Naast de wijziging van de opzeggingstermijn bij een beëindiging door de werknemer, wordt ook de opzeggingstermijn van hogere bedienden bij een ontslag uitgaande van de werkgever gewijzigd.
In de wet eenheidsstatuut is er voorzien in een overgangsregeling voor arbeidsovereenkomsten aangevangen vóór 1 januari 2014. Deze overgangsregeling maakt een onderscheid tussen hogere bedienden en lagere bedienden:
STAP 1: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven op 31 december 2013, waarbij het jaarloon moet vergeleken worden met de grenzen van € 32.254 en € 64.508:
STAP 2: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014.
Het Grondwettelijk Hof is echter van mening dat het onderscheid tussen lagere en hogere bedienden in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De nieuwe wet schrapt dus het bovenstaande onderscheid tussen lagere en hogere bedienden, d.w.z.:
STAP 1: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven op 31 december 2013, gebeurt voor alle bedienden o.b.v. de volgende tabel:
STAP 2: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014.
De nieuwe wet treedt pas in werking 6 maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, namelijk op 28 oktober 2023.
De ontslagen vóór de inwerkingtreding van deze wet, blijven al hun gevolgen behouden.
Bron: Wet van 20 maart 2023 tot wijziging van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carensdag en begeleidende maatregelen voor wat de aanpassing van de wettelijke maximale opzeggingstermijnen in het geval van opzegging door de werknemer betreft, BS 28 april 2023.
Bron: Besox