• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/50 over de verlenging van de fiscale vrijstelling van relance-uren

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 01/04/2026 de Circulaire 2026/C/50 over de verlenging van de fiscale vrijstelling van relance-uren.

Commentaar op de art. 53 t.e.m. 55 van de wet van 10.02.2026 houdende diverse fiscale bepalingen (BS 27.02.2026 – Numac: 2026001286).

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Bespreking verlenging fiscale vrijstelling relance-overuren

A. Bestaande maatregel

B. Verlenging van de maatregel

1. Algemeen

2. Beoogde belastingplichtigen

3. Combinatie met vrijgestelde overuren horeca

4. Onverenigbaarheid

5. Vermelding van de vrijgestelde bezoldigingen op de berekeningsnota

III. Inwerkingtreding

IV. Wetgeving

I. Inleiding

1. Het stelsel van de relance-uren, dat het aantal overuren dat een werknemer vrijwillig kan presteren met 120 uren verhoogt en waarbij 120 van die vrijwillige overuren worden vrijgesteld van sociale bijdragen en inkomstenbelastingen, was in principe van toepassing tot 31.12.2025 (1).

(1) Zie de circulaires 2023/C/87 van 13.11.2023 en 2025/C/51 van 20.08.2025.

2. Het regeerakkoord voorziet dat, in het kader van een permanente regeling, het aantal vrijwillige overuren dat een werknemer kan presteren verder wordt opgetrokken, evenals het aantal uren dat wordt vrijgesteld van sociale bijdragen en inkomstenbelastingen.

In afwachting van die permanente regeling, wordt het stelsel van de relance-uren verlengd tot en met 31.03.2026 (2).

(2) Art. 53 t.e.m. 55 van de wet van 10.02.2026 houdende diverse fiscale bepalingen (BS 27.02.2026 – Numac: 2026001286) (hierna W 10.02.2026).

II. Bespreking verlenging fiscale vrijstelling relance-overuren

A. Bestaande maatregel

3. Het stelsel van de relance-uren voorzag in de mogelijkheid om in alle sectoren (3), bovenop het basiscontingent van 100 vrijwillige overuren, 120 bijkomende vrijwillige overuren te presteren in de periode van:

- 01.07.2023 t.e.m. 31.12.2023

- 01.01.2024 t.e.m. 31.12.2024

- 01.01.2025 t.e.m. 31.12.2025.

(3) De maatregel geldt voor de werkgevers die vallen onder de betrokken bepalingen van de arbeidswet van 16.03.1971, nl. de privésector en een beperkt aantal werkgevers uit de openbare sector; zie art. 3, § 1, 1° van de arbeidswet van 16.03.1971.

Die bijkomende vrijwillige overuren worden relance-uren genoemd.

Voor deze relance-uren is geen overloon verschuldigd.

4. De bezoldigingen voor deze 120 in de voormelde periodes van 2023, 2024 en 2025 gepresteerde relance-uren worden vrijgesteld van inkomstenbelastingen:

- op voorwaarde dat de bezoldigingen voor de betrokken uren niet meer bedragen dan de bezoldigingen die overeenkomstig de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement of een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigd zijn voor die uren wanneer zij niet als overuur zouden kwalificeren

- en wanneer zij uiterlijk op het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin de overuren zijn gepresteerd, worden betaald of toegekend.

De bezoldigingen voor het basiscontingent van 100 vrijwillige overuren blijven in beginsel belastbaar.

B. Verlenging van de maatregel

1. Algemeen

5. Het regeerakkoord voorziet dat, in het kader van een permanente regeling, het aantal vrijwillige overuren dat een werknemer kan presteren verder wordt opgetrokken, evenals het aantal uren dat wordt vrijgesteld van sociale bijdragen en inkomstenbelastingen.

In afwachting van die permanente regeling, wordt het stelsel van de relance-uren verlengd tot 31.03.2026.

