1 januari 2024 : hervorming van de kleinevergoedingsregeling voor kunstenaars

Vanaf 1 januari 2024 wordt de kleinevergoedingsregeling voor kunstenaars vervangen door de "amateurkunstenvergoeding", die onder bepaalde voorwaarden ook wordt vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en belastingen (wet van 16 december 2022 - B.S. van 27 december 2022; koninklijk besluit van 13 maart 2023 - B.S. van 24 maart 2023).

Er zal niet langer een jaarlijks plafond zijn en de maximale dagvergoeding zal worden verlaagd. Daarentegen blijft het maximum van 30 dagen per jaar behouden, net als de limiet van 7 opeenvolgende dagen voor dezelfde opdrachtgever.

Opdrachtgevers die tijdens het jaar meer dan 500,00 EUR aan vergoedingen betalen, zullen een solidariteitsbijdrage van 5% verschuldigd zijn aan de RSZ.

Zowel de amateurkunstenaar als de opdrachtgever moet zich registreren. De opdrachtgever moet ook de prestaties aangeven via een beveiligde elektronische RSZ-toepassing.


Amateurkunstenvergoeding

Toepassingsgebied

De amateurkunstenvergoeding kan worden toegekend voor elke activiteit die een noodzakelijke artistieke bijdrage levert aan een artistieke creatie of uitvoering binnen de domeinen van de kunsten, zijnde de beeldende en audiovisuele kunsten, de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater, de choreografie en het stripverhaal.

Een artistieke bijdrage wordt als noodzakelijk beschouwd als zonder deze bijdrage niet hetzelfde artistieke resultaat zou worden bereikt. Ondersteunende artistieke en technische activiteiten zijn dus uitgesloten.

Voor een advies over de noodzakelijke artistieke bijdrage die een activiteit aan een artistieke creatie of uitvoering moet leveren, verwijst de RSZ naar de Commissie Kunstenaars.

Bedragen en plafonds

Het jaarplafond wordt afgeschaft; het dagplafond blijft bestaan, maar is lager dan voorheen.

De amateurkunstenvergoeding bedraagt dus (niet-geïndexeerde bedrag) maximaal 70,00 EUR per dag. Dit bedrag wordt elk jaar op 1 januari geïndexeerd.

Bovendien is het aantal dagen waarvoor de amateurkunstenaar deze vergoeding kan ontvangen beperkt tot 30 dagen per kalenderjaar (bij alle opdrachtgevers samen).

Het aantal dagen mag ook geen 7 opeenvolgende overschrijden bij dezelfde opdrachtgever.

Als de amateurkunstenaar op dezelfde dag voor meerdere opdrachtgevers artistieke activiteiten verricht, mogen de toegekende vergoedingen niet meer bedragen dan 70,00 EUR per opdrachtgever en ook niet meer dan 70,00 euro vermenigvuldigd met het aantal opdrachtgevers dat voor die dag een beroep op hem heeft gedaan.

De dagvergoeding kan worden gecumuleerd met de terugbetaling van verplaatsingskosten. Het dagplafond voor deze verplaatsingskosten bedraagt 20,00 EUR (niet geïndexeerd bedrag). Dit bedrag wordt elk jaar op 1 januari geïndexeerd.

Alleen werkelijke en aantoonbare verplaatsingskosten zijn aanvaardbaar.

Indien de amateurkunstenaar op dezelfde dag artistieke prestaties verricht voor meerdere opdrachtgevers, mag het bedrag van de verplaatsingsvergoeding niet hoger zijn dan 20,00 EUR per opdrachtgever en niet hoger dan 20,00 EUR vermenigvuldigd met het aantal opdrachtgevers dat voor die dag een beroep op de amateurkunstenaar heeft gedaan.

Voor het gebruik van de eigen wagen kan voor werkelijk gemaakte verplaatsingskosten een forfaitaire kilometervergoeding worden toegekend, tot ten hoogste het maximumbedrag dat eenmaal per kwartaal geïndexeerd wordt.

Voor werkelijk gemaakte verplaatsingen met de fiets kan de forfaitaire kilometervergoeding worden toegekend tot het belastingvrije bedrag voor woon-werkverplaatsingen met de fiets (momenteel 0,27 euro/km).

Verbod op cumulatie

Een amateurkunstenaar die op het ogenblik van de uitvoering van een artistieke activiteit met dezelfde opdrachtgever verbonden is door een arbeidsovereenkomst of in het kader van artikel 1bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 (al dan niet door tussenkomst van een sociaal bureau voor kunstenaars), of door een aannemingsovereenkomst of een statutaire benoeming, komt niet in aanmerking voor de amateurkunstenvergoeding tenzij de amateurkunstenaar en de opdrachtgever het bewijs leveren dat de activiteiten verschillend zijn.

De uitvoering van activiteiten onder deze regeling is ook niet toegestaan als de amateurkunstenaar in de loop van hetzelfde kalenderjaar voor dezelfde opdrachtgever diensten heeft verricht in het kader van.

