
Een klassieke “definitie” van cryptomunten luidt : “Cryptomunten, ook wel cryptocurrencies genoemd, zijn digitale of virtuele valuta die gebruikmaken van cryptografie om transacties te beveiligen en nieuwe eenheden te creëren. Ze functioneren meestal op een gedecentraliseerd netwerk via blockchaintechnologie, wat betekent dat er geen centrale autoriteit (zoals een bank of overheid) nodig is om transacties te valideren.”
Juist ja.
Cryptomunten kunnen in essentie de vorm aannemen/functie uitoefenen van:
Of nog, alle cryptomunten blijken een dimensie betaalmiddel te incorporeren, doch voornamelijk ook een dimensie “belegging”, en naar mijn persoonlijke inschatting, een belegging die eerder van speculatieve aard is, vooral in geval van afwezigheid van enige reële onderliggende waarde.
Dat het aanhouden van cryptomunten leidt tot het aanhouden van een vermogenswaarde, leidt op basis van het bovenstaande geen twijfel.
Voor de (relatieve) volledigheid verdienen mijns inzien ook de zg. “effectentokens” (“security tokens”) een eervolle vermelding. Deze worden reglementair als “effecten” beschouwd in de zin van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten indien zij aan hun houders rechten verlenen die gelijkwaardig zijn aan die van aandelen, obligaties, andere vormen van effecten zonder aandelenkarakter of andere effecten (cf. art. 2, 1°, a, en 31°, c, wet van 2 augustus 2002). Wij zullen zien dat zij onder de toepassing van de nieuwe veralgemeende meerwaardebelasting vallen.
Tot slot past het even te verwijzen naar een categorie van andere “cryptoactiva” buiten de sfeer van de cryptomunten. Deze betreffen in essentie unieke cryptoactiva die niet fungibel zijn met andere cryptoactiva, met inbegrip van digitale kunstwerken en digitale verzamelobjecten, cryptoactiva die diensten of fysieke activa vertegenwoordigen die uniek en niet fungibel zijn, zoals productgaranties of onroerend goed, enz.,, die niet voor betalings- of investeringsdoeleinden aangewend kunnen worden. Deze “niet cryptomunten” worden vaak omschreven worden onder de generische benaming NFTs (Non Fungible Tokens). . Deze “niet cryptomunten” kunnen, zoals zal blijken, “financiële activa” zijn indien zij kunnen worden gebruikt op een markt voor betalings- of investeringsdoeleinden. Maar zij zijn nog steeds ook roerende vermogensbestanddelen, en al dan niet ook “roerende voorwerpen” (bespreek ik verder). Als dusdanig kunnen op deze bestanddelen gerealiseerde meerwaarden in principe belastbaar zijn ofwel als beroepsinkomen, ofwel als divers inkomen aan 33%, maar soms ook onder de nieuwe 10% meerwaardebelasting (zie verder).
Bij het voorbereiden van de fiscale analyse die volgt, heb ik even wat huiswerk gedaan. Iedereen kan vlotjes de app “crypto.com” downloaden en als je die even bekijkt, en onvoldoende oplet, heb je voor je het weet cryptomunten gekocht. En even naar rechts swipen en tweemaal klikken maakt je de trotse eigenaar van een crypto kunstwerk van € 1.350. Of nog, voor bedragen die een normaal vermogend mens als zeer redelijk en zelfs dagdagelijks beschouwt, ligt de “fungible” maar ook de “non fungible” crypto markt binnen handbereik. Het verschil bestaat er in dat je je “fungible” crypto verkoopt aan éénieder die jouw type van cryptomunt wenst te verwerven, terwijl je je “non fungible” bijzondere crypto tekening enkel kan verkopen aan iemand die specifiek jouw crypto tekening verlangt. De app creëert wel een markt voor dergelijke aankopen, beleggingen, wat verder in deze analyse van belang zal zijn.
Het valt niet uit te sluiten dat in enkele extremere situaties de meerwaarden gerealiseerd op cryptomunten belastbaar zijn als beroepsinkomsten. In onze colleges Personenbelasting doceren wij dat een beroepswerkzaamheid een continue activiteit impliceert met een zeker tijdsbeslag, met gebruik van professionele of minstens pseudo-professionele middelen, en gericht op het behalen van een daadwerkelijk professioneel inkomen van een redelijk niveau (en uitgevoerd op een wijze die redelijkerwijze tot een inkomen kan leiden).
In de crypto wereld is het zeker niet uitgesloten dat een meer dan relevant aantal “crypto nerds” zich in die mate gegooid hebben op deze crypto wereld dat opbrengsten belastbaar worden als beroepsinkomsten. Personen die actief deelnemen aan crypto-mining (het tot stand brengen van bijkomende cryptomunten), die op de markt aanwezig zijn of ageren via een eigen ontwikkeld platform, voor wie de crypto activiteit een dagelijkse bewezen pseudo-professionele activiteit is die niet wordt overspannen door een andere “normale” (weet U nog wel) beroepswerkzaamheid.
Deze personen en situaties viseer ik minder in deze Blog.
Voorafgaand is het passend een bijzonder crypto rendement, met name de “Staking rewards” (of “staking awards”) even afzonderlijk te nemen. Dit zijn beloningen die men ontvangt wanneer men aanvaard cryptomunten vast te zetten (een “stake”) om een blockchainnetwerk te ondersteunen. Het is een manier om passief inkomen te verdienen met crypto, vergelijkbaar met rente op een spaarrekening. Dit rendement is dan ook belastbaar als interest aan 30%.
Voor het overige lijkt er prima facie eigenlijk “niets nieuws onder de zon”, wat een recent artikel in HLN naar aanleiding van het 2024 Jaarverslag van de Dienst Voorafgaande Beslissingen ook mag doen uitschijnen.
Ware het niet de dat de aard van crypto activa tot onzekerheid kan leiden…
Wie handelt, ook in crypto, binnen de grenzen van het normaal beheer van het privévermogen kent (vandaag) een belastingvrij rendement. Wie die grens overschrijdt is belastbaar op speculatief divers inkomen aan het tarief van 33%.
Waar ligt de grens? Met een “I know it when I see it” komt men er maar half vanaf. En toch…
Of men al dan niet (tot op vandaag belastingvrij) handelt binnen het kader van het normaal beheer van het privévermogen is uiteraard een feitenkwestie, waarbij een divers aantal parameters of criteria gehanteerd worden. Het “voldoen” één van deze criteria, leidt op zich nooit (of uiterst zelden) tot een speculatieve meerwaarde. Voldoet men aan twee ervan, dan is het risico wel groot.
Een verwijzing naar enkele relevante criteria, die een correcte invulling geeft aan wat standaard wordt aangenomen, werd, zeer handig, opgenomen in de tekst van de Memorie van Toelichting bij de wet nieuwe meerwaardebelasting zelf.[1] Deze omvatten:
Rekening houdend met het feit dat een huisvader/moeder het privévermogen met enige kennis van zaken, enig inzicht en een redelijke dosis marktkennis mag beheren, is het mijns inziens helemaal niet zo dat een belegging via crypto activa van welke aard ook tot de realisatie van een belastbaar divers inkomen leidt. De beoordeling van het al dan niet speculatieve karakter van een handelwijze kan, mijns inziens, nog steeds worden beoordeeld op basis van de bovenstaande criteria.
Indien men terzake een ruling wenst te bekomen, dan wordt men steevast verwezen naar de thans gestandaardiseerde vragenlijst van de Dienst Voorafgaande Beslissingen:
vragenlijst_cryptomunten_2022.pdf
Ik lees daarin een bevestiging van de klassieke leer inzake verrichtingen die al dan niet kaderen in het normaal beheer van het privévermogen.
Wel, de rulingdienst gaat er van uit dat wie voor bepaalde van de gestelde verrichtingen handelt buiten het kader van het normale beheer van het privé-vermogen, dit dan doet voor het geheel van de verrichtingen. Ook voor deze verrichtingen die kaderen in een “buy-and-hold” strategie. Mij lijkt dat logisch. Wie nu eenmaal de Rubicon oversteekt (“Alea iacta est…”), doet dit voor het geheel van zijn crypto handelingen. Men kan niet zeggen: deze verrichting kadert wel in normaal beheer van privé vermogen, de andere niet….
