• FR
  • NL
  • EN

Een heel klein beetje (begrotings)oorlog.

​Een heel klein beetje oorlog. Het is de titel en de leadsong van het tweede studio-album van de band Noordkaap uit 1993. Het lied gebruikt de metafoor van oorlog voor de onderhuidse spanningen en de absurditeit van de machtsstrijd binnen een relatie, waarbij het escalerende drama rond een klein conflict vaak de échte problemen op tafel brengt. Een beetje zoals bij de begrotingsbesprekingen van de Arizona-regering dus.​

Met de start van het parlementair jaar, starten traditioneel ook de begrotingsbesprekingen binnen de regering. Deze besprekingen beloven dit jaar extra spannend te worden. In de hoop om het begrotingstekort binnen de Europese norm van 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) te houden moet de regering tegen 2029 op zoek naar 10 miljard Euro, een oefening die vervolgens ook nog eens zal moeten worden herhaald tegen 2031. En eigenlijk zou zou de regering nog veel verder moeten gaan. De zoektocht naar 20 miljard euro leidt immers niet naar een begroting in evenwicht. Het zorgt er enkel voor dat we binnen de 3%-grens van het aanvaardbare begrotingstekort blijven.

Dat er iets moet gebeuren met onze begroting, daar zijn vriend en vijand, van links tot rechts en alles daartussen, het ondertussen volmondig eens. Indien er niet wordt ingegrepen dreigt het begrotingstekort tegen 2029 op te lopen tot 6,5% van het BBP, oftewel een kleine 45 miljard euro. De jaarlijkse tekorten zorgen er ook voor dat de staatsschuld ondertussen is opgelopen tot 107% van het BBP. Het is dus wel degelijk vijf na twaalf... Ook over de theoretische aanpak van het begrotingstekort is er weinig discussie. De klassieke wonderformule bestaat immers uit het optimaliseren van de (para)fiscale inkomsten, het besparen op de overheidsuitgaven en het stimuleren van de economische groei. Maar over de manier waarop dit allemaal moet gebeuren, is er natuurlijk veel minder eensgezindheid.

Aan de vooravond van de start van de onderhandelingen blijkt er logischerwijs zowel binnen als buiten de politiek heel wat zenuwachtigheid te bestaan. Hierbij is er één constante, niet ik maar de ander moet het gelag betalen. Don't tax you, don't tax me, tax that fellow behind the tree is dan de boodschap. Managementvennootschappen, salariswagens, BTW-verhoging, hoger remgeld in de gezondheidszorg, minder ambtenaren, aanpassing van de loonindexering, een rijkentaks,... het passeert allemaal de revue en botst onmiddellijk op een no passeran aan de overzijde. Deze discussies zorgen dan wel misschien in, eerste instantie voor politieke moedeloosheid, maar wie in deze PISA-arme tijden het begrijpend lezen nog onder de knie heeft, zal al snel vaststellen dat deze discussies de werkelijke problemen van dit land naar boven doet komen.

De "questions Jambon" zijn dus niet of de salariswagens moeten verdwijnen en de BTW naar omhoog moet, maar wel hoe we de belastingdruk kunnen beperken, de ongelijke verdeling van de belastingdruk kunnen remediëren, de overheidsuitgaven kunnen optimaliseren, de gezondheidszorg en de pensioenen betaalbaar kunnen houden (vergrijzing) en de economie op niveau kunnen brengen. En hierbij aansluitend moet ook de vraag worden gesteld of we binnen de huidige staatsstructuur wel een sluitende oplossing voor al deze vragen kunnen vinden. Dat is de uitdaging waar het allemaal om te doen is.

Wat de (para)fiscale inkomsten betreft is de grootste uitdaging niet zo zeer om nieuwe belastingen in te voeren, maar wel om de verdeling van de belastingdruk rechtvaardiger te maken.

Dat zijn verschillende discussies, maar toch moet worden vastgesteld dat politici - al dan niet bewust - deze discussie vermengen. Indien er voorstellen zijn om de fiscale voordelen van managementvennootschappen en salariswagens te remediëren, dan zijn dat geen nieuwe belastingen, het is het gelijk trekken van de belastingdruk. Als managementvennootschappen en salariswagens historisch het gevolg zijn van de te hoge belastingdruk op arbeid, dan moeten we de belastingdruk op arbeid verlagen. Dat is ook de doelstelling van de regering met het "meer netto voor wie werkt-beleid", maar toch moet worden vastgesteld dat er nog steeds vrij sterk gelobbyd wordt voor het behoud van de fiscale voordelen van managementvennootschappen en salariswagens, en dat is ergens onlogisch.

