• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/51 over de wijzigingen aan het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen onderzoekers

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 01/04/2026 de Circulaire 2026/C/51 over de wijzigingen aan het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen onderzoekers.

Commentaar op de artikelen 15 tot 18 van de wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2025 – Numac: 2025009647).

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen (BBIB)

A. Minimale bezoldigingsdrempel

B. Terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever

III. Bijzonder belastingstelsel voor ingekomen onderzoekers (BBIO) – terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever

IV. Inwerkingtreding

A. Situatie waarin vóór de publicatie van de W 18.12.2025 was voldaan aan de art. 32/1 of 32/2, WIB 92

B. Uitzondering: de ingekomen belastingplichtige is tussen 01.01.2025 en 09.01.2026 in België in dienst getreden, maar voldeed niet aan de vroegere minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 75.000 euro

V. Wetgeving

VI. Gecoördineerde tekst van de art. 32/1 en 32/2, WIB 92 en art. 17 van de W 18.12.2025

I. Inleiding

1. Deze circulaire bespreekt de wijzigingen die door de art. 15 tot 18 van de wet van 18.12.2025 (1) zijn aangebracht aan het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen (hierna BBIB) en aan het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen onderzoekers (hierna BBIO). Die wijzigingen zijn van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 01.01.2025 worden betaald of toegekend.

(1) Wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2025 – Numac: 2025009647) (hierna W 18.12.2025).

2. Het BBIB en BBIO zijn door de programmawet van 27.12.2021 (2) (hierna W 27.12.2021) respectievelijk ingevoegd in de art. 32/1 en 32/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92).

(2) Art. 13 tot 19 van de programmawet van 27.12.2021 (BS 31.12.2021, Ed. 1 – Numac: 2021043625).

3. De voordelen van deze stelsels zijn gestoeld op het begrip 'kosten eigen aan de werkgever'.

Het ten laste nemen, bovenop de bezoldigingen, naargelang het geval door de werkgever of de vennootschap van terugkerende uitgaven (die rechtstreeks voortkomen uit de terbeschikkingstelling of de tewerkstelling in België) wordt aangemerkt als een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever tot een bedrag van 30 % van de jaarlijkse brutobezoldiging (3) van de ingekomen belastingplichtige of van de ingekomen onderzoeker, met een absoluut plafond van 90.000 euro per jaar. Bepaalde andere specifieke uitgaven die in het BBIB en het BBIO zijn beoogd en gedragen worden door naargelang het geval de werkgever of de vennootschap, worden eveneens beschouwd als niet-belastbare terugbetalingen van eigen kosten van de werkgever (4).

(3) Zoals bedoeld in het art. 32/1, § 3, tweede lid, WIB 92 of het art. 32/2, § 5, tweede lid, WIB 92.
(4) Art. 32/1, § 5 en § 6, WIB 92 en art. 32/2, § 5 en § 6, WIB 92.

4. Bovendien zijn het BBIB en het BBIO onderworpen aan verschillende toekenningsvoorwaarden.

5. Voor het BBIB is onder meer een minimale bezoldigingsdrempel voorzien van meer dan 75.000 euro per kalenderjaar (5). Er is daarentegen geen minimale bezoldigingsdrempel voorzien in het kader van het BBIO.

(5) Art. 32/1, § 3, eerste lid, 2°, WIB 92.

6. Om het nieuwe belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers aantrekkelijker te maken en een verhuis naar de Belgische arbeidsmarkt te vergemakkelijken, wijzigt de W 18.12.2025 het volgende:

- het maximumpercentage van de terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever wordt verhoogd van 30 % naar 35 %

- het plafond van 90.000 euro met betrekking tot die terugkerende uitgaven wordt opgeheven

- in het kader van het BBIB wordt de minimale brutobezoldiging die moet worden ontvangen verlaagd van meer dan 75.000 euro naar meer dan 70.000 euro.

7. Daarnaast is er een mogelijkheid tot retroactieve toepassing van het BBIB voorzien voor de ingekomen belastingplichtigen die tussen 01.01.2025 en 09.01.2026 in dienst zijn getreden en die:

- aan alle voorwaarden van het BBIB voldeden, met uitzondering van de voorwaarde met betrekking tot de minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 75.000 euro, maar

- sinds de inwerkingtreding van de verlaagde minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 70.000 euro wel aan deze minimale bezoldigingsvoorwaarde voldoen.

II. Bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen (BBIB)

A. Minimale bezoldigingsdrempel

8. Tot en met 31.12.2024 moest de ingekomen belastingplichtige een in België belastbare bezoldiging (6) ontvangen van meer dan 75.000 euro per kalenderjaar.

(6) Zoals bedoeld in het art. 32/1, § 3, tweede lid, WIB 92.

Voor het jaar van aankomst in België, alsook voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin het BBIB een einde neemt, wordt het minimumbedrag van meer dan 75.000 euro pro rata berekend op basis van het aantal dagen dat de arbeidsverhouding in België dat jaar heeft bestaan en aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.

9. Vanaf 01.01.2025 wordt de minimale bezoldigingsdrempel verlaagd: de hierboven bedoelde bezoldiging moet voortaan meer zijn dan 70.000 euro per kalenderjaar (7).

(7) Art. 15, W 18.12.2025.

