
FAQ Voorwaarden toepassing gunstregeling in de schenk- en erfbelasting voor de overdracht van familiale ondernemingen en vennootschappen. Vanaf 01/01/2026 — Vlaamse Belastingdienst
In Vlaanderen bestaat een fiscaal gunstregime voor de overdracht van familiale ondernemingen en familiale vennootschappen. Concreet houdt dit in dat, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden, een vrijstelling geldt in de schenkbelasting en een verlaagd tarief in de erfbelasting, m.n. 3% in rechte lijn en tussen partners of 7% bij vererving tussen alle andere personen. Vanaf 1 januari 2026 wordt de regelgeving voor overdrachten van familiale vennootschappen hervormd. Voor de familiale ondernemingen blijft de benadering ongewijzigd.
De gunstregeling geldt voor familiale ondernemingen en familiale vennootschappen.
Een familiale onderneming is een nijverheids-, handels-, ambachts-, of landbouwbedrijf of een vrij beroep, dat door de schenker/erflater of zijn echtgenoot of samenwonende, al dan niet samen met anderen, persoonlijk wordt geëxploiteerd én uitgeoefend (bv. een bakkerij die door de schenker als natuurlijk persoon wordt uitgebaat).
Een familiale vennootschap is een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel heeft én uitoefent en waarvan de schenker/erflater samen met zijn familie eigenaar is. Vennootschappen die geen reële economische activiteit hebben worden uitgesloten van de toepassing van de gunstregeling.
De volle eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik van:
Als het een familiale onderneming betreft, moet de schenker/erflater de goederen beroepsmatig geïnvesteerd hebben. De vrijstelling kan niet worden toegepast voor overdrachten van onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning zijn bestemd (met inbegrip van bouwgronden).
De schenker/erflater moet voldoen aan de participatievoorwaarde:
Voor een familiale onderneming: onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of bestemd zijn (met inbegrip van bouwgronden). De aanwending of de bestemming dient te worden nagegaan per kadastraal perceel.
Voor een familiale vennootschap: de gunstregeling wordt vanaf 1 januari 2026 niet toegepast op het gedeelte van de waarde van de aandelen dat residentieel vastgoed vertegenwoordigt in de familiale vennootschap of in participaties van minstens 10% in (klein)dochtervennootschappen. Een participatie van minder dan 10% heeft een verwaarloosbaar belang.
Op basis van een gewogen gemiddelde (op basis van de participatie die de holding heeft in de dochtervennootschap). Er wordt beroep gedaan op de expertise van bedrijfsrevisoren en gecertificeerde accountants. Zij zijn vrij om de meest gepaste waarderingstechniek toe te passen. Voorbeeld: als moedervennootschap A een participatie van 20% heeft in dochtervennootschap B, wordt slechts 20% van de bruto venale waarde van het residentieel vastgoed in B belast.
Ja, kleindochters komen ook in aanmerking. De expertise van bedrijfsrevisoren en gecertificeerde accountants wordt ingeroepen voor de waardering.
Neen, landbouwgronden worden niet beschouwd als onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd.
De feitelijke aanwending van residentieel vastgoed (inclusief bouwgronden) voor bedrijfsgerelateerde doeleinden doet geen afbreuk aan de uitsluiting. Dit geldt ook voor residentieel vastgoed toebehorend aan familiale ondernemingen.
Industriegronden worden niet beschouwd als onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend. Als er op die gronden echter residentieel vastgoed aanwezig is, wordt de overeenkomstige waarde van de aandelen uitgesloten van de gunstregeling.
De aanwending of de bestemming van de goederen moet worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van een kadastraal perceel (artikel 2.8.6.0.5 VCF). Vanaf 1 januari 2026 geldt een gelijkluidende bepaling in de erfbelasting (artikel 2.7.4.2.6 VCF).
De beperking is niet van toepassing als de familiale vennootschap cumulatief voldoet aan 2 criteria:
Omzetcriterium: het begrip "omzet" omvat het totale bedrag aan inkomsten (aankoop, verkoop, bouw of verhuur van residentieel vastgoed) vóór aftrek van kosten en belastingen.
Tewerkstellingscriterium: een werknemer is een persoon verbonden door een arbeidsovereenkomst, die voor een werkgever en onder diens gezag prestaties levert en een loon ontvangt.
Neen. De hervorming heeft enkel gevolgen voor familiale vennootschappen. Voor familiale ondernemingen wordt enkel verduidelijkt dat bouwgronden, net als het overige residentieel vastgoed, niet onder de gunstregeling kunnen worden overgedragen.
Per entiteit (vennootschap) afzonderlijk.
Ja. Als de omzet niet voor minstens 75% wordt gegenereerd door activiteiten met betrekking tot residentieel vastgoed, wordt het gedeelte van de verkoopwaarde dat betrekking heeft op het residentieel vastgoed uitgesloten van de gunstregeling. Is dat wel het geval, dan komt de gehele venale waarde van de aandelen in aanmerking.
Niet geconsolideerd: de 1 VTE-werknemer moet door elke betrokken vennootschap apart tewerkgesteld zijn. De voorwaarde wordt niet op groepsniveau beoordeeld.
Er is in de regelgeving niet voorzien dat de schenker zelf, diens echtgenoot of de toekomstige begiftigde niet als werknemer kan worden beschouwd voor de toepassing van de uitzondering op de gedeeltelijke uitsluiting.
De verkoopwaarde van de aandelen en het gedeelte waarvoor het gunstregime niet kan worden genoten, moet worden vastgesteld door een bedrijfsrevisor (die niet de commissaris is) of een gecertificeerd accountant in een verplicht en gemotiveerd verslag.
