• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/62 over de belastingvoordelen voor de hypothecaire leningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 28/05/2026 de Circulaire 2026/C/62 over de belastingvoordelen voor de hypothecaire leningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Deze circulaire bevat een FAQ over de belastingverminderingen in de personenbelasting voor uitgaven verricht in het kader van hypothecaire leningen – Brussels Hoofdstedelijk Gewest – aanslagjaar 2026. Deze circulaire actualiseert de circulaire 2025/C/33.


Inhoudstafel

1. Eigen woning tijdens het volledige jaar

1.1. Hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2017 en daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen

1.1.1. Ik ging vanaf 2017 een hypothecaire lening aan voor mijn eigen woning. Heb ik recht op een fiscaal voordeel?
1.1.2. Ik ging in 2025 een hypothecaire lening aan om een hypothecaire lening te herfinancieren die in aanmerking kwam voor de gewestelijke woonbonus. Heb ik nog recht op een fiscaal voordeel?
1.1.3. Ik heb in 2025 een wederopname gedaan voor het verbouwen van mijn eigen woning. Heb ik recht op een fiscaal voordeel?

1.2. Hypothecaire leningen aangegaan vóór 2017 en daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen

1.2.1. Wat zijn de grensbedragen voor de gewestelijke woonbonus voor aanslagjaar 2026?
1.2.2. Ik ging in 2010 een hypothecaire lening aan die uitsluitend heeft gediend voor de financiering van de plaatsing van zonnepanelen aan mijn eigen woning (ook wel ‘groene lening’ genoemd). Komen mijn interesten voor aanslagjaar 2026 in aanmerking voor de belastingvermindering voor interesten van groene leningen?

2. Hypotheekoverdracht
3. Eigen woning tijdens een deel van het jaar
4. Deel van de eigen woning dat wordt verhuurd
5. Deel van de eigen woning voor zelfstandige beroepswerkzaamheid
6. Andere dan eigen woning

6.1. Ik ging in 2025 een hypothecaire lening aan voor het verwerven van mijn tweede verblijf. Mag ik de uitgaven van mijn hypothecaire lening in mijn belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 vermelden?
6.2. Ik ging vóór 2024 (maar vanaf 2005) een hypothecaire lening aan voor het verwerven van mijn in de Europese Economische Ruimte gelegen tweede verblijf. Hoe moet ik de uitgaven van mijn hypothecaire lening in mijn belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 verdelen?

7. Individuele levensverzekering (niet gekoppeld aan een hypothecaire lening)

Deze FAQ is van toepassing voor inkomstenjaar 2025, aanslagjaar 2026 en indien uw fiscale woonplaats op 01.01.2026 gevestigd was in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

1. Eigen woning tijdens het volledige jaar

De belastingvoordelen voor de hypothecaire leningen voor uw eigen woning (te beoordelen op het moment van betaling) zijn sinds aanslagjaar 2015 een bevoegdheid van de gewesten.

Opgelet: Deze FAQ is niet van toepassing op een hypothecaire lening die betrekking heeft op een vervreemde woning met hypotheekoverdracht (de zogenaamde pandwissel). De uitgaven van een dergelijke hypothecaire lening worden in een afzonderlijke FAQ (zie 2. Hypotheekoverdracht) behandeld.

1.1. Hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2017 en daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen

1.1.1. Ik ging vanaf 2017 een hypothecaire lening aan voor mijn eigen woning. Heb ik recht op een fiscaal voordeel?

Nee.

De uitgaven van een vanaf 01.01.2017 gesloten lening voor het verwerven of behouden van uw eigen woning en de daarmee verbonden individuele levensverzekering komen niet in aanmerking voor een belastingvoordeel, behalve wanneer die uitgaven verband houden met een herfinanciering van vóór 2017 gesloten leningen (zie FAQ 1.1.2.).

De fiscale voordelen voor de eigen woning (gewestelijke woonbonus, …) werden afgeschaft (1) en een verhoogd abattement (2) van de registratierechten voor de verwerving van een eigen woning werd ter compensatie ingevoerd.

(1) Zie circulaire 2018/C/78 van 21.06.2018 over de wijzigingen aan de belastingverminderingen voor belastingplichtigen gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

(2) Zoals bedoeld in artikel 46bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals dit werd gewijzigd door artikel 14 van de ordonnantie van 12.12.2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming.

1.1.2. Ik ging in 2025 een hypothecaire lening aan om een hypothecaire lening te herfinancieren die in aanmerking kwam voor de gewestelijke woonbonus. Heb ik nog recht op een fiscaal voordeel?

