
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 16/01/2026 de Circulaire 2026/C/18 over de uitdoving van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque).
Deze circulaire bespreekt de art. 25 tot en met 28 en 30 van het Waals decreet van 05.12.2024 tot hervorming van de Waalse fiscaliteit en tot invoering van een verlaagd tarief van de registratierechten voor de aankoop van een enige eigen woning en van een algemene vermindering van de successierechten (BS 13.12.2024 – Numac: 2024011274 - erratum BS 20.12.2024 – Numac: 2024011635).
Inhoudstafel
I. Uitdoving van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)
II. Bepalingen over de herfinancieringsleningen en de regel van niet-tegenstelbaarheid
V. Gecoördineerde tekst van het WIB 92
1. Hypothecaire leningen die zijn aangegaan vanaf 01.01.2025 komen in principe niet meer in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), zelfs indien aan alle andere voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is voldaan (1) (2). Hetzelfde geldt voor individuele levensverzekeringen die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van dergelijke hypothecaire leningen (hierna 'de daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen').
(1) Art. 14546ter en 14546quater, WIB 92, zoals respectievelijk gewijzigd door de art. 25 en 26 van het Waals decreet van 05.12.2024 tot hervorming van de Waalse fiscaliteit en tot invoering van een verlaagd tarief van de registratierechten voor de aankoop van een enige eigen woning en van een algemene vermindering van de successierechten (BS 13.12.2024 – Numac: 2024011274, erratum BS 20.12.2024 – Numac: 2024011635) (hierna Waals D 05.12.2024).
(2) Zie evenwel randnr. 4 hierna wat de herfinancieringsleningen betreft.
2. De uitgaven met betrekking tot dergelijke vanaf 01.01.2025 aangegane hypothecaire leningen (alsook de daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen), die niet meer in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), geven, in de huidige stand van de wetgeving, geen recht op enig ander fiscaal voordeel in de inkomstenbelastingen.
3. Om het rechtszekerheidsbeginsel te respecteren, blijft de toepassing van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) behouden voor de hypothecaire leningen die uiterlijk op 31.12.2024 zijn aangegaan en voor de daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen (3), mits uiteraard aan alle voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is voldaan.
(3) Art. 14546ter en 14546quater, WIB 92, zoals gewijzigd door de art. 25 en 26, Waals D 05.12.2024.
4. De herfinanciering vanaf 01.01.2025 van een leningscontract dat uiterlijk op 31.12.2024 is aangegaan en in aanmerking komt voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) volgt het fiscaal stelsel dat van toepassing was op de lening die het voorwerp uitmaakt van de herfinanciering. Een dergelijke herfinancieringslening geeft bijgevolg wel recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), maar maximaal gedurende de contractueel voorziene duur van het voordeel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor de geherfinancierde lening, zoals vastgesteld op 01.01.2025 (zie randnr. 5 hierna) (4) en uiteraard op voorwaarde dat nog steeds aan alle voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is voldaan.
(4) Art. 14546septies, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 27, Waals D 05.12.2024.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de hiervoor vermelde bepalingen uitsluitend van toepassing zijn op de eigenlijke herfinanciering van de hypothecaire lening die uiterlijk op 31.12.2024 is aangegaan. Als de vanaf 01.01.2025 aangegane nieuwe lening zowel dient voor de herfinanciering van een eerder gesloten contract als voor de financiering van andere zaken, zoals bijvoorbeeld de verwerving van een ander eigendomsaandeel in de woning of werkzaamheden in de woning, dan moet de overeenkomst van de hypothecaire lening een uitsplitsing pro fisco bevatten. In dat geval zal de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) alleen van toepassing zijn op de uitgaven die proportioneel verband houden met de herfinanciering stricto sensu.
5. Elke handeling gesteld of gesloten vanaf 01.01.2025, die tot doel of tot gevolg heeft de periode te verlengen gedurende welke de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (5) kan worden verkregen ten opzichte van de periode die contractueel is bepaald voor het genot van dat fiscaal voordeel, zoals vastgesteld op 01.01.2025, is niet tegenstelbaar aan de fiscale administratie voor zover deze handeling de aldus bepaalde periode verlengt (6) (7).
(5) Met name de belastingverminderingen of belastingkredieten bedoeld in de art. 14546ter tot en met 14546quinquies, WIB 92, zoals zij bestaan vanaf 01.01.2025.
