4.4%: het is de inflatieniveau in februari, net als in januari en december. Wat brengt de toekomst ?

In België bedraagt de inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) 4,4% in februari, net als in januari en december.

  • De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt 3,7% in februari tegenover 2,5% in januari.
  • De inflatie volgens de consumptieprijsindex (CPI) voor de maand februari bedraagt 3,55% tegenover 4,08% in januari.
  • De subindices met de grootste positieve impact op de inflatie zijn aardgas, tabak, elektriciteit, huishoudelijke diensten en pakketreizen.
  • Motorbrandstoffen, huisbrandolie, kleding, telecommunicatie, meubelen en vlees zijn daarentegen de subindices die deze maand de grootste negatieve impact op de inflatie hebben

Eurostat zal op 19 maart de geharmoniseerde consumptieprijsindex van de EU-landen voor februari publiceren.

De inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP)[1] bedroeg 4,4% in februari, net zoals in januari en december. De inflatie volgens de geharmoniseerde consumptieprijsindex met constante belastingvoet (HICP-CT)[2] bedroeg 3,6% in februari tegenover 3,5% januari en 3,6% in december. Het inflatieverschil tussen de HICP en de HICP-CT is grotendeels te wijten aan de accijnswijzigingen op tabak. Met deze wijzigingen van de belastingen wordt geen rekening gehouden in de HICP-CT.


De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 3,7% in februari tegenover 2,5% in januari en 3,5% in december. De inflatie zonder energieproducten stijgt tot 3,6% in februari tegenover 2,5% in januari.


De inflatie voor voeding en alcoholvrije dranken bedroeg deze maand 2,4%, net als vorige maand. De inflatie van olie bedraagt deze maand 7,8% tegenover 7,6% in januari. Voor zuivelproducten steeg de inflatie tot 2,9% tegenover 2,4% vorige maand. Vis heeft deze maand een inflatie van 2,2% tegenover 2,7% in januari. De inflatie van brood en granen bedroeg 2,2% in februari, een stijging ten opzichte van de 2,0% die opgetekend werd in januari. De inflatie van vlees stabiliseerde zich op 2,1% deze maand, net als in januari.


De bijdrage van energie tot de inflatie was negatief van januari 2023 tot februari 2024. Deze inflatie bedraagt nu 1,2%, een daling ten opzichte van vorige maand (2,2%). Voeding levert een bijdrage van 0,4%.


Elektriciteit is nu 19,5% duurder dan een jaar geleden. Aardgas vertoont een inflatie van 37,1% ten opzichte van februari vorig jaar. De prijs van huisbrandolie is met 9,9% gedaald ten opzichte van vorig jaar.


Inflatie en impact van de 12 hoofdgroepen op de inflatie

De opsplitsing in 12 hoofdgroepen toont aan dat de hoogste inflatie in februari gemeten werd voor “alcoholische dranken en tabak” (17,9%). De laagste inflatie werd gemeten voor de groep “communicatie” (-0,9%). De groep “Huisvesting, water en energie” is de hoofdgroep die in februari de grootste positieve impact had op de inflatie met 1,2 procentpunt. De groepen “voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken” en “vervoer”oefenden beide de grootste negatieve impact uit met --0,4 procentpunt.

Inflatie[3] en impact[4] op de inflatie voor de globale HICP en de 12 hoofdgroepen

Productgroep
Gewicht (‰)
Inflatie op jaarbasis (%)
Impact op inflatie (%-punt)
HICP
HICP-CT
dec/24
jan/25
feb/25
feb/25
dec/24
jan/25
feb/25
0
Totaal bestedingen
1.000,0
4,4
4,4
4,4
3,6



1
Voeding en alcoholvrije dranken
146,2
1,7
2,4
2,4
2,4
-0,5
-0,4
-0,4
2
Alcoholhoudende dranken en tabak
55,6
19,0
18,9
17,9
1,1
0,8
0,8
0,7
3
Kleding en schoeisel
63,6
3,4
-15,3
0,5
0,5
-0,1
-1,3
-0,3
4
Huisvesting, water en energie
165,4
11,3
15,8
10,2
10,2
1,4
2,2
1,2
5
Stoffering en huishoudelijke apparaten
60,3
-0,2
1,9
2,0
2,0
-0,4
-0,2
-0,2
6
Gezondheid
94,8
2,0
2,5
2,6
2,6
-0,2
-0,1
-0,2
7
Vervoer
109,6
1,1
1,9
1,2
1,1
-0,4
-0,3
-0,4
8
Communicatie
30,6
2,1
-1,4
-0,9
-0,9
-0,1
-0,2
-0,2
9
Recreatie en cultuur
92,8
1,5
2,1
3,0
3,0
-0,3
-0,2
-0,1
10
Onderwijs
4,9
1,6
1,6
1,6
1,6
0,0
0,0
0,0
11
Hotels, cafés en restaurants
88,7
4,3
5,1
4,8
4,8
0,0
0,1
0,0
12
Diverse goederen en diensten
87,4
3,3
3,6
3,6
3,6
-0,1
-0,1
-0,1

Inflatie volgens specifieke aggregaten

De globale HICP kan opgesplitst worden in vijf specifieke aggregaten, die samen de totale bestedingen vormen.