Ja.

Als u een hypothecaire lening (herfinancieringslening) sluit die dient voor het aflossen van het openstaande saldo van een vóór 2017 gesloten hypothecaire lening, wordt de herfinancieringslening (meer bepaald het deel ervan dat betrekking heeft op het openstaand saldo) geacht de oorspronkelijke lening verder te zetten.

Als aan alle voorwaarden is voldaan kunnen de uitgaven van de herfinancieringslening in aanmerking komen voor hetzelfde fiscale voordeel als hetgeen waarvoor de oorspronkelijke lening in aanmerking kwam (gewestelijke woonbonus, …). Eén van deze voorwaarden is dat de werkelijke duur van het eerste leningscontract en het tijdperk waarop het tweede contract slaat ten minste 10 jaar moeten bedragen.

Indien het ontleende bedrag van de herfinancieringslening hoger is dan het openstaande saldo van de eerder gesloten lening wordt enkel het deel dat dient voor het aflossen van het openstaande saldo van de eerder gesloten lening geacht de oorspronkelijke lening verder te zetten.

Het surplus wordt beschouwd als een nieuwe hypothecaire lening en kan dus niet in aanmerking komen voor een fiscaal voordeel (zie FAQ 1.1.1.).

Opgelet: Een herfinanciering van een lening die oorspronkelijk vanaf 2017 werd gesloten kan niet in aanmerking komen voor een belastingvoordeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

1.1.3. Ik heb in 2025 een wederopname gedaan voor het verbouwen van mijn eigen woning. Heb ik recht op een fiscaal voordeel?

Nee.

Een wederopname wordt gelijkgesteld met een nieuw leningscontract.

Uitgaven voor leningen aangegaan vanaf 01.01.2017 kunnen niet in aanmerking komen voor een belastingvoordeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (zie FAQ 1.1.1.).

1.2. Hypothecaire leningen aangegaan vóór 2017 en daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen

1.2.1. Wat zijn de grensbedragen voor de gewestelijke woonbonus voor aanslagjaar 2026?

Voor aanslagjaar 2026 dient u de uitgaven die in aanmerking komen voor de woonbonus van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te begrenzen tot

Totaal

Basisbedrag

3.010 euro

3.010 euro

Verhoging indien

- u de lening in 2016 aanging (3)

en

- het op 31.12.2025 nog altijd uw enige woning was (4).

Bijkomende verhoging als u daarenboven op 1 januari van het jaar na afsluiting van die lening minstens 3 kinderen ten laste had (5).

+ 1.000 euro

+ 100 euro

4.010 euro

4.110 euro

(3) Bij herfinancieringsleningen geldt in principe de datum van de oorspronkelijke lening. Het extra ontleende bedrag wordt als een nieuwe lening beschouwd.
(4) Om te bepalen of uw woning op 31.12.2025 nog altijd uw enige woning was, moet u geen rekening houden met de andere woningen waarvan u:

- naakte eigenaar was

- door erfenis mede-eigenaar of vruchtgebruiker was.

(5) De kinderen die op dat tijdstip zwaar gehandicapt waren, mag u dubbel tellen.

1.2.2. Ik ging in 2010 een hypothecaire lening aan die uitsluitend heeft gediend voor de financiering van de plaatsing van zonnepanelen aan mijn eigen woning (ook wel ‘groene lening’ genoemd). Komen mijn interesten voor aanslagjaar 2026 in aanmerking voor de belastingvermindering voor interesten van groene leningen?

Nee.

Deze belastingvermindering is niet meer van toepassing vanaf aanslagjaar 2026 (6).

(6) Zie circulaire 2026/C/2 van 05.01.2026 over de federale vastgoedfiscaliteit – wijzigingen vanaf aanslagjaar 2026.

De uitgaven kunnen, als aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor een gewestelijk belastingvoordeel.

2. Hypotheekoverdracht

Ik heb in 2010 een hypothecaire lening gesloten voor het verwerven van mijn enige en eigen woning. Ik verkocht deze woning in 2025 en verhuisde naar een andere eigen woning. Ik ben de lening van 2010 verder blijven aflossen (hypotheekoverdracht). Waar mag ik de uitgaven van deze lening vermelden?

U was vanaf de verkoop geen eigenaar meer van de woning waarvoor u de lening aanging. Die uitgaven betreffen dus niet langer uw eigen woning.

Als aan alle voorwaarden is voldaan, kunnen uw kapitaalaflossingen in aanmerking komen voor de federale vermindering voor het lange termijnsparen.