(6) Art. 14546septies, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 27, Waals D 05.12.2024.
(7) Voor meer details over de regel van niet-tegenstelbaarheid wordt verwezen naar de randnrs. 8 tot en met 20 van circulaire 2017/C/49 betreffende de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) van 14.07.2017, die mutatis mutandis van toepassing blijven.
6. Voorbeeld
Een belastingplichtige ging in 2017 een hypothecaire lening aan om zijn enige en eigen woning te verwerven. Het leningscontract heeft een looptijd van 10 jaar. De laatste vervaldag werd vastgesteld op 02.04.2027. Deze lening kwam op 01.01.2025 in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). Op 10.01.2025 gaat hij een nieuwe lening aan met een looptijd van 10 jaar om:
- enerzijds het nog openstaande saldo van de hiervoor vermelde hypothecaire lening van 2017 te herfinancieren (50.000 euro), en
- anderzijds de verbouwingswerken aan de woning te financieren (100.000 euro).
Het leningscontract van 10.01.2025 bevat een duidelijke uitsplitsing tussen de twee hiervoor vermelde doelen, met een vermelding pro fisco.
Gelet op de regel van niet-tegenstelbaarheid zoals vermeld in randnr. 5 hiervoor, is de lening die werd afgesloten op 10.01.2025 niet tegenstelbaar aan de fiscale administratie, in de mate dat de lening de op 01.01.2025 vastgestelde duur verlengt gedurende welke de geherfinancierde lening van 2017 nog recht gaf op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (met name tot 02.04.2027).
Bijgevolg moeten de uitgaven met betrekking tot de lening van 10.01.2025 als volgt worden opgesplitst voor de toepassing van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque):
- de uitgaven gedaan tot en met 02.04.2027 die proportioneel betrekking hebben op de herfinanciering stricto sensu van de lening van 2017 (d.w.z. dat de uitgaven van de lening van 10.01.2025 dienen beperkt te worden met de breuk 50.000/150.000):
kunnen in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) op voorwaarde dat aan alle andere voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is voldaan
- de uitgaven gedaan tot en met 02.04.2027 die proportioneel betrekking hebben op de verbouwingswerken (d.w.z. dat de uitgaven van de lening van 10.01.2025 dienen beperkt te worden met de breuk 100.000/150.000):
kunnen niet in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)
- de uitgaven gedaan vanaf 03.04.2027 die zowel betrekking hebben op de herfinanciering stricto sensu van de lening van 2017 als op de financiering van de verbouwingswerken (d.w.z. alle uitgaven van de lening van 10.01.2025):
kunnen niet in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque).
7. Een cumulverbod werd ingevoerd om te vermijden dat een belastingplichtige voor dezelfde woning zowel recht heeft op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), waarvan de toekenning afhangt van de datum van de hypothecaire lening, als van het verlaagd registratierecht van 3 % (8), dat op zijn beurt afhankelijk is van de datum van het document of de akte die ter registratie wordt voorgelegd.
(8) Zoals bedoeld in art. 44bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, opnieuw opgenomen door het Waals D 05.12.2024.
Zo is voortaan voorzien (9) dat de bepalingen van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (10) na de aankoop van een woning slechts van toepassing kunnen zijn, voor zover de belastingplichtige voor de aankoop van dezelfde woning niet reeds het hiervoor vermelde verlaagd registratierecht van 3 % heeft genoten.
(9) In art. 14546octies, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 28, Waals D 05.12.2024.
(10) Art. 14546ter tot 14546quinquies, WIB 92, zoals ze bestaan vanaf 01.01.2025.
8. Overeenkomstig het verzoek van de Raad van State in zijn advies nr. 77.069/4 van 14.10.2024 heeft het Waals Gewest verduidelijkt (11) dat enkel de combinatie van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) en het verlaagd registratierecht van 3 % voor dezelfde nieuw verworven woning niet is toegestaan.
(11) In de memorie van toelichting bij het ontwerpdecreet tot hervorming van de Waalse fiscaliteit en tot invoering van een verlaagd tarief van de registratierechten voor de aankoop van een enige eigen woning en van een algemene vermindering van de successierechten (Doc. 97 (2024-2025) - nr. 1, blz. 19, art. 28).
