• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/16 betreffende de wijziging van de regels inzake de plaatsbepaling van diensten beoogd door artikel 21, § 3, 3°, en 21bis, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde publiceerde op 14/01/2026 de Circulaire 2026/C/16 betreffende de wijziging van de regels inzake de plaatsbepaling van diensten beoogd door artikel 21, § 3, 3°, en 21bis, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek.

Deze circulaire heeft tot doel toelichting te verschaffen bij omzetting van de dwingende bepalingen van Richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 05.04.2022 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en (EU) 2020/285 in Belgisch recht. Het betreft met name een aantal bepalingen met betrekking tot de plaats van de dienst van bepaalde diensten en in het bijzonder specifieke diensten van toegangverlening.

Inhoudstafel

I. Inleiding
II. Wijziging draagwijdte artikel 21bis,§3, 3° van het Btw-Wetboek'article
III. Wijziging draagwijdte artikel 21bis,§2,5°, van het BTW-Wetboek'
IV. Inwerkingtreding

I. Inleiding

Richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 05.04.2022 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en (EU) 2020/285 wat de btw-tarieven betreft voorziet een aantal ingrijpende wijzigingen in de Europese regelgeving met betrekking tot de mogelijkheden voor lidstaten om verlaagde btw-tarieven toe te passen. Deze wijzigingen maken het voorwerp uit van een afzonderlijke commentaar. Richtlijn 2022/542 bevat een aantal dwingende bepalingen die door lidstaten uiterlijk op 31.12.2024 op een uniforme manier moesten worden omgezet in de interne regelgeving. Het betreft met name een aantal bepalingen met betrekking tot de plaats van de dienst van bepaalde diensten (in het bijzonder specifieke diensten van toegangverlening).

Middels de artikelen 3 en 4 van de wet van 19.12.2025 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betreffende de plaats van sommige diensten en betreffende de winstmargeregeling op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten (BS 31.12.2025) wordt bijgevolg voorzien in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 05.04.2022 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en (EU) 2020/285.

Inzake de plaatsbepaling van diensten verricht in een business to bussines context (B2B-context) wijzigt voornoemde wet de bepalingen van artikel 21, § 3, 3°, (oud) van het Btw-Wetboek en vult zij voor wat de plaatsbepaling van diensten verricht in een business to consumer context (B2C-context) betreft de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, (oud) van het Btw-Wetboek aan met een bijkomend lid.

Tot slot wordt nog opgemerkt dat voornoemde wet de inleidende zin van artikel 21bis, § 3, van het Btw-Wetboek, dat het spiegelartikel is van artikel 21, § 4, van voornoemd Wetboek als volgt vervangt:

'Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning voor de diensten als bedoeld in de paragrafen 1 en 2, 5°, tweede lid, 7°, 9° en 10° of voor sommige ervan:'.

Op dit moment bestaat er evenwel geen intentie om gebruik te maken van de mogelijkheden geboden door artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek noch van de mogelijkheden geboden door artikel 21bis, § 3, van voornoemd Wetboek met betrekking tot de diensten die het voorwerp uitmaken van deze circulaire.

Voornoemde wijzigingen van de regels inzake de plaatsbepaling van sommige voor belastingplichtigen en voor niet-belastingplichtigen verrichte diensten, vinden hun oorsprong in de vrees van de Europese wetgever dat de bestaande plaatsbepalingsregels tot tariefoptimalisatie zouden kunnen leiden. Zowel de plaatsbepalingsregel opgenomen in artikel 21, § 3, 3°, (oud) van het Btw-Wetboek als die opgenomen in artikel 21bis, § 2, 5°, (oud) van voornoemd Wetboek werden initieel immers geconcipieerd voor diensten die in de regel worden verricht ter gelegenheid van tijdsgebonden evenementen of activiteiten, en waarbij de plaats waar deze diensten materieel worden verricht in beginsel gemakkelijk vast te stellen is, aangezien deze evenementen en activiteiten op een specifieke locatie plaatsvinden. Bovendien betreft het in principe diensten die normaal gesproken de fysieke aanwezigheid van de afnemers op de plaats van de dienst vereisen (Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Staatssecretaris van Financiën tegen L. W. Geelen, zaak C-568/17, van 08.05.2019, punten 38 en 39).

