• FR
  • NL
  • EN

FAQ. Voorwaarden toepassing gunstregeling in de schenk- en erfbelasting voor de overdracht van familiale ondernemingen en vennootschappen

FAQ Voorwaarden toepassing gunstregeling in de schenk- en erfbelasting voor de overdracht van familiale ondernemingen en vennootschappen. Vanaf 01/01/2026 — Vlaamse Belastingdienst

In Vlaanderen bestaat een fiscaal gunstregime voor de overdracht van familiale ondernemingen en familiale vennootschappen. Concreet houdt dit in dat, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden, een vrijstelling geldt in de schenkbelasting en een verlaagd tarief in de erfbelasting, m.n. 3% in rechte lijn en tussen partners of 7% bij vererving tussen alle andere personen. Vanaf 1 januari 2026 wordt de regelgeving voor overdrachten van familiale vennootschappen hervormd. Voor de familiale ondernemingen blijft de benadering ongewijzigd.


1. Op wie is de gunstregeling van toepassing?

De gunstregeling geldt voor familiale ondernemingen en familiale vennootschappen.


2. Wat is een familiale onderneming?

Een familiale onderneming is een nijverheids-, handels-, ambachts-, of landbouwbedrijf of een vrij beroep, dat door de schenker/erflater of zijn echtgenoot of samenwonende, al dan niet samen met anderen, persoonlijk wordt geëxploiteerd én uitgeoefend (bv. een bakkerij die door de schenker als natuurlijk persoon wordt uitgebaat).


3. Wat is een familiale vennootschap?

Een familiale vennootschap is een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel heeft én uitoefent en waarvan de schenker/erflater samen met zijn familie eigenaar is. Vennootschappen die geen reële economische activiteit hebben worden uitgesloten van de toepassing van de gunstregeling.


4. Welke goederen komen voor de gunstregeling in aanmerking en onder welke voorwaarden?

De volle eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik van:

  • Ofwel activa die door de schenker/erflater of zijn partner beroepsmatig zijn geïnvesteerd in een familiale onderneming.

Als het een familiale onderneming betreft, moet de schenker/erflater de goederen beroepsmatig geïnvesteerd hebben. De vrijstelling kan niet worden toegepast voor overdrachten van onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning zijn bestemd (met inbegrip van bouwgronden).

  • Ofwel aandelen van een familiale vennootschap met zetel van werkelijke leiding in één van de lidstaten van de EER.

De schenker/erflater moet voldoen aan de participatievoorwaarde:

  • Aandelen in volle eigendom met minstens 50% van de stemrechten.
  • Ofwel aandelen met minstens 30% van de stemrechten, op voorwaarde dat hij samen met één andere aandeelhouder 70% of samen met twee andere aandeelhouders 90% van de stemrechten vertegenwoordigt.


5. Welke goederen komen niet in aanmerking?

Voor een familiale onderneming: onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of bestemd zijn (met inbegrip van bouwgronden). De aanwending of de bestemming dient te worden nagegaan per kadastraal perceel.

Voor een familiale vennootschap: de gunstregeling wordt vanaf 1 januari 2026 niet toegepast op het gedeelte van de waarde van de aandelen dat residentieel vastgoed vertegenwoordigt in de familiale vennootschap of in participaties van minstens 10% in (klein)dochtervennootschappen. Een participatie van minder dan 10% heeft een verwaarloosbaar belang.

Bijvraag 5.1 — Hoe wordt de 10%-drempel berekend?

Op basis van een gewogen gemiddelde (op basis van de participatie die de holding heeft in de dochtervennootschap). Er wordt beroep gedaan op de expertise van bedrijfsrevisoren en gecertificeerde accountants. Zij zijn vrij om de meest gepaste waarderingstechniek toe te passen. Voorbeeld: als moedervennootschap A een participatie van 20% heeft in dochtervennootschap B, wordt slechts 20% van de bruto venale waarde van het residentieel vastgoed in B belast.

Bijvraag 5.2 — Komen kleindochters ook in aanmerking voor de 10%-deelneming?

Ja, kleindochters komen ook in aanmerking. De expertise van bedrijfsrevisoren en gecertificeerde accountants wordt ingeroepen voor de waardering.

Bijvraag 5.3 — Worden ook landbouwgronden uitgesloten van het gunstregime?

Neen, landbouwgronden worden niet beschouwd als onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd.

Bijvraag 5.4 — Wat met bouwgronden aangewend voor de activiteit van de vennootschap?

De feitelijke aanwending van residentieel vastgoed (inclusief bouwgronden) voor bedrijfsgerelateerde doeleinden doet geen afbreuk aan de uitsluiting. Dit geldt ook voor residentieel vastgoed toebehorend aan familiale ondernemingen.

