BBI op bedrijfsbezoek: ook de fiscus mag enkel binnen langs de voordeur!

Het hof van beroep te Gent heeft zeer recentelijk in een aantal bijzonder omstandig gemotiveerde arresten bevestigd dat de BBI niet het recht heeft om een huiszoeking uit te voeren wanneer zij een bedrijfspand wilt visiteren.

De BBI krijgt een stevige uitbrander van het hof aangezien zij de grenzen van de fiscale visitatie overschreden heeft op een manier die ingaat tegen de beginselen van behoorlijk bestuur die in een rechtstaat verwacht mogen worden.

Feiten

De BBI voerde in het kader van een btw-onderzoek en een onderzoek in de inkomstenbelasting een fiscale visitatie uit in de beroepslokalen van een vennootschap die internationaal actief is. Bij aankomst van het bedrijf stelde de BBI vast dat de voordeur van het bedrijf gesloten was. Daarna heeft zij, zonder aan te bellen, zich begeven naar een sectionale poort aan de zijkant van het gebouw, die haar via een magazijn toegang gaf tot de kantoorruimtes van het bedrijf. In het bedrijf was enkel een administratief medewerker aanwezig. Tijdens deze fiscale visitatie heeft de BBI zichzelf vervolgens toegang tot de computers verschaft en integrale kopieën genomen van de server.

Beoordeling

Het hof van beroep bevestigt onze zienswijze dat de BBI zich zonder voorafgaande toestemming van de belastingplichtige geen toegang kon verschaffen tot een bedrijfsgebouw via een ingang die niet vrij toegankelijk is voor derden die vreemd zijn aan het bedrijf (zoals de BBI). Verder was het ook duidelijk dat de kantoorruimtes enkel bereikt konden worden nadat de BBI zich eerst door het magazijn had begeven. Het hof van beroep oordeelt dat de BBI zich niet zonder voorafgaande toestemming van de belastingplichtige kan begeven doorheen een bedrijfsgebouw op zoek naar een vertegenwoordiger van de belastingplichtige. De wettelijke bepalingen inzake de visitatie houden geen vrijgeleide in voor de BBI om zonder voorafgaande toestemming vrij een bedrijfsgebouw te betreden. Net zoals iedere andere derde, dient de BBI zich aan te bieden bij de normale toegangsdeur tot het bedrijfsgebouw en vragen om het bedrijfsgebouw te mogen betreden.

Verder bevestigt het hof het argument dat de BBI toestemming heeft gevraagd aan een onbevoegd persoon. Nadat zij de bedrijfslokalen reeds had betreden via een niet voor bezoekers toegankelijke ingang, had de BBI toestemming gevraagd aan de administratief bediende die aanwezig was. Het hof oordeelt dat de BBI redelijkerwijs niet kon veronderstellen dat een administratieve bediende de bevoegdheid had om toestemming te verlenen voor de bedrijfsvisitatie. Het is niet omdat hij als enige aanwezig was in het bedrijfsgebouw dat de BBI mocht veronderstellen dat hij dergelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid had. Het was de verantwoordelijkheid van de BBI - en niet van de administratieve bediende - om zich ervan te verzekeren dat zij toestemming bekomt van een daartoe bevoegd persoon.

Bovendien krijgt de BBI een stevige uitbrander voor de manier waarop zij is omgegaan met de administratieve bediende die zich vragen stelde over het rechtmatig karakter van bepaalde onderzoekshandelingen. De BBI overhandigde enkel een aantal pagina’s aan wetteksten waarmee de bediende zijn plan maar moest trekken. Het hof oordeelt dat het van behoorlijk bestuur zou getuigen mocht de BBI in dergelijke situatie op een objectieve manier de betrokkene inlichten over zijn/haar plichten én rechten (zoals het recht om de visitatie te weigeren), in plaats van een bundel wetteksten te overhandigen waarvan over de draagwijdte in de praktijk dermate veel discussie bestaat dat het onmogelijk van een leek verwacht kan worden dat hij zijn rechten en plichten hieruit kan afleiden na een eenmalige lezing in een gespannen context zoals een fiscale visitatie.

Antigoon biedt geen soelaas

Het hof oordeelt dat het bewijsmateriaal dat op dergelijke onrechtmatige wijze is verkregen, moet worden geweerd. Het hof oordeelt dat het gebruik van bewijs dat zonder de toestemming van de belastingplichtige werd verkregen, de toets aan de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces niet kan doorstaan. De gestelde onregelmatigheden door de BBI getuigen van een grove onachtzaamheid die principieel niet te verenigen zijn met de loyaliteit en de regelmatigheid van de bewijsgaring die in een rechtsstaat moet kunnen worden verwacht.

De taxaties worden in hun volledigheid vernietigd aangezien ze gesteund zijn op het onrechtmatig verkregen bewijs.


Mots clés

Articles recommandés

Onder zelfstandigen stijgt gemiddelde pensioenleeftijd wel terwijl recordaantal werknemers gaat voor 65e op pensioen

Europees Parlement zet stap naar digitale btw-inning met ViDA-wet

Het grote e-invoicing onderzoek: een eerste ondernemerspeiling in België