
Op basis van artikel 60 van het Douanewetboek van de Unie kunnen goederen van niet-preferentiële oorsprong uit de VS worden beschouwd indien deze:
De niet-preferentiële oorsprong van de goederen moet worden aangetoond door de importeur van de goederen. Zoals vermeld in deel 4 van de informatienota is er voor de toepassing van de VS-tariefpreferenties geen vast oorsprongsbewijs voorzien zoals bv. het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, het attest van oorsprong, of de oorsprongsverklaring. Er is evenmin een procedure voor administratieve samenwerking voorzien waarbij aan de bevoegde Amerikaanse autoriteiten kan worden gevraagd om de oorsprong te controleren.
We ondervinden ondertussen dat er vaak een certificaat van oorsprong wordt voorgelegd of een factuur met daarop een oorsprongsverklaring (“made in the USA”, “manufactured in the USA”, “originating in the USA”, ...).
Dergelijke certificaten of verklaringen worden door de douane niet aanvaard als enig bewijs van oorsprong, zelfs niet indien er geen twijfel zou bestaan over de oorsprong.
Het certificaat van oorsprong, ongeacht wie het heeft opgesteld of afgegeven, is geen officieel afgesproken document tussen beide partijen. Het geeft geen informatie over de juistheid van de aangegeven niet-preferentiële oorsprong, aangezien de VS afwijkende regels kunnen hanteren. Het geeft slechts een indicatie van de plaats van productie of herkomst van de goederen. Bovendien is er voor dit soort certificaat van oorsprong geen procedure voor administratieve samenwerking voorzien.
Er is evenmin afgesproken dat verklaringen op factuur, pakbon of op een ander commercieel document volstaan als enig bewijs van oorsprong.
Het principe van vrije bewijsvoering is van toepassing. Dit wil zeggen dat de importeur verantwoordelijk is voor het aantonen van de oorsprong en dat hij moet beschikken over informatie en documentatie die deze oorsprong kunnen bevestigen. Deze informatie kan, al naar gelang de van toepassing zijnde oorsprongsregel, gegevens bevatten over:
Dit is geen limitatieve lijst. De douane kan elk aanvullend bewijsstuk opvragen die zij nodig acht om de oorsprong te kunnen aantonen.
Daarnaast moet bij elke aanvraag eveneens het bewijs inzake rechtstreeks vervoer of niet-manipulatie worden bijgevoegd.
Wij adviseren om alle relevante informatie en documenten over de oorsprong van het product op te vragen bij de exporteur en/of producent die gevestigd is in de VS alvorens de aanvraag om preferentiële tariefbehandeling in te dienen.
Zonder deze gegevens kan de niet-preferentiële oorsprong niet worden aangetoond en mogen de preferenties niet worden aangevraagd. De importeur is verantwoordelijk voor het verzamelen en bewaren van bewijs over de niet-preferentiële oorsprong van de goederen en moet dit kunnen voorleggen wanneer de douane hierom verzoekt.