Bijvraag 5.5 — Wat met industrie- of nijverheidsgronden deel uitmakend van een industriepark?

Industriegronden worden niet beschouwd als onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend. Als er op die gronden echter residentieel vastgoed aanwezig is, wordt de overeenkomstige waarde van de aandelen uitgesloten van de gunstregeling.

Bijvraag 5.6 — Wat met panden voor gemengd gebruik?

De aanwending of de bestemming van de goederen moet worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van een kadastraal perceel (artikel 2.8.6.0.5 VCF). Vanaf 1 januari 2026 geldt een gelijkluidende bepaling in de erfbelasting (artikel 2.7.4.2.6 VCF).

6. Zijn er uitzonderingen op het uitsluiten van residentieel vastgoed bij familiale vennootschappen?

De beperking is niet van toepassing als de familiale vennootschap cumulatief voldoet aan 2 criteria:

  • De omzet wordt voor minstens 75% gegenereerd door de uitoefening van een activiteit die betrekking heeft op residentieel vastgoed.
  • De vennootschap telt minstens 1 voltijds tewerkgestelde werknemer (1 VTE) in de drie jaar voorafgaand aan de authentieke akte van de schenking. Na de schenking/overlijden moet de tewerkstelling 3 jaar behouden blijven.

Omzetcriterium: het begrip "omzet" omvat het totale bedrag aan inkomsten (aankoop, verkoop, bouw of verhuur van residentieel vastgoed) vóór aftrek van kosten en belastingen.

Tewerkstellingscriterium: een werknemer is een persoon verbonden door een arbeidsovereenkomst, die voor een werkgever en onder diens gezag prestaties levert en een loon ontvangt.

Bijvraag 6.1 — Geldt de hervorming ook voor familiale ondernemingen?

Neen. De hervorming heeft enkel gevolgen voor familiale vennootschappen. Voor familiale ondernemingen wordt enkel verduidelijkt dat bouwgronden, net als het overige residentieel vastgoed, niet onder de gunstregeling kunnen worden overgedragen.

Bijvraag 6.2 — Hoe wordt de 75%-omzet berekend in het geval van een familiale groep?

Per entiteit (vennootschap) afzonderlijk.

Bijvraag 6.3 — Uitgesloten bij minder dan 75% omzet uit residentieel vastgoed door diversificatie?

Ja. Als de omzet niet voor minstens 75% wordt gegenereerd door activiteiten met betrekking tot residentieel vastgoed, wordt het gedeelte van de verkoopwaarde dat betrekking heeft op het residentieel vastgoed uitgesloten van de gunstregeling. Is dat wel het geval, dan komt de gehele venale waarde van de aandelen in aanmerking.

Bijvraag 6.4 — Hoe wordt de tewerkstellingsvoorwaarde toegepast in een familiale groep?

Niet geconsolideerd: de 1 VTE-werknemer moet door elke betrokken vennootschap apart tewerkgesteld zijn. De voorwaarde wordt niet op groepsniveau beoordeeld.

Bijvraag 6.5 — Mag de tewerkgestelde werknemer een familielid zijn van de schenker?

Er is in de regelgeving niet voorzien dat de schenker zelf, diens echtgenoot of de toekomstige begiftigde niet als werknemer kan worden beschouwd voor de toepassing van de uitzondering op de gedeeltelijke uitsluiting.


7. Hoe wordt beoordeeld in welke mate de waarde van het residentieel vastgoed gereflecteerd wordt in de waarde van de aandelen?

De verkoopwaarde van de aandelen en het gedeelte waarvoor het gunstregime niet kan worden genoten, moet worden vastgesteld door een bedrijfsrevisor (die niet de commissaris is) of een gecertificeerd accountant in een verplicht en gemotiveerd verslag.

Bijvraag 7.1 — Is dit verslag steeds vereist, zelfs zonder residentieel vastgoed?

Ja, het verplicht verslag is een nieuwe voorwaarde voor de toepassing van het gunstregime voor familiale vennootschappen.

Bijvraag 7.2 — Wanneer moet dit verslag worden opgemaakt?

Het verslag is gedateerd en ondertekend voorafgaand aan de indiening van de aangifte van nalatenschap of aan de datum van de authentieke schenkingsakte.

Bijvraag 7.3 — Wanneer moet dit verslag worden ingediend?

Verplichte indieningstermijn van 7 dagen vanaf de eerste werkdag volgend op de registratie van de schenkingsakte. Voor authentieke schenkingsaktes verleden tussen 1 januari 2026 en 31 maart 2026 wordt de termijn verlengd met 60 dagen.

