontbijt) en de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen verhoogt van 6 % naar 12 %.

De oude rubriek XXX van tabel A van de bijlage bij koninklijk besluit nr. 20 van 20.07.1970 inzake btw-tarieven (hierna: KB nr. 20) wordt immers opgeheven en de bepalingen van die rubriek worden ongewijzigd overgeheveld naar de nieuwe rubriek IV van tabel B van de bijlage bij hetzelfde besluit.

Die tariefverhoging maakt respectievelijk het voorwerp uit van de artikelen 2 (opheffing van rubriek XXX van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20) en 4 (herstel van rubriek IV van tabel B van de bijlage bij het KB nr. 20) van het voormeld koninklijk besluit van 14.02.2026.

Deze circulaire vormt een toelichting bij deze nieuwe bepaling die vanaf heden elke eerder gepubliceerde tegenstrijdige commentaar (circulaire, btw-beslissing, FAQ, antwoord op parlementaire vraag, etc.) vervangt.

De circulaire is van toepassing op alle vormen van gemeubeld logies (vb. hotels, motels, verblijfsinrichtingen voor bejaarden, jeugdverblijven, verzorgingstehuizen, internaten) alsook op kampeerplaatsen ongeacht of diensten rechtstreeks door de exploitant worden aangeboden aan de gasten of door bemiddeling van een tussenpersoon (vb. boekingsplatform).

3. Het verschaffen van gemeubeld logies met of zonder ontbijt

Het verschaffen van gemeubeld logies (met of zonder ontbijt) is aldus onderworpen aan het btw-tarief van 12 % ingevolge rubriek IV van tabel B van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, wanneer die dienst wordt belast rekening houdend met de bewoordingen van artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, van het Btw-Wetboek.

Het verschaffen van gemeubeld logies in omstandigheden dat er een vrijstelling van toepassing is ondervindt van de tariefverhoging uiteraard geen impact. De draagwijdte van de bestaande vrijstellingen wijzigt niet. De diensten inzake het verschaffen van gemeubeld logies die reeds vroeger vrijgesteld waren blijven dus vrijgesteld.

Het btw-regime dat van toepassing is op het verschaffen van gemeubeld logies aan betalende gasten, als uitzondering op de vrijgestelde onroerende verhuur, kan bepaald worden aan de hand van onderstaand schema.

Wanneer is het verstrekken van gemeubeld logies
belast of vrijgesteld?

Hotels, motels

Inrichtingen met een soortgelijke functie

Verblijfsduur

Verblijfsduur

< 3 maanden

≥ 3 maanden

< 3 maanden

≥ 3 maanden

'Gewoonlijke' verblijfsduur in de inrichting

< 3 maanden

≥ 3 maanden

Samenhangende diensten?

(fysiek onthaal van de gasten, huishoudlinnen, dagelijks ontbijt)

Minstens 1 dienst

Geen dienst

Belast

Vrijgesteld

Belast

Vrijgesteld

Vrijgesteld

Vrijgesteld








Meer inlichtingen over deze regelgeving zie circulaire 2022/C/119 van 29.12.2022 met betrekking tot het verschaffen van gemeubeld logies aan betalende gasten in hotels, motels en inrichtingen met een soortgelijke functie.

Daarnaast kunnen andere vrijstellingen van toepassing zijn (vb. artikel 44, § 2, 1°, a), van het Btw-Wetboek inzake ziekenhuisverpleging of artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek voor het verschaffen van logies door erkende jeugdinstellingen).

Met inrichtingen met een soortgelijke functie als hotels of motels worden bijvoorbeeld beoogd: verblijven in vakantiehuizen, gîtes, gastenkamers, B&B’s, aparthotels enz. Dergelijke logies kunnen aangeboden worden via een tussenpersoon (makelaar, online boekingsplatform, etc.).

Voor de toepassing van het btw-tarief van 12 %, is het op zich van geen belang of de logies zelf een roerende accommodatie dan wel onroerende accommodatie betreffen.

