
2025 was een recordjaar voor faillissementen: meer dan 11.000 bedrijven in België gingen op de fles, quasi allemaal kmo’s. Dat is het hoogste aantal van de laatste tien jaar. En onder het motto de een zijn dood is de ander zijn brood is dat voor de curator big business.
In 2025 gingen precies 11.067 bedrijven over kop. Vooral in Vlaanderen gaat het de slechte richting uit. Maar liefst 60%, of 6.741 faillissementen, van de Belgische faillissementen zijn Vlaams. Dat is een stijging van 6,6% tegenover het vorige recordjaar 2024. In het Waalse Gewest – met 2.740 faillissementen – daalde het aantal faillissementen daarentegen met 2,9% ten opzichte van 2024. Brussel telde 2.184 faillissementen, een stijging van 13,6% tegenover 2024.
Vanuit menselijk oogpunt is elk faillissement schadelijk. Zaakvoerders verliezen hun kmo. Schuldeisers verliezen geld. De curator speelt de hoofdrol, vergelijkbaar met een begrafenisondernemer.
Zelfstandigen vertegenwoordigen één op de drie faillissementen. Voor hen is ook hun eigen vermogen in gevaar. Twee derden van de faillissementen hebben betrekking op een besloten vennootschap (bvba of bv). De zaakvoerder is dan in principe slechts aansprakelijk voor zijn of haar inbreng. Maar die aansprakelijkheid kan verder gaan.
Als de zaakvoerder bijvoorbeeld een persoonlijke en solidaire borg heeft getekend bij de bank en de bank de openstaande schulden niet volledig recupereert, wordt aan de deur van de zaakvoerder geklopt. Ook wanneer een bedrijf over kop gaat in de eerste drie jaar van zijn bestaan, kan worden ingeroepen dat de financiële middelen ontoereikend waren. In dat geval kan de zaakvoerder eveneens persoonlijk opdraaien voor openstaande schulden.
Naast de zaakvoerder zijn de leveranciers vaak de pineut. In tegenstelling tot banken hebben zij geen voorrechten op de handelszaak of hypothecaire zekerheden. Daardoor staan de banken eerst in de rij, wat maakt dat er minder overblijft voor de ‘ordinaire’ (zoals dat heet) leveranciers. Dat kan leiden tot een domino-effect. Een vierde van de faillissementen in Europa wordt veroorzaakt door wanbetalingen van klanten.
Vriendjespolitiek valt hier niet uit te sluiten
Om de 11.000 faillissementen in goede banen te leiden, wordt een curator aangeduid door de rechtbank. Die beschikt daarvoor over een lijst met naar schatting 750 curatoren. Gemiddeld worden dus 15 faillissementen per jaar toegewezen aan elke curator. Dat gemiddelde verbergt dat sommige curatoren tot 50 faillissementen per jaar toegewezen krijgen. De toewijzing gebeurt niet altijd even transparant. Vriendjespolitiek valt hier niet uit te sluiten.
De curator inventariseert de bezittingen en schulden van de onderneming en onderzoekt of er onregelmatigheden zijn voorgekomen die tot het faillissement hebben geleid. Vervolgens verkoopt de curator het actief (gebouwen, rollend materieel, voorraden, enzovoort) en betaalt hij, na aftrek van het eigen salaris, de schuldeisers terug.
Daarvoor worden curatoren vanzelfsprekend betaald. Hun salaris wordt wettelijk bepaald als een afnemend percentage op het gerealiseerde actief. Bij kleinere faillissementen ligt dat percentage dus hoger dan bij grotere. Bij een faillissement waarbij het actief bijvoorbeeld 50.000 euro opbrengt, gaat eerst 14.385 euro, of bijna 30%, naar de curator. Daardoor blijft er uiteraard minder over voor de overige schuldeisers.
Als bij de realisatie van het actief ook onroerende goederen met hypotheek zijn betrokken, komt daar nog eens een afzonderlijk ereloon van 5% bij. Oordeelt de rechtbank dat het faillissement complex is, dan kan het salaris nog worden verdubbeld. Als er geen of onvoldoende activa zijn – wat het geval is bij één op de vier faillissementen – heeft de curator recht op een minimumvergoeding van 2.010 euro, betaald door de overheid.
In Nederland gingen in 2025 ‘slechts’ 3.636 kmo’s failliet, ongeveer een derde van België. Het systeem is er totaal anders. De curatorwerkzaamheden nemen bij faillissementen van bedrijven gemiddeld zo’n 20 uur in beslag. Curatoren worden er niet betaald als percentage van het actief, zoals in België, maar per uur. Het basistarief voor de curator, vastgesteld door de vereniging van insolventierechtadvocaten, bedraagt 267 euro per uur. Bij gebrek aan activa ontvangt de curator geen salaris.
Overigens kunnen in België uitsluitend advocaten worden benoemd tot curator bij faillissementen, in tegenstelling tot Nederland, waar ook andere beroepsgroepen curator kunnen worden. Misschien een inspirerend model.