• FR
  • NL
  • EN

Meerwaardebelasting #5: Wie is belastingplichtige onder de nieuwe meerwaardebelasting?

​De nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa roept niet alleen vragen op over wat precies belastbaar is, maar ook over wie de belasting uiteindelijk verschuldigd is. Hoewel het uitgangspunt op het eerste gezicht eenvoudig lijkt - namelijk dat de meerwaarde wordt belast in hoofde van de juridische eigenaar van het financieel actief - blijkt de fiscale realiteit in de praktijk vaak aanzienlijk genuanceerder.

In wat volgt lichten wij eerst het algemene principe toe, waarna wij vervolgens nader ingaan op een aantal specifieke situaties.

Wie wordt in principe belast op de gerealiseerde meerwaarde?

In principe wordt de meerwaardebelasting geheven in hoofde van de persoon die juridisch eigenaar is van het financieel actief en die naar aanleiding van de overdracht een belastbare meerwaarde realiseert. De gerealiseerde waardestijging wordt aldus fiscaal toegerekend aan degene in wiens vermogen deze meerwaarde ontstaat en wordt gematerialiseerd.

Om interpretatiegeschillen en onzekerheid omtrent de fiscale toerekening te vermijden, heeft de wetgever uitdrukkelijk bepaald wie voor de toepassing van de meerwaardebelasting als belastingplichtige moet worden aangemerkt. (1) De regeling viseert in eerste instantie natuurlijke personen, aangezien de meerwaardebelasting hoofdzakelijk werd ingevoerd binnen het kader van de personenbelasting. (2)

Naast natuurlijke personen kunnen ook bepaalde rechtspersonen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting onder het toepassingsgebied van de regeling vallen. Dit geldt onder meer voor verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen met een niet-commercieel karakter. Hiermee kiest de wetgever bewust voor een ruim toepassingsgebied van de meerwaardebelasting.

Vennootschappen die reeds onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting blijven om evidente redenen wel buiten het toepassingsgebied van deze nieuwe belasting. Ook belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de belasting van niet-inwoners zijn niet onderworpen. Daarnaast geldt een specifieke uitzondering voor bepaalde erkende instellingen die gemachtigd zijn om fiscaal aftrekbare giften te ontvangen.

Hoewel deze basisprincipes op het eerste gezicht relatief duidelijk lijken, geeft de praktische toepassing van de meerwaardebelasting aanleiding tot talrijke complexe situaties. In verschillende gevallen valt de juridische eigendom immers niet volledig samen met de economische gerechtigdheid tot de gerealiseerde meerwaarde. Net in die situaties ontstaan belangrijke vragen over de fiscale toerekening van de gerealiseerde meerwaarde en de aanduiding van de belastingplichtige.

Enkele bijzondere situaties

- Gesplitste eigendom
Een van de meest besproken situaties betreft de gesplitste eigendom, waarbij het vruchtgebruik en de blote eigendom van een financieel actief bij verschillende personen berusten. De wet bepaalt uitdrukkelijk dat gerealiseerde meerwaarden in dergelijke gevallen in principe volledig belastbaar zijn in hoofde van de blote eigenaar. (3)

Die keuze roept belangrijke vragen op. Het is immers niet altijd de blote eigenaar die economisch voordeel haalt uit de gerealiseerde meerwaarde. In bepaalde situaties ontvangt de vruchtgebruiker geheel of gedeeltelijk de verkoopopbrengst, terwijl de belasting toch integraal ten laste van de blote eigenaar blijft. Vooral wanneer vruchtgebruiker en blote eigenaar gezamenlijk overgaan tot de verkoop van een financieel actief en de verkoopprijs onderling verdelen, kan dit leiden tot onevenwichtige fiscale gevolgen.

Deze problematiek stelt zich bijzonder scherp binnen familiale vermogensplanning, bijvoorbeeld wanneer een langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik erft en de kinderen de blote eigendom verkrijgen. Bij een latere verkoop van de aandelen kan de blote eigenaar belast worden op een meerwaarde die economisch gedeeltelijk aan de vruchtgebruiker toekomt, zonder dat de huidige regeling in een duidelijk correctiemechanisme voorziet.

In de parlementaire voorbereiding wordt wel verduidelijkt dat de loutere overdracht van het vruchtgebruik op zich niet als een belastbare verrichting wordt beschouwd. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat de blote eigenaar belast wordt voor een transactie waarbij hij geen partij is. Ook de omzetting of uitdoving van het vruchtgebruik, bijvoorbeeld ingevolge overlijden, blijft in principe buiten het toepassingsgebied van de belasting. Volgens dezelfde redenering lijkt dit ons inziens eveneens verdedigbaar bij emigratie van de vruchtgebruiker.

- Minderjarige eigenaar
Volgens de toelichting van de minister van Financiën tijdens de eerste lezing in de Commissie voor Financiën en Begroting geldt ook voor niet-ontvoogde minderjarigen het uitgangspunt dat de gerealiseerde meerwaarde belastbaar is in hoofde van de juridische eigenaar van het betrokken financieel actief. Ondanks hun burgerrechtelijke handelingsonbekwaamheid kunnen minderjarigen dus zelf als belastingplichtige worden aangemerkt in het kader van de meerwaardebelasting.

De minderjarige kan daarbij eveneens aanspraak maken op de wettelijk voorziene vrijstellingen. Indien nog geen fiscaal dossier op zijn of haar naam bestaat, kan de fiscale administratie hiervoor een afzonderlijk dossier openen. In de praktijk worden de fiscale verplichtingen uiteraard uitgeoefend door de ouders of voogd, die optreden als wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige.

- Echtgenoten
De fiscale behandeling van meerwaarden houdt noodzakelijk rekening met de regels van het huwelijksvermogensrecht. Wanneer financiële activa deel uitmaken van het gemeenschappelijk vermogen, worden de gerealiseerde meerwaarden in principe geacht voor gelijke delen aan beide echtgenoten toe te komen.

Dit geldt onder meer voor effectenrekeningen die tot de huwgemeenschap behoren. De meerwaarden die op dergelijke activa worden gerealiseerd, worden fiscaal geacht elk voor de helft aan de echtgenoten toe te komen. Bijgevolg dient elke echtgenoot in principe zijn of haar aandeel afzonderlijk aan te geven in de personenbelasting.

De meerwaardebelasting sluit hiermee aan bij de vermogensrechtelijke realiteit binnen het huwelijk, waarbij de fiscale toerekening van de meerwaarde afhankelijk is van het toepasselijke huwelijksvermogensstelsel.

- Titre et finance-aandelen
Een bijzondere situatie doet zich voor bij de zogenaamde “titre et finance”-regeling. Deze regeling speelt wanneer één echtgenoot een vennootschap in eigen naam opricht, maar daarvoor gebruikmaakt van gemeenschappelijke gelden. Sinds 1 september 2018 geldt daarbij dat de lidmaatschapsrechten op de aandelen (“titre”) eigen blijven aan de oprichtende echtgenoot, terwijl de economische waarde van de aandelen (“finance”) tot het gemeenschappelijk vermogen behoort.

Binnen de toepassing van de meerwaardebelasting rijst de vraag aan wie de gerealiseerde meerwaarde moet worden toegerekend: aan de echtgenoot die juridisch titularis is van de aandelen, dan wel aan beide echtgenoten samen in hun hoedanigheid van gerechtigden tot de onderliggende vermogenswaarde.

Tijdens de parlementaire voorbereiding werd deze vraag uitdrukkelijk aan de minister voorgelegd. In de tweede lezing in de Commissie voor Financiën en Begroting stelde de minister dat de meerwaarde in een dergelijke hypothese belastbaar is in hoofde van de echtgenoot die juridisch houder is van de aandelen. Volgens de minister moet de fiscale behandeling aansluiten bij de burgerrechtelijke kwalificatie van de aandelen als eigen goed in de zin van de titre et finance-regeling en doet het feit dat de verwerving of oprichting werd gefinancierd met gemeenschappelijke gelden hieraan geen afbreuk.

- Verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid
Ook feitelijke verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, zoals beleggingsclubs, culturele verenigingen of jeugdbewegingen, kunnen onder het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting vallen. Wanneer binnen dergelijke structuren een volmachthouder werd aangeduid, kunnen de gerealiseerde meerwaarden worden belast in hoofde van deze volmachthouder, naar analogie met de regeling die reeds geldt voor roerende inkomsten.

- Verzekeringsovereenkomsten
Bij levensverzekeringsovereenkomsten en kapitalisatieverrichtingen worden gerealiseerde meerwaarden in principe belast in hoofde van de rechthebbende. De fiscale toerekening sluit daarbij aan bij het principe dat de belasting wordt geheven van de persoon die economisch gerechtigd is tot het kapitaal of de opbrengsten van de overeenkomst.

- Fiscaal transparante structuren
Bij fiscaal transparante structuren, zoals maatschappen en bepaalde gemeenschappelijke beleggingsfondsen zonder rechtspersoonlijkheid, wordt de meerwaardebelasting niet op het niveau van de structuur zelf geheven, maar rechtstreeks toegerekend aan de achterliggende deelgerechtigden. De belasting is verschuldigd ongeacht of de gerealiseerde meerwaarde effectief wordt uitgekeerd, waardoor ook herbelegde of nog niet economisch gerealiseerde meerwaarden in de belastingheffing kunnen worden betrokken.

In een maatschap worden gerealiseerde meerwaarden in beginsel toegerekend aan de maten in verhouding tot hun rechten. De concrete berekening kan echter aanleiding geven tot interpretatievragen.

- Certificeringsvehikels
Bij certificeringsvehikels, zoals een private stichting-administratiekantoor, heeft de meerwaardebelasting in beginsel geen rechtstreekse impact. Deze structuren fungeren als loutere tussenhouders en zijn zelf niet gerechtigd tot de gerealiseerde meerwaarden.

Wanneer de fiscale transparantie van de certificatie wordt gewaarborgd, worden de meerwaarden op gecertificeerde aandelen rechtstreeks toegerekend aan de certificaathouders. Zij worden fiscaal behandeld alsof zij de onderliggende aandelen rechtstreeks aanhouden, waardoor de eventuele meerwaarden in hun hoofde belastbaar zijn, voor zover aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan.

Conclusie

De toerekening van de belastingplichtige onder de nieuwe meerwaardebelasting blijkt in de praktijk sterk afhankelijk van de concrete juridische en economische structuur waarin het vermogen wordt gehouden. Hoewel de wet vertrekt vanuit duidelijke basisprincipes, toont de analyse van uiteenlopende situaties aan dat juridische eigendom en economische gerechtigdheid niet steeds samenvallen, wat aanleiding kan geven tot complexe en soms minder evidente fiscale kwalificaties. Precies in die gevallen wordt de praktische invulling van de regeling doorslaggevend en blijft verdere verduidelijking in de toepassing vaak essentieel.

Heeft u vragen over de impact van de meerwaardebelasting op uw persoonlijke situatie of vermogensstructuur? Ons team staat klaar om u hierin bij te staan en samen met u de fiscale gevolgen helder in kaart te brengen.

(1) Art. 92, §3 WIB 92.
(2) Het betreft meerwaarden die worden gerealiseerd buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid.
(3) Art. 92, §3, a) WIB 92.

Mots clés