
De levensverwachting van mannen stijgt tegenover 2024 sterker dan die van vrouwen met +0,28 jaar (101 dagen) voor de mannen ten opzichte van +0,01 jaar (3 dagen) voor de vrouwen.
Het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen wordt dus steeds kleiner. In 1997 bedroeg dit 6,42 jaar. In 2025 is het verschil nog maar 3,87 jaar, tegenover 4,14 jaar in 2024.
De levensverwachting verschilt aanzienlijk per gewest.
Vlaanderen heeft de hoogste levensverwachting van de drie gewesten, met een kleiner verschil tussen mannen en vrouwen (3,4 jaar) dan in de twee andere gewesten (4,5 jaar in Wallonië en 4,7 jaar in Brussel).
Op provinciaal niveau is de levensverwachting het hoogst in Vlaams-Brabant (83,9 jaar), terwijl deze het laagst is in Henegouwen (80,1 jaar), een verschil van bijna 4 jaar tussen beide provincies.