
De belangrijkste prijsstijgingen in april hadden betrekking op aardgas, motorbrandstoffen, elektriciteit, hotelkamers, vliegtuigtickets, vlees, huisbrandolie, alcoholische dranken, restaurants en cafés, onderhoudsproducten, brood en granen, groenten en zuivelproducten. Audio – en videoapparatuur hadden daarentegen een verlagend effect op het indexcijfer.
De inflatie bedraagt nu 4,01%, tegenover 1,65% in maart en 1,45% in februari. De inflatie op basis van de gezondheidsindex bedraagt deze maand 3,38% tegenover 1,38% in maart en 1,68% in februari. Het inflatiecijfer zonder energieproducten bedraagt in april 3,49% tegenover 2,54% de vorige maand en 2,74% in februari. De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 3,55% in april, tegenover 2,72% in maart.
Wat energie betreft, bedraagt de inflatie deze maand 10,58% tegenover -4,41% in maart en -7,89% in februari. Voor elektriciteit bedraagt de inflatie momenteel 3,3% tegenover -6,6% vorige maand. Voor aardgas gaat de inflatie van -14,7% vorige maand naar 11,4% deze maand. De prijs van aardgas stijgt ten opzichte van vorige maand met 22,9% en die van elektriciteit stijgt met 5,4%. De prijs van huisbrandolie is, afgevlakt over 12 maanden, met -1,44% gedaald in één jaar tijd. De motorbrandstoffen werden 27,4% duurder dan in april vorig jaar en zijn deze maand 12,3% gestegen ten opzichte van vorige maand.
De inflatie voor diensten gaat van 4,86% naar 5,28%. De inflatie voor de huur stijgt van 3,39% vorige maand naar 3,45% deze maand. De inflatie van voedingsmiddelen (inclusief alcoholische dranken) bedraagt deze maand 1,86% tegenover -0,88% vorige maand.
De inflatie van energie gaat van -4,41% in maart tot 10,58% in april en draagt 0,88 procentpunt bij aan de totale inflatie. Voedingsmiddelen, met een inflatie van 1,86%, leveren een bijdrage van 0,35 procentpunt.
De prijs voor aardgas steeg in april met 22,9% ten opzichte van de voorgaande maand. De prijs voor elektriciteit is deze maand gemiddeld met 5,4% gestegen.
Enkele producten en diensten die ten opzichte van april vorig jaar sterk in prijs stegen, zijn:
Stijgend: | Inflatie |
|---|---|
Vliegtuigtickets | 41,5% |
Overige brandstoffen (LPG) | 40,7% |
Diesel | 40,7% |
Externe geheugenopslag (harde schijven, USB-sticks, SD-kaarten,. ...) | 26,4% |
Benzine | 20,3% |
Hotelkamers | 18,7% |
Geneesmiddelen en vaccins | 16,9% |
Propaan | 15,7% |
Enkele producten en diensten die ten opzichte van april vorig jaar sterk in prijs zijn gedaald, zijn:
Dalend: | Inflatie |
|---|---|
Medische diagnostische producten (bloeddrukmeter, thermometer, …) | -12,9% |
Powerbanks | -11,2% |
Smartphones | -11,1% |
Computers, laptops en tablets | -9,8% |
Verse bessen | -9,1% |
Plantaardige melk | -8,0% |
Smartwatches en ereaders | -6,5% |
Schrijfwaren en tekenartikelen | -6,5% |
De hoofdgroep die in april de grootste positieve impact [i] heeft op de inflatie is “Vervoer” met 0,71 procentpunt. De groep “Voeding en alcoholvrije dranken” had de grootste negatieve impact met -0,46 procentpunt.
De hoofdgroep met de grootste bijdrage [ii] tot de inflatie in april is “Vervoer” met 1,22 procentpunt. De groep “Onderwijs” leverde de grootste negatieve bijdrage met 0,02 procentpunt.