6. Concreet worden de 100 vrijwillige overuren bedoeld in art. 25bis, § 1, eerste lid van de arbeidswet van 16.03.1971 verhoogd tot 220 uren in de periode van 01.01.2026 t.e.m. 31.03.2026.

Die bijkomende vrijwillige overuren worden relance-uren genoemd.

Voor deze relance-uren in geen overloon verschuldigd (4).

(4) Art. 2 van de wet van 31.07.2023 tot uitvoering van het afsprakenkader in het kader van de interprofessionele voor de periode 2023-2024, gewijzigd bij de programmawet van 18.07.2025 (hierna W 31.07.2023), zoals gewijzigd door art. 53, W 10.02.2026. onderhandelingen

7. In afwijking van de art. 31, tweede lid, 1° en 32 van het WIB 92, worden de bezoldigingen met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 01.01.2026 tot en met 31.03.2026 overeenkomstig art. 2, W 31.07.2023 worden gepresteerd, vrijgesteld van inkomstenbelastingen (5).

(5) Art. 9, § 1, eerste lid, 4°, W 31.07.2023, zoals aangevuld door art. 54, W 10.02.2026.

8. De fiscale vrijstelling is slechts van toepassing op voorwaarde dat de bezoldigingen voor de betrokken uren niet meer bedragen dan de bezoldigingen die overeenkomstig de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement of een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigd zijn voor die uren wanneer ze niet als overuur zouden kwalificeren (6).

(6) Art. 9, § 1, tweede lid, W 31.07.2023.

De vrijstelling is dus (voor het geheel) niet van toepassing wanneer er voor het vrijwillige overuur toch extra bezoldigingen worden betaald.

Eventuele toeslagen voor zondagwerk, avondwerk,… die zijn vastgelegd in een arbeidsovereenkomst, arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomst en die ook verschuldigd zijn wanneer er geen overwerk wordt gepresteerd, worden niet als extra bezoldigingen beschouwd.

Voorbeeld

Een belastingplichtige presteert van 01.01.2026 t.e.m. 31.03.2026 60 relance-uren bij zijn enige werkgever. De bezoldigingen m.b.t. die relance-uren worden in 2026 betaald.

Zijn werkgever betaalt voor 40 relance-uren een conventionele toeslag die niet verschuldigd zou zijn wanneer die uren niet als overuren zouden kwalificeren (totale bezoldiging voor die 40 relance-uren: 800 euro).

Voor de overige 20 relance-uren betaalt zijn werkgever geen conventionele toeslag, zodat de bezoldiging niet meer bedraagt dan de bezoldiging die zou verschuldigd zijn wanneer het niet om overuren zou gaan (totale bezoldiging voor die 20 relance-uren: 360 euro).

Enkel de bezoldigingen voor 20 relance-uren kunnen worden vrijgesteld (de relance-uren waarvoor geen extra bezoldiging wordt betaald).

Vrijstelling relance-uren voor inkomstenjaar 2026: 360 euro.

2. Beoogde belastingplichtigen

9. De vrijstelling van relance-uren wordt verleend in afwijking van de art. 31, tweede lid, 1° en 32, WIB 92. Dit betekent dat de vrijstelling zowel van toepassing kan zijn op de bezoldigingen van werknemers als op de bezoldigingen van bedrijfsleiders.

De bezoldigingen van bedrijfsleider die werden verkregen naar aanleiding van een werkzaamheid als zelfstandig bedrijfsleider kunnen evenwel niet in aanmerking komen voor de vrijstelling (7).

(7) Zelfstandige bedrijfsleiders kunnen, in die hoedanigheid, geen vrijwillige overuren presteren in de zin van de arbeidswet van 16.03.1971 (dit is enkel mogelijk door personen die arbeid leveren onder gezag van een werkgever).

3. Combinatie met vrijgestelde overuren horeca

10. Het aantal relance-uren waarvoor een vrijstelling wordt verleend, wordt in mindering gebracht van het aantal overuren in de horecasector waarvoor bij toepassing van art. 38, § 1, eerste lid, 30°, WIB 92 voor het betrokken tijdperk een vrijstelling kan worden verleend (8).