Zo zal het voornaamste geval waarin de datum van de hypothecaire lening eerder valt (namelijk nog in 2024, vóór de opheffing van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)) dan de datum van de authentieke akte (verleden in 2025 met toepassing van het tarief van 3 %), dat zijn van een wederopname in 2024 van een lening die verband houdt met een oude woning (die nog moet worden verkocht) om de aankoop van een nieuwe woning in 2025 te financieren, met overdracht van de hypotheek van de oude naar de nieuwe woning.
In dat geval wordt er geen authentieke akte verleden voor de hypothecaire lening en geldt de datum van de onderhandse overeenkomst met de kredietinstelling als referentie voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). Het is in deze context niet wenselijk om beide fiscale voordelen toe te kennen voor dezelfde nieuw aangekochte woning.
9. Daarentegen is het wel toegestaan om verder te genieten van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor een oude woning, terwijl men tegelijkertijd gebruikmaakt van het verlaagd registratierecht van 3 % bij de aankoop van een nieuwe woning, op voorwaarde dat de voorwaarden voor de toekenning van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) worden nageleefd.
Er kunnen zich verschillende situaties voordoen (waarbij de belastingplichtige op 31.12.2024 nog geniet van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor een oude woning A en in 2025 een nieuwe woning B aankoopt met toepassing van het nieuw verlaagd registratierecht van 3 %).
Situatie 1
Woning A wordt verkocht in 2025 op het moment dat woning B wordt aangekocht. Er zijn in 2025 geen uitgaven betaald voor de hypothecaire lening met betrekking tot woning A. Er zal dan voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) geen 'Chèque Habitat' (Wooncheque) zijn voor woning A.
Situatie 2
Woning A wordt verkocht in 2025 op het moment dat woning B wordt aangekocht. De uitgaven van de hypothecaire lening voor woning A werden in 2025 betaald terwijl woning A de eigen woning van de belastingplichtige was. Die uitgaven geven wel recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026), op voorwaarde dat aan alle andere voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is voldaan.
Situatie 3
Woning A wordt niet onmiddellijk verkocht (niet in 2025) en de belastingplichtige betrekt woning B.
In deze situatie is woning A niet langer de eigen woning. De 'Chèque Habitat' (Wooncheque) wordt vanaf die datum geschorst.
Wanneer in 2025 nog uitgaven zijn betaald voor de hypothecaire lening voor woning A op een moment dat woning A nog de eigen woning van de belastingplichtige was, geven die uitgaven wel recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor het inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026), op voorwaarde dat aan alle andere voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is voldaan. Eventuele uitgaven die daarna worden betaald (terwijl woning A niet meer de eigen woning is), geven geen recht meer op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque).
Situatie 4
Woning A wordt niet onmiddellijk verkocht. De belastingplichtige blijft deze woning het ganse jaar 2025 zelf betrekken, terwijl hij bijvoorbeeld aan woning B werken uitvoert.
Art. 14546ter, § 3, tweede lid, WIB 92 bepaalt dat 'tijdens de negen belastbare tijdperken die volgen op het eerste belastbare tijdperk waarin de voorwaarden voor het verkrijgen van de belastingvermindering bedoeld in paragraaf 1 verenigd zijn geweest, wordt het bedrag van de belastingvermindering, berekend overeenkomstig paragraaf 2, eveneens met de helft verminderd vanaf het belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige volle eigenaar, naakte eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van een tweede woning wordt. De toestand wordt op 31 december van het belastbare tijdperk beoordeeld.'.
Woning A blijft tijdelijk de eigen woning van de belastingplichtige, maar deze is niet langer de enige woning. Hierdoor komt voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) woning A wel nog in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), maar gehalveerd, op voorwaarde dat aan alle andere voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is voldaan.
Situatie 5
Woning A wordt niet onmiddellijk verkocht. De belastingplichtige blijft deze woning zelf betrekken, terwijl hij woning B bouwt (op een bouwgrond die hij in 2025 heeft gekocht). De bouw van woning B wordt pas na 2025 voltooid (12).