Wat volgt is mogelijks niet helemaal oninteressant, en is eigenlijk een beetje nieuw…
Artikel 90, 1° WIB wordt algemeen beschouwd als de wettelijke basis (alvast tot 31 december 2025) van de belastingvrijstelling voor meerwaarden gerealiseerd in het kader van het normaal beheer van het privé vermogen. Maar… die bepaling is helemaal geen vrijstellingsbepaling. Het is een bepaling die zowat alles wat denkbaar is, buiten de beroepswerkzaamheid, belastbaar stelt! Tenzij men valt onder de uitzondering. En… die uitzondering betreft dus enkel verrichtingen met betrekking privé vermogen bestaande uit vastgoed (OK, daar gaat het hier niet over), portefeuillewaarden en roerende voorwerpen.
Zijn crypto activa roerende voorwerpen? Wij hebben het hier over de NFTs, de crypto kunstwerken enz…
Bij de beoordeling van de wetteksten inzake de nieuwe veralgemeende meerwaardeheffing lijkt de Raad van State hier aan te twijfelen, en die twijfel lijkt mij terecht (ook al is deze minder relevant voor de nieuwe 10% heffing, maar daarover verder meer). Ik denk dat het gezond verstand leert dat een crypto activum veel kan zijn, maar niet een “voorwerp”, want dat woord lijkt mij noodzakelijkerwijze te duiden op iets dat eerder fysiek is.
Nochtans gaat men er vandaag, mijns inziens correct, van uit dat meerwaarden op dergelijke crypto activa gerealiseerd door personen buiten de beroepswerkzaamheid vrijgesteld (kunnen) zijn. Dit kan dus enkel gebaseerd zijn op het feit dat dergelijke crypto activa kwalificeren als “portefeuillewaarden”. Welnu, iedereen die, bijvoorbeeld, de app “crypto.com” gebruikt, zal wellicht inzien dat zowat elke vorm van crypto activum kan verworven en vervreemd worden op een wijze die er in wezen een “portefeuillewaarde” van maakt.
Of nog, mijns inziens zijn alle crypto activa die op een online markt verhandelbaar zijn “portefeuillewaarden”. Dit geldt dus ook voor de NFTs. Het feit dat ze in wezen uniek zijn, en niet fungibel, is mijns inziens daarbij niet doorslaggevend. Het zijn roerende rechten, zoveel is duidelijk, die gezien de online verhandelbaarheid deel kunnen uitmaken van een beleggingsportefeuille. Deze vaststelling ligt in de lijn van de vermelding in de (ontwerp) Memorie van Toelichting bij de nieuwe 10% meerwaardebelasting die expliciet stelt: “Een NFT die op een marktplaats verhandeld kan worden, kan gebruikt worden voor betalings- of beleggingsdoeleinden.”
De cryptoactiva worden expliciet aan de meerwaardeheffing onderworpen. Reeds bij de redactie van de allereerste ontwerpteksten was dit duidelijk.
De (ontwerp- wettekst verwijst zeer algemeen naar: “… enige digitale weergave van een waarde of een recht die elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen, met gebruikmaking van distributed-ledger-technologie of vergelijkbare technologie met inbegrip van niet-verwisselbare tokens die voor betalings- of investeringsdoeleinden gebruikt kunnen worden.”
Technisch gesproken zouden tokens die kwalificeren als financiële instrumenten in de zin van de MiFID-reglementering, vallen buiten het toepassingsgebied van de Verordening 2023/1114 (art. 2, par. 4, a) waar de teksten naar verwijzen, en dus buiten de definitie van het begrip “cryptoactiva” vallen. Aangezien deze echter gelden als “effecten” vallen zij op die basis onder de toepassing van de nieuwe meerwaardebelasting.
Men bemerke ook dat de wettekst expliciet de “…niet-verwisselbare tokens die voor betalings- of investeringsdoeleinden gebruikt kunnen worden.” mee in het bad neemt. Sluit naadloos aan bij de bovenstaande bevinding dat deze NFTs als “portefeuillewaarde” kunnen gelden want zij kunnen voor investeringsdoeleinden met verhandelbaarbeid op een online markt gebruikt worden. Niet alle NFTs zijn echter financiële activa die bij meerwaarde realisatie leiden tot de toepassing van de nieuwe heffing. Men zal in concreto elke NFT en haar functie in de praktijk moeten in rekening nemen (en niet de terminologie of marketingtermen). Een NFT die op een marktplaats verhandeld kan worden, kan gebruikt worden voor betalings- of beleggingsdoeleinden. En op deze NFTs gerealiseerde meerwaarden vallen bijgevolg onder de toepassing van de nieuwe heffing.