Voor het jaar van aankomst in België, alsook voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin het BBIB een einde neemt, wordt het minimumbedrag van meer dan 70.000 euro pro rata berekend op basis van het aantal dagen dat de arbeidsverhouding in België dat jaar heeft bestaan en aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.

B. Terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever

10. Tot en met 31.12.2024 wordt het ten laste nemen, bovenop de bezoldiging, door de werkgever of de vennootschap van terugkerende uitgaven die rechtstreeks voortkomen uit de terbeschikkingstelling of de tewerkstelling in België, aangemerkt als een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever tot een bedrag van 30 % van de brutobezoldiging (8), met een absoluut plafond van 90.000 euro per jaar.

(8) Zoals bedoeld in het art. 32/1, § 3, tweede lid, WIB 92.

Voor het jaar van aankomst in België, alsook voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin het BBIB een einde neemt, wordt het maximumbedrag van 90.000 euro pro rata bepaald op basis van het aantal dagen dat de arbeidsverhouding in België dat jaar heeft bestaan en aan de voorwaarden van het BBIB is voldaan.

11. Vanaf 01.01.2025 wordt het bedrag dat als een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever wordt aangemerkt beperkt tot maximaal 35 % van de brutobezoldiging (9) en wordt het plafond van 90.000 euro opgeheven (10).

(9) Zoals bedoeld in het art. 32/1, § 3, tweede lid, WIB 92.
(10) Art. 15, W 18.12.2025.

Gezien de opheffing van het plafond van 90.000 euro, heeft de pro rata berekening zoals hierboven vermeld in randnr. 10 (voor het jaar van aankomst in België, alsook voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin het BBIB een einde neemt) uiteraard geen bestaansreden meer.

III. Bijzonder belastingstelsel voor ingekomen onderzoekers (BBIO) – terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever

12. Tot en met 31.12.2024 wordt het ten laste nemen, bovenop de bezoldiging, door de werkgever van terugkerende uitgaven die rechtstreeks voortkomen uit de terbeschikkingstelling of de tewerkstelling in België, aangemerkt als een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever tot een bedrag van 30 % van de brutobezoldiging (11), met een absoluut plafond van 90.000 euro per jaar.

(11) Zoals bedoeld in het art. 32/2, § 5, tweede lid, WIB 92.

Voor het jaar van aankomst in België, evenals voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin het BBIO een einde neemt, wordt het maximumbedrag van 90.000 euro pro rata bepaald op basis van het aantal dagen dat de arbeidsverhouding in België dat jaar heeft bestaan en aan de voorwaarden van het BBIO is voldaan.

13. Vanaf 01.01.2025 wordt het bedrag dat als een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever wordt aangemerkt beperkt tot maximaal 35 % van de brutobezoldiging (12) en wordt het plafond van 90.000 euro opgeheven (13).

(12) Zoals bedoeld in het art. 32/2, § 5, tweede lid, WIB 92.
(13) Art. 16, W 18.12.2025.

Gezien de opheffing van het plafond van 90.000 euro, heeft de pro rata berekening zoals hierboven vermeld in randnr. 12 (voor het jaar van aankomst in België, evenals voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin het BBIO een einde neemt) uiteraard geen bestaansreden meer.

IV. Inwerkingtreding

14. De wijzigingen die hierboven zijn besproken met betrekking tot het BBIB en het BBIO zijn van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 01.01.2025 (14).

(14) Art. 18, W 18.12.2025.

15. Deze retroactieve inwerkingtreding kan leiden tot situaties die hierna worden toegelicht. Het is echter niet de bedoeling om alle mogelijke gevallen op exhaustieve wijze uiteen te zetten.

Onder punt A wordt ingegaan op de algemene situatie waarbij vóór de publicatie van de W 18.12.2025 was voldaan aan de art. 32/1 of 32/2, WIB 92. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de ingekomen belastingplichtige of ingekomen onderzoeker reeds vóór deze wetswijziging geniet van het BBIB of BBIO.

Onder punt B wordt vervolgens de uitzondering besproken die door art. 17 van de W 18.12.2025 werd ingevoerd om het procedureel mogelijk te maken om het statuut voor ingekomen belastingplichtigen retroactief aan te vragen, gelet op de retroactieve versoepeling van het BBIB.

A. Situatie waarin vóór de publicatie van de W 18.12.2025 was voldaan aan de art. 32/1 of 32/2, WIB 92

16. Wat betreft de ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers die reeds vóór de publicatie van de W 18.12.2025 voldeden aan de art. 32/1 of 32/2, WIB 92, zoals deze bestonden vóór hun wijziging door die wet, en voor wie binnen de in art. 32/1, § 8 of 32/2, § 8, WIB 92 vermelde termijn een aanvraag werd ingediend, wordt verduidelijkt dat voor de verdere toepassing van het BBIB of het BBIO vanaf 01.01.2025 rekening mag worden gehouden met de wijzigingen aan deze stelsels op fiscaal vlak. Deze wijzigingen betreffen:

- de verhoging van het maximumpercentage van de terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever van 30 % naar 35 %

- de opheffing van het plafond van 90.000 euro voor deze terugkerende uitgaven

en

- wat het BBIB betreft, de verlaging van het bedrag van de minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 75.000 euro naar meer dan 70.000 euro.