Anderzijds suggereert niets in de bewoordingen van de bepalingen van artikel 21, § 3, 3°, (oud) en van artikel 21bis, § 2, 5°, (oud) van het Btw-Wetboek dat de toepassing ervan noodzakelijkerwijs beperkt is tot enkel diensten die bij dergelijke evenementen en activiteiten worden verricht of die de fysieke aanwezigheid van de afnemers op de plaats van de dienst vereisen (Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Staatssecretaris van Financiën tegen L. W. Geelen, zaak C-568/17, van 08.05.2019, punt 40).

Rekening houdend met het door het Hof van Justitie van de Europese Unie gewezen arrest in de zaak C-568/17 bestond aldus de vrees dat belastingplichtigen die diensten verrichten die bestaan in het verlenen van toegang zoals bedoeld in de artikelen 21, § 3, 3°, (oud) en 21bis, § 2, 5°, (oud) van het Btw-Wetboek in gevallen waarbij de afnemers slechts virtueel aanwezig zijn of waarbij evenementen het voorwerp uitmaken van live streaming, zich op grond van die plaatsbepalingsregels zouden richten naar lidstaten waar ter zake een verlaagd btw-tarief wordt toegepast. Om die reden heeft de Europese wetgever het nuttig geoordeeld om de plaatsbepalingsregels voor dergelijke diensten aan te passen op een manier die grensoverschrijdende tariefoptimalisatie onmogelijk zou maken door aansluiting te zoeken bij de plaats waar de afnemer is gevestigd, dan wel zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

Hierna volgt een commentaar bij de gewijzigde artikelen 21, § 3, 3°, en 21bis, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek.

II. Wijziging draagwijdte artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek

Inzake de plaatsbepaling van diensten verricht in een business to bussines context (B2B-context) wijzigt artikel 3 voornoemde wet van 19.12.2025 (BS 31.12.2025) de bepalingen van artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek en luidt dat artikel voortaan als volgt:

'3° de plaats waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt wanneer de dienst bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangsverlening samenhangende diensten.

Het eerste lid is niet van toepassing op het verlenen van toegang tot de in het eerste lid bedoelde evenementen indien de aanwezigheid virtueel is;'.

Vooreerst wordt opgemerkt dat artikel 21, § 3, 3°, (oud) van het Btw-Wetboek voorzag dat de dienst die bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten, voor btw-doeleinden geacht werd plaats te vinden waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt.

Uit de memorie van toelichting bij voornoemde wet van 19.12.2025 volgt dat de wetgever van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om de bewoordingen van artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek licht aan te passen om de richtlijnconformiteit van die bepaling met de bestaande bepaling van artikel 53 van Richtlijn 2006/112/EG te verhogen. Om die reden wordt de verwijzing naar het begrip 'activiteiten' in artikel 21, § 3, 3°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek opgeheven.

Wanneer de diensten zoals bedoeld in artikel 21, § 3, 3°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek - dat de inhoud van het oude artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek herneemt maar rekening houdt met voormelde aanpassing - worden verstrekt aan afnemers die de hoedanigheid hebben van belastingplichtige in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek die als zodanig handelt, bepaalt artikel 21, § 3, 3°, tweede lid, (nieuw) van voornoemd Wetboek voortaan dat die specifieke plaatsbepalingsregel niet van toepassing is indien de aanwezigheid van de deelnemer bij het evenement virtueel is.

Ingevolge de toevoeging van het tweede lid van artikel 21, § 3, 3°, (nieuw) van het Btw-Wetboek, is het eerste lid van dat artikel niet langer van toepassing op het verlenen van toegang tot de in dat lid bedoelde evenementen indien de aanwezigheid virtueel is. Bijgevolg dient de plaatsbepaling van betreffende diensten voortaan te geschieden overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek – dat de omzetting in Belgisch recht vormt van artikel 53, tweede alinea, nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG.

Overeenkomstig de bepalingen van voornoemd artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek zullen de betrokken diensten aldus geacht worden plaats te vinden waar die belastingplichtige afnemer de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst, de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting geldt als plaats van de dienst, de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.

