• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/85 over de bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 10/09/2026 de Circulaire 2026/C/85 over de bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars.​

Deze circulaire bespreekt art. 50 en 51 van de Wet van 15.07.2026 tot hervorming van de personenbelasting (BS 29.07.2026 - Numac: 2026005724).


Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Minimumleeftijd professionele voetballers

III. Wijziging fiscaal regime jonge sportbeoefenaars

IV. Inwerkingtreding

V. Wetteksten

A. W 15.07.2026

B. Gecoördineerde versie van het WIB 92

I. Inleiding

1. Deze circulaire bespreekt de wijziging aan het fiscaal regime dat van toepassing is op de bezoldigingen betaald of toegekend aan jonge sportbeoefenaars.

2. Als een sportbeoefenaar op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, doch jonger is dan 23 jaar, worden de bezoldigingen (1) die hem worden betaald of toegekend voor een als zodanig verrichte werkzaamheid, tot een maximumbedrag van 12.300 euro bruto per belastbaar tijdperk (niet geïndexeerd basisbedrag), afzonderlijk belast tegen een aanslagvoet van 16,5 % (2) (3).

(1) Als bedoeld in art. 30, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

(2) Tenzij het stelsel van de volledige samentelling van de inkomsten voor de belastingplichtige voordeliger is.

(3) Zie art. 171, 4°, j), WIB 92.

Deze minimumleeftijd wordt nu verlaagd naar 15 jaar.

II. Minimumleeftijd professionele voetballers

3. Vroeger konden voetballers pas vanaf 16 jaar een arbeidsovereenkomst als betaalde sportbeoefenaar afsluiten. In 2018 werd deze minimumleeftijd verlaagd (4). Sindsdien kan een voetballer een arbeidsovereenkomst aangaan zodra de voltijdse leerplicht is afgelopen. Die leerplicht duurt tot de leeftijd van 15 jaar, op voorwaarde dat ten minste de eerste twee leerjaren van het secundair onderwijs zijn doorlopen. In elk geval eindigt de voltijdse leerplicht uiterlijk op de leeftijd van 16 jaar.

(4) Koninklijk besluit van 25.05.2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2001 tot vaststelling, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan (BS 06.06.2018 - Numac: 2018202713).

III. Wijziging fiscaal regime jonge sportbeoefenaars

4. Door deze wijziging uit 2018 is een fiscale anomalie ontstaan: de bepaling in art. 171, 4°, j), WIB 92 werd niet aangepast aan de nieuwe minimumleeftijd.

5. Daarom heeft de regering beslist om ook de minimumleeftijd voor de toepassing van het tarief van 16,5 % over een eerste inkomensschijf van 12.300 euro (niet geïndexeerd basisbedrag) van bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars te verlagen van 16 jaar tot 15 jaar (5).

(5) Art. 171, 4°, j), WIB 92 zoals gewijzigd door art. 50 van de wet van 15.07.2026 tot hervorming van de personenbelasting (BS 29.07.2026 - Numac: 2026005724) (hierna W 15.07.2026).

6. Deze aanpassing draagt dus bij tot een betere afstemming tussen het fiscale regime en het arbeidsrechtelijke kader dat van toepassing is op deze categorie belastingplichtigen.

IV. Inwerkingtreding

7. De besproken wettelijke bepaling is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 01.01.2026 worden betaald of toegekend (6).

(6) Art. 51, W 15.07.2026.

V. Wetteksten

A. W. 15.07.2026

8. De betrokken artikelen van de W 15.07.2026 luiden als volgt:

Art. 50

In artikel 171, 4°, j) van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2007 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2021, worden de woorden “16 jaar” vervangen door de woorden “15 jaar”.

Art. 51

Deze titel is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2026 worden betaald of toegekend.

B. Gecoördineerde versie van het WIB 92

9. De wijzigingen zijn vetgedrukt.

Art. 171, 4°, j), WIB 92 zoals gewijzigd door art. 50, W 15.07.2026, luidt als volgt:

In afwijking van de artikelen 130 tot 145 en 146 tot 156, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting Staat op de andere inkomsten, meer bedraagt dan de overeenkomstig de voormelde artikelen bepaalde belasting op de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3° en 6°, en 90, eerste lid, 6° en 9°, vermelde inkomsten en op de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, eerste lid, 1°, belastbaar zijn, vermeerderd met de belasting Staat met betrekking tot het geheel van de andere belastbare inkomsten:

(…)

4° tegen een aanslagvoet van 16,5 %:

(…)

j) de in artikel 30, 1°, bedoelde bezoldigingen voor een maximumbedrag van 12.300 euro bruto per belastbaar tijdperk, betaald of toegekend aan sportbeoefenaars voor een als zodanig verrichte werkzaamheid, voorzover zij de leeftijd van 15 jaar hebben bereikt doch jonger zijn dan 23 jaar op 1 januari van het aanslagjaar.

Mots clés

Articles recommandés

Fiscaliteit
Jurisprudentie
F.F.F.

Rechtspraak nuanceert de bewijslast onder artikel 49 WIB en herleidt zware fiscale boetes!

Gepubliceerd op 30 Sep 2026 bij 04:00
Lezen 9min
Fiscaliteit
Jurisprudentie
F.F.F.

België wint voor het Hof van Cassatie in de zaak van de "Abonnementstaks"

Gepubliceerd op 12 Sep 2026 bij 05:00
Lezen 2min