De eerste inflatieraming volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP flash estimate) bedraagt 4,3% in april 2026.
De consumptieprijsindex is in april met 1,5 punt of 1,47% gestegen tot 103,34 punten, tegenover 101,84 punten in maart (2025 = 100). De gezondheidsindex stijgt in april met 1,14 punt tot 102,77 punten tegenover 101,63 punten in maart. De afgevlakte gezondheidsindex bedraagt in april 99,85 punten. De volgende spilindex voor het openbaar ambt en de sociale uitkeringen is vastgelegd op 100,28 punten.
De belangrijkste prijsstijgingen in april hadden betrekking op aardgas, motorbrandstoffen, elektriciteit, hotelkamers, vliegtuigtickets, vlees, huisbrandolie, alcoholische dranken, restaurants en cafés, onderhoudsproducten, brood en granen, groenten en zuivelproducten. Audio – en videoapparatuur hadden daarentegen een verlagend effect op het indexcijfer.
De belangrijkste schommelingen deze maand waren:
Stijgend: | Invloed: | Dalend: | Invloed: |
|---|---|---|---|
Aardgas | 0,440 punt | Audio- en videoapparatuur | -0,020 punt |
Motorbrandstoffen | 0,380 punt | ||
Elektriciteit | 0,165 punt | ||
Hotelkamers | 0,110 punt | ||
Vliegtuigtickets | 0,065 punt | ||
Vlees | 0,040 punt | ||
Huisbrandolie | 0,040 punt | ||
Alcoholische dranken | 0,030 punt | ||
Restaurants en cafés | 0,025 punt | ||
Onderhoudsproducten | 0,025 punt | ||
Brood en granen | 0,025 punt | ||
Groenten | 0,025 punt | ||
Zuivelproducten | 0,020 punt |
De prijs van aardgas steeg met gemiddeld 22,9%. Motorbrandstoffen werden in april gemiddeld 12,3% duurder. De prijs van elektriciteit is eveneens gestegen, en dat met 5,4%. Hotelkamers zijn gemiddeld 14,4% in prijs gestegen. Ook de prijzen van vliegtuigtickets zijn gestegen, en dat met 9,8%. De prijs van vlees steeg met gemiddeld 1,2% in april. Huisbrandolie werd in april gemiddeld 4,4% duurder. Alcoholische dranken werden in april gemiddeld 1,9% duurder. Restaurants en cafés in april gemiddeld 0,3% duurder. De prijs van onderhoudsproducten is eveneens gestegen, en dat met 1,2%. Brood en granen werden in april gemiddeld 1,0% duurder. De prijs van groenten is in april gemiddeld 1,3% gestegen. Zuivelproducten werden in april gemiddeld 0,9% duurder.
Audio- en videoapparatuur werden in april gemiddeld 8,7% goedkoper.
2025 = 100 | Januari | Februari | Maart | April |
|---|---|---|---|---|
Consumptieprijsindex | 101,17 | 101,72 | 101,84 | 103,34 |
Inflatie | 1,10% | 1,45% | 1,65% | 4,01% |
Gezondheidsindex | 101,33 | 101,84 | 101,63 | 102,77 |
Afgevlakte gezondheidsindex* | 98,73 | 99,14 | 99,38 | 99,85 |
* bepaald in de wet van 23.04.2015 tot verbetering van de werkgelegenheid (Belgisch Staatsblad van 27.04.2015) | ||||
[i] De impact op de inflatie toont de wijziging van de inflatie door het opnemen van die productgroep in de berekening van de CPI. De impact houdt niet alleen rekening met het gewicht van de productgroep, maar ook met het feit of de inflatie van de productgroep hoger of lager is dan deze van het geheel aan bestedingen (globale CPI).
[ii] De bijdrage tot de inflatie van een bepaalde productgroep geeft weer hoeveel van de verandering van de totale bestedingen te wijten is aan de prijsverandering van deze productgroep.