• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/87 betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004

De Algemene Administratie van de Inning en de Invordering publiceerde op 21/09/2026 de Circulaire 2026/C/87 betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004.

Artikel 145 van de programmawet van 30 mei 2026 breidt het toepassingsgebied van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 verder uit naar schuldvorderingen waarvan de inning en de invordering worden verzekerd door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen


Zie ook : Circulaire 2019/C/4 betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 blijft integraal behouden.

I. Doel van de wet

Artikel 145 van de programmawet van 30 mei 2026 (1) breidt het toepassingsgebied van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 verder uit. Vóór de inwerkingtreding van de programmawet van 30 mei 2026 dienden de schuldvorderingen waarvoor er kon worden aangewend, schuldvorderingen te zijn waarvan de inning en de invordering werden verzekerd door de FOD Financiën of door de RSZ. Voortaan kan er ook worden aangewend voor de schuldvorderingen waarvan de inning en de invordering, door of krachtens een bepaling met kracht van wet, worden verzekerd door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen.

(1) Programmawet van 30 mei 2026, BS van 01.06.2026

Deze uitbreiding komt er met het oog op de optimalisatie van de inning binnen het stelsel der zelfstandigen en beoogt een optimaal gebruik van de compensatiemogelijkheden tussen de genoemde administraties onderling.(2)

(2) Parl.St. Kamer 2025-2026, nr. 56-1378/001, p. 114 56K1378001.pdf

II. Fiscale balans

1. Wijziging van artikel 334

Artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 luidt voortaan als volgt :

"§ 1. Elke som die aan een persoon moet worden teruggegeven of betaald door de Federale Overheidsdienst Financiën, door de Rijksdienst voor sociale zekerheid of door een andere federale overheidsdienst of staatsorganisme, kan zonder formaliteit en naar keuze van de bevoegde ambtenaar, onverminderd de toepassing van paragraaf 6, worden aangewend ter betaling van de door deze persoon verschuldigde sommen waarvan de inning en de invordering, door of krachtens een bepaling met kracht van wet, worden verzekerd door de Federale Overheidsdienst Financiën, door de Rijksdienst voor sociale zekerheid of door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der zelfstandigen;

§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde aanwending zonder formaliteit omvat elke terug te geven of te betalen som, ongeacht de aard :

1° hetzij in het kader van de toepassing van de belastingwetten die onder de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Financiën vallen, of van wetten, al dan niet belastingwetten, waarbij de inning en de invordering verzekerd worden door die Federale Overheidsdienst;

2° hetzij in het kader van de toepassing van wetten op de sociale zekerheid die onder de bevoegdheid vallen van de Rijksdienst voor sociale zekerheid of waarbij de inning en de invordering verzekerd worden door deze instelling;

3° hetzij in het kader van de toepassing van wetten die onder de bevoegdheid vallen van een andere Federale Overheidsdienst of staatsorganisme;

4° hetzij krachtens de bepalingen van het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling;

5° hetzij krachtens een uitvoerbare rechterlijke beslissing uitgesproken in het kader van rechtsvorderingen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de toepassing van voorgaande wetten.

§ 3. In afwijking van paragraaf 2, is de in paragraaf 1 bedoelde aanwending zonder formaliteit echter uitgesloten wanneer het gaat om sommen die moeten worden teruggegeven of betaald :

1° hetzij in toepassing van een overeenkomst met een Federale Overheidsdienst of met een staatsorganisme;

2° hetzij in toepassing van het statuut van het personeel van de Federale Overheidsdiensten of dat van staatsorganismen;

3° hetzij die van eenzelfde aard zijn als de sommen bedoeld in de artikelen 1409, 1409bis en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 4. De in paragraaf 1 bedoelde aanwending zonder formaliteit wordt beperkt tot het niet-betwiste gedeelte van de schuldvorderingen op deze persoon.

Bovendien, kan de bevoegde ambtenaar, voor het betwiste deel van de schuldvorderingen op deze persoon, overgaan tot de aanwending zonder formaliteiten bedoeld in paragraaf 1 als bewarende titel indien de betwiste schuldvorderingen het voorwerp hebben uitgemaakt van een uitvoerbare titel.

§ 5. Dit artikel blijft van toepassing in geval van beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure.

§ 6. De aanwendingsvolgorde wordt in een toetredingsovereenkomst met de betrokken diensten of organismen vastgelegd, ongeacht de voorrechten die verbonden zijn aan de schuldvorderingen waarvan de inning en de invordering, door of krachtens een bepaling met kracht van wet, worden verzekerd door de Federale Overheidsdienst Financiën, door de Rijksdienst voor sociale zekerheid of door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen."

2. Uitbreiding toepassingsgebied artikel 334

De schuldvorderingen waarvoor er kan worden aangewend, moeten schuldvorderingen zijn waarvan de inning en de invordering worden verzekerd door de FOD Financiën, door de Rijksdienst voor sociale zekerheid of door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen.

III. Inwerkingtreding

Deze wijziging is op 11.06.2026 in werking getreden.

Mots clés