De terbeschikkingstelling van een roerend goed dat als logies wordt gebruikt, is hoe dan ook niet beoogd door de btw-vrijstelling van artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek aangezien deze vrijstelling betrekking heeft op 'de verhuur van uit hun aard onroerende goederen'.

De loutere terbeschikkingstelling van een roerend goed (roerende verhuur) is normaliter onderworpen aan het normale btw-tarief dat thans 21 % bedraagt (vb. de verhuur van een mobilhome, een tent). Wanneer die terbeschikkingstelling een gemeubeld roerend goed betreft (vb. een ingerichte yurt) en er minstens één samenhangende dienst wordt verstrekt (fysiek onthaal van de gasten, huishoudlinnen, dagelijks ontbijt) gaat het om een dienst inzake het verschaffen van gemeubeld logies onderworpen aan het tarief van 12 %.

Of een accommodatie onroerend of roerend is, is een feitenkwestie (1).

(1) We verwijzen naar artikel 1, § 9, van het Btw-Wetboek, naar artikel 13ter van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15.03.2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en naar de relevante rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, inzonderheid naar het arrest Maierhofer, zaak C-315/00, van 16.01.2003.

Bijkomende diensten

Het tarief van 12 % is niet enkel van toepassing op het verstrekken van het gemeubeld logies, maar ook op bijkomende diensten die door de exploitant aan de gasten worden verstrekt en die tot doel hebben het verblijf in de best mogelijke omstandigheden te laten verlopen, zoals: strijk- en wasdienst, wifi, filmverhuur, gebruik zwembad of sauna, parking. Het maakt in principe geen verschil of het gaat om een globale prijs dan wel of de bijkomende diensten afzonderlijk worden in rekening gebracht door de exploitant.

Worden hier niet bedoeld, de diensten die voor de gemiddelde gast een doel op zich zijn zoals de verhuur wagen, verhuur zaal, restaurantdienst, …

Minibar

Het gebruik van de minibar wordt aangemerkt als een restaurantdienst in de zin van rubriek I van tabel B van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.

Zo zullen de dranken onderworpen zijn aan het normale btw-tarief. De snacks (chips, worstje, nootjes) zijn onderworpen aan het tarief van 12 %.

Spijzen en dranken op de kamer

Het verschaffen van spijzen en dranken op de hotelkamer ('roomservice') wordt aangemerkt als een restaurantdienst in de zin van rubriek I van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.

Het ontbijt dat wordt verschaft op de kamer van de hotelgast is evenwel onderworpen aan het tarief van 12 % op basis van rubriek IV van tabel B van de bijlage bij voormeld koninklijk besluit.

Ontbijt

Het ontbijt dat wordt verschaft aan de hotelgast is onderworpen aan het tarief van 12 % op basis van rubriek IV van tabel B van de bijlage bij voormeld koninklijk besluit. Dit tarief is van toepassing op zowel de spijzen als de dranken.

Halfpension of volpension voor een enige prijs

Indien de belastingplichtige een enige prijs vraagt voor volledig pension of halfpension (exclusief dranken), is deze prijs onderworpen aan het tarief van 12 %: voor de helft op grond van de nieuwe rubriek IV van tabel B van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 (deel van de prijs dat betrekking heeft op het verschaffen van gemeubelde logies met ontbijt) en voor de helft op grond van rubriek I van tabel B van de bijlage bij dat koninklijk besluit (deel van de prijs dat betrekking heeft op het middagmaal en/of avondmaal). Zie ook het antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 18348 van 20.01.2010 van Mevrouw De Maght.

Indien de dranken bij het middag- en/of avondmaal inbegrepen zijn in de enige prijs van het volledig pension of halfpension, dient de helft van die prijs verder te worden uitgesplitst derwijze dat de dranken belast worden met toepassing van het normale btw-tarief van 21 % (z. circulaire nr. 2019/C/26 van 04.04.2019 betreffende het btw-tarief dat van toepassing is op restaurant- en cateringdiensten).

