
Gemeenschappelijke normen IBR-ITAA ‘effecten’ en ‘ontbinding en vereffening’, interne kwaliteitsbeheersing, samenstellingsopdrachten en duurzaamheid: de balans van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen ontleed voor de accountants.
De Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB) heeft zijn jaarverslag 2025 gepubliceerd. Achter de balans van een ‘overgangsjaar’ schuilen zeer concrete termijnen voor de accountants: de gemeenschappelijke normen IBR-ITAA ‘effecten’ en ‘ontbinding en vereffening’ treden in werking op 23 oktober 2026, deel 1 van de ITAA-norm inzake interne kwaliteitsbeheersing is van toepassing sinds 3 september 2025, en het ontwerp van norm inzake samenstellingsopdrachten kreeg een negatief advies. Een ontleding van wat er verandert voor uw dossiers.
De Hoge Raad voor de Economische Beroepen is geen verre actor. Zijn wettelijke opdracht bestaat erin te waken over de kwaliteit, de samenhang en de rechtszekerheid van de beroepsnormen die de opdrachten van de bedrijfsrevisoren en van de leden van het ITAA omkaderen. Hij gaat met name na of elk ontwerp van norm voldoende duidelijk en nauwkeurig is opgesteld om door de beroepsbeoefenaars correct te worden toegepast en in het kader van het toezicht doeltreffend te worden gecontroleerd.1
Zijn tussenkomst heeft evenwel niet dezelfde draagwijdte naargelang het instituut. Voor de normen van het IBR beschikt de HREB over een formele goedkeuringsbevoegdheid, gevolgd door een goedkeuring door de federale minister bevoegd voor Economie. Voor de door het ITAA uitgewerkte normen verleent hij een advies. De gemeenschappelijke normen, die van toepassing zijn op de wettelijke opdrachten uit het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) die zowel door bedrijfsrevisoren als door gecertificeerde accountants kunnen worden uitgevoerd, combineren beide procedures.
Het verslag herinnert er ook aan wie dit werk financiert. In 2025 bedroegen de te dekken werkingskosten 470.907,45 euro, verdeeld tussen het IBR (40 %, of 188.362,98 euro) en het ITAA (60 %, of 282.544,47 euro). Met andere woorden: de bijdragen van de ITAA-leden financieren het grootste deel van de werking van het orgaan dat hun normen onderzoekt.
► In het kort✓ De HREB keurt de normen van het IBR goed en verleent advies over die van het ITAA. ✓ De gemeenschappelijke normen IBR-ITAA betreffen de wettelijke WVV-opdrachten die bedrijfsrevisoren en gecertificeerde accountants delen. ✓ Het ITAA financiert 60 % van de werkingskosten van de HREB, of 282.544,47 euro voor 2025. |
Het verslag besteedt ruime aandacht aan de gemeenschappelijke normen, met een uitgesproken doel: een ‘level playing field’ waarborgen, dat wil zeggen een samenhangend, duidelijk en gelijkwaardig kader, ongeacht het instituut waartoe de beroepsbeoefenaar behoort. Voor de gecertificeerde accountant die tussenkomt bij een uitgifte van aandelen, een uitkering of een vereffening is dit het meest rechtstreeks operationele dossier van het verslag.
De norm ‘effecten’ omkadert de opdracht van de beroepsbeoefenaar wanneer hij het getrouw en voldoende zijn beoordeelt van de financiële en boekhoudkundige gegevens opgenomen in de door het WVV voorgeschreven verslagen van het bestuursorgaan. Bij het onderzoek in 2025 formuleerde de HREB opmerkingen over het kader voor prospectieve financiële informatie, de waarderingsmethoden van vermogens- en lidmaatschapsrechten, de mededeling aan de ondernemingsraad, de opdrachtbrief, de onmogelijkheid om een voorbehoud te formuleren in de conclusie van het verslag en de opvolging tussen beroepsbeoefenaars van het andere instituut.
