
Mobiliteit vormt een belangrijk element in het leven van de Belgen: een respondent op twee geeft aan zich elke dag te verplaatsen. Ondanks de milieu- en klimaatuitdagingen die een meer duurzame mobiliteit stimuleren, blijft de auto, naast te voet gaan, de meest gebruikte vervoerswijze. Meer dan 7 op de 10 Belgen (72%) gebruiken de auto minstens één keer per week, en 3 op de 10 Belgen (30%) dagelijks of bijna dagelijks.
De auto wordt vooral gezien als de snelste, handigste en meest aangename verplaatsingswijze, wat zijn aanhoudende populariteit verklaart.
Bijna drie op de tien Belgen (30%) gebruiken de fiets minstens één keer per week voor hun verplaatsingen.
Er tekent zich een opvallende evolutie af in de verschillende soorten fietsen die worden gebruikt. Tussen 2022 en 2025 is het aandeel Belgische volwassenen dat een elektrische fiets gebruikt gestegen van 24% naar 28%, terwijl het aandeel gebruikers van klassieke fietsen is afgenomen.
Het openbaar vervoer, en met name de trein, wordt doorgaans als minder praktisch beschouwd dan individuele verplaatsingswijzen. Toch beschouwt men ze als veiliger dan de fiets en milieuvriendelijker dan de auto.
In 2025 heeft meer dan één op de twee Belgen minstens één keer de trein genomen, maar 39% heeft er dat jaar maar een paar keer gebruik van gemaakt. Deze verhoudingen veranderen drastisch met de leeftijd. Meer dan een vijfde (22%) van de 18- tot 24-jarigen gebruikt de trein minstens één keer per week, waarbij
studenten dit percentage omhoogtrekken. Daartegenover staat dat het gebruik ervan geleidelijk afneemt naarmate men ouder wordt: minder dan 10% van de mensen tussen 45 en 64 jaar gebruikt de trein minstens één keer per week.
Deze resultaten laten zien dat er nog potentieel is voor een modal shift: als gelegenheidsreizigers vaker de trein zouden nemen, zou dat kunnen bijdragen tot een meer duurzame mobiliteit.
De resultaten van dit rapport behelzen hoofdzakelijk de gegevens die tussen mei en november 2025 bij 2500 Belgische volwassenen werden verzameld. Er worden vergelijkingen gemaakt met de voorgaande edities, in 2022, 2023 en 2024. Meermaals per jaar worden representatieve doelgroepen van de Belgische bevolking in de leeftijd van 18 tot 79 jaar over hun verplaatsingsgewoonten (gekozen vervoerswijze, gebruiksfrequentie en redenen voor het gebruik) bevraagd.
De resultaten worden in het volledige rapport gedetailleerd beschreven (zie in bijlage)