Deze splitsing is slechts een administratieve tolerantie waarvan de exploitant kan afwijken indien hij een andere prijzenpolitiek voert. Ook de administratie kan deze tolerantie betwisten, wanneer voornoemde splitsing duidelijk in onevenwicht is met de werkelijkheid.

Verblijfsinrichtingen voor bejaarden, ziekenhuizen, internaten, jeugdbeschermingstehuizen, opvangtehuizen, psychiatrische verzorgingstehuizen

In de mate waarin deze inrichtingen vrijgesteld zijn ingevolge een van de bepalingen van artikel 44 van het Btw-Wetboek heeft de tariefverhoging geen impact.

In het geval de inrichtingen geen vrijstelling genieten wordt het verblijf aangemerkt als het verschaffen van gemeubeld logies in de zin van rubriek IV van tabel B van het koninklijk besluit nr. 20.

4. De terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen

De terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen is aldus onderworpen aan het btw-tarief van 12 % wanneer die dienst wordt belast, net zoals ervoor, op basis van artikel 44, § 3, 2°, a), vierde streepje, van het Btw-Wetboek.

Wat de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen betreft, wordt bedoeld de terbeschikkingstelling van een standplaats op elk terrein dat wordt gebruikt voor het beoefenen van kamperen en waarop tenten, caravans of andere gelijkaardige verblijfplaatsen worden geplaatst.

Het komt vaak voor dat de exploitant van een kampeerterrein een op dat terrein opgericht onroerend goed (vb. vakantiehuisje) verhuurt aan de klant. Dergelijke terbeschikkingstelling wordt voor het geheel vrijgesteld van de belasting, tenzij de handeling wordt aangemerkt als het verstrekken van gemeubeld logies (zie verder).

Een stacaravan wordt inzake btw in de regel aangemerkt als een roerend goed (zie rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak C-60/96, Commissie t/Frankrijk, van 03.07.1997).

Bijkomende goederenleveringen

Het tarief van 12 % is niet enkel van toepassing op de terbeschikkingstelling van een kampeerplaats, maar ook op leveringen van goederen en diensten die als bijzaak moeten aangemerkt worden bij de terbeschikkingstelling van een kampeerplaats, zoals de leveringen van water, elektriciteit, gas of de terbeschikkingstelling van het wifi-netwerk.

Verhuur kampeeruitrusting, fietsen, materiaal voor sport en spel

De verhuur van kampeeruitrusting (kampeertent, slaapzak, kookgerei, barbecue, etc.), van fietsen, steps etc. en van materiaal voor sport en spel, wordt aangemerkt als een afzonderlijke prestatie, omdat het voor de gemiddelde gebruiker een doel op zich is, die onderworpen is aan het normale btw-tarief dat thans 21 % bedraagt.

Verhuur van een gebouw op een kampeerterrein

Wanneer een gebouw dat onroerend is, zoals een bungalow of een vakantiehuis, wordt gebouwd op een kampeerterrein dient volgend onderscheid te worden gemaakt.

De exploitant van de kampeerplaats is eveneens eigenaar van het onroerend goed

De terbeschikkingstelling van de op een kampeerterrein opgerichte onroerende goederen wordt voor het geheel aangemerkt als een onroerende verhuur als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 4°, van het Btw-Wetboek die overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, van het Wetboek wordt vrijgesteld, tenzij de handeling kan aangemerkt worden als het verschaffen van gemeubeld logies in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10°, van het Wetboek (zie punt 3, hiervoor).

Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn indien de exploitant van het kampeerterrein aanwezig is om het onthaal van de gasten te verzorgen.

De verhuurder van het onroerend goed is een andere persoon dan de exploitant van het kampeerterrein

Het komt ook voor dat de eigenaar van een kampeerterrein aan een derde de mogelijkheid geeft om op een perceel onroerend goed uit zijn aard op te richten (vb. middels een opstalrecht). Het vestigen van dat opstalrecht door de exploitant is een vrijgestelde handeling.

