Advies NAR – Openingsuren handel – Voorontwerp van wet
Temps de lecture: 5 min | 10 feb. 2026 à 06:41
De NAR heeft advies moeten uitbrengen over onder meer het wetsontwerp dat beoogt de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in de handel, het ambacht en de diensten te wijzigen.
Om te voldoen aan de in het regeerakkoord opgenomen verwachtingen, worden de volgende aanpassingen voorgesteld aan de wet van 10 november 2006:
de verplichte sluitingsdag (of wekelijkse rustdag) wordt afgeschaft;
de openingsuren van de winkels worden versoepeld, zodat ze tot 21 uur open kunnen blijven;
er wordt verduidelijkt dat de wet niet algemeen van toepassing is op diensten;
de regels die van toepassing zijn voor de zogenaamde gemengde activiteiten, waarvan er slechts sommige aan de wet onderworpen zijn, worden vastgesteld;
er wordt beter omschreven welke winkels in aanmerking komen voor een uitzondering op de sluitingstijden, in het bijzonder de krantenwinkels.
Het standpunt van de werknemers- en werkgeversorganisaties binnen de NAR verschilt. De NAR kon bijgevolg geen eenparig advies uitbrengen.
Hieronder geven we kort de standpunten weer van de werknemers- en werkgeversorganisaties.
1.Standpunt werknemersorganisaties
Het standpunt van de werknemersorganisaties kan worden opgedeeld in 6 punten:
Weinig economische voordelen:De vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties wijzen erop dat de voorgestelde wijzigingen in de regelgeving rond openingsuren in de detailhandel economisch weinig voordelen opleveren. Zij verwijzen daarbij naar het advies van de consumentenorganisaties binnen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Volgens dit advies zal de maatregel vooral leiden tot een spreiding van de omzet, zonder echte groei, terwijl de kosten voor ondernemingen net stijgen (onder meer door langere openingsuren en personeelsinzet).
Meer flexibiliteit, maar ook meer druk op werknemers:Op sociaal vlak zijn de gevolgen volgens de werknemersorganisaties aanzienlijk. De afschaffing van de verplichte wekelijkse sluitingsdag en de uitbreiding van de openingsuren tot 21 uur verhogen de flexibiliteitsdruk in de detailhandel. Werknemers zullen vaker moeten werken op onregelmatige tijdstippen, zoals ’s avonds en in het weekend. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om werkroosters te voorspellen en te plannen.
Die verminderde voorspelbaarheid vergroot het risico op vermoeidheid, ziekte en burn-out, zeker in een sector die vandaag al kampt met een hoge werkdruk en personeelstekorten. Uit cijfers blijkt dat nu al slechts iets meer dan de helft van de werknemers in de klein- en groothandel aangeeft geen problemen te ervaren op het vlak van werkbaarheid. Extra flexibiliteit dreigt deze situatie verder te verergeren.
Impact op werk-privébalans en welzijn:De verplichte wekelijkse sluitingsdag speelt voor veel werknemers een belangrijke rol in het evenwicht tussen werk en privéleven. Die vaste rustdag biedt ruimte voor gezinsleven, herstel en sociale activiteiten. Het wegvallen ervan maakt het moeilijker om bijvoorbeeld kinderopvang te organiseren en verhoogt de druk om voortdurend beschikbaar te zijn. Ook de uitbreiding van de openingsuren tot 21 uur heeft gevolgen. Avonduren, die traditioneel gereserveerd zijn voor privéleven en ontspanning, worden vaker ingenomen door werk. Dit heeft een negatieve impact op het psychosociaal welzijn van werknemers.
Europese regels rond voorspelbaar werk:Daarnaast wijzen de werknemersorganisaties erop dat onregelmatige en moeilijk voorspelbare werktijden moeilijk te verzoenen zijn met de Europese regels over transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden, meer bepaald de Europese Unie-richtlijn 2019/1152. Deze richtlijn legt onder meer een minimum aan voorspelbaarheid van werkroosters op. Als het beschermingsniveau voor werknemers wordt verlaagd, zal de wetgever volgens hen bijkomende maatregelen moeten nemen om aan deze Europese verplichtingen te blijven voldoen.
Nood aan vaste afspraken en goede tijdsregistratie:Indien ondernemingen ervoor kiezen om toch een wekelijkse sluitingsdag te behouden, achten de werknemersorganisaties het aangewezen dat die dag voldoende stabiel blijft, bijvoorbeeld gedurende een vaste periode van minstens drie maanden. Dat verhoogt de voorspelbaarheid voor werknemers.
Verder benadrukken zij dat ruimere openingsuren en het wegvallen van een vaste rustdag enkel haalbaar zijn als ondernemingen beschikken over een betrouwbaar systeem voor de registratie van dagelijkse en wekelijkse arbeidstijden. Alleen zo kunnen werkgevers correct toezien op de naleving van regels rond rusttijden, pauzes en overuren.
Bescherming van bestaande afspraken:Tot slot waarschuwen de werknemersorganisaties dat de voorgestelde hervorming bestaande sectorale en ondernemingsakkoorden over werktijden, rustdagen en compensaties onder druk zet. Een algemene verruiming van openingsuren en het schrappen van de wekelijkse sluitingsdag kunnen leiden tot onzekerheid over welke beschermingsmechanismen nog gelden.
2.Standpunt werkgeversorganisaties
Volgens de vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties is de Nationale Arbeidsraad niet bevoegd om advies te geven over het voorontwerp van wet dat de openingsuren in de handel wijzigt. Zij benadrukken dat het hier gaat om zuiver economische regelgeving, zonder impact op het arbeidsrecht.
Voor economische regelgeving is de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bevoegd, en meer bepaald de Bijzondere Raadgevende Commissie Verbruik. Deze commissie heeft zich reeds uitgesproken over het voorontwerp, en de werkgeversorganisaties blijven bij het standpunt dat zij daar hebben ingenomen.
Volgens hen verandert het voorontwerp niets aan de bestaande arbeidswetgeving. De huidige regels rond arbeidsduur, rusttijden en werkroosters blijven dus volledig van toepassing. Omdat er geen sociaalrechtelijke gevolgen zijn, achten zij de NAR niet het juiste forum om hierover advies te geven en willen zij vermijden dat hier een precedent voor de toekomst ontstaat.
Tot slot merken de werkgeversorganisaties wel op dat zij het jammer vinden dat de verruiming van de openingsuren niet gepaard gaat met een versoepeling van de arbeidswetgeving. In de praktijk zijn economische regels en arbeidsregels sterk met elkaar verbonden, en volgens hen kan de nieuwe regeling pas echt haar effect hebben als beide gelijktijdig worden aangepast.
Bron: Advies NAR nr. 2.472. Openingsuren handel – Voorontwerp van wet