Het verslag kondigde een goedkeuring in 2026 aan. Die is er gekomen: de HREB keurde het ontwerp goed op 2 maart 2026, de minister keurde het goed op 14 september 2026, en het goedkeuringsadvies werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 september 2026. De norm treedt in werking een maand na die bekendmaking, namelijk op 23 oktober 2026.2
De gemeenschappelijke norm ‘ontbinding en vereffening’ volgde een parallel traject. De HREB vroeg bijkomende toelichting over de juridische criteria en de vorm van de staat van activa en passiva, de deficitaire vereffening, de mededeling aan de ondernemingsraad, de opdrachtbrief, de formulering van een oordeel met voorbehoud of een afkeurend oordeel, en de opvolging tussen beroepsbeoefenaars. Goedgekeurd door de HREB op 2 maart 2026 en door de minister op 14 september 2026, werd ze bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 september 2026 en treedt ook zij in werking op 23 oktober 2026.2
De KMO-norm actualiseert de tekst van 2019, waarvan bepaalde verwijzingen sinds de inwerkingtreding van het WVV achterhaald waren, en vult de lijsten van voorbehouden gedeelde wettelijke opdrachten in de bijlagen 5 en 6 aan. De normen ‘fusies en splitsingen’ en ‘omzetting’ werden eind 2025 ingediend en op vraag van de HREB aangevuld. Volgens de door het IBR gepubliceerde informatie werden deze drie ontwerpen op 2 juni 2026 door de HREB goedgekeurd en wachten ze nog op de ministeriële goedkeuring; ze treden in werking een maand na de bekendmaking van het goedkeuringsadvies in het Belgisch Staatsblad. Voor de KMO-norm preciseert het IBR dat ze van toepassing zal zijn op de opdrachten waarvan de opdrachtbrief na die datum wordt opgesteld.
► In het kort✓ De gemeenschappelijke normen ‘effecten’ en ‘ontbinding en vereffening’ treden in werking op 23 oktober 2026. ✓ De HREB legde de nadruk op de opdrachtbrief, de mededeling aan de ondernemingsraad en de opvolging tussen beroepsbeoefenaars van beide instituten. ✓ De normen ‘KMO’, ‘fusies en splitsingen’ en ‘omzetting’ wachten op de goedkeuring van de minister: hun toepassingsdatum blijft op te volgen. |
De ITAA-norm inzake interne kwaliteitsbeheersing behoort volgens het verslag tot de ‘meest besproken’ dossiers van 2025. De HREB stond positief tegenover de invoering van algemene kwaliteitsvereisten voor alle kantoren (deel 1). Hij was daarentegen kritisch over deel 2, van toepassing op de beroepsbeoefenaars die assurance-opdrachten of aanverwante opdrachten uitvoeren: onvoldoende waarborgen inzake rechtszekerheid, gelijke behandeling en gelijkwaardigheid met de internationale norm ISQM 1, een onvoldoende afgebakend toepassingsgebied en een gebrek aan concrete omkadering.3
Op vraag van de HREB werd deel 1 onverwijld ingevoerd: het ITAA liet het in werking treden op 3 september 2025. De besprekingen over deel 2 liepen in 2026 verder. Concreet is elk kantoor dat lid is van het ITAA dus al gebonden door de algemene kwaliteitsvereisten, terwijl de kantoren die assurance-opdrachten uitvoeren de evolutie van deel 2 van nabij moeten volgen.
Het verslag vermeldt ook het ontwerp van norm inzake de ‘begeleiding’ van niet-stagiairs bij de uitvoering van assurance-opdrachten en aanverwante opdrachten, ingediend in september 2025. Begin 2026 verleende de HREB een globaal gunstig advies, met opmerkingen over de titel van het ontwerp, de verduidelijking van bepaalde begrippen, de rechtszekerheid over de informatie die kan worden opgevraagd en het verband met de kwaliteitstoetsing. Een aangepaste versie werd verwacht.
► In het kort✓ De algemene kwaliteitsvereisten (deel 1) gelden voor alle ITAA-kantoren sinds 3 september 2025. ✓ Deel 2, gericht op assurance-opdrachten en aanverwante opdrachten, was in 2026 nog in bespreking. ✓ Het ontwerp van norm ‘begeleiding’ kreeg een globaal gunstig advies, onder voorbehoud van aanpassingen. |
Het dossier van de samenstellingsopdrachten illustreert de grondigheid, soms de strengheid, van de procedure. De HREB had op 3 februari 2025 eerst een gunstig advies verleend ‘voor zover’ zijn opmerkingen werden verwerkt. Op 2 juni 2025 preciseerde een aanvullend advies dat dit geen gunstig advies vormde zolang de gevraagde aanpassingen niet waren overgemaakt. Op 3 oktober 2025, na een nieuwe aanpassing van het ontwerp, verleende de HREB uiteindelijk een negatief advies, omdat zijn fundamentele opmerkingen niet alle in aanmerking waren genomen.4
De bezorgdheden betroffen met name de opdrachtbrief, de communicatie aan derden, het kwaliteitsbeheersingssysteem en de duidelijkheid van de uitgebrachte verslagen. In het verlengde daarvan beschouwde de HREB de aanbeveling inzake een model van opdrachtbrief met minimale inhoud, opgesteld met toepassing van de norm ISRS 4410, als een bijlage bij het ontwerp van norm; de adviesaanvraag werd dan ook ingetrokken.