U mag de kapitaalaflossingen maar in uw aangifte vermelden in de mate dat zij slaan op de eerste schijf van de lening(en) die in de tabel is opgenomen.

Jaar van afsluiting van de lening

In aanmerking te nemen aanvangsbedrag van de lening (in euro)

2005

62.190,00

2006

63.920,00

2007

65.060,00

2008

66.240,00

2009 en 2010

69.220,00

2011

70.700,00

2012

73.190,00

2013 t.e.m. 2017

75.270,00

2018

76.860,00

2019 t.e.m. 2023

78.440,00

Vanaf 2024

-

U vermeldt dit begrensde bedrag van de kapitaalaflossingen in vak IX, rubriek II, 1, naast de code(s):

- 1358 en/of 2358 (kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen gesloten tot 2023 aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van een andere woning dan uw ‘eigen woning’ die in aanmerking komen voor de federale vermindering voor het lange termijnsparen).

Het overschot van de kapitaalaflossingen komt niet in aanmerking voor een belastingvoordeel.

Opgelet: De kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening die u vanaf 01.01.2024 aangaat (en de daarmee verband houdende individuele levensverzekering) komen niet in aanmerking voor de federale belastingvermindering (7).

(7) Zie circulaire 2023/C/89 van 16.11.2023 over de opheffing van de federale belastingvermindering voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2024.

De interesten kunnen niet in aanmerking komen voor een federaal belastingvoordeel.

De uitgaven die u vóór de verhuis betaalde kunnen, als aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor de woonbonus van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Opgelet: Er geldt een cumulverbod met het verhoogd abattement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (8). Als u in 2025 uw eigen woning verwierf en u het verhoogde abattement (9) verkreeg, mag u om dit verhoogde abattement te kunnen behouden voor het aanslagjaar 2026 geen belastingvoordeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vragen.

(8) Zie circulaire 2019/C/36 van 30.04.2019 over de wijzigingen aan de belastingverminderingen voor belastingplichtigen gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

(9) Zoals bedoeld in artikel 46bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals dit werd gewijzigd door artikel 14 van de ordonnantie van 12.12.2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming.

3. Eigen woning tijdens een deel van het jaar

Ik ben eigenaar van een woning waarvoor ik vóór 01.01.2017 een hypothecaire lening aanging en die ik tot en met 30.04.2025 zelf betrok. Vanaf 01.05.2025 heb ik die woning aan een particulier verhuurd. Hoe moet ik de uitgaven van mijn hypothecaire lening in mijn belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 verdelen?

De uitgaven van uw hypothecaire lening verdeelt u als volgt:

- De tot en met 30.04.2025 betaalde uitgaven:

De interesten en kapitaalaflossingen kunnen, als aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor een gewestelijk belastingvoordeel.

Opgelet: De uitgaven van een lening die u vanaf 01.01.2017 aangaat (en de daarmee verband houdende individuele levensverzekering) komen niet in aanmerking voor een belastingvoordeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

- - De vanaf 01.05.2025 betaalde uitgaven:

De kapitaalaflossingen kunnen, als aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor de federale vermindering voor het lange termijnsparen.

Opgelet: De kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening die u vanaf 01.01.2024 aangaat komen niet in aanmerking voor de federale belastingvermindering (10).

De interesten komen niet in aanmerking voor een federaal belastingvoordeel (11).

(10) Zie circulaire 2023/C/89 van 16.11.2023 over de opheffing van de federale belastingvermindering voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2024.

(11) Zie circulaire 2026/C/2 van 05.01.2026 over de federale vastgoedfiscaliteit – wijzigingen vanaf aanslagjaar 2026.

Het door uw kredietgever uitgereikte attest vermeldt de in het jaar 2025 betaalde interesten en kapitaalaflossingen. U kan met alle bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed, aantonen op welk tijdstip u deze uitgaven hebt betaald.

Voorbeeld

Sofie is eigenaar van één woning (KI: 1.000 euro) die zij tot en met 30.04.2025 zelf betrok. Vanaf 01.05.2025 verhuurt ze haar woning aan een particulier.

In 2012 ging zij een hypothecaire lening aan van 100.000 euro.

Op 01.01.2026 was haar fiscale woonplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen.

In 2025 betaalde Sofie de volgende bedragen:

- interesten: 3.000 euro

- kapitaalaflossingen: 6.750 euro.

Sofie vult haar belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 als volgt in:

Vak III (onroerende inkomsten):

- Code 1106: 671,23 euro (1.000 x 245/365).

