In België bedraagt de inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) 4,4% in februari, net als in januari en december.
Eurostat zal op 19 maart de geharmoniseerde consumptieprijsindex van de EU-landen voor februari publiceren.
De inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP)[1] bedroeg 4,4% in februari, net zoals in januari en december. De inflatie volgens de geharmoniseerde consumptieprijsindex met constante belastingvoet (HICP-CT)[2] bedroeg 3,6% in februari tegenover 3,5% januari en 3,6% in december. Het inflatieverschil tussen de HICP en de HICP-CT is grotendeels te wijten aan de accijnswijzigingen op tabak. Met deze wijzigingen van de belastingen wordt geen rekening gehouden in de HICP-CT.
De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 3,7% in februari tegenover 2,5% in januari en 3,5% in december. De inflatie zonder energieproducten stijgt tot 3,6% in februari tegenover 2,5% in januari.
De inflatie voor voeding en alcoholvrije dranken bedroeg deze maand 2,4%, net als vorige maand. De inflatie van olie bedraagt deze maand 7,8% tegenover 7,6% in januari. Voor zuivelproducten steeg de inflatie tot 2,9% tegenover 2,4% vorige maand. Vis heeft deze maand een inflatie van 2,2% tegenover 2,7% in januari. De inflatie van brood en granen bedroeg 2,2% in februari, een stijging ten opzichte van de 2,0% die opgetekend werd in januari. De inflatie van vlees stabiliseerde zich op 2,1% deze maand, net als in januari.
De bijdrage van energie tot de inflatie was negatief van januari 2023 tot februari 2024. Deze inflatie bedraagt nu 1,2%, een daling ten opzichte van vorige maand (2,2%). Voeding levert een bijdrage van 0,4%.
Elektriciteit is nu 19,5% duurder dan een jaar geleden. Aardgas vertoont een inflatie van 37,1% ten opzichte van februari vorig jaar. De prijs van huisbrandolie is met 9,9% gedaald ten opzichte van vorig jaar.
De opsplitsing in 12 hoofdgroepen toont aan dat de hoogste inflatie in februari gemeten werd voor “alcoholische dranken en tabak” (17,9%). De laagste inflatie werd gemeten voor de groep “communicatie” (-0,9%). De groep “Huisvesting, water en energie” is de hoofdgroep die in februari de grootste positieve impact had op de inflatie met 1,2 procentpunt. De groepen “voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken” en “vervoer”oefenden beide de grootste negatieve impact uit met --0,4 procentpunt.
Productgroep | Gewicht (‰) | Inflatie op jaarbasis (%) | Impact op inflatie (%-punt) | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
HICP | HICP-CT | ||||||||
dec/24 | jan/25 | feb/25 | feb/25 | dec/24 | jan/25 | feb/25 | |||
0 | Totaal bestedingen | 1.000,0 | 4,4 | 4,4 | 4,4 | 3,6 | |||
1 | Voeding en alcoholvrije dranken | 146,2 | 1,7 | 2,4 | 2,4 | 2,4 | -0,5 | -0,4 | -0,4 |
2 | Alcoholhoudende dranken en tabak | 55,6 | 19,0 | 18,9 | 17,9 | 1,1 | 0,8 | 0,8 | 0,7 |
3 | Kleding en schoeisel | 63,6 | 3,4 | -15,3 | 0,5 | 0,5 | -0,1 | -1,3 | -0,3 |
4 | Huisvesting, water en energie | 165,4 | 11,3 | 15,8 | 10,2 | 10,2 | 1,4 | 2,2 | 1,2 |
5 | Stoffering en huishoudelijke apparaten | 60,3 | -0,2 | 1,9 | 2,0 | 2,0 | -0,4 | -0,2 | -0,2 |
6 | Gezondheid | 94,8 | 2,0 | 2,5 | 2,6 | 2,6 | -0,2 | -0,1 | -0,2 |
7 | Vervoer | 109,6 | 1,1 | 1,9 | 1,2 | 1,1 | -0,4 | -0,3 | -0,4 |
8 | Communicatie | 30,6 | 2,1 | -1,4 | -0,9 | -0,9 | -0,1 | -0,2 | -0,2 |
9 | Recreatie en cultuur | 92,8 | 1,5 | 2,1 | 3,0 | 3,0 | -0,3 | -0,2 | -0,1 |
10 | Onderwijs | 4,9 | 1,6 | 1,6 | 1,6 | 1,6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
11 | Hotels, cafés en restaurants | 88,7 | 4,3 | 5,1 | 4,8 | 4,8 | 0,0 | 0,1 | 0,0 |
12 | Diverse goederen en diensten | 87,4 | 3,3 | 3,6 | 3,6 | 3,6 | -0,1 | -0,1 | -0,1 |
De globale HICP kan opgesplitst worden in vijf specifieke aggregaten, die samen de totale bestedingen vormen.
De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt 3,7% in februari. Dat is een stijging ten opzichte van de 2,5% die in januari werd opgetekend. De gemiddelde kerninflatie van de laatste 12 maanden is gelijk aan 3,5%. Ten opzichte van vorige maand stegen de prijzen van dit subaggregaat met gemiddeld 2,7%.
