• FR
  • NL
  • EN

Vier op de tien werknemers slaan regelmatig hun pauze over wegens

​88,9% van de Belgische werknemers werkt minstens af en toe langer dan contractueel afgesproken. Toch zegt 37,7% dat die extra uren niet worden geregistreerd en geeft 54,0% aan dat overuren nooit worden uitbetaald. Dat blijkt uit nieuw onderzoek door iVox in opdracht van HR-dienstverlener Partena Professional in samenwerking met arbeidsmarktexpert Stijn Baert bij 1.000 werknemers en 250 werkgevers. Dat extra werken staat bovendien niet los van de werkdruk. 40,2% van de werknemers geeft aan regelmatig een pauze o00ver te slaan omdat het te druk is op het werk.

De cijfers doen ook een andere vraag rijzen: als we verwachten dat mensen extra werken, weten we dan ook hoeveel ze werkelijk werken en wordt die extra inzet voldoende beloond?​

Vanaf 1 januari 2027 wordt die vraag concreter. Belgische werkgevers zullen de arbeidstijd van hun werknemers dan objectief en betrouwbaar moeten kunnen registreren. De nieuwe verplichting moet ervoor zorgen dat niet alleen het afgesproken uurrooster, maar ook de werkelijk gewerkte uren in beeld komen.

Meerderheid noemt de werkdruk hoog

Een meerderheid van de Belgische werknemers (53,6%) vindt de werkdruk in de organisatie hoog: 13,3% vindt die zeer hoog en 40,2% eerder hoog. Bijna niemand noemt de werkdruk laag (slechts 4,1%). Vrouwen noemen de werkdruk vaker hoog dan mannen: 57,8% tegenover 49,6%

Ambtenaren en bedienden slaan regelmatiger een pauze over dan arbeiders

De cijfers tonen een duidelijke samenhang tussen werkdruk, langer werken en het overslaan van pauzes.

Vier op de tien werknemers (40,2%) geeft aan regelmatig pauzes over te slaan wegens werkdruk. Ambtenaren (48,4%) en bedienden (41,6%) doen dat veel vaker dan arbeiders (26,5%).

Ambtenaren werken het vaakst over

Ambtenaren werken vaker elke week over (14,6%) dan bedienden (7,7%), terwijl arbeiders vaker aangeven nooit over te werken (16,7% tegenover 10,0% bij bedienden).

Van wie nooit meer werkt dan contractueel voorzien, slaat 16,9% regelmatig een pauze over. Bij wie elke week overwerkt, stijgt dat naar 51,2%.

Overwerk is bovendien wijdverspreid: 88,9% van de werknemers werkt minstens af en toe langer dan contractueel voorzien, en daarvan doet 10,1% dat elke week.

Ook regionaal zijn er verschillen. In het Waals Gewest zegt 15,7% van de werknemers nooit over te werken, tegenover 9,6% in het Vlaams Gewest.

"Ten slotte valt ook op dat wie jonger is dan 35 jaar meer aangeeft nooit overuren te kloppen dan wie tussen de 35 en 54 jaar is. Een leeftijdsverschil in werkdruk en pauzes overslaan wordt dan weer niet gevonden.", zo vult Stijn Baert aan.

Extra uren zijn vaak niet zichtbaar of vergoed

Dat werknemers langer werken dan contractueel afgesproken, is dus geen uitzondering. Maar die extra arbeid wordt niet overal geregistreerd of vergoed: 37,7% zegt dat die extra uren niet worden geregistreerd en geeft 54,0% aan dat overuren nooit worden uitbetaald.

Bij arbeiders zegt 12,0% dat extra uren niet worden geregistreerd, tegenover 40,7% van de bedienden en 50,0% van de ambtenaren. Ook voor de vergoeding zijn de verschillen groot: 21,9% van de arbeiders, 58,1% van de bedienden en 68,5% van de ambtenaren zegt dat overuren nooit worden uitbetaald. Sommigen van hen recupereren de overuren wel via extra verlofdagen.

“Bij arbeiders zijn overuren al langer ingebed in de loonverwerking. Bij bedienden en ambtenaren is overwerk vaker een stilzwijgend onderdeel van de job geworden. Daar zal registratie het meest zichtbaar maken over hoeveel uren vandaag buiten beeld blijven”, zegt Yves Stox, managing consultant bij Partena Professional.

Niet terug naar de prikklok

De nieuwe registratieplicht moet vanaf 2027 meer zicht geven op de kloof tussen het uurrooster en de realiteit op de werkvloer. Dat betekent niet noodzakelijk dat elke werknemer een klassieke prikklok nodig heeft. Werkgevers kunnen verschillende systemen gebruiken, zolang die de werkelijk gepresteerde arbeidstijd objectief en betrouwbaar registreren. Een systeem dat enkel de geplande uren registreert, volstaat daarvoor niet.

“Geen prikklok dus, wel een correct beeld van de uren die echt gewerkt worden. Voor werkgevers begint de voorbereiding met een eenvoudige vraag: waar wijkt de praktijk af van het uurrooster?”, zegt Yves Stox.

_______________________________________________________

Over het onderzoek

Vanuit Partena Professional werden, ondersteund door arbeidsmarktexpert Stijn Baert, twee vragenlijsten opgesteld om een zicht te krijgen op bovenstaande vragen. De bevraging over tijdsregistratie werd tussen 6 en 21 augustus 2026 voorgelegd aan een representatief staal van 1.000 Belgische werknemers en 250 Belgische werkgevers. De bevraging over loontevredenheid liep tussen 31 juli en 19 augustus 2026 bij een ander representatief staal van 1.000 Belgische werknemers en 250 Belgische werkgevers. Beide bevragingen gebeurden via marktbureau iVOX. De maximale foutenmarge bedraagt telkens 3,02% bij de werknemers en 6,16% bij de werkgevers.

Bij de respondenten werden ook achtergrondkenmerken bevraagd, zoals geslacht, bedrijfsgrootte en moedertaal (Nederlands of Frans), zodat de resultaten konden opgesplitst worden naar deze kenmerken.



Mots clés

Articles recommandés

HRM, jobs & training
De expert aan het woord
F.F.F.

Belgische werknemers laagste ondernemersambitie in Europa

Gepubliceerd op 09 Oct 2026 bij 04:00
Lezen 6min
HRM, jobs & training
De expert aan het woord
F.F.F.

Hoopvol signaal: absenteïsme daalde verder in de eerste jaarhelft

Gepubliceerd op 08 Oct 2026 bij 04:00
Lezen 6min
HRM, jobs & training
Studie | Enquete
F.F.F.

Arbeidsmarkt: er komen tegenwoordig minder jongeren op de arbeidsmarkt!

Gepubliceerd op 07 Oct 2026 bij 04:05
Lezen 6min