• FR
  • NL
  • EN

Bericht aan de importeurs: bewijsvoering vs-tariefpreferenties

Sinds 1 juli 2026 kunnen goederen van Amerikaanse oorsprong in aanmerking komen voor verlaagde of afgeschafte douanerechten. Deze maatregelen, vastgelegd in Verordening (EU) 2026/1455, komen voort uit het politieke akkoord over handel en invoertarieven dat de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten (VS) op 27 juli 2025 bereikten, de zogenaamde Turnberry-deal.

Zoals meegedeeld in onze informatienota OEO - DD 022.835 van 1 juli 2026 worden de tariefpreferenties toegekend op basis van de niet-preferentiële oorsprongsregels van de Europese Unie.

Op basis van artikel 60 van het Douanewetboek van de Unie kunnen goederen van niet-preferentiële oorsprong uit de VS worden beschouwd indien deze:

  • daar geheel en al zijn verkregen, bijvoorbeeld bij oogst, ontginning en bevissing;
    of
  • daar de laatste ingrijpende bewerking of verwerking hebben ondergaan wanneer twee of meerdere landen zijn betrokken bij het productieproces.

De niet-preferentiële oorsprong van de goederen moet worden aangetoond door de importeur van de goederen. Zoals vermeld in deel 4 van de informatienota is er voor de toepassing van de VS-tariefpreferenties geen vast oorsprongsbewijs voorzien zoals bv. het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, het attest van oorsprong, of de oorsprongsverklaring. Er is evenmin een procedure voor administratieve samenwerking voorzien waarbij aan de bevoegde Amerikaanse autoriteiten kan worden gevraagd om de oorsprong te controleren.

We ondervinden ondertussen dat er vaak een certificaat van oorsprong wordt voorgelegd of een factuur met daarop een oorsprongsverklaring (“made in the USA”, “manufactured in the USA”, “originating in the USA”, ...).

Dergelijke certificaten of verklaringen worden door de douane niet aanvaard als enig bewijs van oorsprong, zelfs niet indien er geen twijfel zou bestaan over de oorsprong.

Het certificaat van oorsprong, ongeacht wie het heeft opgesteld of afgegeven, is geen officieel afgesproken document tussen beide partijen. Het geeft geen informatie over de juistheid van de aangegeven niet-preferentiële oorsprong, aangezien de VS afwijkende regels kunnen hanteren. Het geeft slechts een indicatie van de plaats van productie of herkomst van de goederen. Bovendien is er voor dit soort certificaat van oorsprong geen procedure voor administratieve samenwerking voorzien.

Er is evenmin afgesproken dat verklaringen op factuur, pakbon of op een ander commercieel document volstaan als enig bewijs van oorsprong.

Het principe van vrije bewijsvoering is van toepassing. Dit wil zeggen dat de importeur verantwoordelijk is voor het aantonen van de oorsprong en dat hij moet beschikken over informatie en documentatie die deze oorsprong kunnen bevestigen. Deze informatie kan, al naar gelang de van toepassing zijnde oorsprongsregel, gegevens bevatten over:

  • Bij volledig verkregen goederen: documentatie dat de producten en de eventueel gebruikte materialen/componenten volledig zijn verkregen in het land van oorsprong;
  • Bij verandering in tariefindeling: informatie over het productieproces, goederencodes van de gebruikte materialen/componenten/…;
  • Bij een specifieke bewerking: productiedocumenten die aantonen dat de vereiste bewerking heeft plaatsgevonden;
  • Bij het toegevoegde waardecriterium: informatie betreffende de gebruikte materialen, hun waarde en oorsprong (vaak in de vorm van een bill of material). Verder moet ook een gedetailleerde beschrijving kunnen worden voorgelegd van de productiekosten, arbeidskosten, … die bijdragen aan de toegevoegde waarde van het eindproduct.

Dit is geen limitatieve lijst. De douane kan elk aanvullend bewijsstuk opvragen die zij nodig acht om de oorsprong te kunnen aantonen.

Daarnaast moet bij elke aanvraag eveneens het bewijs inzake rechtstreeks vervoer of niet-manipulatie worden bijgevoegd.

Wij adviseren om alle relevante informatie en documenten over de oorsprong van het product op te vragen bij de exporteur en/of producent die gevestigd is in de VS alvorens de aanvraag om preferentiële tariefbehandeling in te dienen.

Zonder deze gegevens kan de niet-preferentiële oorsprong niet worden aangetoond en mogen de preferenties niet worden aangevraagd. De importeur is verantwoordelijk voor het verzamelen en bewaren van bewijs over de niet-preferentiële oorsprong van de goederen en moet dit kunnen voorleggen wanneer de douane hierom verzoekt.

  • daar geheel en al zijn verkregen, bijvoorbeeld bij oogst, ontginning en bevissing;
    of
  • daar de laatste ingrijpende bewerking of verwerking hebben ondergaan wanneer twee of meerdere landen zijn betrokken bij het productieproces.






Mots clés

Articles recommandés