
Aan de vooravond van de begrotingsbesprekingen publiceerde Vooruit een rapport over de fiscale impact van "managementvennootschappen". De bedoeling van Vooruit is uiteraard om dit mee te nemen naar de begrotingsbesprekingen. Vooruit staat hiermee niet alleen. Ook CD&V liet reeds verstaan naar de managementvennootschappen te willen kijken voor de begroting. Het rapport van Vooruit zorgde uiteraard voor felle en vaak dramatische tegenreacties in ondernemend Vlaanderen, waardoor het debat bij voorbaat al gedoemd is om te mislukken. En dat is jammer, want hiermee komen we ook niet tot een debat over de kern van het probleem: de belastingdruk op arbeid.
Aan de vooravond van de begrotingsbesprekingen kwam Vooruit met een rapport over de fiscale impact van "managementvennootschappen". Het rapport heeft heel wat stof doen opwaaien, niet in het minst omdat Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke in zijn pleidooi op het openingscollege van Professor De Vos aan de UGent fel van leer trok tegen de managementvennootschappen. De Minister gebruikte hierbij een vrij culpabiliserend narratief en sprak van schijnzelfstandigheid en misbruiken. Dit leidde dan op zijn beurt tot even felle tegenreacties uit de ondernemerswereld, waarbij de Minister economische wereldvreemdheid en fanatisme werd verweten. Het gevolg is dat het debat bij voorbaat al sterk gepolariseerd wordt en ontaardt in de klassieke links rechts loopgravenoorlog.
Waar loopt het dan fout in dit debat?
Wel om te beginnen is er al geen eensgezindheid over de inhoud van het begrip "managementvennootschappen". Sommigen verstaan hieronder enkel de vennootschappen van bedrijfsleiders (managers), anderen breiden dit begrip uit tot alle eenpersoonsvennootschappen, zowel van bedrijfsleiders, maar evengoed van vrije beroepers en van zelfstandige ondernemers.
Ook de vergelijking tussen verschillende categorieën is niet evident. Het vergelijken van de belastingdruk tussen werknemers en zelfstandigen bijvoorbeeld kan enkel op de fiscale druk (belastingen) en niet op de parafiscale druk (sociale bijdragen), omdat het sociaal statuut tussen beide nu eenmaal verschillend is.
Tot slot worden de argumenten vrij extreem verdedigd.
Kan men globaal stellen dat eenpersoonsvennootschappen misbruik uitmaken en als schijnzelfstandigheid kunnen worden beschouwd? Dat lijkt mij nogal kort door de bocht. Men kan immers moeilijk spreken van misbruik wanneer het gaat om zaken die wettelijk toegelaten zijn. Op dat vlak is het discours van Minister Vandenbroucke niet vrij constructief en zelfs stigmatiserend te noemen.
Maar in de ondernemerswereld is men in hetzelfde bedje ziek. Vanuit die hoek probeert men zelfs te ontkennen dat eenpersoonsvennootschappen prioritair een fiscale doelstelling hebben. Dat is uiteraard nonsens. Wie niet wil erkennen dat de combinatie van vennootschapsbelasting en dividendbelasting tot een lagere belastingdruk leidt dan de belastingdruk op arbeid voert geen eerlijk debat. Dat geldt ook voor wie ontkent dat eenpersoonsvennootschappen ook wel worden gebruikt om bepaalde privékosten te financieren, vaak tot in het absurde toe. Ook dat is realiteit en ook wie dit ontkent voert geen eerlijk debat.
Het debat op die manier voeren heeft geen zin, maar hoe moet het dan wel?
Wel het zou goed zijn voor het debat om te beseffen dat eenpersoonsvennootschappen niet meer zijn dan een symptoom, net zoals bijvoorbeeld ook salariswagens en cafetariaplannen symptomen zijn. Het zijn symptomen van eenzelfde dieper liggende oorzaak, met name de te hoge belastingdruk op arbeid (en uiteraard de hiermee gepaard gaande loonkost). Dat is de kern van het probleem. Eenpersoonsvennootschappen zijn net zoals salariswagens en cafetariaplannen ontwijkingmechanismen om te ontsnappen aan de te hoge belastingdruk op arbeid, net zoals ook fiscale fraude dat is. Het resultaat van deze mechanismen is dat zij leiden tot een ongelijke verdeling van de (te hoge) belastingdruk, met alle maatschappelijke frustraties van dien. De oorzaak van het probleem, en niet de symptomen van het probleem, dat zou de kern van het debat moeten zijn.
Het debat over de te hoge belastingdruk op arbeid is immers vanuit verschillende invalshoeken van belang. Vooreerst is er de verhoopte tewerkstellingsgraad van 80% die onze welvaartsstaat nodig heeft om te overleven op budgettair vlak. De te hoge belastingdruk vormt hierin een belemmerde factor.
Het debat is ook noodzakelijk om een antwoord te bieden op de toenemende vergrijzing.
Statbel, het statistisch bureau van de overheid, heeft vorig jaar statistieken gedeeld over de demografische evolutie. In 2023 hadden 3,7 personen in de beroeps-actieve leeftijdscategorie (18 – 67 jaar) voor elke 67 plusser. In 2040 - en dat is bij wijze van spreken overmorgen - is de verhouding 1 op 2,8 en in 2070 één op 2,4. Er zijn dus steeds minder werkenden voor het toenemend aantal gepensioneerden. Ook om deze reden is het optrekken van de tewerkstellingsgraad van cruciaal belang.
En tot slot is er natuurlijk ook nog de impact van artificiële intelligentie op de arbeidsmarkt.
Dat is meer dan een louter aandachtspunt. Niet voor niets pleit Microsoft topman Bill Gates al geruime tijd voor aandacht voor dit probleem en voor de fiscale gevolgen die hiermee gepaard gaan. Ook vanuit deze invalshoek is tewerkstelling een focuspunt.
Dus in plaats van te discussiëren over de onethische fiscale voordelen van managementvennootschappen en salariswagens moeten we in eerste instantie een oplossing bieden voor de te hoge belastingdruk op arbeid. Onmogelijk is dat niet. Uit het jaarlijkse OESO rapport Taxing Wages blijkt dat de belastingdruk op arbeid voor een alleenstaande zonder kinderen in België met 52,5% het allerhoogst was. In Nederland, een land dat toch niet zo heel sterk verschilt van België, bedraagt de belastingdruk 35,9%.
Het substantieel reduceren van de belastingdruk op arbeid zou de primordiale focus van de regering moeten zijn. Dit zal sowieso de aantrekkelijkheid van de klassieke ontwijkingsmechanismen doen dalen, maar ook de tewerkstellingsgraad doen toenemen.
Keerzijde van de medaille is dan wel dat dit een hertekening van onze globale fiscale architectuur vereist. Het verlagen van de belastingdruk op arbeid zal immers onmiskenbaar moeten gepaard gaan met een tax shift, maar ook dat is niet onoverkomelijk.
Aan de politiek en de socio-economische drukkingsgroepen, kan ik dan ook alleen maar zeggen: choose your battles wisely...