• FR
  • NL
  • EN

Wanneer fiscale complexiteit uiteindelijk instort: of hoe Tainter je over Brussel zou kunnen vertellen!

In 1988 stelde de Amerikaanse historicus Joseph Tainter een verontrustende these op: een beschaving stort in wanneer de marginale kost van haar eigen complexiteit de baten ervan overstijgt. Veertig jaar later, toegepast op de Belgische fiscaliteit, wordt het interpretatiekader ongemakkelijk — misschien wel profetisch.


Het Romeinse Rijk als enige horizon

De these van Tainter, uiteengezet in The Collapse of Complex Societies, kan in één zin worden samengevat: samenlevingen lossen hun problemen op door complexiteit toe te voegen, tot het moment waarop elke extra laag meer kost dan oplevert. Het Romeinse Rijk vormt hiervoor het schoolvoorbeeld. Om meerdere crisissen het hoofd te bieden, verhoogden de keizers de belastingen; de boeren verlieten hun land; laagrenderende akkers werden niet langer bewerkt. De instorting is dan ook geen chaotische ramp: het is een vereenvoudiging — een abrupte terugkeer naar een niveau van complexiteit dat de samenleving nog kan dragen.

De oorzaak is economisch, nooit moreel. Tainter verzamelde zelfs hedendaagse statistieken om aan te tonen dat de opbrengsten van marginale investeringen — in energie, in onderwijs, in technologische innovatie — overal in geavanceerde economieën afnemen. Een stille, maar aanhoudende evolutie.


De FEB-diagnose: een systeem dat zichzelf schaadt

De parallellen met België zijn nagenoeg overbodig. De Barometer van de Belgische fiscaliteit gepubliceerd door de FEB in maart 2026 stelt een ondubbelzinnige vaststelling: ons land onderscheidt zich door een veelheid belastingen die de economische activiteit remmen terwijl ze er net hun inkomsten uit halen. De wetgevende complexiteit en de administratieve lasten zijn geen neveneffecten meer: ze zijn de belangrijkste obstakels voor de ontwikkeling van ondernemingen geworden.

De cijfers spreken voor zich. De fiscale druk op arbeid bereikt recordniveaus wereldwijd — marginale tarieven hoger dan 50 % vanaf het gemiddelde inkomen, tegenover het zevenvoudige van het gemiddelde inkomen elders in Europa. Door fiscale en parafiscale lasten samen te nemen, kan het effectieve tarief in bepaalde situaties oplopen tot 83 %. Welke investeerder, welke talentvolle werknemer kan deze vergelijking nog lezen als een maatschappelijk project?


2026, of de hervormingswaanzin

Het jaar 2026 illustreert op zich wat Tainter zou omschrijven als een vlucht vooruit. Nieuwe taks op meerwaarden. Hervorming van de liquidatiereserve. Verhoging van het effectieve tarief van de VVPRbis. Een bijkomende belasting van 7,5 % op voordelen van alle aard boven 20 %. Kettingreacties bij de btw-aanpassingen. Elke hervorming rechtvaardigt zich op zich — een tekort dichten, een scheefstand corrigeren, een verlichting financieren. Samen maken ze de wetgeving dikker en frequenter met uitzonderingen. Complexiteit neemt niet alleen toe: ze voortbrengt zichzelf.


De zwakke signalen van uitputting

Andere, meer subtiele aanwijzingen suggereren dat het mechanisme een grens bereikt. Het begrotingstekort stabiliseert rond 5 % van het bbp; nieuwe hervormingen zijn verplicht om zelffinancierend te zijn, een vicieuze cirkel die de afnemende opbrengsten illustreert. De grote hervorming van 2025 belooft 4,4 miljard euro aan verlichting tegen 2029 — maar gefinancierd met nieuwe belastingen en het schrappen van bestaande voordelen. Het systeem vereenvoudigt niet, het verplaatst zijn spanningen.

Nog betekenisvoller is dat de wetgever een recht op vergissing in fiscale zaken moest invoeren. Dat is een impliciete erkenning dat volledige beheersing van het fiscaal recht niet langer haalbaar is — niet uit nalatigheid van de belastingplichtige, maar omdat het geheel letterlijk onhoudbaar is geworden. We bevinden ons op een uniek moment waarop een maatschappij officieel erkent dat haar complexiteit haar eigen cognitieve mogelijkheden overstijgt.


Vereenvoudigen voordat men lijdt

Tainter formuleerde een laatste ijzingwekkende intuïtie: een instorting is nooit een falen, het is een terugkeer naar een draaglijk niveau van complexiteit. Voor de Belgische fiscaliteit tekenen zich twee trajecten af. Ofwel een bewuste vereenvoudiging — een gestructureerde hervorming, codes ingekort, uitzonderingen teruggesnoeid. Ofwel een onvrijwillige vereenvoudiging — wanneer het systeem simpelweg niet meer werkt wegens onpraktisch gebruik.

De Europese verankering zou een uitweg kunnen bieden. Ze kan ook de val bespoedigen. De DAC8-overeenkomst en communautaire fiscale initiatieven tonen helaas een trend: de Belgische complexiteit vermindert niet, ze verspreidt zich op continentale schaal. We voegen lagen toe waar Tainter ons aantoont dat we er zouden moeten verwijderen.

De vraag blijft open en is allang niet meer academisch. Zullen onze beleidsmakers de noodzakelijke vrijwillige vereenvoudiging doorvoeren, of zullen ze ze ondergaan — op het moment dat de complexiteit letterlijk op zichzelf instort?

Deze opinie verscheen ook in L’Echo


Referenties

1 Joseph A. Tainter, The Collapse of Complex Societies, Cambridge University Press, 1988.
2 FEB, Barometer van de Belgische fiscaliteit, maart 2026.
3 Programmawet van 18 juli 2025; fiscale hervorming 2025-2029.
4 Richtlijn (EU) 2023/2226 (DAC8) van 17 oktober 2023.

🇫🇷 Version française (mention légale – traduction par IA)

Afin de faciliter l’accès au contenu de cet article, une version traduite a été mise à disposition au moyen d’un outil d’intelligence artificielle. La Fondation décline toute responsabilité quant à la qualité, à l’exactitude et à l’exhaustivité de cette traduction automatique, notamment en ce qui concerne l’emploi de terminologies techniques, juridiques ou fiscales spécifiques.

L'article original a été rédigé en Français. En cas de divergence d’interprétation, seule la version originale fait foi.

Mots clés