Dezelfde logica geldt voor het ontwerp tot opheffing van de algemene norm inzake de controle en de uitvoering van de wettelijk aan de gecertificeerde accountant voorbehouden opdrachten: het voorwaardelijk gunstig advies van 19 februari 2025 werd gevolgd door een aanvullend advies van 2 juni 2025 dat preciseerde dat het geen gunstig advies vormde zolang de aanpassingen niet waren overgemaakt. Het dossier, verbonden met het ontwerp ‘begeleiding’, liep in 2026 verder.
“De aantrekkelijkheid van het beroep mag nooit worden opgebouwd ten koste van de deskundigheid en de beroepsbekwaamheid.” — HREB, jaarverslag 2025 (vrije vertaling) |
► In het kort✓ Het ontwerp van ITAA-norm inzake samenstellingsopdrachten kreeg op 3 oktober 2025 een negatief advies van de HREB. ✓ De opdrachtbrief, de communicatie aan derden en de duidelijkheid van de verslagen staan centraal in de bedenkingen. ✓ De opheffing van de algemene controlenorm voor de voorbehouden opdrachten was op de datum van het verslag niet afgerond. |
De omzetting van de CSRD-richtlijn door de wet van 2 december 20245 heeft het landschap grondig gewijzigd. Het Europese Omnibuspakket en de zogenaamde ‘stop-the-clock’-richtlijn, omgezet door de wet van 12 december 20256, hebben evenwel verschillende verplichtingen uitgesteld. Momenteel blijven enkel de organisaties van openbaar belang met meer dan 500 werknemers onderworpen aan het oorspronkelijke tijdpad, met een rapportering over de boekjaren 2025 en 2026. Voor de andere grote ondernemingen wordt de verplichting uitgesteld tot het boekjaar 2027; beursgenoteerde kmo’s genieten uitstel tot het boekjaar 2028.
Normatief werd de IBR-norm inzake assurance-opdrachten met betrekking tot duurzaamheidsinformatie goedgekeurd door de HREB en vervolgens door de minister (advies van 9 december 2025, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 december 2025).7 De HREB wijst niettemin op onvolkomenheden in de Belgische regelgeving, met name wat het tijdstip betreft waarop de duurzaamheidsinformatie aan de ondernemingsraad ter beschikking wordt gesteld. Het koninklijk besluit inzake de inschrijving van de bedrijfsrevisoren en de auditors van derde landen voor deze opdrachten werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 april 2026. In hetzelfde register van de digitale informatie werd de ESEF-norm goedgekeurd bij ministerieel advies van 13 oktober 2025, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 oktober 2025.8
► In het kort✓ CSRD: enkel de OOB’s met meer dan 500 werknemers blijven op het oorspronkelijke tijdpad (boekjaren 2025 en 2026). ✓ Uitstel tot het boekjaar 2027 voor de andere grote ondernemingen en tot het boekjaar 2028 voor beursgenoteerde kmo’s. ✓ De assurance-opdracht inzake duurzaamheid wordt aan revisorale zijde omkaderd door een norm bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 december 2025. |
De werf van de toegang tot het beroep van bedrijfsrevisor betreft in de eerste plaats het IBR, maar de lessen gelden voor alle economische beroepen. Tot de onderzochte pistes behoren de hergroepering van de theoretische examens, de herschikking van de vakken in ruimere eenheden, de afschaffing van de examens van de praktische stage mits een verplicht opleidingsprogramma, de responsabilisering van de stagemeester en de versterking van de begeleiding van de stagiairs. De HREB stond open voor modernisering, op voorwaarde dat het globale niveau van vereisten behouden blijft.
Het verslag behandelt ook meer menselijke thema’s: werkdruk, welzijn en mentale gezondheid van de stagiairs, retentie, de rol van de stagemeesters en de eventuele oprichting van een ombudsfunctie. De HREB herinnert eraan dat een aantrekkelijk beroep niet alleen afhangt van zijn reglementair kader, maar ook van optimale arbeidsomstandigheden. Een boodschap die onze Franstalige kantoren, in Brussel en in Wallonië, die met de schaarste aan talent worden geconfronteerd, zonder moeite zullen begrijpen.