  • De inflatie voor energieproducten is gedaald ten opzichte van vorige maand. Ze bedraagt 12,1% in februari ten opzichte van 22,8% in januari en 13,7% in december. Ten opzichte van de voorgaande maand stegen de prijzen gemiddeld met 1,4%. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 15,7% voor de laatste twaalf maanden.
  • De inflatie voor de bewerkte levensmiddelen bedraagt 7,2% in februari ten opzichte van 7,5% in januari en 6,9% in december. In vergelijking met de voorgaande maand zijn de prijzen gemiddeld met 0,1% gedaald. De gemiddelde inflatie bedraagt 5,9% voor de laatste twaalf maanden.
  • De inflatie voor de niet-bewerkte levensmiddelen (fruit, groenten, vlees en vis) bedraagt 1,6% in februari tegenover 1,7% in januari en 1,5% in december. Ten opzichte van de voorgaande maand stegen de prijzen gemiddeld met 0,4%. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 1,9% voor de laatste twaalf maanden.
  • De inflatie voor niet-energetische industriële goederen bedraagt 0,7% in februari ten opzichte van -3,3% in januari en 0,8% in december. Ten opzichte van de voorgaande maand stegen de prijzen met gemiddeld 8,1%. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 0,9% voor de laatste twaalf maanden.
  • Voor diensten(inclusief huur) stijgt de inflatie en bedraagt ze 4,2% in februari tegenover 4,1% in januari en 3,7% in december. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 4,2% voor de laatste twaalf maanden.

De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt 3,7% in februari. Dat is een stijging ten opzichte van de 2,5% die in januari werd opgetekend. De gemiddelde kerninflatie van de laatste 12 maanden is gelijk aan 3,5%. Ten opzichte van vorige maand stegen de prijzen van dit subaggregaat met gemiddeld 2,7%.

Inflatie volgens specifieke aggregaten

Specifieke aggregaten
Gewicht (‰)
Inflatie op jaarbasis (%)
12 maandelijks gemiddelde (%)
Maandelijkse wijziging
dec/24
jan/25
feb/25
feb/25
feb/25
Totaal bestedingen
1.000,0
4,4
4,4
4,4
4,6
2,4
Energiedragers
94,3
13,7
22,8
12,1
15,7
1,4
Bewerkte levensmiddelen
164,0
6,9
7,5
7,2
5,9
-0,1
Niet-bewerkte levensmiddelen
37,8
1,5
1,7
1,6
1,9
0,4
Niet-energetische industriële goederen
260,8
0,8
-3,3
0,7
0,9
8,1
Diensten
443,1
3,7
4,1
4,2
4,2
0,8
HICP zonder energie en onbewerkte levensmiddelen (kerninflatie)
867,8
3,5
2,5
3,7
3,5
2,7

Impact van de subindices op de inflatie

Aardgas en tabak hebben met 0,75 procentpunt de grootste positieve impact. Elektriciteit heeft een impact van 0,51 procentpunt. Huishoudelijke diensten hebben een impact van 0,13 procentpunt. Tot slot hebben pakketreizen een impact van 0,11 procentpunt uitgeoefend.

Subindices met de grootste positieve impact op de inflatie

Subindex
Gewicht (‰)
Impact op inflatie (%-punt)
2025
feb/25
04.5.2
Aardgas
23,4
0,75
02.2.0
Tabak
37,9
0,75
04.5.1
Elektriciteit
32,5
0,51
05.6.2
Huishoudelijke diensten
6,9
0,13
09.6.0
Pakketreizen
10,6
0,11

De negatieve impact op de inflatie was het grootst voor motorbrandstoffen, met een impact van -0,26 procentpunt. Huisbrandolie hadden een negatieve impact van -0,22 procentpunt. Kleding had een negatieve impact van -0,21 procentpunt. Telecommunicatie had een impact van -0,14 procentpunt. Meubelen hebben een negatieve impact van -0,12 procentpunt. Vlees had tot slot een negatieve impact van -0,11 procentpunt.

Subindices met de grootste negatieve impact op de inflatie

Subindex
Gewicht (‰)
Impact op inflatie (%-punt)
2025
feb/25
07.2.2
Brandstoffen
28
-0,26
04.5.3
Vloeibare brandstoffen (LPG)
9,5
-0,22
03.1.2
Kleding
46,7
-0,21
08.3.0
Telecommunicatie
28
-0,14
05.1.1
Meubelen
22
-0,12
01.2.2
Vlees
32,6
-0,11

Vergelijking tussen België en de buurlanden

Aangezien de definitieve HICP van onze buurlanden pas later wordt bekendgemaakt, kan er slechts een vergelijking gemaakt worden op basis van de eerste snelle inflatieraming van de HICP (HICP flash estimate) van februari. In België bedraagt de HICP 4,4% in februari en blijft daarmee stabiel ten opzichte van januari. Nederland tekende een inflatie op van 3,5% in februari, een stijging ten opzichte van de 3,0% in januari. In Frankrijk daalde de inflatie in februari tot 0,9%, ten opzichte van 1,8% in januari. De HICP van Duitsland in februari bedraagt 2,8% en bleef stabiel ten opzichte van januari.