De vraag of de verhuur van het gebouw aan gasten in dat geval aan de btw is onderworpen is een feitenkwestie (vb. handelt de verhuurder als particulier of als belastingplichtige, verstrekt de verhuurder bijkomende diensten aan de gasten).

Verhuur van een roerend goed op een kampeerterrein

In het geval waarin een mobiele verblijfplaats ter beschikking wordt gesteld van de gasten (vb. een kampeertent, een mobilhome, een caravan ontworpen om over een weg te worden voortgetrokken, een yurt) moet volgend onderscheid gemaakt worden.

De exploitant van de kampeerplaats stelt eveneens een mobiele verblijfplaats ter beschikking

De terbeschikkingstelling van een kampeerterrein gepaard met de verhuur van een mobiele verblijfplaats waarvan de exploitant eigenaar is, is voor het geheel onderworpen aan het normale btw-tarief dat thans 21 % bedraagt, tenzij de handeling kan aangemerkt worden als het verschaffen van gemeubeld logies in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10°, van het Btw-Wetboek (zie punt 3, hiervoor).

De verhuurder van de mobiele verblijfplaats is een andere persoon dan de exploitant van het kampeerterrein

De terbeschikkingstelling van de kampeerplaats aan de eigenaar van de mobiele verblijfplaats wordt aangemerkt als een handeling onderworpen aan het btw-tarief van 12 % bij toepassing van de nieuwe rubriek IV van tabel B van het koninklijk besluit nr. 20.

De verhuur van de mobiele verblijfplaats is in beginsel onderworpen aan het normale btw-tarief dat thans 21 % bedraagt, tenzij het gaat om een dienst inzake het verschaffen van gemeubeld logies in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10°, van het Btw-Wetboek (zie punt 3. hiervoor). In dat laatste geval is het btw-tarief van 12 % van toepassing.

Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn indien de verhuurder huishoudlinnen ter beschikking stelt.

5. Divers

Automaten

De administratie aanvaardt dat de door middel van automaten verstrekte dranken en spijzen voor de toepassing van de btw-tarieven zonder onderscheid geacht worden het voorwerp uit te maken van een eenvoudige levering, ongeacht dus de plaats waar de automaten staan (al dan niet ruimte voor het verbruik ter plaatse).

De door een automaat verstrekte spijzen dienen aldus belast te worden tegen het btw-tarief dat geldt voor de geleverde goederen. Dit betekent dat wanneer er (voorverpakte) snacks of een belegd broodje worden verkocht het tarief van 6 % van toepassing is.

Wanneer er niet-alcoholhoudende dranken worden verstrekt is eveneens het tarief van 6 % van toepassing, maar voor alcoholhoudende dranken is het btw-tarief van 21 % van toepassing.

Verblijfs- of toeristenbelasting

Of een verblijfs- of toeristenbelasting al dan niet deel uitmaakt van de maatstaf van heffing van de dienst inzake het verschaffen van gemeubeld logies hangt af van wie de schuldenaar van die belasting is overeenkomstig het toepasselijk belastingreglement.

Wanneer de exploitant schuldenaar is van deze belasting en hij die doorrekent aan zijn klant, dan maakt dat bedrag deel uit van de maatstaf van heffing van de hoteldienst en is die belasting bijgevolg voortaan onderworpen aan 12 %.

Wanneer daarentegen de klant van de exploitant de schuldenaar is van deze belasting en wanneer de hoteluitbater deze belasting voor het juiste bedrag doorrekent aan de klant, dan wordt deze doorrekening aangemerkt als een voorschot in de zin van artikel 28, 5°, van het Btw-Wetboek. In dat geval is er geen btw van toepassing op het bedrag van de verblijfs- of toeristenbelasting.

Festivalcampings

De bepalingen vermeld in de punten 3. en 4. hiervoor zijn, net zoals in de vroegere rubriek XXX van tabel A van het koninklijk besluit nr. 20, van toepassing op de 'klassieke' kampeerterreinen als op zogenaamde 'festival’campings'.

