
Inhoudstabel
6. Voorafgaande toestemming bij invoer en verstrekking van de noodzakelijke informatie
6.2. Derde landen (niet opgenomen in uitvoeringsverordening 2026/335) (artikel 4 lid 3 2026/261)
6.3. Partnerlanden of daarmee gelijkgestelden
7. Beoordeling van de aanvragen voor de voorafgaande toestemming
9. Aanvraag voor de voorafgaande toestemming
10. Codes Voorafgaande Toestemming op ENS en IDMS
§1. De zogenaamde Repowerverordening beoogt de interne markt onafhankelijk te maken van Russisch gas. Het betekent de uitfasering en uiteindelijke uitbanning van Russisch gas. Het is geen tijdelijke sanctie maar een definitieve uitsluiting voor de invoer voor het vrije verkeer, die gefaseerd wordt ingevoerd en zowel LNG (Liquified Natural Gas) als pijpleidingsgas omvat.
De controle van het verbod wordt uitgeoefend door de toestemmingsverlenende autoriteit. Voor België werd de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen (AAD&A) hiervoor aangeduid. De douane gaat, voorafgaand aan elke invoer, na of de voorgenomen invoer in overeenstemming is met de verordening. Hiervoor is een voorafgaande toestemming vereist zolang de overgangsperiode voor de invoer van aardgas met Russische oorsprong loopt, tot de ingang van het definitieve verbod. Om omzeiling te voorkomen, blijft de verplichte voorafgaande toestemming voor invoer van gas uit derde landen andere dan partnerlanden onverkort van toepassing, ook na de ingang van het definitieve verbod op aardgas van Russische oorsprong. De partnerlanden zijn niet onderworpen aan deze verplichting tot voorafgaande toestemming bij de toestemmingsverlenende autoriteit (§12.).
Deze circulaire beperkt zich tot de gashandel en de wijze waarop de toestemmingsverlenende autoriteit benaderd dient te worden om een voorafgaande toestemming te bekomen. Bepalingen bedoeld voor niet aan zee grenzende landen worden niet behandeld.
§2. De wettelijke basis voor deze circulaire:
- De Verordening (EU) 2026/261 inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938;
- De Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/335 tot opstelling van de lijst van derde landen die zijn vrijgesteld van voorafgaande toestemming voor de invoer van gas in de Unie overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) 2026/261 van het Europees Parlement en de Raad;
- De Verordening (EU) 952/2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie.
- De Algemene Wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 (AWDA).
§3. De verordening beoogt de resterende blootstelling ten gevolge van invoer van aardgas vanuit de Russische Federatie gefaseerd te beëindigen (artikel 1 van verordening 2026/261).
§4. In deze circulaire worden volgende definities gebruikt:
- “aardgas”: gas in de zin van de codes 2711 11 00 en 2711 21 00 van de gecombineerde nomenclatuur (GN);
- “LNG”: vloeibaar aardgas in de zin van GN-code 2711 11 00 bekomen na liquefaction;
- “pijpleidingsgas”: aardgas in gasvormige toestand in de zin van GN-code 2711 21 00 vervoerd in gaspijpleidingen;
- “flexibiliteitsrechten” contractueel vastgelegde rechten die de af te nemen hoeveelheid binnen vooraf bepaalde grenzen opwaarts of neerwaarts kunnen laten variëren;
- “toestemmingsverlenende autoriteit”: de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen (AAD&A) ;
- “mengsels”: mengsels van LNG-volumes uit verschillende landen van oorsprong;
- “langlopend leveringscontract”: een contract voor de levering van aardgas, met uitzondering van aardgasderivaten, met een looptijd van meer dan één jaar;
- “kortlopend leveringscontract”: een contract voor de levering van aardgas, met uitzondering van aardgasderivaten, met een looptijd van hoogstens één jaar;
- “partnerlanden of daarmee gelijkgestelden”: landen die door de Europese Commissie via uitvoeringsverordeningen worden aangewezen als partnerlanden in de zin van artikel 5 lid 4 van verordening 2026/261.