Aangezien Eurostat de geharmoniseerde consumptieprijsindexcijfers met constante belastingvoet voor februari nog niet publiceerde, is januari de recentste maand om mee te kunnen vergelijken. De inflatie op basis van de HICP-CT bedroeg in België in januari 3,5%, ze daalde daarmee licht ten opzichte van de 3,6% in december. In Duitsland steeg deze inflatie tot 2,5% in januari ten opzichte van 2,3% in december. In Frankrijk steeg deze inflatie in januari licht tot 1,5%, ten opzichte van 1,4% in december. In Nederland daalde de inflatie tot 2,4% tegenover 3,0% in december.



[1] Naast de nationale consumptieprijsindex (CPI) berekent Statbel ook een Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (Harmonized Index of Consumer Prices, HICP). De HICP maakt een vergelijking tussen het inflatiepeil van de lidstaten van de Europese Unie mogelijk. De toegepaste bestedingsoptiek en methoden zijn daartoe zo goed mogelijk gecoördineerd en in Europese regelgeving vastgelegd. De resultaten van de CPI en de HICP zijn niet gelijk. Dat komt vooral door een andere weging en samenstelling van het pakket goederen en diensten waarop deze indices zijn gebaseerd.

Tevens wordt de HICP gebruikt door de Europese Centrale Bank voor haar monetair beleid. Verder wordt de HICP gebruikt om te bepalen in hoeverre een lidstaat voldoet aan de inflatiecriteria bepaald in het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Enkele verschilpunten tussen de HICP en de huidige CPI:

  • De weging van het pakket aan goederen en diensten in de HICP is hoofdzakelijk gebaseerd op de nationale rekeningen. Op de lagere gedetailleerde niveaus wordt gebruikt gemaakt van het huishoudbudgetonderzoek. De CPI gebruikt hoofdzakelijk het huishoudbudgetonderzoek op alle niveaus.
  • De referentiepopulatie van de HICP bestaat uit private huishoudens (incl. toeristen in België) en bewoners in institutionele huishoudens (o.a. rusthuizen en instellingen). Voor de CPI is dit momenteel privé huishoudens met een referentiepersoon onder een maximale leeftijd.
  • In de HICP wordt een binnenlands bestedingsconcept gehanteerd, dit zijn bestedingen gedaan in België door de referentiepopulatie. Voor de CPI wordt een nationaal bestedingsconcept gehanteerd, dit zijn bestedingen gedaan door de referentiepopulatie ongeacht de locatie.
  • Voor de HICP wordt geen seizoenscorrectie toegepast, voor de CPI wordt dit gedaan voor buitenlandse reizen en vakantiedorpen.
  • De solden werden in de CPI geneutraliseerd, in de HICP worden deze in de maand opgenomen.
  • Voor huisbrandolie wordt de huidige prijs gebruikt in de berekening van de HICP. In de berekening van de CPI wordt een gewogen 12-maandelijks gemiddelde gehanteerd.

[2] De HICP-CT wordt op dezelfde wijze berekend als de gewone HICP, in deze index worden de prijzen echter berekend op basis van constante belastingtarieven. Deze index geeft dan ook de theoretisch potentiële impact weer van wijzigingen in de indirecte belastingtarieven (zoals de btw of accijnzen) op de gemeten inflatie. Het betreft hier echter een theoretische impact omdat verondersteld wordt dat de belastingwijzigingen meteen en volledig worden doorgerekend in de prijzen die door consumenten betaald worden.

[3] De inflatie op jaarbasis meet de prijswijziging tussen de huidige maand en dezelfde maand van het voorgaande jaar. Een 12-maandelijks gemiddelde vergelijkt de gemiddelde HICP van de laatste 12 maanden met het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. Een maandelijkse wijziging vergelijkt de prijsniveaus van de laatste twee maanden.

[4] De impact op de inflatie toont de wijziging van de inflatie door het opnemen van de subindex in de HICP. De impact houdt niet alleen rekening met het gewicht van de subindex, maar ook of de inflatie van de subindex hoger of lager is dan deze van het geheel aan bestedingen (globale HICP).


Mots clés

Articles recommandés

Waarom de staking van maandag ondoordacht en onverantwoord is ?

Indexcijfer der consumptieprijzen - Inflatievooruitzichten rond 2,9% in 2025 (update 03/2025)

De val van de dollar: een financiële nachtmerrie