Bestaande arbeidsovereenkomsten

17. In voorkomend geval kunnen, met inachtneming van het arbeidsrecht, uiterlijk binnen drie maanden na de publicatie van deze circulaire retroactief wijzigingen worden aangebracht aan bestaande arbeidsovereenkomsten om op fiscaal vlak toepassing te maken van de wijzigingen aan het bijzondere belastingstelsel. De arbeidsovereenkomst zou zo rekening kunnen houden met de nieuwe fiscale grenzen:

- voor het BBIB zou de jaarlijkse brutobezoldiging meer dan 70.000 euro kunnen bedragen (in plaats van meer dan 75.000 euro)

- voor zowel het BBIB als het BBIO zou het bedrag van de terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever voortaan maximaal 35 % mogen zijn van het bedrag van de brutobezoldiging (in plaats van 30 %), zonder plafond van 90.000 euro per jaar.

Wanneer dergelijke wijzigingen worden aangebracht, kunnen zij van toepassing zijn vanaf de indiensttreding en ten vroegste vanaf 01.01.2025.

De wet vereist niet dat in de arbeidsovereenkomst zelf uitdrukkelijk wordt verwezen naar het BBIB of het BBIO om van het bijzondere belastingstelsel gebruik te kunnen maken.

18. De partijen moeten zich ervan bewust zijn dat een aanpassing van de eerder overeengekomen brutobezoldiging ook gevolgen kan hebben voor alle andere aan de belastbare brutobezoldiging gerelateerde maatregelen, zoals de opbouw van aanvullende pensioenen (de zogenaamde 80 %-regel) en aan de brutobezoldiging gerelateerde beloningen en uitkeringen zoals het pensioen, het vakantiegeld en sociale verzekeringsuitkeringen.

19. Er is uiteraard geen verplichting om deze wijzigingen toe te passen op bestaande arbeidsovereenkomsten.

Voorbeeld

20. Een in het buitenland aangeworven werknemer is op 01.01.2024 in dienst getreden bij een onderneming die is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen en geniet sinds die datum van het BBIB (alle voorwaarden en grenzen voor het voordeel van het belastingstelsel zijn vervuld).

In zijn arbeidsovereenkomst, zoals afgesloten bij zijn indiensttreding, wordt de jaarlijkse brutobezoldiging (15) vastgelegd op 77.000 euro en neemt de werkgever, bovenop de bezoldiging, 23.100 euro ten laste als terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever (zijnde 30 % van 77.000 euro).

(15) Zoals bedoeld in het art. 32/1, § 3, tweede lid, WIB 92.

21. De maandelijkse aangiften bedrijfsvoorheffing werden op basis daarvan opgesteld en ingediend. De fiche 281.10 met betrekking tot het jaar 2025 werd op basis daarvan opgesteld en ingediend.

Er werd nog geen aanslag in de personenbelasting gevestigd voor het aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025).

De werkgever en de werknemer wijzigen, met inachtneming van het arbeidsrecht, uiterlijk binnen de drie maanden na de publicatie van deze circulaire, de arbeidsovereenkomst om rekening te houden met de nieuwe fiscale grenzen:

- de jaarlijkse brutobezoldiging wordt verlaagd (van 77.000 euro) naar 74.148,15 euro

- het bedrag van de terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever wordt verhoogd naar 25.951,85 euro (zijnde 35 % van 74.148,15 euro)

De doorgevoerde wijzigingen zijn van toepassing vanaf 01.01.2025.

De werknemer kan van het BBIB genieten wanneer alle wettelijke voorwaarden en grenzen vervuld zijn.

In dit geval werd, per hypothese, in 2026 naar aanleiding van de aanpassingen aan de arbeidsovereenkomst geen bijkomende vergoeding betaald of toegekend. De fiche 281.10 met betrekking tot het jaar 2025 dient in dat geval te worden gecorrigeerd, rekening houdende met de aan de arbeidsovereenkomst doorgevoerde wijzigingen en de nieuwe fiscale grenzen.

Voor elke toekennings- of uitbetalingsperiode van de toegekende bezoldiging moeten er rechtzettende aangiften in de bedrijfsvoorheffing worden ingediend.

Aanvragen tot verlenging van het bijzondere belastingstelsel

22. In geval van een aanvraag tot verlenging van het BBIB of BBIO of, bijvoorbeeld, bij een wijziging van werkgever vanaf 01.01.2025, wordt in het kader van de aanvraag rekening gehouden met de nieuwe voorwaarden en grenzen voor zover de ingekomen belastingplichtige of de ingekomen onderzoeker nog steeds in aanmerking komt voor het BBIB of het BBIO en dat alle voorwaarden van het stelsel voldaan blijven.

B. Uitzondering: de ingekomen belastingplichtige is tussen 01.01.2025 en 09.01.2026 in België in dienst getreden, maar voldeed niet aan de vroegere minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 75.000 euro

23. Gelet op het retroactieve effect van de versoepeling van het BBIB kan de werkgever of de vennootschap alsnog een aanvraag indienen voor de toepassing van het stelsel van ingekomen belastingplichtigen, binnen een termijn van drie maanden vanaf 09.01.2026 (16) voor de belastingplichtigen die:

- in België in dienst zijn getreden tussen 01.01.2025 en 09.01.2026 (16)

en

- niet voldeden aan de minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 75.000 euro (17), maar

- voldeden aan alle andere voorwaarden van het BBIB.