Nuttig is de verduidelijking in de ontwerp Memorie van Toelichting bij de nieuwe heffing die stelt dat meerwaarden gerealiseerd op “bijzondere NFTs” die niet onder de 10% heffing vallen, wel bekeken moeten worden in het licht van de mogelijke taxatie van de meerwaarde aan 33% indien deze gerealiseerd worden buiten het kader van het normale beheer van het privé-vermogen. Dit bevestigt onze bovenstaat analyse (cfr “portefeuillewaarden”. De MvT heeft het hierbij: “ over “unieke cryptoactiva die niet fungibel zijn met andere cryptoactiva, met inbegrip van digitale kunstwerken en digitale verzamelobjecten, cryptoactiva die diensten of fysieke activa vertegenwoordigen die uniek en niet fungibel zijn, zoals productgaranties of onroerend goed, enz.,, die niet voor betalings- of investeringsdoeleinden aangewend kunnen worden”. Persoonlijk heb ik daarbij de bedenking dat middels “crypto.com” een aantal digitale kunstwerken wel een online vermarktbaarheid kennen, en dus mogelijks inderdaad voor investeringsdoeleinden aanwendbaar zijn, en in vele gevallen dat ook zullen zijn.
Opnieuw lijkt mij dit de logica zelve.
Indien men een cryptomunt aankoopt voor, zeg maar, 200 euro, en men kan deze daarna aanwenden om een aankoop te verrichten van iets dat 300 euro waard is, dan realiseert men een meerwaarde van 100 euro die onderworpen wordt aan de nieuwe veralgemeende meerwaardebelasting.
Immers, de wereld redeneert op basis van wettelijke betaalmiddelen in de jurisdictie waar men zich bevindt. Gebruikt men in België US Dollar om een betaling te verrichten, dan passeert men conceptueel (“l’espace d’une seconde”) via de eurowaarde van de dollar om een in euro te betalen prijs/schuld te vereffenen. Men realiseert een wisselkoerswinst of verlies op de dollar afhankelijk van een waardestijging of -daling sedert de aankoop (of andere vorm van verkrijging) van de dollar.
Hetzelfde geldt voor cryptomunten. Met andere woorden, in geval van waardestijging kan men de belastbare meerwaarde niet vermijden door in plaats van een omwisseling naar euro, de cryptomunt zelf aan te wenden ter betaling in een omgeving die dit aanvaardt. Men dient dus de meerwaarde aan te geven, aangezien de verkoper wellicht niet in het belastingheffingsproces betrokken zal zijn. Niet aangeven leidt tot een bewuste ontduiking van de heffing….
Wat crypto activa betreft geldt terzake één bijzondere regel. Voor het overige zijn de algemene regels van toepassing, met inbegrip van de uitsluiting van de “historische meerwaarden” door verwijzing naar de “foto-waarde” op 31 december 2025.
De bijzondere regel bestaat er in dat wanneer men cryptoactiva via een “airdrop” —waarbij cryptoactiva om niet verspreid worden, vaak met promotiedoeleinden—verkrijgt, de aanschaffingswaarde van de verkregen cryptoactiva gelijk is aan de waarde die dit actief heeft op het ogenblik waarop zij aan de belastingplichtige toegekend worden. Deze regel, die nochtans zeer relevant is voor de vaststelling van de belastbare basis in dit, toegegeven, zeer specifieke geval, staat enkel vermeld in de Memorie van Toelichting. Niet in de wettekst zelf.
[1] Uittreksel uit de Memorie van Toelichting: “Zo kan, in het kader van de realisatie van een meerwaarde op cryptoactiva buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid, met name verwezen worden naar het percentage van het roerende vermogen dat de belastingplichtige in cryptoactiva investeert, de beslissing van de belastingplichtige om al dan niet een beroep te doen op financiering voor de aankoop van cryptoactiva, de vaststelling dat de belastingplichtige een beroep doet op een geautomatiseerd proces of een software om cryptoactiva aan te kopen en het aantal transacties dat de belastingplichtige verricht heeft, als criteria die in overweging genomen worden bij de beoordeling van het abnormale karakter van de verrichting.”