(8) Art. 10, W 31.07.2023.

Voorbeeld

Een belastingplichtige presteert van 01.01.2026 t.e.m. 31.03.2026 40 relance-uren bij zijn werkgever A (bezoldiging: 600 euro, betaald in 2026).

Bij zijn nieuwe werkgever B, die actief is in de horecasector en beschikt over een geregistreerd kassasysteem (360 vrijstelbare uren) presteert hij in het tweede t.e.m. vierde kwartaal van 2026 355 overuren (bezoldiging: 5.325 euro, betaald in 2026).

Vrijstelling voor inkomstenjaar 2026:

- voor 40 relance-uren: 600 euro

- voor overuren in de horecasector: 5.325 x (360 - 40) / 355 = 4.800 euro.

4. Onverenigbaarheid

11. Voor de bezoldigingen voor de relance-uren kan geen belastingvermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag (9) worden verleend, noch een vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing (10) (11).

(9) Zoals bedoeld in art. 154bis, WIB 92.
(10) Zoals bedoeld in art. 2751, WIB 92.
(11) Art. 9, § 3, W 31.07.2023.

12. Dit geldt in de praktijk ook voor de relance-uren die niet fiscaal worden vrijgesteld. De belastingvermindering en de vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing kunnen immers enkel worden toegepast voor overuren die recht geven op een overwerktoeslag en dat laatste is niet het geval voor de relance-uren.

5. Vermelding van de vrijgestelde bezoldigingen op de berekeningsnota

13. De op basis van deze maatregel fiscaal vrijgestelde bezoldigingen worden vermeld op de berekeningsnota bijgevoegd bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter (12).

(12) Art. 9, § 4, W 31.07.2023.

III. Inwerkingtreding

14. De in deze circulaire besproken nieuwe bepalingen hebben uitwerking met ingang van 01.01.2026 (13).

(13) Art. 55, W 10.02.2026.

IV. Wetgeving

15. Art. 53 t.e.m. 55 van de wet van 10.02.2026 houdende diverse fiscale bepalingen (BS 27.02.2026 – Numac: 2026001286).

16. Gecoördineerde versie betrokken artikels W 31.07.2023

De wijzigingen zijn aangeduid in het vet.

Art. 2, W 31.07.2023

§ 1. De 100 uren bedoeld in artikel 25bis, § 1, eerste lid, van de Arbeidswet van 16 maart 1971 worden in alle sectoren verhoogd tot 220 uren in de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024, in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 en in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026. Deze bijkomende overuren worden relance-uren genoemd en dienen te worden gepresteerd tijdens de periode waarop zij betrekking hebben.

§ 2. De bijkomende overuren, relance-uren genaamd, die met toepassing van artikel 25bis, § 1, eerste lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971 worden gepresteerd tijdens de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, tijdens de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024, tijdens de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 en tijdens de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026, worden niet aangerekend bij de berekening van het gemiddelde bedoeld in artikel 26bis, § 1, van dezelfde wet en worden niet in aanmerking genomen voor de naleving van de grens bedoeld bij artikel 26bis, § 1bis, van dezelfde wet.

§ 3. Het overloon bepaald bij artikel 29, § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971 is niet van toepassing op de bijkomende overuren, relance-uren genaamd, die tijdens de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, tijdens de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024, tijdens de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 en tijdens de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026, op grond van paragraaf 1 worden gepresteerd.

§ 4. Het akkoord van de werknemer met betrekking tot de relance-uren moet schriftelijk worden vastgesteld voor een hernieuwbare periode van zes maanden. Dit akkoord moet uitdrukkelijk en voorafgaandelijk aan de betrokken periode worden gesloten.

