
Geharmoniseerde consumptieprijsindex - april 2026
De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt in april 3,0% ten opzichte van 2,4% in maart.
Eurostat zal op 20 mei de geharmoniseerde consumptieprijsindex van april voor de EU-landen publiceren.
Volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP)[1] bedraagt de inflatie in april 4,2% ten opzichte van 2,2% in maart en 1,4% in februari. De inflatie volgens de geharmoniseerde consumptieprijsindex met constante belastingvoet (HICP-CT)[2] bedraagt 4,2% in april tegenover 2,2% in maart.
De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 3,0% in april, tegenover 2,4% in maart en 2,3% in februari. De inflatie zonder energieproducten bedraagt 3,0% in april, een stijging tegenover de 2,3% in maart.
De inflatie voor voeding bedraagt deze maand 1,3%, tegenover -0,8% vorige maand. De inflatie van olie bedraagt deze maand 0,2% tegenover -4,1% in maart. Voor zuivelproducten steeg de inflatie naar -0,3% tegenover -4,1% vorige maand. De inflatie voor vis bedroeg deze maand 3,7% tegenover 0,6% in maart. De inflatie van brood en granen bedroeg -0,4% in april, een stijging ten opzichte van de -1,9% die in maart werd opgetekend. De inflatie van vlees bedroeg deze maand 3,7% ten opzichte van 1,9% in maart.
De bijdrage van energie tot de inflatie was negatief van januari 2023 tot februari 2024. Deze inflatie bedraagt nu 1,5%, een stijging ten opzichte van vorige maand (0,1%). Voeding, daarentegen, levert een bijdrage van 0,2%.
Elektriciteit is nu 3,3% duurder dan een jaar geleden. Aardgas vertoont een inflatie van 11,4% ten opzichte van april vorig jaar. De prijs van huisbrandolie is met 78,8% gestegen ten opzichte van vorig jaar.
Op basis van de opsplitsing in de 13 hoofdgroepen wordt de hoogste inflatie in april gemeten voor ‘Vervoer’ (9,3%). De laagste inflatie (0,5%) wordt gemeten voor de groep ‘Stoffering en huishoudelijke apparaten’. De groepen ’Huisvesting, water en energie’ en ‘Vervoer’ zijn de hoofdgroepen die in april de grootste positieve impact had op de inflatie met beide 0,6 procentpunt. De groep ‘Voeding en alcoholvrije dranken’ had de grootste negatieve impact met -0,5 procentpunt.
Productgroep | Gewicht (‰) | Inflatie op jaarbasis (%) | Impact op inflatie (%-punt) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
HICP | HICP-CT | ||||||||
feb/26 | mrt/26 | apr/26 | apr/26 | feb/26 | mrt/26 | apr/26 | |||
0 | Totaal bestedingen | 1.000,0 | 1,4 | 2,2 | 4,2 | 4,2 | |||
1 | Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken | 140,8 | 0,6 | -0,8 | 1,3 | 1,3 | -0,1 | -0,5 | -0,5 |
2 | Alcoholische dranken en tabak | 54,8 | 2,0 | 1,9 | 3,2 | 3,2 | 0,0 | 0,0 | -0,1 |
3 | Kleding en schoenen | 65,4 | 0,7 | 2,9 | 2,7 | 2,7 | -0,1 | 0,0 | -0,1 |
4 | Huisvesting, water en energie | 157,3 | -1,0 | 0,6 | 7,7 | 7,7 | -0,5 | -0,4 | 0,6 |
5 | Stoffering en huishoudelijke apparaten | 62,7 | -0,1 | 0,0 | 0,5 | 0,5 | -0,1 | -0,1 | -0,2 |
6 | Gezondheid | 100,6 | 3,4 | 3,4 | 3,5 | 3,5 | 0,2 | 0,1 | -0,1 |
7 | Vervoer | 111,0 | 1,5 | 6,7 | 9,3 | 9,3 | 0,0 | 0,6 | 0,6 |
8 | Informatie en communicatie | 42,0 | 2,8 | 2,6 | 3,3 | 3,3 | 0,1 | 0,0 | 0,0 |
9 | Recreatie, sport en cultuur | 96,3 | 2,1 | 3,2 | 4,6 | 4,6 | 0,1 | 0,1 | 0,0 |
10 | Onderwijs | 4,6 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
11 | Hotels, cafés en restaurants | 84,1 | 4,1 | 3,7 | 4,1 | 4,1 | 0,3 | 0,1 | 0,0 |
12 | Verzekeringen en financiële diensten | 28,5 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 0,0 | 0,0 | -0,1 |
13 | Lichaamsverzorging en overige diensten | 51,9 | 1,5 | 1,7 | 2,3 | 2,3 | 0,0 | 0,0 | -0,1 |
De globale HICP kan opgesplitst worden in vijf specifieke aggregaten, die samen de totale bestedingen vormen.
De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt in april 3,0%. Dat is een stijging ten opzichte van de 2,4% die in maart werd geregistreerd. De gemiddelde kerninflatie van de laatste 12 maanden is gelijk aan 2,7%. Ten opzichte van vorige maand stegen de prijzen van dit subaggregaat met 0,4%.
