• FR
  • NL
  • EN

Lineaire verhoging van de btw: iedereen zou de dupe zijn geweest

Een van de onderzochte opties om de budgettaire controle te behouden was een lineaire verhoging van de btw. Gelukkig werd deze optie niet weerhouden. Een economische analyse toont namelijk aan dat dit alleen verliezers zou opleveren. De voornaamste begunstigde van een lineaire btw-verhoging, althans op korte termijn, zou vanzelfsprekend de overheid zijn. In 2024 bedroegen de btw-inkomsten voor de federale overheid ongeveer 39,5 miljard euro. Een lineaire verhoging van het tarief van 21% naar 22% zou theoretisch tussen 1,5 en 2 miljard euro extra inkomsten kunnen genereren.


Echter, deze berekening is gebaseerd op de veronderstelling van een volledig inelastische vraag. Met andere woorden, zij gaat ervan uit dat de consument zijn gedrag niet verandert bij een wijziging van de btw. Deze veronderstelling wordt echter niet bevestigd. Onderzoek van de Wereldbank toont aan dat de Belgische consument zeer gevoelig is voor btw-verhogingen. De fiscale multiplicator voor België wordt geschat op ongeveer -4, wat betekent dat elke extra miljard euro aan btw-inkomsten samengaat met een daling van de economische activiteit van ongeveer 4 miljard euro.

Een btw-verhoging van één procentpunt zou in het eerste jaar ongeveer 0,4% reële bbp-groei kosten. Gebaseerd op de ramingen van de Europese Commissie, die in 2026 een economische groei van 1,1% voor België verwacht, zou dit neerkomen op het afromen van een derde van die groei. Een verhoging van 21% naar 22% zou dus leiden tot een sterkere economische krimp dan de extra belastinginkomsten die gegenereerd worden. Onderzoeken wijzen ook uit dat btw-verhogingen bijna volledig worden doorgerekend aan de consumenten. Nederlandse studies hebben bijvoorbeeld vastgesteld dat de btw-verhoging van 19% naar 21% in 2012 binnen vier maanden volledig was doorberekend in de consumentenprijzen. Een stijging naar 22% betekent dat een product dat 100 euro kost exclusief btw, niet meer voor 121 euro wordt verkocht, maar voor 122 euro. Voor een gemiddeld huishouden met jaarlijkse uitgaven aan btw-belaste goederen van ongeveer 25.000 euro zou dit een verlies van koopkracht van 250 euro per jaar betekenen.


EEN VERHOGING VAN 21% NAAR 22% ZOU LEIDEN TOT EEN ECONOMISCHE KRIMP DIE GROTER IS DAN DE EXTRA BELASTINGINNAMES DIE WORDEN GEGENEREERD.


Btw-verhogingen treffen onevenredig de minst kapitaalkrachtige huishoudens. Laaginkomensgroepen besteden een groter deel van hun inkomen aan consumptie – de zogenaamde wet van Engel voor ingewijden – wat betekent dat een btw-verhoging relatief zwaarder op hen drukt. Door de automatische loonindexering, een typisch Belgische mechaniek, leidt een btw-verhoging tot hogere consumentenprijzen, dus tot hogere inflatie, en veroorzaakt dit een automatische aanpassing van de lonen – tenzij de btw-verhoging uitgesloten wordt van de indexering. Uiteindelijk zijn het dus de ondernemingen die de kost dragen via hogere loonkosten.

Elke btw-verhoging verzwakt daarom de concurrentiekracht van onze ondernemingen. De bouwsector, die al in grote moeilijkheden verkeert, zou hier in het bijzonder onder lijden. De verhoging zou bovendien het verschil tussen nieuwbouw (22%) en renovatie (6%) vergroten, terwijl dit juist zou moeten worden verkleind of zelfs afgeschaft. Vandaag ondervinden al veel mensen moeilijkheden om een woning te kopen of te renoveren.

Ten slotte zou een verhoging van een btw-tarief dat al tot de hoogste van Europa behoort, grensoverschrijdende aankopen nog verder stimuleren ten koste van de lokale detailhandel, en het risico verhogen op meer leegstand in de winkelstraten van de stadscentra.

Mots clés

Articles recommandés

Politiek en Economie
De expert aan het woord
F.F.F.

BTW, de weinig geliefde en slecht toegepaste belasting!