Toegangstickets voor een festival inclusief gemeubeld logies of het ter beschikkingstelling van een plaats om te kamperen

De administratie merkt het verschaffen van gemeubeld logies of het ter beschikkingstelling van een plaats om te kamperen in het kader van een evenement, zoals bijvoorbeeld een muziekfestival, in elk geval aan als een bijzaak bij het recht op toegang tot dat evenement wanneer (cumulatief):

- het gemeubeld logies of de terbeschikkingstelling van een kampeerplaats betreft een tijdelijke infrastructuur die specifiek voor dit evenement is opgezet;

- het gemeubeld logies of de terbeschikkingstelling van een kampeerplaats is niet mogelijk zonder de aankoop van een toegangsticket voor het evenement;

- het gemeubeld logies of de terbeschikkingstelling van een kampeerplaats en het evenement wordt door dezelfde persoon aan de klant aangerekend.

Desgevallend wordt aanvaard dat de globale handeling wordt onderworpen aan het btw-tarief van 6 % op grond van rubriek XXVIII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.

Wanneer de terbeschikkingstelling van de kampeerplaats of van het gemeubeld logies evenwel moet worden aangemerkt als een afzonderlijke prestatie, dan zal op die dienst het btw-tarief van 12 % van toepassing zijn (vb. wanneer de exploitant van de kampeerplaats een andere persoon is dan de organisator van het festival).

6. Vanaf wanneer is deze maatregel van toepassing?

Het verhoogde btw-tarief van 12 % is van toepassing op de btw geheven van het verschaffen van gemeubeld logies en van de terbeschikkingstelling van een kampeerplaats, overeenkomstig rubriek IV van tabel B van de bijlage bij het KB nr. 20, die opeisbaar wordt vanaf 01.03.2026.

De regels inzake opeisbaarheid voor diensten zijn opgenomen in de artikelen 22 en 22bis van het Btw-Wetboek.

Wat specifiek het geval betreft waarin de gast een verblijf boek via een boekingsplatform of enig andere tussenpersoon, gaat de administratie er om praktische redenen en in afwijking van randnr. 96 van circulaire 2019/C/65 van 09.07.2019 inzake de opeisbaarheid van btw (nr. E.T.128.969/3) van uit dat het tijdstip van ontvangst van de betaling in hoofde van de exploitant van het verblijf samenvalt met het tijdstip waarop de exploitant de betaling daadwerkelijk ontvangt.

De datum van de reservatie maakt de btw niet opeisbaar.

De regels inzake opeisbaarheid worden omstandig uitgelegd in voornoemde circulaire 2019/C/65.

Ministeriële toegeving

De heer Minister heeft beslist een overgangsregeling in te voeren voor het verstrekken van gemeubeld logies en het ter beschikking stellen van een plaats om te kamperen.

Die overgangsregeling houdt in dat voor reservaties die gebeuren uiterlijk op 28.02.2026 (de dag voor de inwerkingtreding van het nieuwe btw-tarief dus) het btw-tarief van 6 % van toepassing blijft, voor zover de btw over die reservaties opeisbaar wordt uiterlijk op 30.06.2026.

Deze overgangsmaatregel is bijgevolg niet van toepassing:

- voor reservaties voor verblijven die worden geboekt op 01.03.2026 of later;

- voor reservaties voor verblijven die worden geboekt ten laatste op 28.02.2026 maar waarvoor de btw opeisbaar wordt (doorgaans ingevolge een betaling of het uitreiken van een factuur) op 01.07.2026 of later.

De exploitant moet het tijdstip van de reservatie tot voldoening van de administratie kunnen aantonen (vb. bevestigingsmail, betaling voorschot, etc.).

De toepassing van deze overgangsregeling is optioneel.

Zonder exhaustief te zijn volgen hierna enkele voorbeelden ter illustratie van de toepassing van de overgangsmaatregel.

Voorbeelden

1. Een gezin reserveert een hotelverblijf van een week op 15.02.2026, het voorschot van 30 euro wordt betaald op 28.02.2026 en het saldo 70 euro wordt betaald op het einde van het verblijf op 03.08.2026. Wat is het toepasselijk btw-tarief?