We hebben nu eenmaal niet de budgettaire luxe om de belastingdruk op arbeid zo maar te verlagen. Dit betekent dat we de belastingdruk moeten verschuiven van arbeid naar andere zaken zoals vermogen en consumptie (BTW). Dat is niet enkel noodzakelijk om arbeid meer te doen lonen, dat is ook noodzakelijk om het hoofd te bieden aan de demografische uitdagingen waar we voor staan. Volgens STATBEL hadden in 2023 tegenover elke 67-plusser, 3,6 beroepsactieven. In 2040 is deze verhouding nog 1 op 2,7 en in 2070 1 op 2,4. Indien we dus de verzorgingsstaat op peil willen houden, dan moeten we voor de financiering van die verzorgingsstaat weg van de belastingdruk op arbeid. En dat betekent dat we richting vermogen en consumptie moeten evolueren, niet alleen voor de fiscale bijdragen, maar ook voor de parafiscale (sociale) bijdragen. Volgens Bill Gates moeten we ook technologie belasten gelet op de impact van technologie op de arbeidsmarkt.

Wat de veel te hoge overheidsuitgaven betreft, is de uitdaging immens groot. Maar ook hier wordt er sterk gelobbyd om vooral aan de andere kant te gaan besparen. Ook dat is niet verantwoord. We moeten met z'n allen beseffen dat er zal ingeboet moeten worden. Maar de vraag is of de politiek dit ook beseft? Ja er moet gesnoeid worden in de bedrijfssubsidies en de culturele toelagen, ja er moet meer remgeld in de gezondheidszorg komen, ja het collegegeld van studenten zal omhoog moeten en ja ook in de pensioenen zal er bijgestuurd moeten worden. De huidige levensverwachting is 80,5 jaar voor mannen en 84,4 jaar voor vrouwen. Tegen 2070 is gemiddelde levensverwachting voor mannen 87 jaar en voor vrouwen 90 jaar. Dat dit een bijzonder zwaar probleem is voor de uitbetaling van de pensioenen is navenant.

En wat de economie tot slot betreft, is het evident dat een gezonde economie voor belastinginkomsten en sociale bijdragen zorgt. De vraag is dus hoe we de economie terug op peil kunnen brengen? Dat vereist vooreerst een langetermijnvisie op economisch vlak en vervolgens stelt zich de vraag hoe deze visie fiscaal kan ondersteund worden. Ook hier zijn er verschillende pistes. Moeten we de belegger, de investeerder of de ondernemingen fiscaal ondersteunen? Het fiscaal ondersteunen van de belegger (lagere roerende voorheffing) of de investeerder (belastingvermindering voor investeringen) lijkt aantrekkelijk. Ook bij politici is dat het geval, denk maar aan het voorstel tot invoering van een "groeirekening". Alleen moet men dan beseffen dat de fiscale voordelen ook gelden voor beleggingen en investeringen buiten België. Dat is het gevolg van het Europees vrij verkeer van kapitaal. De enige manier om de Belgische economie zelf ten volle te stimuleren is via het substantieel verlagen van het tarief van de vennootschapsbelasting, aangezien deze maatregel enkel geldt voor de Belgische vennootschappen.

Het zou zeer onverstandig zijn om de begrotingsoefening te beperken tot een + en - oefening. Dat is in de huidige stand van zaken onverantwoord. Wat dit land nodig heeft is een Marshall-plan met een langetermijnvisie en waarop vervolgens met gerichte hervormingen ook de budgettaire uitdaging kan worden aangegaan. Dat besef moet er dringend komen. What's in it for me, mag geen stelregel meer zijn, wel we're all in this together.


Mots clés

Articles recommandés

Politiek en Economie
Praktijk
F.F.F.

Waar vinden we 10 miljard?

Gepubliceerd op 05 Sep 2026 bij 04:10
Lezen 5min
Fiscaliteit
Circulaire | Instructies
F.F.F.

Circulaire 2026/C/80 over de bijzondere belasting op defensievennootschappen

Gepubliceerd op 04 Sep 2026 bij 10:01
Lezen 3min
Politiek en Economie
De expert aan het woord
F.F.F.

Op zoek naar 90 miljard?

Gepubliceerd op 29 Aug 2026 bij 04:00
Lezen 3min