(16) Met name de tiende dag na de publicatie van de W 18.12.2025 in het Belgisch Staatsblad.
(17) Zoals deze bestond voordat hij werd verlaagd naar een minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 70.000 euro.

De toepassing van het BBIB begint dan retroactief vanaf de datum van de indiensttreding in België en ten vroegste vanaf 01.01.2025 (18).

(18) Zie art. 17, W 18.12.2025.

24. Voor de toepassing van deze regel is het zonder belang of er vóór 10.01.2026 (19) al dan niet effectief een aanvraag voor de toepassing van het BBIB was ingediend. Het is daarentegen essentieel aan te tonen, in het kader van de aanvraag voor de toepassing van het BBIB (20), dat de voorwaarde met betrekking tot de minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 70.000 euro, alsook alle andere voorwaarden van het BBIB, reeds vervuld waren bij de indiensttreding in België.

(19) Met name de tiende dag na de publicatie van de W 18.12.2025 in het Belgisch Staatsblad.
(20) Ten laatste op 09.04.2026, met name drie maanden te rekenen vanaf 09.01.2026 (de tiende dag na de publicatie van de W 18.12.2025 in het Belgisch Staatsblad).

25. In voorkomend geval kunnen, met inachtneming van het arbeidsrecht, uiterlijk binnen de drie maanden na de publicatie van deze circulaire retroactief wijzigingen worden aangebracht aan bestaande arbeidsovereenkomsten, met ingang ten vroegste vanaf 01.01.2025, om op fiscaal vlak toepassing te maken van de wijzigingen aan het BBIB. Dit kan bijvoorbeeld om rekening te houden met de verhoging van het maximumpercentage van de terugkerende kosten eigen aan de werkgever van 30 % naar 35 %, zonder plafond van 90.000 euro.

De partijen moeten zich ervan bewust zijn dat een aanpassing van de eerder overeengekomen brutobezoldiging ook gevolgen kan hebben voor alle andere aan de belastbare brutobezoldiging gerelateerde maatregelen, zoals de opbouw van aanvullende pensioenen (de zogenaamde 80 %-regel) en aan de brutobezoldiging gerelateerde beloningen en uitkeringen zoals het pensioen, het vakantiegeld en sociale verzekeringsuitkeringen.

26. Het is belangrijk op te merken dat deze uitzondering restrictief moet worden geïnterpreteerd. De uitzondering beoogt bijvoorbeeld de volgende situaties niet:

- de belastingplichtigen die bij hun indiensttreding in België wel voldeden aan de minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 75.000 euro

- de belastingplichtigen die vóór 2025 voor het eerst in België in dienst zijn getreden (21)

- de belastingplichtigen die vanaf 10.01.2026 in België in dienst zijn getreden

- de belastingplichtigen die tussen 01.01.2025 en 09.01.2026 in België in dienst zijn getreden en op het moment van hun indiensttreding in België niet voldeden aan de door de W 18.12.2025 aangepaste minimale bezoldigingsdrempel van meer dan 70.000 euro

- een aanvraag tot toepassing van het BBIO

- …

(21) Wanneer deze belastingplichtigen vanaf 01.01.2025 niet voor een andere werkgever of een andere vennootschap werken die toepassing maakt van art. 32/1, § 9, WIB 92.

Voor dergelijke situaties blijft de uiterste indieningsdatum (22) onverkort van toepassing. Er kan in dergelijk geval geen aanspraak worden gemaakt op de uitzondering waarvan sprake onder randnr. 23 hierboven.

(22) Zoals bedoeld in art. 32/1, § 8 en § 9, WIB 92.

V. Wetgeving

- Art. 15 tot 18, W 18.12.2025 (BS 30.12.2025 – Numac: 2025009647).

- Art. 32/1 en 32/2, WIB 92.

VI. Gecoördineerde tekst van de art. 32/1 en 32/2, WIB 92 en art. 17 van de W 18.12.2025

27. De art. 32/1 en 32/2, WIB 92 zoals gewijzigd door de art. 15 tot 18 van de W 18.12.2025 (hiervoor besproken) luiden als volgt. De wijzigingen zijn in vet weergegeven.

Het art. 17 van de W 18.12.2025, dat niet in het WIB 92 werd ingevoegd, is na de twee voornoemde artikelen van het WIB 92 opgenomen.

Art. 32/1, WIB 92 zoals gewijzigd door de W 18.12.2025 en zoals het van toepassing is op de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.01.2025.

§ 1. In hoofde van ingekomen belastingplichtigen die in artikel 30, 1° of 2°, bedoelde bezoldigingen verkrijgen, wordt het ten laste nemen van bepaalde kosten door de werkgever of de vennootschap beschouwd als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever binnen de voorwaarden en binnen de grenzen voorzien in dit artikel.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'eigen kosten van de werkgever' verstaan, in het geval van een werknemer, de eigen kosten van de werkgever en, in het geval van een bedrijfsleider, de eigen kosten van de vennootschap waarbinnen een mandaat of soortgelijke functies worden uitgeoefend.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'bedrijfsleider' een natuurlijke persoon verstaan, die een mandaat of soortgelijke functies zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefent en belast is met het dagelijks bestuur van de onderneming of in de onderneming een functie of werkzaamheid als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 2° uitoefent, uitgezonderd een natuurlijke persoon die een dergelijk mandaat, functie of werkzaamheid uitoefent in de eigen onderneming waarvan hij oprichter of medeoprichter is of waarin hij aandelen bezit die 30 % of meer van het kapitaal van die vennootschap vertegenwoordigen.