  • artikel 17, § 1, eerste lid, 4°, of
  • artikel 17, § 1, eerste lid, 7° van het koninklijk besluit van 28 november 1969.

Verplichte registratie van de opdrachtgever, de amateurkunstenaar en de geleverde prestaties

Voorafgaand aan de aangifte van artistieke activiteiten in het kader van de amateurkunstenvergoeding en ten laatste op het moment dat de kunstenaar zijn artistieke activiteiten aanvat, is de opdrachtgever verplicht om zich via een beveiligde elektronische applicatie bij de RSZ te registreren op basis van zijn ondernemingsnummer, indien hij over een ondernemingsnummer beschikt, of op basis van zijn INSZ, indien hij niet over een ondernemingsnummer beschikt.

Met het oog op een correcte identificatie van de opdrachtgever heeft de RSZ toegang tot en kan hij mededeling verkrijgen van de volgende gegevens over de opdrachtgever afkomstig uit het Rijksregister van de natuurlijke personen:

  1. naam en voornamen;
  2. geslacht;
  3. geboorteplaats en -datum;
  4. hoofdverblijfplaats.

Bij de registratie geeft de opdrachtgever zijn e-mailadres en telefoonnummer door aan de RSZ.

De amateurkunstenaar moet zich op basis van zijn INSZ bij de RSZ registreren via een beveiligde elektronische applicatie, voorafgaand aan de aangifte van zijn artistieke activiteiten in het kader van de amateurkunstenvergoeding en ten laatste bij de aanvang van zijn artistieke activiteiten.

Met het oog op een correcte identificatie van de amateurkunstenaar heeft de RSZ toegang tot en kan hij mededeling verkrijgen van de volgende gegevens over de amateurkunstenaar afkomstig uit het Rijksregister van de natuurlijke personen:

  1. naam en voornamen;
  2. geslacht;
  3. geboorteplaats en -datum;
  4. hoofdverblijfplaats.

Bij de inschrijving bezorgt de uitvoerder zijn e-mailadres en telefoonnummer aan de RSZ.

Voor de aanvang van de artistieke activiteit van de amateurkunstenaar en ten laatste een maand voor de aanvangsdatum deelt de opdrachtgever via een beveiligde elektronische applicatie volgende gegevens met betrekking tot de amateurkunstenvergoeding mee aan de RSZ:

  1. het INSZ van de kunstenaar;
  2. de datum en het aanvangsuur van de artistieke prestatie van de kunstenaar;
  3. de aard van de artistieke activiteit;
  4. het bedrag van de amateurkunstenvergoeding voor de aangegeven activiteit per dag;
  5. het bedrag en de aard van de verplaatsingsvergoeding voor de aangegeven activiteit per dag;
  6. het adres van de plaats waar de artistieke activiteit wordt uitgeoefend.

De opdrachtgever kan de aangifte wijzigen uiterlijk tot het einde van de kalenderdag waarop de artistieke activiteit eindigt.
Als de geplande artistieke activiteiten niet uitgevoerd werden, kan de aangifte worden geannuleerd uiterlijk tot het einde van de kalenderdag waarop ze betrekking had.

Solidariteitsbijdrage

De opdrachtgevers zijn een solidariteitsbijdrage van 5% verschuldigd op het totaal van de tijdens een kalenderjaar uitbetaalde amateurkunstenvergoedingen, als zij tijdens dat kalenderjaar meer dan 500,00 EUR aan amateurkunstenvergoedingen hebben uitbetaald.

Het bedrag van de solidariteitsbijdrage wordt berekend op basis van de aangegeven activiteiten. De solidariteitsbijdrage wordt door de opdrachtgever aan de RSZ betaald, binnen de termijnen en volgens de modaliteiten vastgelegd door de Koning. Deze bijdrage wordt gelijkgesteld met een socialezekerheidsbijdrage, meer bepaald wat betreft de toepassing van burgerlijke sancties en strafbepalingen, de controle, de aanwijzing van de rechter bevoegd in geval van betwisting, de verjaring van rechtsvorderingen en de voorrechten.

Wanneer een opdrachtgever de solidariteitsbijdrage moet betalen, is het de RSZ die hem het bedrag meedeelt, uiterlijk de 5de dag van de 2de maand volgend op het vorige kalenderjaar, d.i. 5 februari. In principe gebeurt deze kennisgeving via de eBox. Het rekeningnummer waarop de opdrachtgever de solidariteitsbijdrage moet betalen, staat op de kennisgeving.

De opdrachtgever moet de solidariteitsbijdrage die verschuldigd is voor het vorige kalenderjaar uiterlijk op de laatste dag van de 2de maand volgend op het kalenderjaar in kwestie aan de RSZ betalen.

Website

Meer informatie over 'Working in the Arts' is terug te vinden op de nieuwe website workinginthearts.be

Mots clés

Articles recommandés

Federale staatsschuld per einde maart 2024 ?

Groene en digitale transitie : financiering voor onderzoek en innovatie !