
Operatoren zijn verplicht om op het moment van import de nodige bewijzen voor te leggen om aan te tonen dat ingevoerde aardolieproducten niet afkomstig zijn van ruwe olie van Russische oorsprong.
Een uitzondering is voorzien voor producten afkomstig uit de partnerlanden opgelijst in bijlage LI van de Verordening 833/2014 (Canada, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland). Daar volstaat het aantonen van de oorsprong van het aardolieproduct en de vermelding van code Y694.
Voor verdere verduidelijking rond de implementatie van het verbod verwijzen we naar de FAQ van de Europese Commissie: Import ban on refined products obtained from Russian crude oil - Finance(externe link).
Operatoren die beroep doen op de bulkprocedure moeten de nodige bewijsstukken op het moment van de kennisgeving voorleggen aan de douane. Het insturen van bewijsstukken uitstellen tot de aanvullende aangifte is niet in overeenstemming met Verordening 833/2014. De lossing van goederen kan dus ook niet plaatsvinden indien er geen toestemming is verleend en de genummerde kennisgeving/verbintenis is bezorgd.
Concreet moeten de bewijsstukken als afzonderlijke belagen worden doorgestuurd aan de CRC. Op basis daarvan kan de binnenkomst worden toegestaan en/of zal een controle plaatsvinden.