§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'ingekomen belastingplichtige', verstaan:

1° de werknemer of bedrijfsleider die rechtstreeks wordt aangeworven in het buitenland door een onderneming of vestiging van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, teneinde er een in België belastbare bezoldigde activiteit uit te oefenen

2° de werknemer of bedrijfsleider die door een buitenlandse onderneming die deel uitmaakt van een multinationale groep ter beschikking wordt gesteld aan één of meer ondernemingen of vestigingen van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, teneinde er een in België belastbare bezoldigde activiteit uit te oefenen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'multinationale groep', elke groep verstaan die twee of meer ondernemingen omvat die inwoner zijn van verschillende rechtsgebieden, of die een onderneming omvat die inwoner is van het ene rechtsgebied en in een ander rechtsgebied aan belasting onderworpen is ter zake van de werkzaamheden die met behulp van een Belgische of buitenlandse inrichting worden uitgeoefend.

§ 3. De volgende voorwaarden moeten bovendien cumulatief worden vervuld in hoofde van de in paragraaf 2 bedoelde belastingplichtige:

1° in de loop van de 60 maanden voorafgaand aan de indiensttreding in België, geen rijksinwoner zijn geweest, noch gewoond hebben binnen een afstand van 150 kilometer van de grens, noch onderworpen zijn geweest aan de belasting van niet-inwoners voor beroepsinkomsten in België

2° van de paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever of vennootschap een in België belastbare bezoldiging ontvangen hebben van meer dan 70.000 euro per kalenderjaar voor de prestaties die de ingekomen belastingplichtige ten behoeve van de in paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever of vennootschap levert en op de resultaten van die werkgever of vennootschap worden aangerekend, met uitsluiting van de inkomsten die in aanmerking komen voor de in de artikelen 155 en 156 bedoelde vermindering voor buitenlandse inkomsten

3° het akkoord verkrijgen van de administratie in het kader van de bij paragraaf 8 bepaalde procedure.

De in het eerste lid, 2°, bedoelde bezoldiging omvat de brutobezoldiging, vóór aftrek van sociale zekerheidsbijdragen, met uitsluiting van de opzeggingsvergoedingen, de vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen en de bij toepassing van artikel 38 vrijgestelde bezoldigingen en met uitsluiting van de in paragraaf 5 en 6 bedoelde terugbetalingen.

Voor het jaar van aankomst in België, alsook voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin dit stelsel overeenkomstig paragraaf 7 een einde neemt, wordt het in het eerste lid, 2°, bedoelde bedrag pro rata berekend op basis van het aantal dagen dat de arbeidsverhouding in België dat jaar heeft bestaan en aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.

In het geval dat de ingekomen belastingplichtige zijn werkzaamheid moet onderbreken en zijn bezoldiging niet wordt doorbetaald, wordt het in het eerste lid, 2°, bedoelde bedrag pro rata berekend op basis van het aantal dagen waarop de ingekomen belastingplichtige zijn beroepswerkzaamheid wel kon uitoefenen.

Onverminderd de toepassing van paragraaf 4, wordt het voldoen aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde voorwaarde beoordeeld op het moment van de indiening van de in paragraaf 8 bedoelde aanvraag.

De Koning kan het in het eerste lid, 2°, vermelde bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex bedoeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. Hiertoe wordt het in het eerste lid, 2°, vermelde bedrag vermenigvuldigd met het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het nieuwe bedrag voor het eerst van toepassing zal zijn en gedeeld door het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september 2020 (107,85). Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdtal naargelang het cijfer van de tientallen al dan niet 5 bereikt.

(...)

§ 4. Wanneer in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode niet langer voldaan is aan de in paragraaf 2 of paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde voorwaarden, wordt de toepassing van dit stelsel beëindigd.

§ 5. Het ten laste nemen, bovenop de bezoldiging, door de werkgever of de vennootschap, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, van terugkerende uitgaven die rechtstreeks voortkomen uit de ter beschikking stelling of de tewerkstelling in België, wordt aangemerkt als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever tot een bedrag van 35 % van de in paragraaf 3, tweede lid, omschreven bezoldiging.

(...)

(...)

(...)

Wanneer de ingekomen belastingplichtige zijn werkzaamheid moet onderbreken en zijn bezoldiging niet wordt doorbetaald, maar de in het eerste lid bedoelde kosten ingevolge een contractuele verplichting toch verder ten laste worden genomen door de werkgever of de vennootschap, wordt de bezoldiging waarop het 35 %-plafond wordt berekend, bepaald alsof de werkzaamheid niet werd onderbroken.

§ 6. Worden eveneens aangemerkt als terugbetalingen van eigen kosten van de werkgever, de kosten die door de werkgever of de vennootschap, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, zijn gedragen in de mate dat deze kosten tot doel hebben om het volgende te dekken:

1° de kosten die voortvloeien uit de verhuis van de ingekomen belastingplichtige naar België

2° de kosten die verband houden met de inrichting van de woning in België gedaan in de eerste zes maanden na aankomst in België

3° het schoolgeld voor de kinderen van de ingekomen belastingplichtige of zijn partner die met hun ouders of een van hen verhuizen, wanneer ze volgens de Belgische wetgeving de leerplichtige leeftijd hebben en als dusdanig kleuteronderwijs, lager onderwijs of secundair onderwijs volgen in België in een privéschool of een internationale school.

