
De ministerraad heeft op 30 april 2026 een voorontwerp van wet goedgekeurd dat de berekening van de werknemerspensioenen wijzigt. Het gaat om een beperking van bepaalde gelijkgestelde periodes die meetellen voor het pensioenbedrag.
Vandaag tellen sommige periodes waarin iemand niet werkt toch mee voor de opbouw van het pensioen. Denk bijvoorbeeld aan werkloosheid of bepaalde eindeloopbaanregelingen.
De regering wil vanaf 1 januari 2027 beperken hoeveel van deze periodes nog mogen meetellen voor de berekening van:
Concreet zullen bepaalde gelijkgestelde periodes nog slechts meetellen tot een bepaald percentage van de volledige loopbaan.
De beperking geldt onder meer voor:
Vanaf 2027 mogen de betrokken gelijkgestelde periodes maximaal 40% van de loopbaan uitmaken voor de pensioenberekening.
Dat percentage wordt geleidelijk verlaagd tot 20%, afhankelijk van het geboortejaar van de werknemer voor een rustpensioen of van de overleden huwelijkspartner bij een overlevingspensioen of overgangsuitkering.
Geboortejaar | Maximumpercentage |
|---|---|
1960 of vroeger | 100% |
1961 tot en met 1964 | 40% |
1965 | 35% |
1966 | 30% |
1967 | 25% |
1968 en later | 20% |
Wanneer de grens overschreden wordt, zullen de periodes die het minst bijdragen aan de pensioenopbouw als eerste worden geschrapt.
De beperking geldt niet voor:
Deze regeling is gebaseerd op ontwerpteksten. De inhoud kan dus nog wijzigen. De wetgeving is pas definitief na publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Bron: Voorontwerp van wet tot invoering van een beperkingspercentage in de pensioenregeling voor werknemers en zelfstandigen.
Besox, Sociaal Secretariaat – Verzekeringen – Finance
Zelf een loonkost per uur/maand/jaar berekenen? Dat kan gratis via onze tool : loonkost.besox.be