Uit hetgeen voorafgaat volgt aldus dat de dienst die bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten:

- overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 3, 3°, eerste lid, van het Btw-Wetboek dient te worden gelokaliseerd daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt wanneer het evenement uitsluitend op fysieke wijze (ter plaatse) kan worden bijgewoond.

- overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek dient te worden gelokaliseerd wanneer het evenement uitsluitend op virtuele wijze kan worden bijgewoond.

Bijgevolg vindt de dienst plaats daar waar de belastingplichtige afnemer de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd.

Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst, de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting geldt als plaats van de dienst, de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.

In die gevallen waarbij de toegang tot betreffende evenementen zowel op fysieke wijze als op virtuele wijze geschiedt:

- en de dienstverrichter op het ogenblik van het uitreiken van de factuur weet dat de afnemer op fysieke wijze zal deelnemen, dient de plaatsbepaling in beginsel te gebeuren overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 3, 3°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek.

- en de dienstverrichter op het ogenblik van het uitreiken van de factuur weet dat de afnemer op virtuele wijze zal deelnemen, dient de plaatsbepaling te gebeuren overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek.

- en de dienstverrichter op het ogenblik van het uitreiken van de factuur niet weet wat de afnemer kiest, dient de plaatsbepaling in beginsel te gebeuren overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 3, 3°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek. Indien later uit de feiten blijkt dat de aanwezigheid in feite virtueel was en derhalve onder artikel 21, § 2, van voornoemd Wetboek zou moeten vallen, moet betreffende factuur worden gecorrigeerd.

Dit standpunt vloeit voort uit de besprekingen in het kader van het 125e Btw-Comité uit dewelke richtsnoeren zijn voortgevloeid (zie Working paper No 1.101– Document taxud.c.1(2024)8432333 van 02.07.2025 dat is opgenomen in het document 'Guidelines Vat Committee Meetings' te raadplegen op: VAT Committee - European Commission (europa.eu)).

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de bepalingen van circulaire 2021/C/19 van 26.02.2021 betreffende de plaatsbepaling van diensten inzake onderwijs (nr. E.T.135.628) overeenkomstig dewelke de duur niet langer kan worden beschouwd als het enige doorslaggevend criterium om een evenement te definiëren in de zin van artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek - men het geheel van relevante elementen moet onderzoeken zoals onder andere duurtijd, de inhoud en de plaats waar het evenement doorgaat – onverkort van toepassing blijven.

Voorbeelden

Een medewerker van een btw-belastingplichtige vennootschap gevestigd in Reims (Frankrijk) neemt in het kader van zijn job deel aan een 5 daagse opleiding die wordt georganiseerd door een Belgische belastingplichtige en die zowel fysiek kan worden gevolgd in Hamburg (Duitsland) als online via live uitzending.

1. Op het ogenblik van het uitreiken van de factuur door de dienstverrichter, heeft de afnemer reeds te kennen gegeven de opleiding online via live uitzending te volgen.

De plaatsbepaling dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek. Bijgevolg dient betreffende dienst te worden gelokaliseerd in Frankrijk.

2. Op het ogenblik van het uitreiken van de factuur door de dienstverrichter, heeft de afnemer reeds te kennen gegeven de opleiding ter plaatse in Hamburg te willen volgen.

De plaatsbepaling dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 3, 3°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek. Bijgevolg dient betreffende dienst te worden gelokaliseerd in Duitsland.

3. Op het ogenblik van het uitreiken van de factuur door de dienstverrichter, heeft de afnemer nog niet te kennen gegeven op welke wijze hij de opleiding wenst te volgen.

De plaatsbepaling dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 3, 3°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek. Bijgevolg dient betreffende dienst in beginsel in Duistland te worden gelokaliseerd, tenzij later uit de feiten blijkt dat de aanwezigheid in feite virtueel was en derhalve onder artikel 21, § 2, van voornoemd Wetboek zou moeten vallen. Desgevallend moet betreffende factuur worden gecorrigeerd.

III. Wijziging draagwijdte artikel 21bis, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, (oud) van het Btw-Wetboek worden diensten die worden verricht voor niet-belastingplichtigen, voor btw-doeleinden geacht plaats te vinden waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt wanneer:

'a) de dienst bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten;

b) de dienst verband houdt met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, met inbegrip van de diensten van de organisatoren van dergelijke activiteiten en alsmede van de daarmee samenhangende diensten'.

Inzake de plaatsbepaling van diensten verricht in een business to consumer context (B2C-context) vult artikel 4 voornoemde wet van 19.12.2025 (BS 31.12.2025) de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek aan met een tweede lid dat als volgt luidt:

'Indien de in het eerste lid bedoelde diensten en de daarmee samenhangende diensten betrekking hebben op evenementen of activiteiten die worden gestreamd of anderszins virtueel ter beschikking worden gesteld, wordt evenwel als plaats van de dienst aangemerkt de plaats waar de niet-belastingplichtige is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.';

Thans wordt de specifieke plaatsbepalingsregel opgenomen in de bepalingen van in artikel 21bis, § 2, 5°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek aangevuld met een bijkomende afwijkende plaatsbepalingsregel opgenomen in de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, tweede lid (nieuw) van voornoemd Wetboek. Deze bepalingen vormen de respectievelijke omzettingen in Belgisch recht van artikel 54, lid 1, eerste en tweede alinea (nieuw) van voornoemde Richtlijn 2006/112/EG.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, tweede lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek, vinden de in het eerste lid van dat artikel bedoelde diensten die betrekking hebben op evenementen of activiteiten die worden gestreamd of anderszins virtueel ter beschikking worden gesteld, voor btw-doeleinden plaats daar waar de niet-belastingplichtige is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

Uit hetgeen voorafgaat volgt aldus dat:

- de diensten die bestaan in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, eerste lid, a), (nieuw) van het Btw-Wetboek dienen te worden gelokaliseerd daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt wanneer het evenement uitsluitend op fysieke wijze (ter plaatse) kan worden bijgewoond.

- de diensten die verband houden met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, met inbegrip van de diensten van de organisatoren van dergelijke activiteiten en alsmede van de daarmee samenhangende diensten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, eerste lid, b), (nieuw) van het Btw-Wetboek dienen te worden gelokaliseerd daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt wanneer het evenement uitsluitend op fysieke wijze (ter plaatse) kan worden bijgewoond.

- de diensten die bestaan in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen en activiteiten, evenals de daarmee samenhangende diensten die betrekking hebben op evenementen of activiteiten die uitsluitend worden gestreamd of anderszins virtueel ter beschikking worden gesteld, overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 5°, tweede lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek dienen te worden gelokaliseerd daar waar de niet-belastingplichtige is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, tenzij betreffende dienst, in eerder uitzonderlijke gevallen, zou worden aangemerkt als een langs elektronische weg verrichte dienst in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek (desgevallend is artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek van toepassing).

In die gevallen waarbij de toegang tot betreffende evenementen en activiteiten zowel op fysieke wijze als op virtuele wijze geschiedt:

- en de dienstverrichter op het ogenblik van het uitreiken van de factuur weet dat de afnemer op fysieke wijze zal deelnemen, dient de plaatsbepaling te gebeuren overeenkomstig de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek. Hetzelfde geldt wanneer een evenement of activiteit wordt georganiseerd met het oog op fysieke deelname, ook al kunnen de evenementen of activiteiten in plaats daarvan soms worden gestreamd of anderszins virtueel beschikbaar worden gesteld.

- en de dienstverrichter op het ogenblik van het uitreiken van de factuur weet dat de afnemer op virtuele wijze zal deelnemen, dient de plaatsbepaling te gebeuren overeenkomstig de bepalingen van 21bis, § 2, 5°, tweede lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek tenzij betreffende dienst dient te worden aangemerkt als een langs elektronische weg verrichte dienst in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek.

- en de dienstverrichter op het ogenblik van het uitreiken van de factuur niet weet wat de afnemer kiest, dient de plaatsbepaling te gebeuren overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 5°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek tenzij betreffende dienst dient te worden aangemerkt als een langs elektronische weg verrichte dienst in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek. Voor zover later uit de feiten blijkt dat de aanwezigheid in feite virtueel was en derhalve onder artikel 21bis, § 2, 5°, tweede lid, (nieuw) van voornoemd Wetboek zou moeten vallen, moet betreffende factuur worden gecorrigeerd.