Art. 9, W 31.07.2023

§ 1. In afwijking van de artikelen 31, tweede lid, 1°, en 32 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden vrijgesteld van inkomstenbelastingen:

1° de bezoldigingen met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 overeenkomstig artikel 2 worden gepresteerd en uiterlijk op 31 december 2025 worden betaald of toegekend;

2° de bezoldigingen met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 overeenkomstig artikel 2 worden gepresteerd en uiterlijk op 31 december 2026 worden betaald of toegekend;

3° de bezoldigingen met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 overeenkomstig artikel 2 worden gepresteerd en uiterlijk op 31 december 2027 worden betaald of toegekend;

4° de bezoldigingen met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 overeenkomstig artikel 2 worden gepresteerd.

De in het eerste lid bedoelde vrijstelling is slechts van toepassing op voorwaarde dat de bezoldigingen voor de betrokken uren niet meer bedragen dan de bezoldigingen die overeenkomstig de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement of een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigd zijn voor die uren wanneer ze niet als overuur zouden kwalificeren.

§ 2. Wanneer de belastingplichtige bijkomende vrijwillige overuren heeft gepresteerd:

1° in 2023 en niet alle bezoldigingen voor die in 2023 gepresteerde overuren in hetzelfde belastbare tijdperk worden betaald of toegekend, wordt de vrijstelling eerst aangerekend op de bezoldigingen voor de bijkomende vrijwillige overuren die in het belastbare tijdperk verbonden met het inkomstenjaar 2023 worden betaald of toegekend, en, desgevallend, vervolgens op de bezoldigingen voor die overuren die in elk van de volgende twee belastbare tijdperken worden betaald of toegekend;

2° in 2024 en niet alle bezoldigingen voor die in 2024 gepresteerde overuren in hetzelfde belastbare tijdperk worden betaald of toegekend, wordt de vrijstelling eerst aangerekend op de bezoldigingen voor de bijkomende vrijwillige overuren die in het belastbare tijdperk verbonden met het inkomstenjaar 2024 worden betaald of toegekend, en, desgevallend, vervolgens op de bezoldigingen voor die overuren die in elk van de volgende twee belastbare tijdperken worden betaald of toegekend;

3° in 2025 en niet alle bezoldigingen voor die in 2025 gepresteerde overuren in hetzelfde belastbare tijdperk worden betaald of toegekend, wordt de vrijstelling eerst aangerekend op de bezoldigingen voor de bijkomende vrijwillige overuren die in het belastbare tijdperk verbonden met het inkomstenjaar 2025 worden betaald of toegekend, en, desgevallend, vervolgens op de bezoldigingen voor die overuren die in elk van de volgende twee belastbare tijdperken worden betaald of toegekend.

Wanneer in een belastbaar tijdperk bezoldigingen worden betaald of toegekend voor meer dan het aantal voor dat belastbare tijdperk vrijstelbare bijkomende vrijwillige overuren, wordt de vrijstelling verhoudingsgewijs aangerekend op de bezoldigingen voor de respectievelijk in 2023, 2024 of 2025, gepresteerde bijkomende vrijwillige overuren.

§ 3. De belastingvermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag bedoeld in artikel 154bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing bedoeld in artikel 2751 van hetzelfde Wetboek zijn niet van toepassing op het overwerk dat in aanmerking komt voor de in paragraaf 1 bedoelde vrijstelling.

§ 4. De in paragraaf 1 bedoelde bezoldigingen worden vermeld op de berekeningsnota die gevoegd is bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter.

Art. 10, W 31.07.2023

Onverminderd de toepassing van artikel 16 van de wet van 12 december 2021 tot uitvoering van het sociaal akkoord in het kader van de interprofessionele onderhandelingen voor de periode 2021-2022, wordt het aantal vrijwillige overuren waarvoor een vrijstelling wordt verleend bij toepassing van artikel 9, in mindering gebracht van het aantal overuren waarvoor bij toepassing van artikel 38, § 1, eerste lid, 30°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor het betrokken belastbare tijdperk een vrijstelling kan worden verleend.

Interne ref.: 748.285

Mots clés

Articles recommandés