Vak IX (interesten en kapitaalaflossingen):

- Gewestelijke woonbonus:

* Code 3370: 3.010 euro ((3.000 + 6.750) x 4/12 = 3.250 euro, begrensd tot 3.010 euro)

- Federale vermindering voor het lange termijnsparen :

* Code 1358: 3.293,55 euro ((6.750 x 8/12) x 73.190/100.000).

4. Deel van de eigen woning dat wordt verhuurd

Ik verhuur een deel van de door mij betrokken woning aan mijn vennootschap. De uitgaven van mijn hypothecaire lening hebben gedeeltelijk betrekking op dat verhuurde deel. Dit verhuurde deel is dus niet mijn eigen woning. Hoe moet ik de uitgaven van mijn hypothecaire lening in mijn belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 verdelen?

De uitgaven van uw hypothecaire lening verdeelt u als volgt:

- De uitgaven die betrekking hebben op het deel van de woning dat u zelf betrekt:

De interesten en kapitaalaflossingen kunnen, als aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor een gewestelijk belastingvoordeel.

Opgelet: De uitgaven van een lening die u vanaf 01.01.2017 aangaat (en de daarmee verband houdende individuele levensverzekering) komen niet in aanmerking voor een belastingvoordeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

- De uitgaven die betrekking hebben op het verhuurde deel:

  • De kapitaalaflossingen kunnen, als aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor de federale vermindering voor het lange termijnsparen.

Opgelet: De kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening die u vanaf 01.01.2024 aangaat komen niet in aanmerking voor de federale belastingvermindering (12).

  • De interesten komen niet in aanmerking voor een federaal belastingvoordeel (13).

(12) Zie circulaire 2023/C/89 van 16.11.2023 over de opheffing van de federale belastingvermindering voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2024.

(13) Zie circulaire 2026/C/2 van 05.01.2026 over de federale vastgoedfiscaliteit – wijzigingen vanaf aanslagjaar 2026.

Voorbeeld

Lieve is eigenaar van één woning (KI: 1.000 euro) die zij gedeeltelijk zelf betrekt. Zij verhuurt 20 % van deze woning aan haar eigen vennootschap.

In 2012 ging zij een hypothecaire lening aan van 100.000 euro. Van het ontleende bedrag heeft 20.000 euro gediend voor het financieren van het verhuurde deel van de woning.

Op 01.01.2026 was haar fiscale woonplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen.

In 2025 betaalde Lieve volgende bedragen:

- interesten: 3.000 euro

- kapitaalaflossingen: 6.000 euro.

Lieve vult haar belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 als volgt in:

Vak III (onroerende inkomsten):

- Code 1109: 200 euro (1.000 x 20 %)

- Code 1110: huur en huurvoordelen (in voorkomend geval verminderd met de als bezoldigingen van bedrijfsleider geherkwalificeerde huur).

Vak IX (interesten en kapitaalaflossingen):

- Gewestelijke woonbonus:

* Code 3370: 3.010 euro ((3.000 + 6.000) x 80 % = 7.200 euro, begrensd tot 3.010 euro)

- Federale vermindering voor het lange termijnsparen:

* Code 1358: 878,28 euro ((6.000 x 20 %) x 73.190 / 100.000).

5. Deel van de eigen woning voor zelfstandige beroepswerkzaamheid

Ik gebruik een deel van de door mij betrokken woning voor mijn zelfstandige beroepswerkzaamheid. De uitgaven van mijn hypothecaire lening hebben gedeeltelijk betrekking op dat beroepsmatig gebruikte deel. Dit beroepsmatig gebruikte deel is dus niet mijn eigen woning. Hoe moet ik de uitgaven van mijn hypothecaire lening in mijn belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 verdelen?

De interesten en kapitaalaflossingen verdeelt u als volgt:

- De uitgaven die betrekking hebben op het deel van de woning dat u zelf betrekt:

De interesten en kapitaalaflossingen kunnen, als aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor een gewestelijk belastingvoordeel.

Opgelet: De uitgaven van een lening die u vanaf 01.01.2017 aangaat (en de daarmee verband houdende individuele levensverzekering) komen niet in aanmerking voor een belastingvoordeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

- De uitgaven die betrekking hebben op het beroepsmatig gebruikte deel:

  • De kapitaalaflossingen kunnen, als aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor de federale vermindering voor het lange termijnsparen.

Opgelet: De kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening die u vanaf 01.01.2024 aangaat komen niet in aanmerking voor de federale belastingvermindering (14).

  • De interesten die u hebt gedragen voor het verkrijgen of behouden van uw beroepsinkomen zijn aftrekbaar als beroepskosten.

