

In 2024 kost een werkuur een Belgisch bedrijf gemiddeld 48,61 euro per werknemer, tegenover 40,5 euro in 2020. Dat blijkt uit de nieuwe resultaten van de vierjaarlijkse statistiek naar de arbeidskosten van Statbel, het Belgische statistiekbureau. Deze publicatie heeft betrekking op ondernemingen met meer dan 10 werknemers. Hoewel de arbeidskosten per uur in vier jaar tijd aanzienlijk zijn gestegen, verschillen ze sterk naargelang de sector, de grootte van de onderneming en het gewest.
Er zijn grote verschillen in de arbeidskosten per uur tussen de activiteitensectoren. De loonkosten kunnen hoger zijn dan 70 euro per gewerkt uur in de sector ‘productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht’ (79,8 euro) en in de sector ‘financiële activiteiten en verzekeringen’ (74,2 euro). De laagste loonkosten per uur zijn daarentegen te vinden in de sectoren ‘verschaffen van accommodatie en maaltijden’ (31,6 euro) en ‘administratieve en ondersteunende diensten’ (36,6 euro).
Uit een vergelijking van de loonkosten volgens bedrijfsgrootte blijkt dat deze over het algemeen het hoogst zijn in grote bedrijven (50,4 euro voor 500 tot 999 werknemers en 52,2 euro voor 1000 werknemers en meer), terwijl in kleine bedrijven (10 tot 49 werknemers) de loonkosten per uur het laagst zijn met 41,8 euro per gewerkt uur.
Met 55,9 euro per gewerkt uur zijn de kosten per uur het hoogst in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daarna volgt het Vlaams Gewest met 48,1 euro en het Waals Gewest met 45,6 euro.
Als we kijken naar de verdeling van de arbeidskosten, zien we dat de directe lonen en premies (65,7%) en de wettelijke sociale bijdragen ten laste van de werkgever (19,3%) 85,1% van deze kosten uitmaken. De resterende 14,9% komt overeen met o.a. betalingen voor niet-gewerkte dagen (8,4%) en voordelen in natura (2,6%).