(12) Voor de toepassing van deze bepalingen wordt de bouw van een woning als voltooid beschouwd wanneer deze de aard van woning heeft verkregen. Dit moment is niet gedefinieerd in de specifieke bepalingen van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) en zou dus in principe moeten worden beoordeeld op basis van de feitelijke elementen die eigen zijn aan elk geval. Aangezien het in de praktijk echter niet eenvoudig is om vast te stellen wanneer een nieuw gebouwde woning de aard van woning heeft verkregen, zal worden aangenomen dat de bouw van een woning is voltooid vanaf het moment dat die woning in gebruik is genomen of is verhuurd, indien de verhuring de ingebruikneming voorafgaat. Het gaat namelijk om gebeurtenissen die, in het kader van de vaststelling van het kadastraal inkomen van nieuw opgerichte of herbouwde onroerende goederen, overeenkomstig art. 473, § 1, WIB 92, uit eigen beweging binnen 30 dagen moeten worden aangegeven bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.
In tegenstelling tot situatie 4 blijft woning A tijdelijk niet alleen de eigen woning, maar ook de enige woning (tot de bouw van woning B is voltooid (situatie te beoordelen op 31 december van elk belastbaar tijdperk)). Voor zover aan de andere voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is voldaan, kan woning A in aanmerking komen voor de gewone 'Chèque Habitat' (Wooncheque) aan 100 % of voor de gehalveerde 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (naargelang het betrokken jaar), zolang woning A de eigen woning van de belastingplichtige blijft.
10. De hierboven besproken wijzigingen aan de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (zoals ingevoerd in de art. 25 t.e.m. 28, Waals D 05.12.2024) treden in werking op 01.01.2025.
11. Na de wijzigingen door het Waals D 05.12.2024 luiden de betrokken bepalingen van het WIB 92 als volgt. De wijzigingen zijn in vet weergegeven.
Art. 14546ter, WIB 92
§ 1. Er wordt een forfaitaire en individuele belastingvermindering toegekend, « Chèque Habitat » (Wooncheque) genaamd, voor de volgende tijdens de belastbare periode betaalde bestedingen:
1° de intresten en de betalingen aangewend voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening die uiterlijk op 31 december 2024, specifiek is aangegaan om een enige woning te verwerven;
2° de bijdragen voor een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdig overlijden die de belastingplichtige definitief heeft betaald om een rente of een kapitaal te vestigen bij leven of bij overlijden ter uitvoering van een levensverzekeringscontract dat hij individueel gesloten heeft en dat uitsluitend dient voor de wedersamenstelling of de waarborg van een dergelijke hypothecaire lening.
De intresten, betalingen en bijdragen bedoeld in lid 1 komen enkel in aanmerking voor de vermindering wanneer de woning waarvoor die bestedingen zijn verricht, de eigen woning van de belastingplichtige is op het ogenblik waarop die bestedingen zijn verricht.
§ 2. Het bedrag van de belastingvermindering bedoeld in paragraaf 1 wordt voor elke belastingplichtige en voor elk aanslagjaar als volgt berekend:
1° wanneer het belastbaar inkomen van het belastbaar tijdperk 21.000 euro niet overschrijdt, is de belastingvermindering gelijk aan 1.520 euro;
2° wanneer het belastbaar inkomen van het belastbaar tijdperk hoger is dan 21.000 euro zonder 81.000 euro te overschrijden, is de belastingvermindering gelijk aan 1.520 euro verminderd met een bedrag gelijk aan het verschil tussen het belastbaar inkomen en 21.000 euro vermenigvuldigd met de coëfficiënt van 1,275 percent;
3° wanneer het belastbaar inkomen van het belastbaar tijdperk 81.000 euro overschrijdt, is de belastingvermindering gelijk aan 0 euro.
Het bedrag bedoeld in lid 1 wordt vermeerderd met 125 euro per kind ten laste op 1 januari van het aanslagjaar.
In geval van gemeenschappelijke aanslag kunnen de echtgenoten dat enige bedrag van 125 euro per kind ten laste vrij verdelen.
In geval van toepassing van artikel 132bis wordt het bedrag van 125 euro per kind ten laste toegekend, voor de helft aan de belastingplichtige die het kind ten laste heeft en voor de helft aan de belastingplichtige aan wie de helft van de toeslagen van de belastingvrije som bedoeld in artikel 132, lid 1, 1° tot 6°, wordt toegekend.
In afwijking van lid 2 is de vermeerdering met 125 euro per kind ten laste niet van toepassing wanneer het belastbaar inkomen van het belastbaar tijdperk hoger is dan 81.000 euro.
Voor de toepassing van het tweede lid worden als gehandicapt aangemerkte kinderen ten laste voor twee gerekend.