§5. Er geldt een direct en indirect verbod op aardgas vanuit de Russische Federatie (artikel 3 van verordening 2026/261), behoudens de tijdelijke vrijstellingen (artikel 4, leden 1-4). De toepassing is als volgt:
- Pijpleidinggas
Het direct en indirect verbod vanaf 17 juni 2026, tenzij de tijdelijke vrijstelling kan worden ingeroepen. Voor elke invoer moet derhalve worden aangetoond dat deze betrekking heeft op een bestaand, ongewijzigd, kortlopend leveringscontract dat tot stand kwam vóór 17 juni 2025. Vanaf deze datum zijn alleen wijzigingen zoals beschreven onder §6 toegestaan.
- LNG Gas
Het direct en indirect verbod vanaf 25 april 2026, tenzij de tijdelijke vrijstelling kan worden ingeroepen. Voor elke invoer moet derhalve worden aangetoond dat deze betrekking heeft op een bestaand, ongewijzigd, kortlopend leveringscontract dat tot stand kwam vóór juni 17 juni 2025. Vanaf deze datum zijn alleen wijzigingen zoals beschreven onder §6 toegestaan.
- Pijpleidinggas
Het direct en indirect verbod geldt vanaf 30 september 2027, tenzij de tijdelijke vrijstelling kan worden ingeroepen. Voor elke invoer moet derhalve worden aangetoond dat deze betrekking heeft op een bestaand, ongewijzigd, langlopend leveringscontract dat tot stand kwam vóór 17 juni 2025. Vanaf deze datum zijn alleen wijzigingen zoals beschreven onder §6 toegestaan.
- LNG Gas
Het direct en indirect verbod geldt vanaf 1 januari 2027, tenzij de tijdelijke vrijstelling kan worden ingeroepen. Voor elke invoer moet derhalve worden aangetoond dat deze betrekking heeft op een bestaand, ongewijzigd, langlopend leveringscontract dat tot stand kwam vóór 17 juni 2025. Vanaf deze datum zijn alleen wijzigingen zoals beschreven onder §6 toegestaan.
§6.Onder de toegestane wijzigingen (artikel 4, lid 5 2026/261) aan bestaande leveringscontracten worden begrepen:
a) verlaging van de contractueel vastgelegde hoeveelheden;
b) verlaging van de prijzen en de vergoedingen;
c) wijziging van de vertrouwelijkheidsclausules;
d) wijziging van operationele procedures, zoals communicatieprocedures;
e) adreswijzigingen van contractpartijen;
f) overdrachten van contractuele verplichtingen tussen verbonden ondernemingen;
g) noodzakelijke wijzigingen als gevolg van gerechtelijke of arbitrageprocedures,
§7. De gecumuleerde geïmporteerde hoeveelheid mag de totale contractuele hoeveelheid nooit overschrijden.
§8. Om een vrijstelling aan het verbod voor gas, uit de Russische Federatie te kunnen inroepen, moeten de in §10 vermelde informatie-elementen minstens één maand voor de voorgenomen invoer worden voorgelegd aan de toestemmingsverlenende autoriteit (artikel 4 van verordening 2026/261). Deze informatie dient voorgelegd te worden voor iedere invoerbeweging.
In dit kader kan de toestemmingverlenende autoriteit bijkomende stukken opvragen. (artikel 5 leden 5 en 6, 2026/261).
De toestemmingsverlenende autoriteit beoordeelt of deze voldoet aan de voorwaarden van §5 en 6.
§9. De in §8 bedoelde voorleggingstermijn geldt eveneens voor mengsels die gedeeltelijk gas bevatten van de Russische Federatie.
§10. Bij deze onderwerping wordt volgende informatie (artikel 5, lid 2 2026/261) overgemaakt, op basis van het formulier beschikbaar via deze link:
a) de afsluitdatum van het gasleveringscontract;
b) de duur van het gasleveringscontract;
c) de contractueel overeengekomen hoeveelheden, met inbegrip van alle opwaartse of neerwaartse flexibiliteitsrechten;
d) de identiteit van de partijen bij het gasleveringscontract, met inbegrip van, voor partijen die in de EU zijn geregistreerd, hun registratie- en identificatienummer van marktdeelnemer (EORI);
e) voor de invoer van LNG, de plaats van liquefactie en de haven van eerste lading;
f) voor mengsels, de respectieve hoeveelheden aardgas die van oorsprong zijn uit of direct of indirect worden uitgevoerd uit de Russische Federatie en die niet van oorsprong zijn uit of direct of indirect uit de Russische Federatie in het mengsel, alsook staving van het mengprocedé;
g) de leveringsplaatsen, met inbegrip van mogelijke flexibiliteitsbepalingen omtrent deze plaatsen, en
h) alle wijzigingen in het gasleveringscontract, met vermelding van de inhoud en de datum van elke wijziging, met uitzondering van wijzigingen die uitsluitend betrekking hebben op de prijs van het gas.