Bijvraag 7.4 — Mag het verslag dateren van vóór 1 januari 2026?

Ja, maar het verslag moet voldoen aan de voorwaarden zoals van kracht vanaf 1 januari 2026.

Bijvraag 7.5 — Welke gegevens moet dit verslag vermelden?

Het verslag vermeldt de gegevens die noodzakelijk zijn om het gunstregime toe te passen en te controleren:

  • i) De voor- en achternaam van de bedrijfsrevisor of accountant, het registratienummer in het openbaar register;
  • ii) De voor- en achternaam, het rijksregisternummer en het adres van de aanvrager(s);
  • iii) De naam en het ondernemingsnummer van de familiale vennootschap;
  • iv) De verkoopwaarde van de volle eigendom van de vererfde/geschonken aandelen;
  • v) De verkoopwaarde en de opsomming van de onroerende goederen (inclusief bouwgronden) aangewend of bestemd voor bewoning, met kadastrale gegevens;
  • vi) Het gedeelte van de waarde bepaald door de verkoopwaarde van het residentieel vastgoed in de vennootschap of in participaties van minstens 10% in dochtervennootschappen;
  • vii) Het verschil tussen de waarden vermeld onder iv) en vi);
  • viii) De motivering van de gebruikte waarderingsmethode;
  • ·ix) De referentiedatum voor de waardebepaling (datum overlijden of datum waarop de waarde van de aandelen wordt bepaald).

Bijvraag 7.6 — Uitstel indieningstermijn aangifte nalatenschap?

De Vlaamse Belastingdienst zal zich flexibel opstellen. Eventuele belastingverhogingen blijven onverminderd van toepassing. Bij overschrijding van een verlengde indieningstermijn geldt een lagere belastingverhoging (artikel 3.18.0.0.6 VCF).

Bijvraag 7.7 — Is dit verslag bindend voor de Vlaamse Belastingdienst?

Neen, het verslag heeft geen bindende kracht, maar zal als uitgangspunt worden genomen voor de berekening van de belastbare grondslag. De Vlaamse Belastingdienst zal zich beperken tot het afwijzen van kennelijk onredelijke beoordelingen.

Bijvraag 7.8 — Rekening houden met lasten bij raming venale waarde aandelen?

Bij de overdracht van aandelen wordt ook het passief (inclusief financiële verplichtingen) overgedragen. De bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant kan rekening houden met de eventuele lasten bij de raming. Een verrekening van lasten op de venale waarde van het residentieel vastgoed is echter niet mogelijk.

Bijvraag 7.9 — Is er een maximum geldigheidstermijn voor het verslag bij schenkingen?

Nee. Er is geen maximale geldigheidstermijn, maar de referentiedatum moet zo kort mogelijk bij de schenkingsakte liggen om het risico op tekortschatting te vermijden (artikel 2.8.7.0.2 VCF).

Bijvraag 7.10 — Waardebepaling op datum van de laatste jaarrekening of tussentijdse balans?

De laatste goedgekeurde jaarrekening zal niet noodzakelijk alle nodige cijfers bevatten. Zodoende zal in de regel een tussentijdse balans moeten worden opgemaakt. Het komt de bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant toe om hierover gemotiveerd te oordelen, met vermelding van de gebruikte waarderingsmethode.

Bijvraag 7.11 — Mag de bedrijfsrevisor of accountant de gebruikelijke beroepsbeoefenaar zijn?

Ja. Bedrijfsrevisoren en gecertificeerde accountants zijn onderworpen aan een strikt wettelijk en deontologisch kader dat hun onpartijdigheid, objectiviteit en professionalisme waarborgt.

Bijvraag 7.12 — Mag men beroep doen op een buitenlandse bedrijfsrevisor of accountant?

Neen. De VCF verwijst expliciet naar de Belgische federale regelgeving (Wet van 7 december 2016 voor bedrijfsrevisoren; Wet van 17 maart 2019 voor gecertificeerde accountants).


8. Kan er voorafgaandelijk zekerheid worden bekomen?

Ja, voorafgaand aan de authentieke akte van schenking kan u een voorafgaand attest aanvragen bij de Vlaamse Belastingdienst. Vanaf 1 januari 2026 dient dit attest te worden ingediend mét een waarderingsverslag van een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant. Ook in de erfbelasting is dit voortaan mogelijk.

Bijvraag 8.1 — Is een voorafgaand attest verplicht?

Nee, een voorafgaand attest is facultatief.

Bijvraag 8.2 — Is het voorafgaand attest bindend voor de Vlaamse Belastingdienst?