(14) Zie circulaire 2023/C/89 van 16.11.2023 over de opheffing van de federale belastingvermindering voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2024.

6. Andere dan eigen woning

6.1. Ik ging in 2025 een hypothecaire lening aan voor het verwerven van mijn tweede verblijf. Mag ik de uitgaven van mijn hypothecaire lening in mijn belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 vermelden?

Nee.

De uitgaven van een dergelijke lening kan u niet vermelden in uw belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 (15).

(15) Zie circulaire 2023/C/89 van 16.11.2023 over de opheffing van de federale belastingvermindering voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2024 en de circulaire 2026/C/2 van 05.01.2026 over de federale vastgoedfiscaliteit – wijzigingen vanaf aanslagjaar 2026.

6.2. Ik ging vóór 2024 (maar vanaf 2005) een hypothecaire lening aan voor het verwerven van mijn in de Europese Economische Ruimte gelegen tweede verblijf. Hoe moet ik de uitgaven van mijn hypothecaire lening in mijn belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 verdelen?

De kapitaalaflossingen van uw hypothecaire lening (en de daarmee verband houdende individuele levensverzekering) kunnen, als aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor de federale vermindering voor het lange termijnsparen

U mag de kapitaalaflossingen maar in uw aangifte vermelden in de mate dat zij slaan op de eerste schijf van de lening(en) die in deze tabel is opgenomen.

Jaar van afsluiting van de lening

In aanmerking te nemen aanvangsbedrag van de lening (in euro)

2005

62.190,00

2006

63.920,00

2007

65.060,00

2008

66.240,00

2009 en 2010

69.220,00

2011

70.700,00

2012

73.190,00

2013 t.e.m. 2017

75.270,00

2018

76.860,00

2019 t.e.m. 2023

78.440,00

U vermeldt dit begrensde bedrag van de kapitaalaflossingen in vak IX, rubriek II, 1, naast de code(s):

- 1358 en/of 2358 (kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen gesloten tot 2023 aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van een andere woning dan uw ‘eigen woning’ die in aanmerking komen voor de federale vermindering voor het lange termijnsparen).

Het overschot van de kapitaalaflossingen komt niet in aanmerking voor een belastingvoordeel.

U mag de premie van de individuele levensverzekering die dient tot waarborg of wedersamenstelling van de lening vermelden in vak IX, rubriek II, 2, naast de code(s):

- 1353 en/of 2353 (premies van individuele levensverzekeringen die in aanmerking komen voor de federale vermindering voor het lange termijnsparen).

Vermeld ook het nummer van het contract en de naam van de verzekeringsinstelling.

Opgelet: Van zodra u eenmaal een belastingvoordeel voor de betaalde premies hebt verkregen, zullen de uit het contract voortvloeiende voordelen worden belast. Als u die belasting wilt vermijden, mag u de premies nooit invullen.

De interesten komen niet in aanmerking voor de federale gewone interestaftrek (16).

Opgelet: Er geldt een bevriezing van de looptijd van de federale belastingvermindering voor het lange termijnsparen (17).

(16) Zie circulaire 2026/C/2 van 05.01.2026 over de federale vastgoedfiscaliteit – wijzigingen vanaf aanslagjaar 2026.

(17) Zie circulaire 2023/C/89 van 16.11.2023 over de opheffing van de federale belastingvermindering voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2024.

7. Individuele levensverzekering (niet gekoppeld aan een hypothecaire lening)

Waar vermeld ik de premie(s) van mijn individuele levensverzekering die niet dient voor het waarborgen of het wedersamenstellen van een lening?

U vermeldt de premie van een individuele levensverzekering in vak IX, rubriek II, 2, van de belastingaangifte, naast de code(s):

- 1353 en/of 2353 (premies van individuele levensverzekeringen die in aanmerking komen voor de federale vermindering voor het lange termijnsparen).

Vermeld ook het nummer van het contract en de naam van de verzekeringsinstelling.

Opgelet: Van zodra u eenmaal een belastingvoordeel voor de betaalde premies hebt verkregen, zullen de uit het contract voortvloeiende voordelen worden belast. Als u die belasting wilt vermijden, mag u de premies nooit invullen.

Interne ref.: 748.314

Mots clés

Articles recommandés

Fiscaliteit
Circulaire | Instructies
F.F.F.

Circulaire 2026/C/61 over de belastingvoordelen voor de hypothecaire leningen in het Waals Gewest

Gepubliceerd op 28 May 2026 bij 08:35
Lezen 18min