
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 23/09/2026 de Circulaire 2026/C/89 over de verhoging van de fiscale werkbonus
Deze circulaire bespreekt de art. 96 en 97 van de wet van 15.07.2026 tot hervorming van de personenbelasting (BS 29.07.2026 – Numac: 2026005724).
Inhoudstafel
A. Verhoging van de toepasselijke percentages
B. Verhoging van het maximumbedrag
B. Gecoördineerde tekst van het WIB 92
1. De regering wil het verschil tussen werken en niet-werken vergroten, in het bijzonder voor de lage lonen. De fiscale werkbonus (1) is daarom versterkt vanaf aanslagjaar 2027.
(1) Onder ‘fiscale werkbonus’ wordt verstaan: het in art. 289ter/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) bedoelde belastingkrediet voor werknemers met lage lonen.
Om de fiscale werkbonus te berekenen moet een percentage worden toegepast op de sociale werkbonus (2) (3) en wordt het verkregen resultaat beperkt, per belastbaar tijdperk, tot een bepaald geïndexeerd bedrag (4).
(2) Onder ‘sociale werkbonus’ wordt verstaan: de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid voor werknemers met lage lonen.
(3) Zie art. 289ter/1, tweede lid, WIB 92.
(4) Zie art. 289ter/1, derde lid, WIB 92.
2. De wet van 15.07.2026 tot hervorming van de personenbelasting (5) (hierna W 15.07.2026) verhoogt de toepasselijke percentages vanaf aanslagjaar 2027 of aanslagjaar 2029, naargelang het geval, volgens de modaliteiten vermeld naast randnr. 3 hierna. Bovendien wordt het (te indexeren) maximum bedrag verhoogd vanaf aanslagjaar 2027.
(5) Art. 96 en 97 van de wet van 15.07.2026 tot hervorming van de personenbelasting (BS 29.07.2026 – Numac: 2026005724), die art. 289ter/1, WIB 92 wijzigen.
3. Met toepassing van art. 96 en 97 van de W 15.07.2026:
- stijgt het toepasselijke percentage voor luik A van de sociale werkbonus (component lage lonen) (6) van 33,14 % naar 35 % vanaf aanslagjaar 2029
- stijgt het toepasselijke percentage voor luik B van de sociale werkbonus (component zeer lage lonen) (7) van 52,54 % naar 63 % voor de aanslagjaren 2027 en 2028, en naar 72 % vanaf aanslagjaar 2029.
(6) Bedoeld in art. 289ter/1, tweede lid, eerste streepje, WIB 92.
(7) Bedoeld in art. 289ter/1, tweede lid, tweede streepje, WIB 92.
4. Om te vermijden dat de verhogingen van de voormelde percentages geheel of gedeeltelijk zouden worden tenietgedaan door de toepassing van het maximumbedrag van de fiscale werkbonus (8), verhoogt de wetgever ook dat maximumbedrag, dat dus stijgt van 765 euro naar 970 euro (9) vanaf aanslagjaar 2027.
(8) Bedoeld in art. 289ter/1, derde lid, WIB 92.
(9) Te indexeren basisbedrag. Voor aanslagjaar 2027 bedraagt het geïndexeerde bedrag 2.000 euro.
5. Het art. 96, 2° en 4° van de W 15.07.2026 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2027.
Het art. 96, 1° en 3° van de W 15.07.2026 treedt in werking op 31.12.2027 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2029.
6. De betrokken artikelen van de W 15.07.2026 luiden als volgt:
Art. 96
In artikel 289ter/1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 19 juni 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt in de bepaling onder het eerste streepje het percentage “33,14 pct.” vervangen door het percentage “35 pct.”;
2° in het tweede lid wordt in de bepaling onder het tweede streepje het percentage “52,54 pct.” vervangen door het percentage “63 pct.”;
3° in het tweede lid wordt in de bepaling onder het tweede streepje het percentage “63 pct.” vervangen door het percentage “72 pct.”;
4° in het derde lid wordt het bedrag “765 euro” vervangen door het bedrag “970 euro”.
Art. 97
Artikel 96, 2° en 4°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2027.
Artikel 96, 1° en 3°, treedt in werking op 31 december 2027 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2029.
7. Na de wijzigingen door de W 15.07.2026 luiden de betrokken bepalingen van het WIB 92 als volgt. De wijzigingen zijn in vet weergegeven.
Art. 289ter/1, WIB 92 (aanslagjaren 2027 en 2028)
Er wordt een belastingkrediet verleend aan rijksinwoners en niet-inwoners voor wie de belasting overeenkomstig artikel 243/1 of 244 wordt berekend met lage lonen die onderworpen zijn:
- ofwel aan de regelingen bedoeld in artikel 21, § 1, 1° tot 3° en 5°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers,
- ofwel aan de regelingen bedoeld in artikel 1, 1° tot 3°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij.
Het belastingkrediet is gelijk aan:
- 33,14 % van het bedrag van het luik A van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid op de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen die daadwerkelijk is verleend met toepassing van artikel 2, § 1/1, van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus aan werknemers met lage lonen en van andere verminderingen van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid; en
- 63 % van het bedrag van het luik B van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid op de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen die daadwerkelijk is verleend met toepassing van artikel 2, § 1/2 van de voormelde wet van 20 december 1999.
Het belastingkrediet mag per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 970 euro. De bepalingen van artikel 174/1 en 178, § 3, eerste lid, 2°, zijn van toepassing op dit bedrag.
Art. 289ter/1, WIB 92 (vanaf aanslagjaar 2029)
Er wordt een belastingkrediet verleend aan rijksinwoners en niet-inwoners voor wie de belasting overeenkomstig artikel 243/1 of 244 wordt berekend met lage lonen die onderworpen zijn:
- ofwel aan de regelingen bedoeld in artikel 21, § 1, 1° tot 3° en 5°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers,
- ofwel aan de regelingen bedoeld in artikel 1, 1° tot 3°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij.
Het belastingkrediet is gelijk aan:
- 35 % van het bedrag van het luik A van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid op de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen die daadwerkelijk is verleend met toepassing van artikel 2, § 1/1, van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus aan werknemers met lage lonen en van andere verminderingen van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid; en
- 72 % van het bedrag van het luik B van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid op de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen die daadwerkelijk is verleend met toepassing van artikel 2, § 1/2 van de voormelde wet van 20 december 1999.
Het belastingkrediet mag per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 970 euro. De bepalingen van artikel 174/1 en 178, § 3, eerste lid, 2°, zijn van toepassing op dit bedrag.
Interne ref.: 749.285
Titel : Circulaire 2026/C/89 over de verhoging van de fiscale werkbonus
Samenvatting : Deze circulaire bespreekt de art. 96 en 97 van de wet van 15.07.2026 tot hervorming van de personenbelasting (BS 29.07.2026 – Numac: 2026005724).
Trefwoorden :berekening van de PBbezoldiging van werknemerbelastingkrediet voor lage activiteitsinkomstenwerkbonus
Datum van het document : 23/09/2026
Datum Fisconetplus : 23/09/2026