Aangezien de btw over het voorschot opeisbaar wordt op 28.02.2026, dus voor de inwerkingtreding van het nieuwe btw-tarief, is op het bedrag van 30 euro sowieso nog het btw-tarief van 6 % van toepassing (rubriek XXX van tabel A, KB nr. 20).

Wanneer op het einde van het verblijf (03.08.2026) het saldo wordt betaald en de btw opeisbaar wordt over 70 euro is volgens de wettelijke regels het btw-tarief van 12 % van toepassing (rubriek IV van tabel B, KB nr. 20). Niettegenstaande de reservatiedatum (15.02.2026) zich situeert voor 01.03.2026 is de overgangsmaatregel niet van toepassing, aangezien de btw opeisbaar wordt na 30.06.2026. Het saldo is dan ook onderworpen aan het btw-tarief van 12 %. Het hotel reikt enkel een ontvangstbewijs uit op het einde van het verblijf.

2. Een koppel reserveert een verblijf in een B&B (reservatie voor een weekend, huishoudlinnen zijn ter beschikking van de gasten) op 15.03.2026. Het voorschot van 30 euro wordt betaald op 15.03.2026 en saldo 70 euro wordt betaald op het einde van het verblijf op 03.05.2026. Wat is het toepasselijk btw-tarief?

Aangezien de reservatie gebeurt na 28.02.2026 is de overgangsregeling niet van toepassing.

De btw verschuldigd over het voorschot en over het saldo is bijgevolg onderworpen aan het btw-tarief van 12 % (rubriek IV van tabel B, KB nr. 20).

3. Een familie reserveert een vakantiewoning met terbeschikkingstelling van huishoudlinnen op 15.02.2026. Er wordt een voorschotfactuur uitgereikt op 15.02.2026 tot beloop van 500 euro. De factuur wordt betaald op 15.03.2026. De verhuurder van de woning reikt een saldofactuur van 1.000 euro uit op 15.06.2026 die wordt betaald op 11.07.2026. Wat is het toepasselijk btw-tarief?

De overgangsmaatregel kan toegepast worden op het voorschot gezien de aantoonbare reservatie gebeurde voor 01.03.2026, namelijk op 15.02.2026 en de btw over het voorschot van 500 euro opeisbaar werd op 15.03.2026. Het betreft immers een geval van vrijwillige facturatie die in de regel de btw niet opeisbaar maakt. Overeenkomstig randnrs. 114 e.v., van de circulaire 2019/C/65 mag de exploitant er evenwel voor kiezen om het tijdstip van het uitreiken van de factuur als aanknopingspunt te nemen voor het tijdstip van opeisbaarheid (opeisbaarheid dan op 15.02.2026). De administratie aanvaardt dat een exploitant de keuze heeft om deze afwijkende regeling (opeisbaarheid valt samen met factuurdatum) enkel toe te passen voor de duur van deze overgangsregeling. Wat het voorschot betreft heeft deze keuze in dit voorbeeld geen gevolg inzake het toepasselijk btw-tarief.

Het saldo zijnde 1.000 euro is overeenkomstig de wettelijke bepalingen onderworpen aan het btw-tarief van 12 % gelet op de opeisbaarheid ervan na 30.06.2026, zijnde 11.07.2026. Wanneer de exploitant ervoor heeft geopteerd de afwijkende regeling toe te passen (opeisbaarheid valt samen met factuurdatum) kan hij evenwel toch het tarief van 6 % toepassen (opeisbaarheid dan op 15.06.2026).

4. Een school van het vrije onderwijs (vrijgestelde belastingplichtige ingevolge artikel 44, § 2, 4°, van het Btw-Wetboek) heeft op 01.10.2025 een verblijf in een jeugdherberg aan de kust geboekt waar jaarlijks zeeklassen worden georganiseerd. Het voorschot van 2.500 euro wordt onmiddellijk betaald en het saldo van 4.000 euro wordt gefactureerd op 15.06.2026 en wordt betaald op 09.10.2026. Wat is het toepasselijk btw-tarief?

