
De fiscus kan in het kader van een controle inzake inkomstenbelasting of btw vragen om toegang te verkrijgen tot de beroepslokalen of de privéwoning van een belastingplichtige (de zogenaamde fiscale visitatiemogelijkheid).[1]
Die bepalingen leggen een medewerkingsplicht op aan de belastingplichtige, maar geven de fiscus geen recht om zich met dwang toegang te verschaffen tot bedrijfslokalen of de privéwoning. Alvorens de fiscus een visitatie kan starten, dient zij te beschikken over de toestemming van de belastingplichtige.[2]
Wij verdedigen al jaren dat toestemming van de belastingplichtige noodzakelijk is en bovendien blijvend moet aanwezig zijn; wanneer de toestemming wordt ingetrokken, moet de visitatie worden stopgezet. De Administratie draagt hieromtrent overigens de bewijslast.[3] Het voorgaande werd recent – terecht – bevestigd door de minister van Financiën.[4]
Er zijn immers diverse redenen denkbaar op basis waarvan een belastingplichtige – ondanks zijn medewerkingsverplichting – een visitatie weigert (o.a. verstrijken van onderzoekstermijnen, de disproportionaliteit van het onderzoek, machtsafwending, enz.). Indien de belastingplichtige zich verzet tegen een onderzoek, doet hij dat best gemotiveerd en onder verwijzing naar de overtredingen die de fiscus begaat (bij voorkeur met vermelding in het proces-verbaal dat de fiscus opmaakt).
Indien de belastingplichtige ten onrechte de toegang tot beroepslokalen of zijn woning weigert, riskeert hij administratieve sancties en kan de Administratie trachten om via gerechtelijke weg een dwangsom te bekomen. Recent stelde de minister van Financiën[5] dat de Administratie – mocht de belastingplichtige de toegang weigeren – er ook voor kan opteren om een overleg op te starten met het Openbaar Ministerie (una via-overleg). In het kader van dergelijk overleg wordt bepaald wie een onderzoek verder zal voeren; de Administratie dan wel het parket (strafrechtelijk onderzoek). In het kader van het una via-overleg kan ook besloten worden om een MOTEM (t.w. een multidisciplinair onderzoeksteam)[6] samen te stellen.
Voorgaande mogelijke represailles wijzigen niets aan het feit dat de belastingplichtige het recht heeft om een visitatie te weigeren en dat de Administratie vervolgens het onderzoek ter plaatse onmiddellijk moet staken.
In de praktijk worden belastingplichtigen – bij verrassing – vaak geconfronteerd met controles waarbij de ambtenaren zich (bewust of onbewust) niet altijd aan de krijtlijnen van de wet houden. Zoals bijvoorbeeld.:
(i) standaard bij een controle verzoeken om de kopiename van alle digitale data, ondanks dat hiervoor geen wettelijke basis bestaat;[7]
(ii) foutief in een proces-verbaal opnemen dat de belastingplichtige rechtsgeldig was vertegenwoordigd en doen uitschijnen dat er toestemming voor een onderzoekshandeling werd verleend;[8]
(iii) de (op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereisten m.b.t. de uitbreiding van de) onderzoekstermijn bij aanwijzingen van fraude omzeilen door te ensceneren dat het onderzoek een btw-onderzoek betreft;[9]
(iv) telefonisch de toestemming vragen voor een boekenonderzoek, om vervolgens een fiscale visitatie uit te voeren;[10]
(v) de bedrijfsgebouwen van een belastingplichtige zonder toestemming binnendringen via een zij-ingang;[11]
(vi) tijdens een controle verklaren de ambtenaren dat ze louter voor hun veiligheid bodycams dragen, terwijl de beelden later worden gebruikt in het kader van een tv-uitzending (!);[12] enz.
Voorts zijn er in de praktijk meerdere gevallen bekend waarbij de Administratie ondanks het verzet van de belastingplichtige de visitatie toch verderzet (!). Bewijsmiddelen die de fiscus vervolgens –illegaal – verzamelt kunnen volgens sommige rechtspraak toch gebruikt worden om een belastingplichtige te taxeren (daarbij dient onrechtmatig verkregen bewijs getoetst te worden aan de Antigoon-criteria).
Tijdens een controle dient een belastingplichtige – vaak zonder enige voorkennis van de fiscale procedurewetgeving – on the spot beslissingen te maken die bepalend zijn voor het verdere verloop van de procedure. Als belastingplichtige moet men zijn rechten kennen om überhaupt een geïnformeerde toestemming te kunnen verlenen, zeker indien uit de rechtspraak blijkt dat ambtenaren onwettige onderzoeksdaden durven stellen.
Op basis van onze ervaring begeleiden wij dagdagelijks belastingplichtigen die geconfronteerd worden met een fiscaal onderzoek, dat eventueel kan leiden tot een strafrechtelijk onderzoek.
Indien u advies wenst over uw rechten, kunt u steeds contact opnemen met ons gespecialiseerd procedureteam of onze praktische leidraad bij fiscale visitatie consulteren. De ervaring leert overigens dat een preventieve analyse van uw situatie zorgt voor de nodige weerbaarheid tegen disproportionele/onwettige controles.
[1] Deze visitatiemogelijkheid vindt zijn wettelijke grondslag onder meer in artikel 319 WIB92 en artikel 63 WBTW.
[2] Cass. 16 juni 2023, F.21.0181.N, F.21.0187.N, www.monKEY.be; Cass. 6 oktober 2023, F.22.0082.F, www.monKEY.be ).
[3] Cass. 23 april 2026, www.monKEY.be).
[4] Vr. en Antw. Kamer 2026, 26 maart 2026, nr. 1090, 299.
[5] Vr. en Antw. Kamer 2026, 26 maart 2026, nr. 1090, 299.
[6] https://www.tiberghien.com/nl/3653/fiscus-kan-vanaf-nu-parket-vergezellen-motem-s.
[7] Gent 15 maart 2022, TFR 2022, afl. 624, 603.
[8] Brussel 11 september 2024, www.monKEY.be.
[9] Brussel 26 maart 2025, Fiscoloog 2025, 1878, 6.
[10] Cass. 3 oktober 2024, www.monKEY.be.
[11] Gent 4 februari 2025, www.monKEY.be.
[12] Gent 25 februari 2020, www.monKEY.be.