Specifieke aggregaten | Gewicht (‰) | Inflatie op jaarbasis (%) | 12 maandelijks gemiddelde (%) | Maandelijkse wijziging | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
feb/26 | mrt/26 | apr/26 | apr/26 | apr/26 | ||
Totaal bestedingen | 1.000,0 | 1,4 | 2,2 | 4,2 | 2,5 | 1,3 |
Energiedragers | 80,4 | -6,8 | 2,1 | 18,2 | 1,3 | 10,5 |
Bewerkte levensmiddelen | 149,3 | 0,7 | -0,2 | 1,9 | 2,8 | 0,7 |
Niet-bewerkte levensmiddelen | 46,3 | 2,1 | 0,5 | 1,8 | 2,2 | 0,1 |
Niet-energetische industriële goederen | 259,4 | 1,1 | 1,6 | 2,1 | 0,8 | 0,2 |
Diensten | 464,6 | 3,6 | 3,7 | 4,0 | 3,7 | 0,5 |
HICP zonder energie en onbewerkte levensmiddelen (kerninflatie) | 873,3 | 2,3 | 2,4 | 3,0 | 2,7 | 0,4 |
De grootste positieve impact op de inflatie wordt gerealiseerd door motorbrandstoffen met een impact van 0,56 procentpunt. Huisbrandolie heeft een positieve impact van 0,53 procentpunt. Geneesmiddelen hebben een positieve impact van 0,18 procentpunt. Vliegtickets hebben een positieve impact van 0,13 procentpunt. Tot slot heeft aardgas een positieve impact van 0,12 procentpunt.
Subindex | Gewicht (‰) | Impact op inflatie (%-punt) | |
|---|---|---|---|
2026 | apr/26 | ||
07.2.2 | Brandstoffen | 23,7 | 0,56 |
04.5.3 | Huisbrandolie | 6,9 | 0,53 |
06.1.1 | Geneesmiddelen | 13,8 | 0,18 |
07.3.3 | Vliegtuigtickets | 6,2 | 0,13 |
04.5.2 | Aardgas | 17,8 | 0,12 |
Granen hebben tot slot een negatieve impact van -0,10 procentpunt.
Subindex | Gewicht (‰) | Impact op inflatie (%-punt) | |
|---|---|---|---|
2026 | apr/26 | ||
01.1.1 | Granen | 22 | -0,1 |
Aangezien de definitieve HICP van onze buurlanden pas later wordt bekendgemaakt, kan er slechts een vergelijking worden gemaakt op basis van de eerste snelle inflatieraming van de HICP (HICP flash estimate) van april. In België bedroeg deze inflatie 4,2% in april, een stijging ten opzichte van de 2,2% in maart. Nederland tekende een inflatie op van 2,5% in april; ze daalde daarmee licht ten opzichte van de 2,6% in maart. In Frankrijk bedroeg de inflatie in april 2,5%, een stijging ten opzichte van 2,0% in maart. De eerste snelle inflatieraming van de HICP van april voor Duitsland bedroeg 2,9%, een lichte stijging ten opzichte van maart, toen de inflatie 2,8% bedroeg.
Aangezien Eurostat de geharmoniseerde consumptieprijsindexcijfers met constante belastingvoet voor april nog niet publiceerde, is maart de recentste maand om mee te kunnen vergelijken. In België bedroeg de inflatie op basis van de HICP-CT in maart 2,2%, een stijging ten opzichte van de 1,4% in februari. In maart bedroeg deze inflatie in Duitsland 3,1%. Dat is een stijging ten opzichte van februari, toen de inflatie 2,3% bedroeg. De inflatie in Frankrijk steeg van 0,9% in februari tot 1,8% in maart. In Nederland kwam de inflatie uit op 2,1% in maart, tegenover 1,8% in februari.
[1] Naast de nationale consumptieprijsindex (CPI) berekent Statbel ook een Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (Harmonised Index of Consumer Prices, HICP). De HICP maakt een vergelijking tussen het inflatiepeil van de lidstaten van de Europese Unie mogelijk. De toegepaste bestedingsoptiek en methoden zijn daartoe zo goed mogelijk gecoördineerd en in Europese regelgeving vastgelegd. De resultaten van de CPI en de HICP zijn niet gelijk. Dat komt vooral door een andere weging en samenstelling van het pakket goederen en diensten waarop deze indices zijn gebaseerd.
Tevens wordt de HICP gebruikt door de Europese Centrale Bank voor haar monetair beleid. Verder wordt de HICP gebruikt om te bepalen in hoeverre een lidstaat voldoet aan de inflatiecriteria bepaald in het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Enkele verschilpunten tussen de HICP en de huidige CPI:
[2] De HICP-CT wordt op dezelfde wijze berekend als de gewone HICP. In deze index worden de prijzen echter berekend op basis van constante belastingtarieven. Deze index geeft dan ook de theoretisch potentiële impact weer van wijzigingen in de indirecte belastingtarieven (zoals de btw of accijnzen) op de gemeten inflatie. Het betreft hier echter een theoretische impact omdat verondersteld wordt dat de belastingwijzigingen meteen en volledig worden doorgerekend in de prijzen die door consumenten betaald worden.
[3] De inflatie op jaarbasis meet de prijswijziging tussen de huidige maand en dezelfde maand van het voorgaande jaar. Een 12-maandelijks gemiddelde vergelijkt de gemiddelde HICP van de laatste 12 maanden met het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. Een maandelijkse wijziging vergelijkt de prijsniveaus van de laatste twee maanden.
[4] De impact op de inflatie toont de wijziging van de inflatie door het integreren van de subindex in de HICP. De impact houdt niet alleen rekening met het gewicht van de subindex, maar ook of de inflatie van de subindex hoger of lager is dan deze van het geheel aan bestedingen (globale HICP).