
Belgische rijksinwoners betalen bovenop hun personenbelasting een aanvullende gemeentebelasting. Het tarief hiervan wordt autonoom door elke gemeente bepaald en schommelt tussen de 0% en 9%, met een gemiddelde van ongeveer 7%.
Natuurlijke personen die geen rijksinwoner (meer) zijn van België kunnen voor bepaalde inkomsten afkomstig uit België onderworpen worden aan de BNI. Aangezien hun fiscaal domicilie niet in België is gelegen, vallen zij vanzelfsprekend niet onder de heffingsbevoegdheid van een specifieke Belgische gemeente, waardoor zij geen aanvullende gemeentebelasting verschuldigd kunnen zijn. Teneinde een evenwichtige verdeling van de belastingdruk tussen Belgische rijksinwoners en niet-inwoners te garanderen, worden niet-inwoners echter onderworpen aan een analoge heffing, met name een aanvullende belasting (federale opcentiemen) tegen een uniform nationaal tarief van 7%. In tegenstelling tot de aanvullende gemeentebelasting, varieert het tarief van de aanvullende belasting in de BNI aldus niet.
De zaak die tot dit arrest leidde, werd aangespannen door een echtpaar dat fiscaal inwoner was van Frankrijk en zowel beroepsinkomsten van Belgische oorsprong, als inkomsten uit Belgisch vastgoed ontving. Zij werden bijgevolg onderworpen aan de BNI, verhoogd met 7% aan federale opcentiemen. De zaak kwam uiteindelijk bij het hof van beroep te Luik terecht dat het Hof van Justitie via een prejudiciële vraag verzocht om uitsluitsel te geven over de verenigbaarheid van deze regeling met het Unierecht.
Het Hof van Justitie stelde het echtpaar in het gelijk. De kern van de redenering kan als volgt worden samengevat:
De Belgische fiscale administratie zal deze belasting logischerwijze niet spontaan terugbetalen. U zal zelf actie moeten ondernemen om de onverschuldigde aanvullende belasting van 7% terug te vorderen.
Hiervoor bestaan twee mogelijkheden:
Het terugvorderen van uw aanvullende belasting in de BNI vereist een nauwkeurige analyse van uw fiscale situatie en een correcte juridische motivering richting de fiscale administratie. We wijzen er in dit verband op dat het officiële standpunt van de fiscus naar aanleiding van dit arrest nog niet bekend is. Het is bovendien nog wachten op het definitief arrest van de verwijzende rechter die moet bepalen of de zaak binnen de werkingssfeer van het vrij verkeer van werknemers valt, dan wel moet beoordeeld worden in het licht van de vrijheid van vestiging of het vrij verkeer van kapitaal. Het valt in ieder geval niet uit te sluiten dat de fiscus dergelijke terugvorderingen (voorlopig althans) zal betwisten.
Wacht niet te lang, want de termijnen voor terugvordering lopen niet oneindig. Mocht u hierover vragen hebben, aarzel dan niet om ons te contacteren.