Dit standpunt vloeit voort uit de besprekingen in het kader van het 125e Btw-Comité uit dewelke richtsnoeren zijn voortgevloeid (zie Working paper No 1.101– Document taxud.c.1(2024)8432333 van 02.07.2025 dat is opgenomen in het document 'Guidelines Vat Committee Meetings' te raadplegen op: VAT Committee - European Commission (europa.eu)).

Voorbeelden

Een niet-belastingplichtige natuurlijk persoon woonachtig te Gent neemt in het kader van zijn zelfontplooiing deel aan een 5 daagse opleiding mindfulness die wordt georganiseerd door een Duitse belastingplichtige. Deze opleiding kan zowel fysiek worden gevolgd in Amsterdam (Nederland) als online via live uitzending.

1. Op het ogenblik van het uitreiken van de factuur door de dienstverrichter, heeft de afnemer reeds te kennen gegeven de opleiding online via live uitzending te volgen.

De plaatsbepaling dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, tweede lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek. Bijgevolg dient betreffende dienst te worden gelokaliseerd daar waar de niet-belastingplichtige is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, in casu in België.

2. Op het ogenblik van het uitreiken van de factuur door de dienstverrichter, heeft de afnemer reeds te kennen gegeven de opleiding ter plaatse in Amsterdam te willen volgen.

De plaatsbepaling dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, eerste lid, a), (nieuw) van het Btw-Wetboek. Bijgevolg dient betreffende dienst te worden gelokaliseerd daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt. Bijgevolg dient betreffende dienst te worden gelokaliseerd in Nederland.

3. Op het ogenblik van het uitreiken van de factuur door de dienstverrichter, heeft de afnemer nog niet te kennen gegeven op welke wijze hij de opleiding wenst te volgen.

De plaatsbepaling dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van artikel 21bis, § 2, 5°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek. Derhalve dient betreffende dienst te worden gelokaliseerd daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt, zijnde in Nederland. Voor zover evenwel uit de feiten blijkt dat de aanwezigheid in feite virtueel was en derhalve onder artikel 21bis, § 2, 5°, tweede lid, van voornoemd Wetboek zou moeten vallen, moet betreffende factuur worden gecorrigeerd.

IV. Inwerkingtreding

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de wet van 19.12.2025 (BS 31.12.2025) treedt deze wet in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. Bijgevolg is betreffende wet in werking getreden op datum van 31.12.2025.

De bepalingen van onderhavige circulaire treden in werking met ingang van diezelfde datum en met ingang van die datum wordt tevens elke administratieve commentaar (circulaires, beslissingen, antwoorden op parlementaire vragen…) opgeheven die strijdig is met de in deze circulaire opgenomen bepalingen.

Gelet op het moment waarop de betrokken bepalingen van Richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 05.04.2022 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en (EU) 2020/285 wat de btw-tarieven betreft, in Belgisch recht werden omgezet middels de bepalingen van voornoemde Wet van 19.12.2025, zal de administratie geen kritiek uitoefenen op de door belastingplichtigen die de betrokken handelingen verrichten toegepaste btw-regeling, wanneer de belasting geheven van die handelingen opeisbaar werd tussen 01.01.2025 en de datum van inwerkingtreding van de Wet van 19.12.2025 en dit voor zover die regeling in overeenstemming is met :

- hetzij de bepalingen van het Btw-Wetboek zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van deze wet, of

- hetzij de bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG, voornoemd, zoals van toepassing vanaf 01.01.2025 (rekening houdend met de rechtstreekse werking van betrokken bepalingen).

In dezelfde gedachtengang zal de administratie geen kritiek uitoefenen ten aanzien van de door de belastingplichtigen uitgevoerde regularisaties van de belasting over de toegevoegde waarde om aan de betrokken bepalingen te voldoen met betrekking tot handelingen waarvoor de belasting opeisbaar werd sinds 01.01.2025 en waarvoor deze belastingplichtigen de toen geldende bepalingen van het Btw-Wetboek zouden hebben toegepast.

Interne ref.: 142.087


Mots clés