De in het eerste lid, 1°, bedoelde kosten omvatten enkel de kosten van één reis om een nieuwe verblijfplaats in België te zoeken, de reiskosten van de ingekomen belastingplichtige zelf, van zijn partner en de kinderen die tot zijn gezin behoren, alsook de kosten voor het demonteren, verpakken, laden, vervoeren, ontladen, uitpakken en monteren van het meubilair dat toebehoort aan de ingekomen belastingplichtige. In voorkomend geval, worden ook de hotelkosten van de ingekomen belastingplichtige, zijn partner en van de kinderen die tot zijn gezin behoren gedurende de eerste drie maanden na de indiensttreding in België beoogd.

De in het eerste lid, 2°, bedoelde kosten, omvatten enkel de kosten die zijn gemaakt voor de aankoop van materiaal dat bestemd is om in de woning in België te blijven of voor de aankoop van huishoudtoestellen volgens de geldende normen in België.

De kosten die als in het eerste lid, 2°, bedoelde eigen kosten van de werkgever worden aanvaard, zijn beperkt tot het bedrag van 1.500 euro. De Koning kan dit bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex overeenkomstig de regels vastgelegd in paragraaf 3, zesde lid.

Het komt aan de belastingplichtige toe om de werkelijkheid en het bedrag van deze kosten te bewijzen aan de hand van bewijskrachtige stukken of, indien dit niet mogelijk is, op basis van alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

§ 7. De paragrafen 5 en 6 zijn van toepassing gedurende de periode van de opdracht van de belastingplichtige in België, met een maximum van 5 jaar.

Indien het verblijf van belastingplichtige in België de in het eerste lid vermelde duur overschrijdt, wordt de toepassing van de paragrafen 5 en 6 verlengd met 3 jaar voor zover dat:

1° de werkgever of de vennootschap aan de in paragraaf 2 vermelde voorwaarden blijft voldoen

en dat

2° de in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde drempel bereikt blijft.

§ 8. Om te kunnen genieten van het in dit artikel bedoelde stelsel, moet de werkgever of de vennootschap via elektronische weg een aanvraag indienen bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst. De aanvraag moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de indiensttreding van de belastingplichtige in België. De Koning bepaalt de vorm en inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld.

De aanvraag voor de in paragraaf 7, tweede lid, bedoelde verlenging van het stelsel wordt op straffe van verval via elektronische weg gedaan door de werkgever of de vennootschap bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de eerste termijn van 5 jaar te rekenen vanaf de start van de indiensttreding van de belastingplichtige in België. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld.

In bijlage bij de in het eerste en tweede lid bedoelde aanvraag moet een door de betrokken werknemer of bedrijfsleider ondertekend attest worden gevoegd, dat zijn akkoord met de aanvraag voor de toepassing van het stelsel bevestigt.

De administratie spreekt zich uit binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. De belastingplichtige en de werkgever of de vennootschap worden schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing van de administratie.

In geval van een positief antwoord, is het in dit artikel beoogde stelsel van toepassing op de bezoldigingen die door de ingekomen belastingplichtige worden verkregen vanaf zijn indiensttreding in België.

§ 9. In het geval van een wijziging van werkgever of vennootschap in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode, kan een nieuwe aanvraag voor de toepassing van dit stelsel worden ingediend door de nieuwe werkgever of de nieuwe vennootschap, zoals omschreven in paragraaf 8.

In dat geval kan dit stelsel opnieuw worden toegekend aan de ingekomen belastingplichtige voor zover dat:

1° de werkgever of de vennootschap aan de in paragraaf 2 vermelde voorwaarden blijft voldoen

en dat

2° de in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde drempel wordt bereikt

en dat

3° overeenkomstig paragraaf 7, de totale duur van de toepassing van dit stelsel in hoofde van de belastingplichtige niet meer bedraagt dan 5 jaar, in voorkomend geval te verlengen met 3 jaar, te rekenen vanaf de eerste tewerkstelling in België.

In het in deze paragraaf bedoelde geval, moet de in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde voorwaarde inzake de drempel (…) worden beoordeeld in verhouding tot de tewerkstelling van de belastingplichtige bij de respectievelijke werkgevers of de respectievelijke vennootschappen in de loop van het jaar.

§ 10. De werkgever of de vennootschap vermeldt de volgende gegevens op de in artikel 57 bedoelde fiche:

1° het bedrag van de aan de ingekomen belastingplichtige voor dat belastbaar tijdperk betaalde of toegekende bezoldiging zoals omschreven in paragraaf 3, tweede lid

2° het bedrag aangemerkt als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in toepassing van paragraaf 5

3° het bedrag aangemerkt als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in toepassing van paragraaf 6.

Art. 32/2, WIB 92 zoals gewijzigd door de W 18.12.2025 en zoals het van toepassing is op de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.01.2025

§ 1. In hoofde van ingekomen onderzoekers die in artikel 30, 1°, bedoelde bezoldigingen verkrijgen, wordt het ten laste nemen van bepaalde kosten door de werkgever beschouwd als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever binnen de voorwaarden en binnen de grenzen voorzien in dit artikel.