Voor de toepassing van deze bepaling, evenals van de artikelen 14546quater tot 14546sexies, dient het begrip « belastbaar inkomen » in de zin van artikel 6 van dit Wetboek verstaan te worden, onder uitsluiting van de roerende inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, die geen beroepskarakter hebben.
§ 3. Het bedrag van de belastingvermindering bedoeld in paragraaf 1, berekend overeenkomstig paragraaf 2, wordt met de helft verminderd vanaf het elfde belastbare tijdperk waarvoor de voorwaarden voor het verkrijgen van de belastingvermindering bedoeld in paragraaf 1 in hoofde van de belastingplichtige verenigd zijn.
Tijdens de negen belastbare tijdperken die volgen op het eerste belastbare tijdperk waarin de voorwaarden voor het verkrijgen van de belastingvermindering bedoeld in paragraaf 1 verenigd zijn geweest, wordt het bedrag van de belastingvermindering, berekend overeenkomstig paragraaf 2, eveneens met de helft verminderd vanaf het belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige volle eigenaar, naakte eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van een tweede woning wordt. De toestand wordt op 31 december van het belastbare tijdperk beoordeeld.
Voor de toepassing van vorig lid wordt geen rekening gehouden met :
1° de andere woningen waarvan de belastingplichtige door erfenis of schenking mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is geworden;
2° de andere woningen verhuurd via een sociaal vastgoedkantoor of een openbare huisvestingsmaatschappij.
§ 4. Het bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde belastingvermindering, berekend overeenkomstig de paragrafen 2 en 3, kan per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk het totale bedrag van de intresten, betalingen en bijdragen bedoeld in paragraaf 1 die daadwerkelijk tijdens het belastbaar tijdperk zijn betaald, nooit overschrijden.
Wanneer meerdere belastingplichtigen hoofdelijk en onverdeeld een hypothecaire lening bedoeld in paragraaf 1 hebben aangegaan, worden de intresten en betalingen bedoeld in paragraaf 1 in verhouding tot het eigendomsaandeel in de aangekochte woning, opgedeeld.
§ 5. Het deel van de belastingvermindering bedoeld in paragraaf 1, zoals berekend overeenkomstig de paragrafen 2 tot 4, dat niet overeenkomstig artikel 178/1 berekend kan worden, wordt omgerekend tot een terugbetaalbaar gewestelijk belastingkrediet.
Lid 1 is niet van toepassing op de belastingplichtige die beroepsinkomsten heeft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten.
Art. 14546quater, WIB 92
§ 1. De vermindering bedoeld in artikel 14546ter wordt tegen de volgende voorwaarden toegekend :
1° de uitgaven bedoeld in artikel 14546ter, § 1, moeten gedaan zijn voor de woning die op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst is afgesloten, de enige woning is van de belastingplichtige die hij zelf betrekt;
2° de hypothecaire lening en in voorkomend geval het levensverzekeringscontract die zijn bedoeld in artikel 14546ter, § 1, zijn door de belastingplichtige aangegaan bij een instelling die in de Europese Economische Ruimte is gevestigd om in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn eigen woning te verwerven;
3° de hypothecaire lening is aangegaan vanaf 1 januari 2016 en uiterlijk op 31 december 2024 en heeft een looptijd van ten minste 10 jaar;
4° het levensverzekeringscontract is in voorkomend geval aangegaan :
a) door de belastingplichtige die daarbij alleen zichzelf heeft verzekerd;
b) vóór de leeftijd van 65 jaar; contracten die tot na de oorspronkelijk bepaalde termijn worden verlengd, opnieuw van kracht gemaakt, gewijzigd of verhoogd wanneer de verzekerde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, worden geacht niet vóór die leeftijd te zijn aangegaan;
c) voor een minimumlooptijd van 10 jaar wanneer het in voordelen bij leven voorziet;
5° de voordelen van het in 4° bedoelde contract zijn in voorkomend geval bedongen :
a) bij leven, ten gunste van de belastingplichtige vanaf de leeftijd van 65 jaar;
b) bij overlijden, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van die woning verwerven.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, wordt om te bepalen of de woning van de belastingplichtige op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten, zijn enige woning is die hij zelf betrekt, geen rekening gehouden met :
1° de andere woningen waarvan de belastingplichtige ingevolge erfenis of schenking mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is geworden;
2° een andere woning die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de leningsovereenkomst is afgesloten, ook daadwerkelijk is verkocht;
3° de andere woningen verhuurd via een sociaal vastgoedkantoor of een openbare huisvestingsmaatschappij;
4° het feit dat de belastingplichtige de woning niet zelf betrekt wegens :
a) beroepsredenen of redenen van sociale aard;
b) wettelijke of contractuele belemmeringen die het de belastingplichtige onmogelijk maken de woning op die datum zelf te betrekken;
c) de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het de belastingplichtige nog niet mogelijk maken de woning daadwerkelijk op diezelfde datum te betrekken.