Ja, het verplicht verslag is een nieuwe voorwaarde voor de toepassing van het gunstregime voor familiale vennootschappen.
Het verslag is gedateerd en ondertekend voorafgaand aan de indiening van de aangifte van nalatenschap of aan de datum van de authentieke schenkingsakte.
Verplichte indieningstermijn van 7 dagen vanaf de eerste werkdag volgend op de registratie van de schenkingsakte. Voor authentieke schenkingsaktes verleden tussen 1 januari 2026 en 31 maart 2026 wordt de termijn verlengd met 60 dagen.
Ja, maar het verslag moet voldoen aan de voorwaarden zoals van kracht vanaf 1 januari 2026.
Het verslag vermeldt de gegevens die noodzakelijk zijn om het gunstregime toe te passen en te controleren:
De Vlaamse Belastingdienst zal zich flexibel opstellen. Eventuele belastingverhogingen blijven onverminderd van toepassing. Bij overschrijding van een verlengde indieningstermijn geldt een lagere belastingverhoging (artikel 3.18.0.0.6 VCF).
Neen, het verslag heeft geen bindende kracht, maar zal als uitgangspunt worden genomen voor de berekening van de belastbare grondslag. De Vlaamse Belastingdienst zal zich beperken tot het afwijzen van kennelijk onredelijke beoordelingen.
Bij de overdracht van aandelen wordt ook het passief (inclusief financiële verplichtingen) overgedragen. De bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant kan rekening houden met de eventuele lasten bij de raming. Een verrekening van lasten op de venale waarde van het residentieel vastgoed is echter niet mogelijk.
Nee. Er is geen maximale geldigheidstermijn, maar de referentiedatum moet zo kort mogelijk bij de schenkingsakte liggen om het risico op tekortschatting te vermijden (artikel 2.8.7.0.2 VCF).
De laatste goedgekeurde jaarrekening zal niet noodzakelijk alle nodige cijfers bevatten. Zodoende zal in de regel een tussentijdse balans moeten worden opgemaakt. Het komt de bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant toe om hierover gemotiveerd te oordelen, met vermelding van de gebruikte waarderingsmethode.
Ja. Bedrijfsrevisoren en gecertificeerde accountants zijn onderworpen aan een strikt wettelijk en deontologisch kader dat hun onpartijdigheid, objectiviteit en professionalisme waarborgt.
Neen. De VCF verwijst expliciet naar de Belgische federale regelgeving (Wet van 7 december 2016 voor bedrijfsrevisoren; Wet van 17 maart 2019 voor gecertificeerde accountants).
Ja, voorafgaand aan de authentieke akte van schenking kan u een voorafgaand attest aanvragen bij de Vlaamse Belastingdienst. Vanaf 1 januari 2026 dient dit attest te worden ingediend mét een waarderingsverslag van een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant. Ook in de erfbelasting is dit voortaan mogelijk.
Nee, een voorafgaand attest is facultatief.
In de erfbelasting: ja, het attest is bindend. In de schenkbelasting: de aanvrager kan er redelijkerwijze op vertrouwen dat het attest de nodige rechtszekerheid biedt, voor zover de aangeleverde gegevens juist en volledig zijn (vertrouwensbeginsel).
Schenkbelasting: 60 dagen vanaf de datum van de eindbeslissing. Erfbelasting: geen beperking in de tijd voor het specifieke nalatenschapsdossier.
Erfbelasting: vóór de aangifte en uiterlijk voor het verstrijken van de aangiftetermijn (art. 3.3.1.0.5 en 3.3.1.0.6 VCF), en binnen 30 dagen na de datum van het verslag.
Schenkbelasting: voorafgaand aan de authentieke schenkingsakte en binnen 30 dagen vanaf de referentiedatum van het verslag.
Nee. De datum van het verstrijken van de aangiftetermijn is de uiterste datum voor de aanvraag, ook als de aangifte later wordt ingediend omwille van een verkregen uitstel.
Binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek. De termijn wordt geschorst bij ontbrekende gegevens of bescheiden.
Nee, voor de nieuwe regelgeving (vanaf 01/01/2026) kunnen op heden nog geen nieuwe voorafgaandelijke attestaanvragen worden ingediend.
Nee, maar een formeel bezwaar met effectieve rechtsgevolgen is steeds mogelijk als u niet akkoord gaat met uw aanslagbiljet.
Ja, gedurende een periode van 3 jaar na de schenking of na het overlijden moeten de volgende voorwaarden vervuld blijven:
Voor een familiale onderneming:
Voor een familiale vennootschap:
Ja, de wijzigingen zijn ook van toepassing op restschenkingen die actueel worden vanaf 01/01/2026. De restschenking wordt pas actueel als de opschortende voorwaarde (het vooroverlijden van de eerste begiftigde) zich vervult. De voorwaarden voor het gunstregime en de belastbare grondslag worden bepaald op de datum van het overlijden van de eerste begiftigde.
De voorwaarde dat de vennootschap een reële economische activiteit moet hebben blijft onverminderd behouden na 1 januari 2026. Het positief bewijs van economische activiteiten kan met alle middelen geleverd worden, en hoeft niet noodzakelijk via een huurovereenkomst.
Het verlaagd tarief in de erfbelasting en de vrijstelling van de schenkbelasting zullen niet worden toegepast op het gedeelte van de waarde van de aandelen bepaald door de verkoopwaarde van onroerende goederen aangewend of bestemd voor bewoning.
Het gedeelte van de verkoopwaarde van de aandelen dat niet in aanmerking komt voor de gunstmaatregel zal worden belast aan het tarief voor roerende goederen in de schenkbelasting: