
Over exact één maand, op 7 juni, moet België de Europese Pay Transparency Directive omzetten in nationale wetgeving. De meest Belgische bedrijven bereiden zich actief voor op meer openheid over verloning maar nog niet alle Belgische werknemers voelen dit al. Slechts een derde weet wat de richtlijn concreet betekent voor hun rechten.
> De helft (48%) vindt wel dat ze eerlijk betaald worden ten opzichte van andere collega’s met gelijkaardige rollen; 15% vindt dat niet.`
> Een eerlijk en concurrentieel salaris staat wel helemaal bovenaan de top vijf belangrijke werkfactoren.
Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Europese HR-dienstenverlener SD Worx bij 5.936 HR-managers en 16.500 werknemers in zestien Europese landen, waaronder 1.000 in België.
Alle EU-lidstaten moeten de richtlijn rond loon- en beloningstransparantie uiterlijk tegen 7 juni 2026 omzetten in nationale wetgeving. Ze verplicht werkgevers om transparant te communiceren over salarissen en in te grijpen bij onverklaarbare loonverschillen.
SD Worx maakt een stand van zaken op in 2026: veel Belgische werkgevers bereiden zich alvast stevig voor: bijna drie kwart (73%) zegt op de hoogte te zijn van de nieuwe regels en meer dan twee op de drie (68%) zijn ervan overtuigd dat ze hun medewerkers correct verlonen. Zo goed als zes op tien (58%) zijn ervan overtuigd is dat ze alles in huis hebben om te voldoen aan de nieuwe richtlijn. Een kwart (25%) van de organisaties stelt al concrete tools aan zijn werknemers ter beschikking om loontransparantie zichtbaar te maken, zoals dashboards voor interne beloningsgelijkheid. Enkel de UK doet beter met 28% van de werkgevers. Een op de vijf (21%) Belgische organisaties zet bovendien loontransparantie in de top vijf van prioriteiten rond verloning voor 2026.