De belastingvermindering bedoeld in artikel 14546ter kan niet meer worden verleend :
1° van het jaar volgend op het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten, indien op 31 december van dat jaar de in lid 2, 2°, bedoelde andere woning niet daadwerkelijk is verkocht;
2° van het tweede jaar volgend op het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten, indien de belastingplichtige de woning waarvoor de lening werd aangegaan, op 31 december van dat jaar niet zelf betrekt tenzij hij die om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet zelf betrekt.
Wanneer de belastingvermindering bij toepassing van het derde lid, 2°, gedurende één of meer belastbare tijdperken niet kon worden verleend en de belastingplichtige de woning waarvoor de lening werd aangegaan, zelf betrekt op 31 december van het belastbaar tijdperk waarin de in het tweede lid, 4°, b en c, bedoelde belemmeringen zijn weggevallen, kan de belastingvermindering, onverminderd artikel 14546quinquies, opnieuw worden verleend vanaf dit belastbaar tijdperk.
§ 2. De in artikel 14546ter, § 1, vermelde leningen zijn specifiek gesloten om een woning te verwerven of te behouden wanneer ze zijn aangegaan om :
1° een onroerend goed aan te kopen;
2° een onroerend goed te bouwen;
3° de successierechten of schenkingsrechten met betrekking tot de in artikel 14546ter, § 1, bedoelde woning te betalen met uitzondering van nalatigheidsinteresten verschuldigd bij laattijdige betaling;
4° een contract gesloten vanaf 1 januari 2016 en uiterlijk op 31 december 2024 en bedoeld in artikel 14546ter, § 1, te herfinancieren.
Als lening die specifiek wordt aangegaan met het oog op de aankoop van een woning geldt eveneens de overeenkomst waarbij een belastingplichtige die in een onroerende onverdeeldheid stapt met betrekking tot de eigendom van die woning met een andere belastingplichtige, waarbij laatstgenoemde reeds gebonden is door een hypothecaire lening bedoeld in artikel 14546ter, § 1, hoofdelijke medeschuldenaar wordt.
§ 3. De Waalse Regering legt in overleg met de federale Minister van Financiën de bepalingen vast in verband met de bewijsstukken die voorgelegd dienen te worden in verband met de belastingvermindering bedoeld in artikel 14546ter, § 1.
Art. 14546septies, WIB 92
De herfinanciering van een in artikel 14546ter, § 1, bedoelde contract, gesloten uiterlijk op 31 december 2024, volgt het fiscaal stelsel dat van toepassing was op de lening die het voorwerp uitmaakt van de herfinanciering.
Elke handeling gesteld of gesloten vanaf 1 januari 2025, die tot doel of tot gevolg heeft de periode te verlengen gedurende welke de belastingverminderingen of belastingkredieten bedoeld in de artikelen 14546ter tot en met 14546quinquies, zoals zij bestaan op of na 1 januari 2025, kunnen worden verkregen ten opzichte van de periode die contractueel is bepaald voor het genot van deze belastingverminderingen of belastingkredieten, zoals vastgesteld op 1 januari 2025, kan niet tegengeworpen worden aan het Algemeen Bestuur Fiscaliteit voor zover deze handeling de aldus bepaalde periode verlengt.
Art. 14546octies, WIB 92
De belastingverminderingen of belastingkredieten bedoeld in de artikelen 14546ter tot 14546quinquies zoals ze bestaan vanaf 1 januari 2025 zijn na de aankoop van een woning slechts van toepassing voor zover de belastingplichtige voor de aankoop van dezelfde woning niet reeds het tarief heeft genoten dat is vastgesteld in artikel 44bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals gewijzigd bij het Waalse decreet van 5 december 2024 tot hervorming van de Waalse fiscaliteit en tot invoering van een verlaagd tarief van de registratierechten voor de aankoop van een enige eigen woning en van een algemene vermindering van de successierechten.
Interne ref.: 746.984