§11. Voor iedere invoer van aardgas uit een derde land (dat niet is aangewezen als partnerland overeenkomstig §12), moet vijf werkdagen voorafgaand vóór de invoer voor het vrije verkeer alle benodigde informatie ter vaststelling van het productieland voorgelegd worden aan de toestemmingsverlenende autoriteit.
§12. Er is geen voorafgaande toestemming nodig voor invoer uit een partnerland, zijnde een aardgasproducerend land dat door de Europese Commissie via uitvoeringsverordeningen als zodanig wordt aangewezen, met inachtneming van volgende criteria:
- Een aardgas producerend land dat meer dan 5 miljard kubieke m³ aardgas in 2024 heeft uitgevoerd naar de Europese Unie; en
- Een land dat beperkende maatregelen oplegt aan aardgas direct of indirect afkomstig vanuit de Russische Federatie, of
- een land die niet over gasinfrastructuur voor de invoer van LNG of pijpleidinggas beschikt
De Europese Commissie legt deze lijst vast, volgt deze op en wijzigt de lijst door middel van een uitvoeringsverordening.
§13. Indien de in het kader van de voorafgaande toestemming verstrekte informatie ontoereikend is voor de beoordeling wordt er meer gedetailleerde informatie gevorderd. De toestemmingsverlenende autoriteit kan eveneens eisen dat de volledige tekst van het contract wordt ingediend, met uitzondering van de prijs.
§14 De toestemmingsverlenende autoriteit kan in haar beoordeling eveneens andere bronnen dan bepaald in §13 raadplegen.
Indien de verstrekte informatie niet volstaat, dan weigert de douane de toestemming om het aardgas in het vrije verkeer te brengen.
De toestemmingsverlenende autoriteit kan hierbij beroep doen op openbaar beschikbare informatie zoals van satellietvolgsystemen voor LNG-ladingen of traceringsinformatie van het Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid.
§15. Indien er aardgas wordt doorgevoerd onder extern uniedouanevervoer vanuit een derde land naar een ander derde land, al dan niet gecombineerd met tijdelijke opslag of een regeling voor douane-entrepot, dan wordt de toestemmingsverlenende autoriteit vijf werkdagen op voorhand in kennis gesteld. Hierbij wordt volgende informatie verstrekt (artikel 5, lid 10):)
a) land van productie
b) de geplande of feitelijke nominatieschema’s waarin volume, tijden en entry- en exitpunten van de gasdoorvoer worden vermeld, en, indien van toepassing, gespecificeerd per dag;
c) en de volumes en de plaatsen van levering in de gasleveringscontracten; en
d) het contract tussen de verkoper, de koper of een intermediaire entiteit en de betrokken transmissiesysteembeheerders in de Unie, indien van toepassing.
De toestemmingverlenende autoriteit controleert de overgemaakte informatie.
§16. De lidstaten voorzien op de nodige monitoring en handhaving bij deze doorvoerbeweging.
§17. Voor het indienen van een aanvraag wordt verwezen naar de link van het portaal: link
§18. Het portaal zal naargelang het gekozen scenario opleggen welke documentatie volgens de verordening moet worden voorgelegd aan de toestemmingverlenende autoriteit. De aanvrager zal van zijn aanvraag per mail op de hoogte worden gebracht. Nadat deze documentatie samen met de ondertekende aanvraag terug wordt bezorgd, zal deze beoordeeld worden op volledigheid en in beraad genomen worden.
§19. Bij goedkeuring van de aanvraag: wanneer het contract voldoet aan de voorwaarden van de verordening en wanneer er voldoende volume ter beschikking is voor het contract, zal de aanvrager een uniek nummer ontvangen (nummer voorafgaande toestemming). Deze zal de zending volgen tot de fase van het in het vrije verkeer brengen (zie §20).
§20. Op de summiere aangifte bij binnenkomst en de invoeraangifte dient naar gelang het geval (zie §18) de volgende codes te worden gebruikt in gegevenselement 1203 002 000 (soort bewijsstuk) of 1204 002 000 (soort aanvullende referentie):
Voor meer informatie wordt verwezen naar de guidance die gepubliceerd werd door de Europese Commissie.