► In het kort✓ De HREB steunt de modernisering van de toegang tot het beroep van bedrijfsrevisor, zonder verlaging van het niveau van vereisten. ✓ Welzijn, retentie en begeleiding van de stagiairs maken voortaan deel uit van de normatieve reflectie. |
Norm | Status | Wat dit inhoudt |
IBR-ITAA ‘effecten’ | Van kracht op 23 oktober 2026 | De modellen van WVV-verslag en de opdrachtbrief herzien |
IBR-ITAA ‘ontbinding en vereffening’ | Van kracht op 23 oktober 2026 | De vereffeningsdossiers aanpassen, ook deficitaire |
IBR-ITAA ‘KMO’, ‘fusies en splitsingen’, ‘omzetting’ | Goedgekeurd door de HREB op 2 juni 2026, wachtend op de minister | De bekendmaking in het Belgisch Staatsblad opvolgen (inwerkingtreding een maand later) |
ITAA ‘interne kwaliteitsbeheersing’ | Deel 1 van kracht sinds 3 september 2025; deel 2 in bespreking | Het kwaliteitssysteem van het kantoor documenteren |
ITAA ‘samenstellingsopdrachten’ | Negatief advies van 3 oktober 2025 | De door het ITAA aangekondigde aanpassingen opvolgen |
IBR ‘assurance duurzaamheid’ | Bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 december 2025 | Betrokken cliënten informeren over het uitgestelde CSRD-tijdpad |
Voor de gecertificeerde accountant die wettelijke WVV-opdrachten uitvoert. De normen ‘effecten’ en ‘ontbinding en vereffening’ zijn van toepassing vanaf 23 oktober 2026. Dit is het moment om hun definitieve tekst te herlezen, de modellen van verslag en opdrachtbrief bij te werken en de modaliteiten van opvolging te voorzien wanneer een dossier door een bedrijfsrevisor werd gevolgd. Voor de opdrachten die rond die datum lopen, is het raadzaam in de tekst van elke norm na te gaan welke opdrachten ze precies beoogt.
Voor de leiding van het kantoor. Deel 1 van de norm inzake interne kwaliteitsbeheersing is al van toepassing. Een gedocumenteerd kwaliteitssysteem, in verhouding tot de omvang van het kantoor, is geen optie meer; kantoren die assurance-opdrachten of aanverwante opdrachten uitvoeren, hebben er belang bij te anticiperen op de vereisten van deel 2, waarvan de afstemming op ISQM 1 de kern van het debat vormt.
Voor de samenstellingsopdrachten. Het negatief advies van de HREB creëert geen nieuwe verplichting, maar tekent de verwachtingen uit: een nauwkeurige opdrachtbrief, een beheerste communicatie naar derden en duidelijke verslagen. Die goede praktijken kunnen vandaag al worden toegepast, zonder op de aangepaste versie van de norm te wachten.
Voor het advies aan cliënten. Het ‘stop-the-clock’-uitstel biedt de meeste grote ondernemingen en de beursgenoteerde kmo’s ademruimte. De accountant kan die termijn benutten om zijn betrokken cliënten voor te bereiden, in het besef dat het Europese kader verder evolueert.
Het jaarverslag 2025 van de HREB leest zo als een routekaart. Achter de institutionele woordenschat bevestigt het een vereiste die alle instituten delen: normen die misschien trager tot stand komen, maar steviger zijn op het ogenblik van hun toepassing.
“[…] door nooit de kwaliteit, de samenhang en de rechtszekerheid van de beroepsnormen op te offeren op het altaar van de snelheid.” — Emmanuel Pieters, voorzitter van de HREB, voorwoord bij het jaarverslag 2025 (vrije vertaling) |
¹ Hoge Raad voor de Economische Beroepen, Jaarverslag 2025 (ref. 246-26), v.u. E. Pieters; beschikbaar op cspe-hreb.be.
² Goedkeuringsadviezen van de minister van Economie van 14 september 2026 betreffende de gemeenschappelijke norm IBR-ITAA ‘effecten’ en de gemeenschappelijke norm IBR-ITAA ‘ontbinding en vereffening’, B.S. 23 september 2026; data van goedkeuring en inwerkingtreding zoals gepubliceerd op de website van het IBR (ibr-ire.be).
³ Advies van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen van 2 juni 2025 over een voorstel van ITAA-norm inzake interne kwaliteitsbeheersing (gunstig advies over deel I).
⁴ Adviezen van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen van 3 februari 2025, 2 juni 2025 (aanvullend) en 3 oktober 2025 over het ontwerp van ITAA-norm inzake samenstellingsopdrachten.
⁵ Wet van 2 december 2024 betreffende de publicatie van duurzaamheidsinformatie door bepaalde vennootschappen en groepen en de assurance van duurzaamheidsinformatie en houdende diverse bepalingen (omzetting van de CSRD-richtlijn).
⁶ Wet van 12 december 2025 tot wijziging van artikel 116 van de wet van 2 december 2024, B.S. 23 december 2025, tot omzetting van richtlijn (EU) 2025/794 van 14 april 2025 (de zogenaamde ‘stop-the-clock’-richtlijn).
⁷ Advies van de minister van Economie van 9 december 2025 tot goedkeuring van de specifieke norm inzake assurance-opdrachten met betrekking tot (geconsolideerde) duurzaamheidsinformatie die bij wet aan de bedrijfsrevisor zijn toevertrouwd, B.S. 19 december 2025.
⁸ Advies van de minister van Economie van 13 oktober 2025 tot goedkeuring van de norm inzake de controle op de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europese uniforme elektronische formaat (ESEF), B.S. 20 oktober 2025.