
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Internationale betrekkingen publiceerde op 02/09/2026 de Circulaire 2026/C/80 over de bijzondere belasting op defensievennootschappen.
Deze circulaire behandelt de bijzondere belasting op defensievennootschappen ingevoerd door Japan krachtens de wet nr. 69 van 2023.
Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Japan tot het vermijden van dubbele belasting d.d. 12.10.2016
1. Japan heeft krachtens de wet nr. 69 van 2023 een nieuwe belasting ingevoerd, de bijzondere belasting op defensievennootschappen, ter financiering van de middelen noodzakelijk voor haar zelfverdediging. Deze nieuwe belasting treedt in werking op 1 april 2026.
2. De bijzondere belasting op defensievennootschappen is een nationale belasting gericht op vennootschappen met een tarief van 4 %. Het belastbaar tijdperk betreft het boekjaar van elke vennootschap. De belastbare basis is gelijk aan het bedrag van de vennootschapsbelasting. De toepassing van deze belasting heeft hetzelfde effect als een verhoging van het tarief van de vennootschapsbelasting met 0,928 % (i.e. het tarief van de vennootschapsbelasting van 23,20 % * 4 %).
3. Het toepassingsgebied van het Dubbelbelastingverdrag gesloten tussen België en Japan op 12.10.2016 (hierna: het DBV) is afgebakend in de artikelen 1 ('Personen op wie de overeenkomst van toepassing is') en 2 ('Belastingen waarop de overeenkomst van toepassing is').
Wanneer een persoon op wie het DBV van toepassing is (een inwoner van België en/of van Japan) een belasting ondergaat binnen het toepassingsgebied van artikel 2 in een internationale context, is het DBV van toepassing en maakt het mogelijk om dubbele belasting op het vlak van inkomstenbelastingen te vermijden, maar zonder daarbij mogelijkheden te creëren voor niet-belasting of verminderde belasting via praktijken van belastingfraude of -ontwijking.
4. Artikel 2, § 1 van het DBV bevat de lijst met Japanse en Belgische belastingen die in werking zijn op 12.10.2016 en waarop het DBV van toepassing is. Aangezien artikel 2 van het DBV niet de eerste twee paragrafen van het OESO-modelverdrag overneemt (die algemeen gesteld verwijzen naar belastingen naar het inkomen en naar het vermogen), moeten deze twee lijsten van het DBV beschouwd worden als zijnde exhaustief. Zij kunnen niet worden uitgebreid tot andere belastingen, behalve onder de voorwaarden van artikel 2, § 2 van het DBV.
5. Krachtens artikel 2, § 2 van het DBV is deze eveneens van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen als die welke zijn opgenomen in de twee lijsten, die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen in die lijsten worden geheven. De nieuwe bijzondere belasting op vennootschappen voor de zelfverdediging van Japan is naar inhoud vergelijkbaar met de vennootschapsbelasting in de lijst van Japanse belastingen van artikel 2, § 1, en dient bijgevolg beschouwd te worden als een gelijke of in wezen gelijksoortige belasting in de zin van artikel 2, § 2 van het Verdrag.
6. De nieuwe bijzondere vennootschapsbelasting voor de Japanse zelfverdediging wordt bijgevolg toegevoegd aan de lijst van Japanse belastingen in artikel 2, § 1 en zal onder het toepassingsgebied van het DBV vallen, en dit vanaf haar inwerkingtreding (1 april 2026).
7. Deze circulaire bevestigt dat de nieuwe bijzondere belasting op de vennootschappen voor de Japanse zelfverdediging onder het toepassingsgebied van het DBV valt vanaf 1 april 2026.
Interne ref.: 750.671