§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'ingekomen onderzoeker', verstaan:

1° de onderzoeker die rechtstreeks in het buitenland aangeworven wordt door een onderneming of vestiging van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, teneinde er een in België belastbare bezoldigde activiteit uit te oefenen

2° de onderzoeker die door een buitenlandse onderneming die deel uitmaakt van een multinationale groep, ter beschikking wordt gesteld aan één of meerdere ondernemingen of vestigingen van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, teneinde een in België belastbare bezoldigde activiteit uit te oefenen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'multinationale groep' verstaan, elke groep die twee of meer ondernemingen omvat die inwoner zijn van verschillende rechtsgebieden of die een onderneming omvat die inwoner is van het ene rechtsgebied en in een ander rechtsgebied aan belasting onderworpen is ter zake van de werkzaamheden die met behulp van een Belgische of buitenlandse inrichting worden uitgeoefend.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'onderzoeker', elke werknemer verstaan die:

1° alleen of in groep, uitsluitend of hoofdzakelijk onderzoeksactiviteiten verricht met wetenschappelijk, fundamenteel, industrieel of technisch karakter, binnen een laboratorium of een bedrijfstak zoals bedoeld in artikel 12:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, van een onderneming waarvan sprake in het eerste lid, 1° en 2°, van deze paragraaf, die in hoofdzaak een of meerdere programma's inzake onderzoek en ontwikkeling voert

en die

2° in het bezit is van een in het vijfde lid bedoeld diploma of een relevante beroepservaring van minstens 10 jaar kan aantonen.

Met een uitsluitende of hoofdzakelijke activiteit wordt in dit geval een tijdsbesteding bedoeld van minstens 80 % van de werktijd.

Het in het derde lid, 2°, bedoelde diploma is een diploma van doctor of master in de studiegebieden van de exacte of toegepaste technische wetenschappen, de burgerlijke ingenieurswetenschappen, de medische wetenschappen, de dierengeneeskunde, de farmaceutische wetenschappen, de architectuurwetenschappen of de landbouwwetenschappen.

§ 3. In hoofde van de in paragraaf 2 bedoelde ingekomen onderzoeker moeten bovendien de onderstaande voorwaarden cumulatief zijn vervuld:

1° in de loop van de 60 maanden voorafgaand aan de indiensttreding in België, geen rijksinwoner zijn geweest, noch gewoond hebben binnen een afstand van 150 kilometer van de grens, noch onderworpen zijn geweest aan de belasting van niet-inwoners voor beroepsinkomsten in België

2° het akkoord verkrijgen van de administratie in het kader van de bij paragraaf 8 bepaalde procedure.

(...)

§ 4. Wanneer in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode niet langer voldaan is aan de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden, wordt de toepassing van dit stelsel beëindigd.

§ 5. Het ten laste nemen, bovenop de bezoldiging, door de werkgever, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, van terugkerende uitgaven die rechtstreeks voortkomen uit de ter beschikking stelling of de tewerkstelling in België, wordt aangemerkt als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever tot een bedrag van 35 % van de bezoldiging.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder 'bezoldiging' verstaan, de brutobezoldiging voor de prestaties die de ingekomen onderzoeker ten behoeve van de in paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever (...) levert en op de resultaten van die werkgever (...) worden aangerekend, met uitsluiting van de inkomsten die in aanmerking komen voor de in de artikelen 155 en 156 bedoelde vermindering voor buitenlandse inkomsten vóór aftrek van sociale zekerheidsbijdragen, met uitsluiting van de opzeggingsvergoedingen, vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen en de bij toepassing van artikel 38 vrijgestelde bezoldigingen en met uitsluiting van de terugbetalingen van de in deze paragraaf en in paragraaf 6 bedoelde terugbetalingen.

(…)

(…)

Wanneer de ingekomen onderzoeker zijn werkzaamheid moet onderbreken en zijn bezoldiging niet wordt doorbetaald, maar de in het eerste lid bedoelde kosten ingevolge een contractuele verplichting toch verder ten laste worden genomen door de werkgever, wordt de bezoldiging waarop het 35 %-plafond wordt berekend, bepaald alsof de werkzaamheid niet werd onderbroken.

§ 6. Worden eveneens aangemerkt als terugbetalingen van eigen kosten van de werkgever, de kosten die door de werkgever, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, zijn gedragen in de mate dat deze kosten tot doel hebben om het volgende te dekken:

1° de kosten die voortvloeien uit de verhuis van de ingekomen onderzoeker naar België

2° de kosten die verband houden met de inrichting van de woning in België gedaan in de eerste zes maanden na aankomst in België

3° het schoolgeld voor de kinderen van de ingekomen onderzoeker of zijn partner die met hun ouders of een van hen verhuizen, wanneer ze volgens de Belgische wetgeving de leerplichtige leeftijd hebben en als dusdanig kleuteronderwijs, lager onderwijs of secundair onderwijs volgen in België in een privéschool of een internationale school.

De in het eerste lid, 1°, bedoelde kosten omvatten enkel de kosten van één reis om een nieuwe verblijfplaats in België te zoeken, de reiskosten van de ingekomen onderzoeker zelf, van zijn partner en de kinderen die tot zijn gezin behoren, alsook de kosten voor het demonteren, verpakken, laden, vervoeren, ontladen, uitpakken en monteren van het meubilair dat toebehoort aan de ingekomen onderzoeker. In voorkomend geval, worden ook de hotelkosten van de ingekomen onderzoeker, zijn partner en van de kinderen die tot zijn gezin behoren gedurende de eerste drie maanden na de indiensttreding in België beoogd.