In geval van belast gemeubeld logies (in de zin van punt 3. hierboven) is op het voorschotbedrag van 2.500 euro sowieso nog het btw-tarief van 6 % van toepassing (rubriek XXX van tabel A, KB nr. 20) gezien de btw over het voorschot opeisbaar wordt op 01.10.2025, dus voor de inwerkingtreding van het nieuwe btw-tarief.

Wanneer op 15.06.2026 het saldo wordt gefactureerd en de btw opeisbaar wordt over 4.000 euro is volgens de wettelijke regels het tarief van 12 % van toepassing (rubriek IV van tabel B, KB nr. 20).

5. Een gemeenteschool (niet-belastingplichtige in de zin van artikel 6 van het Btw-Wetboek) heeft op 01.10.2025 een verblijf in een jeugdherberg aan de kust geboekt voor 6.000 euro. Op 15.06.2026 wordt een factuur uitgereikt tot beloop van het volledige bedrag. De school betaalt de factuur op 01.09.2026. Wat is het toepasselijk btw-tarief?

De btw wordt in dit geval opeisbaar op het tijdstip van betaling op 01.09.2026, niettegenstaande een factuur wordt uitgereikt, aangezien de gemeenteschool wordt aangemerkt als een niet-belastingplichtige rechtspersoon (zie randnrs. 121 e.v., van de circulaire 2019/C/65).

Bijgevolg is de btw verschuldigd op het tijdstip van betaling van het gefactureerde bedrag. Niettegenstaande de reservatiedatum (01.10.2025) zich situeert voor 01.03.2026 is de overgangsmaatregel niet van toepassing, aangezien de btw opeisbaar wordt na 30.06.2026. Het bedrag van 6.000 euro is dan ook onderworpen aan het tarief van 12 %.

6. Een belastingplichtige onderneming reserveert een hotelverblijf op 01.12.2025. Het voorschot van 1.000 euro werd betaald op 15.12.2025. Het hotel reikt een slotfactuur uit op 10.06.2026 en het saldo van 2.000 euro wordt betaald op 03.07.2026. Wat is het toepasselijk btw-tarief?

Het voorschotbedrag van 1.000 euro is sowieso nog onderworpen aan het tarief van 6 % (rubriek XXX van tabel A, KB nr. 20) gezien de btw over het voorschot opeisbaar wordt op 15.12.2025, dus voor de inwerkingtreding van het nieuwe btw-tarief.

Wanneer op 10.06.2026 de eindfactuur wordt uitgereikt wordt de btw opeisbaar over 2.000 euro en kan de overgangsmaatregel toegepast worden gezien de reservatiedatum (01.12.2025) zich situeert voor 01.03.2026.

7. Een gezin reserveert een verblijf in een B&B op 15.02.2026, via een boekingsplatform. Het verblijf vindt plaats op 30.06.2026. Het gezin betaalt 250 euro via het platform op 25.06.2026. De doorstorting van de ontvangen gelden (na afhouding van een commissie) gebeurt op 06.07.2026. Wat is het toepasselijk btw-tarief?

De overgangsmaatregel kan niet toegepast worden niettegenstaande de reservatie gebeurde voor 01.03.2026 (namelijk op 15.02.2026).

De btw wordt immers opeisbaar op het tijdstip waarop de exploitant van de B&B de betaling daadwerkelijk ontvangt. Het door het gezin op 06.07.2026 betaalde bedrag van 250 euro is bijgevolg onderworpen aan het btw-tarief van 12 % gelet op de opeisbaarheid ervan na 30.06.2026. De aangerekende prijs voor het verblijf mag overigens niet verminderd worden met het commissiebedrag (geen compensatie). De commissie die het boekingsplatform toekomt moet afzonderlijk aangerekend worden en is onderworpen aan het normale btw-tarief.

Interne ref.: 142.815

Mots clés