
Wat het verschaffen van gemeubeld logies betreft, herneemt de circulaire het principe dat de concrete kwalificatie van een handeling voor btw afhangt van de concrete omstandigheden. De administratie bevestigt dat een verblijf van minder dan 3 maand, in een inrichting met een gewoonlijke verblijfsduur van minder dan 3 maand, waarbij er minstens één specifieke bijkomende dienst (zijnde fysiek onthaal, vers linnen of dagelijks ontbijt) wordt verleend, kwalificeert als een btw-belaste terbeschikkingstelling van gemeubeld logies onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 12%.
In andere gevallen zal de terbeschikkingstelling kwalificeren als een btw-vrijgestelde onroerende verhuur, dan wel als een roerende verhuur onderworpen aan het standaardtarief van 21%.
Het verlaagd tarief van 12% geldt ook voor de terbeschikkingstelling van kampeerplaatsen. De circulaire omschrijft deze handeling als het ter beschikking stellen van een standplaats op een terrein bestemd voor kamperen en waarop tenten, caravans of andere gelijkaardige verblijfplaatsen worden geplaatst.
In de praktijk kunnen zich gemengde situaties voordoen, waarbij de terbeschikkingstelling van een kampeerplaats wordt gecombineerd met de verhuur van een accommodatie. De circulaire benadrukt dat in dergelijke gevallen een beoordeling moet gebeuren op basis van de concrete feiten. Afhankelijk van de omstandigheden kan de handeling worden gekwalificeerd als vrijgestelde onroerende verhuur, als roerende verhuur onderworpen aan het standaardtarief van 21%, dan wel als het verstrekken van gemeubeld logies of een kampeerplaats waarop het verlaagd tarief van 12% van toepassing is.
De circulaire bevestigt dat het verlaagd tarief van 12% niet beperkt is tot het verblijf als dusdanig, maar ook toepassing vindt op prestaties die het verblijf begeleiden en vanuit het oogpunt van de gast daarmee onlosmakelijk verbonden zijn, ook al worden deze afzonderlijk in rekening gebracht door de exploitant. Het gaat om prestaties die voor de gemiddelde klant geen zelfstandig doel vormen, maar bijdragen tot het comfort van het verblijf, zoals een strijk- en wasdienst, wifi, filmverhuur, parking, levering van gas, water en elektriciteit … Deze bijkomende prestaties volgen de btw-behandeling van de hoofdhandeling, in dit geval bestaande uit het verstrekken van gemeubelde logies of kampeerplaats.
Prestaties die vanuit het standpunt van de gast losstaan van het logies en een doel op zich vormen, volgen wel hun eigen btw-behandeling, zoals het verstrekken van een restaurantdienst, zaalverhuur, de verhuur van een wagen, fiets, kampeeruitrusting …
Dat de afbakening tussen bijkomstige en afzonderlijke prestaties in de praktijk niet altijd even evident is, getuigen diverse voorbeelden in de circulaire. Zo betreft roomservice een afzonderlijke restaurantdienst (12% spijs, 21% drank), maar ontbijt op de kamer een bijkomstige dienst aan het logies (12% spijs en drank). Consumptie uit de minibar in de kamer leidt tot een afzonderlijke restaurantdienst (12% spijs, 21% drank), terwijl consumptie uit een snack- en drankautomaat in de gang of lobby leidt tot een afzonderlijke levering van goederen (6% voeding en niet-alcoholische dranken, 21% alcoholische dranken).
Opmerkelijk is dat het gebruik van een zwembad en/of sauna tegen afzonderlijke vergoeding ook als bijkomstig aan het verblijf wordt aangemerkt. Hierdoor zijn deze handelingen onderworpen aan het verlaagd tarief van 12% inzake gemeubeld logies en kampeerplaatsen in plaats van het verlaagd tarief van 6% inzake het toegang verlenen tot inrichtingen voor vermaak. M.a.w. een saunabezoek bij de wellness verderop in de straat is onderworpen aan een lager btw-tarief dan het gebruik van een sauna in het eigen hotel.
Indien de exploitant een enige prijs vraagt voor volledig pension of halfpension, kan er voor de uitsplitsing van de maatstaven van heffing van de onderliggende afzonderlijke prestaties beroep gedaan worden op een facultatieve administratieve tolerantie:
Maar de administratie kan toepassing van deze uitsplitsing betwisten als deze in de werkelijkheid tot scheeftrekking leidt. Door deze vage afbakening creëert de administratie naar ons oordeel een potentieel discussiepunt naar de toekomst.
In het kader van evenementen (bv. muziekfestivals) aanvaardt de administratie dat het verstrekken van logies of kampeerplaatsen een bijzaak vormt ten aanzien van het verlenen van toegang tot een evenement, waardoor deze dienst tevens het verlaagd btw-tarief van 6% geniet, wanneer de logies of kampeerplaatsen aan volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
De facultatieve overgangsregeling werd reeds via een FAQ van 17 februari 2026 toegelicht (zie onze eerdere nieuwsbrief). De circulaire herneemt deze regeling en bevestigt dus dat het verlaagd 6% tarief nog kan worden toegepast op voorwaarde dat de reservatie uiterlijk op 28 februari 2026 heeft plaatsgevonden en de btw uiterlijk opeisbaar wordt op 30 juni 2026. Voor betalingen die via een tussenpersoon gebeuren (bv. een boekingsplatform zoals AirBnB) neemt de administratie (in afwijking van eerdere commentaren) het standpunt in dat de btw opeisbaar wordt bij ontvangst van betaling door de exploitant. Exploitanten die toepassing maken van de overgangsregeling dienen er dus over te waken dat ze uiterlijk op 30 juni de gelden ontvangen.
De circulaire bevat enkele voor de praktijk nuttige verduidelijkingen over het onderscheid tussen de verschillende dienstenprestaties inzake het ter beschikking stellen van gemeubeld logies en kampeerplaatsen. De voorbeelden over bijkomstige prestaties tonen evenwel aan dat deze beoordeling in de praktijk niet altijd evident zal zijn. Een zorgvuldige beoordeling van de feiten is cruciaal voor een correcte toepassing van de btw.
Bij twijfel of onduidelijkheid over de toepasselijke btw-tarieven, aarzel niet om uit te reiken naar één van de collega’s van het Tiberghien btw-team.