De in het eerste lid, 2°, bedoelde kosten, omvatten enkel de kosten die zijn gemaakt voor de aankoop van materiaal dat bestemd is om in de woning in België te blijven of voor de aankoop van huishoudtoestellen volgens de geldende normen in België.

De kosten die als in het eerste lid, 2°, bedoelde eigen kosten van de werkgever worden aanvaard, zijn beperkt tot het bedrag van 1.500 euro. De Koning kan dit bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex overeenkomstig de regels vastgelegd in artikel 32/1, § 3, zesde lid.

Het komt aan de ingekomen onderzoeker toe om de werkelijkheid en het bedrag van deze kosten te bewijzen aan de hand van bewijskrachtige stukken of, indien dit niet mogelijk is, op basis van alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

§ 7. De paragrafen 5 en 6 zijn van toepassing gedurende de periode van de opdracht van de ingekomen onderzoeker in België, met een maximum van 5 jaar.

Indien het verblijf van de onderzoeker de in het eerste lid vermelde duur overschrijdt, wordt de toepassing van de paragrafen 5 en 6 met 3 jaar verlengd, voor zover voldaan blijft aan de bij paragraaf 2 bepaalde voorwaarden met betrekking tot de werkgever.

§ 8. Om te kunnen genieten van het in dit artikel bedoelde stelsel, moet de werkgever via elektronische weg een aanvraag indienen bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst. De aanvraag moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de indiensttreding van de ingekomen onderzoeker in België. De Koning bepaalt de vorm en inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld.

De aanvraag voor de in paragraaf 7, tweede lid, bedoelde verlenging van het stelsel wordt op straffe van verval via elektronische weg door de werkgever gedaan bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst ten laatste 3 maanden na het aflopen van de eerste termijn van 5 jaar te rekenen vanaf de start van de indiensttreding van de belastingplichtige in België. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld.

In bijlage bij de in het eerste en tweede lid bedoelde aanvraag moet een door de betrokken onderzoeker ondertekend attest worden gevoegd, dat zijn akkoord met de aanvraag voor de toepassing van het stelsel bevestigt.

De administratie spreekt zich uit binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. De onderzoeker en de werkgever worden schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing van de administratie.

In geval van een positief antwoord, is het in dit artikel beoogde stelsel van toepassing op de bezoldigingen die door de ingekomen onderzoeker worden verkregen vanaf zijn indiensttreding in België.

§ 9. In het geval van een wijziging van werkgever in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode, kan een nieuwe aanvraag voor de toepassing van dit stelsel worden ingediend door de nieuwe werkgever, zoals omschreven in paragraaf 8.

In dat geval kan de regeling opnieuw toegekend worden aan de onderzoeker voor zover:

1° aan de in paragraaf 2 vermelde voorwaarden met betrekking tot de werkgever voldaan blijft

en

2° overeenkomstig paragraaf 7, de totale duur van de toepassing van dit stelsel in hoofde van de ingekomen onderzoeker niet meer bedraagt dan 5 jaar, in voorkomend geval verlengd met 3 jaar, te rekenen vanaf de eerste tewerkstelling in België.

(…)

§ 10. De werkgever vermeldt de volgende gegevens op de in artikel 57 bedoelde fiche:

1° het bedrag van de aan de ingekomen onderzoeker betaalde of toegekende bezoldiging bedoeld in paragraaf 5, tweede lid

2° het bedrag aangemerkt als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in toepassing van paragraaf 5

3° het bedrag aangemerkt als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in toepassing van paragraaf 6.

Art. 17 van de W 18.12.2025

Belastingplichtigen die in België in dienst zijn getreden tussen 1 januari 2025 en de tiende dag na publicatie van deze wet in het Belgisch Staatsblad en wiens bezoldiging niet voldeed aan de grens van 75.000 euro, bedoeld in artikel 32/1, § 3, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het bestond voordat het werd gewijzigd door deze wet, maar wel aan alle andere voorwaarden van artikel 32/1 van hetzelfde Wetboek, kunnen alsnog een aanvraag tot het verkrijgen van het stelsel van ingekomen belastingplichtigen indienen binnen een periode van drie maanden te rekenen vanaf de tiende dag na de publicatie van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

De toepassing van het stelsel zoals omschreven in artikel 32/1, § 7, van hetzelfde Wetboek, start dan retroactief op de datum van indiensttreding in België, ten vroegste op 1 januari 2025.

Interne ref.: 746.141

Mots clés

Articles recommandés

Fiscaliteit
Circulaire | Instructies
F.F.F.

Circulaire 2026/C/50 over de verlenging van de fiscale vrijstelling van relance-uren

Gepubliceerd op 17 Apr 2026 bij 06:20
Lezen 10min
Fiscaliteit
Praktijk
F.F.F.

Publicatie modelen PB aangifte (deel I en 2) in het BS

Gepubliceerd op 07 Apr 2026 bij 04:00
Lezen 2min
Fiscaliteit
Circulaire | Instructies
F.F.F.

Circulaire 2026/C/46 over de verhoogde kostenaftrek voor uitgaven elektronische facturatie

Gepubliceerd op 02 Apr 2026 bij 10:44
Lezen 10min