In de erfbelasting: ja, het attest is bindend. In de schenkbelasting: de aanvrager kan er redelijkerwijze op vertrouwen dat het attest de nodige rechtszekerheid biedt, voor zover de aangeleverde gegevens juist en volledig zijn (vertrouwensbeginsel).

Bijvraag 8.3 — Wat is de geldigheidsduur van een voorafgaand attest?

Schenkbelasting: 60 dagen vanaf de datum van de eindbeslissing. Erfbelasting: geen beperking in de tijd voor het specifieke nalatenschapsdossier.

Bijvraag 8.4 — Binnen welke termijn moet het verzoek tot attest worden ingediend?

Erfbelasting: vóór de aangifte en uiterlijk voor het verstrijken van de aangiftetermijn (art. 3.3.1.0.5 en 3.3.1.0.6 VCF), en binnen 30 dagen na de datum van het verslag.

Schenkbelasting: voorafgaand aan de authentieke schenkingsakte en binnen 30 dagen vanaf de referentiedatum van het verslag.

Bijvraag 8.5 — Kan het verzoek tot attest in de erfbelasting ook later worden ingediend?

Nee. De datum van het verstrijken van de aangiftetermijn is de uiterste datum voor de aanvraag, ook als de aangifte later wordt ingediend omwille van een verkregen uitstel.

Bijvraag 8.6 — Binnen welke termijn wordt het voorafgaandelijk attest afgeleverd?

Binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek. De termijn wordt geschorst bij ontbrekende gegevens of bescheiden.

Bijvraag 8.7 — Kan er reeds vóór 01/01/2026 een nieuwe attestaanvraag worden ingediend?

Nee, voor de nieuwe regelgeving (vanaf 01/01/2026) kunnen op heden nog geen nieuwe voorafgaandelijke attestaanvragen worden ingediend.

Bijvraag 8.8 — Is bezwaar mogelijk tegen een negatief attest?

Nee, maar een formeel bezwaar met effectieve rechtsgevolgen is steeds mogelijk als u niet akkoord gaat met uw aanslagbiljet.


9. Zijn er voorwaarden tot behoud van de gunstregeling?

Ja, gedurende een periode van 3 jaar na de schenking of na het overlijden moeten de volgende voorwaarden vervuld blijven:

Voor een familiale onderneming:

  • Een activiteit moet ononderbroken worden voortgezet.
  • De onroerende goederen mogen niet hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of bestemd.

Voor een familiale vennootschap:

  • De vennootschap dient een familiale vennootschap te blijven.
  • Bij vennootschappen met ≥75% omzet uit residentieel vastgoed: minstens 1 VTE werknemer tewerkgesteld gedurende 3 jaar na de overdracht.
  • Een activiteit dient ononderbroken behouden te blijven.
  • Elk boekjaar een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening neerleggen.
  • Het kapitaal (of gedane inbrengen) mag niet worden verminderd door uitkeringen of terugbetalingen — evenredige naheffing indien niet nageleefd.
  • De vennootschap dient de zetel van werkelijke leiding binnen de EER te behouden.


10. Zijn de wijzigingen vanaf 01/01/2026 ook van toepassing op toekomstige restschenkingen?

Ja, de wijzigingen zijn ook van toepassing op restschenkingen die actueel worden vanaf 01/01/2026. De restschenking wordt pas actueel als de opschortende voorwaarde (het vooroverlijden van de eerste begiftigde) zich vervult. De voorwaarden voor het gunstregime en de belastbare grondslag worden bepaald op de datum van het overlijden van de eerste begiftigde.


11. Komt verhuur (intragroeps- of extern) van bedrijfsmatig vastgoed in aanmerking?

De voorwaarde dat de vennootschap een reële economische activiteit moet hebben blijft onverminderd behouden na 1 januari 2026. Het positief bewijs van economische activiteiten kan met alle middelen geleverd worden, en hoeft niet noodzakelijk via een huurovereenkomst.

Het verlaagd tarief in de erfbelasting en de vrijstelling van de schenkbelasting zullen niet worden toegepast op het gedeelte van de waarde van de aandelen bepaald door de verkoopwaarde van onroerende goederen aangewend of bestemd voor bewoning.


12. Tarief van toepassing op het uitgesloten gedeelte van de aandelen in de schenkbelasting?

Het gedeelte van de verkoopwaarde van de aandelen dat niet in aanmerking komt voor de gunstmaatregel zal worden belast aan het tarief voor roerende goederen in de schenkbelasting:

  • 3% voor de verkrijging in rechte lijn en tussen partners.
  • 7% voor de verkrijging door alle andere personen.

Mots clés