Specifieke aggregaten | Gewicht (‰) | Inflatie op jaarbasis (%) | 12 maandelijks gemiddelde (%) | Maandelijkse wijziging | ||
---|---|---|---|---|---|---|
dec/24 | jan/25 | feb/25 | feb/25 | feb/25 | ||
Totaal bestedingen | 1.000,0 | 4,4 | 4,4 | 4,4 | 4,6 | 2,4 |
Energiedragers | 94,3 | 13,7 | 22,8 | 12,1 | 15,7 | 1,4 |
Bewerkte levensmiddelen | 164,0 | 6,9 | 7,5 | 7,2 | 5,9 | -0,1 |
Niet-bewerkte levensmiddelen | 37,8 | 1,5 | 1,7 | 1,6 | 1,9 | 0,4 |
Niet-energetische industriële goederen | 260,8 | 0,8 | -3,3 | 0,7 | 0,9 | 8,1 |
Diensten | 443,1 | 3,7 | 4,1 | 4,2 | 4,2 | 0,8 |
HICP zonder energie en onbewerkte levensmiddelen (kerninflatie) | 867,8 | 3,5 | 2,5 | 3,7 | 3,5 | 2,7 |
Aardgas en tabak hebben met 0,75 procentpunt de grootste positieve impact. Elektriciteit heeft een impact van 0,51 procentpunt. Huishoudelijke diensten hebben een impact van 0,13 procentpunt. Tot slot hebben pakketreizen een impact van 0,11 procentpunt uitgeoefend.
Subindex | Gewicht (‰) | Impact op inflatie (%-punt) | |
---|---|---|---|
2025 | feb/25 | ||
04.5.2 | Aardgas | 23,4 | 0,75 |
02.2.0 | Tabak | 37,9 | 0,75 |
04.5.1 | Elektriciteit | 32,5 | 0,51 |
05.6.2 | Huishoudelijke diensten | 6,9 | 0,13 |
09.6.0 | Pakketreizen | 10,6 | 0,11 |
De negatieve impact op de inflatie was het grootst voor motorbrandstoffen, met een impact van -0,26 procentpunt. Huisbrandolie hadden een negatieve impact van -0,22 procentpunt. Kleding had een negatieve impact van -0,21 procentpunt. Telecommunicatie had een impact van -0,14 procentpunt. Meubelen hebben een negatieve impact van -0,12 procentpunt. Vlees had tot slot een negatieve impact van -0,11 procentpunt.
Subindex | Gewicht (‰) | Impact op inflatie (%-punt) | |
---|---|---|---|
2025 | feb/25 | ||
07.2.2 | Brandstoffen | 28 | -0,26 |
04.5.3 | Vloeibare brandstoffen (LPG) | 9,5 | -0,22 |
03.1.2 | Kleding | 46,7 | -0,21 |
08.3.0 | Telecommunicatie | 28 | -0,14 |
05.1.1 | Meubelen | 22 | -0,12 |
01.2.2 | Vlees | 32,6 | -0,11 |
Aangezien de definitieve HICP van onze buurlanden pas later wordt bekendgemaakt, kan er slechts een vergelijking gemaakt worden op basis van de eerste snelle inflatieraming van de HICP (HICP flash estimate) van februari. In België bedraagt de HICP 4,4% in februari en blijft daarmee stabiel ten opzichte van januari. Nederland tekende een inflatie op van 3,5% in februari, een stijging ten opzichte van de 3,0% in januari. In Frankrijk daalde de inflatie in februari tot 0,9%, ten opzichte van 1,8% in januari. De HICP van Duitsland in februari bedraagt 2,8% en bleef stabiel ten opzichte van januari.
Aangezien Eurostat de geharmoniseerde consumptieprijsindexcijfers met constante belastingvoet voor februari nog niet publiceerde, is januari de recentste maand om mee te kunnen vergelijken. De inflatie op basis van de HICP-CT bedroeg in België in januari 3,5%, ze daalde daarmee licht ten opzichte van de 3,6% in december. In Duitsland steeg deze inflatie tot 2,5% in januari ten opzichte van 2,3% in december. In Frankrijk steeg deze inflatie in januari licht tot 1,5%, ten opzichte van 1,4% in december. In Nederland daalde de inflatie tot 2,4% tegenover 3,0% in december.
[1] Naast de nationale consumptieprijsindex (CPI) berekent Statbel ook een Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (Harmonized Index of Consumer Prices, HICP). De HICP maakt een vergelijking tussen het inflatiepeil van de lidstaten van de Europese Unie mogelijk. De toegepaste bestedingsoptiek en methoden zijn daartoe zo goed mogelijk gecoördineerd en in Europese regelgeving vastgelegd. De resultaten van de CPI en de HICP zijn niet gelijk. Dat komt vooral door een andere weging en samenstelling van het pakket goederen en diensten waarop deze indices zijn gebaseerd.
Tevens wordt de HICP gebruikt door de Europese Centrale Bank voor haar monetair beleid. Verder wordt de HICP gebruikt om te bepalen in hoeverre een lidstaat voldoet aan de inflatiecriteria bepaald in het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Enkele verschilpunten tussen de HICP en de huidige CPI:
[2] De HICP-CT wordt op dezelfde wijze berekend als de gewone HICP, in deze index worden de prijzen echter berekend op basis van constante belastingtarieven. Deze index geeft dan ook de theoretisch potentiële impact weer van wijzigingen in de indirecte belastingtarieven (zoals de btw of accijnzen) op de gemeten inflatie. Het betreft hier echter een theoretische impact omdat verondersteld wordt dat de belastingwijzigingen meteen en volledig worden doorgerekend in de prijzen die door consumenten betaald worden.
[3] De inflatie op jaarbasis meet de prijswijziging tussen de huidige maand en dezelfde maand van het voorgaande jaar. Een 12-maandelijks gemiddelde vergelijkt de gemiddelde HICP van de laatste 12 maanden met het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. Een maandelijkse wijziging vergelijkt de prijsniveaus van de laatste twee maanden.
[4] De impact op de inflatie toont de wijziging van de inflatie door het opnemen van de subindex in de HICP. De impact houdt niet alleen rekening met het gewicht van de subindex, maar ook of de inflatie van de subindex hoger of lager is dan deze van het geheel aan bestedingen (globale HICP).