
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 13/04/2026 de Circulaire 2026/C/53 over de maximaal aftrekbare bijdrage voor het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) voor de jaren 2025 en 2026.
De bijdragen voor het vrij aanvullend pensioen van zelfstandigen worden beschouwd als aftrekbare beroepskosten (1):
- in de mate dat ze de maximale bijdrage (2) niet overschrijden
- en voor zover de aangeslotene de verschuldigde bijdragen voor het sociaal statuut van de zelfstandigen die tijdens het betrokken jaar opeisbaar zijn geworden, effectief en volledig tijdens datzelfde jaar heeft betaald.
(1) Art. 52, 7°bis, WIB 92 en art. 45, programmawet (I) 24.12.2002.
(2) In toepassing van de art. 44, § 2/3 en § 2/5, en 46, § 1, programmawet (I) 24.12.2002.
De maximale bijdrage moet worden vastgesteld op basis van de inkomsten verkregen tijdens het derde jaar vóór dat waarvoor die bijdrage is verschuldigd.
Concreet bedraagt het maximaal aftrekbaar bedrag van de VAPZ-bijdragen voor het jaar 2025:
- voor pensioenovereenkomsten waar geen solidariteitsstelsel aan verbonden is: 8,17 % van het inkomen waarop de voorlopige sociale bijdragen worden berekend (3), met een absoluut maximum van 4.000,44 euro
- voor pensioenovereenkomsten waar wel een solidariteitsstelsel aan verbonden is: 9,4 % van het inkomen waarop de voorlopige sociale bijdragen worden berekend (3), met een absoluut maximum van 4.602,71 euro.
(3) Voor de sociale bijdragen van 2025 is het inkomen waarop de voorlopige sociale bijdragen worden berekend in de regel het netto belastbaar beroepsinkomen van aanslagjaar 2023, vermenigvuldigd met de breuk 662,28/606,30.
Het maximaal aftrekbaar bedrag van de VAPZ-bijdragen voor het jaar 2026 bedraagt:
- voor pensioenovereenkomsten waar geen solidariteitsstelsel aan verbonden is: 8,17 % van het inkomen waarop de voorlopige sociale bijdragen worden berekend (4), met een absoluut maximum van 4.086,34 euro
- voor pensioenovereenkomsten waar wel een solidariteitsstelsel aan verbonden is: 9,4 % van het inkomen waarop de voorlopige sociale bijdragen worden berekend (4), met een absoluut maximum van 4.701,54 euro.
(4) Voor de sociale bijdragen van 2026 is het inkomen waarop de voorlopige sociale bijdragen worden berekend in de regel het netto belastbaar beroepsinkomen van aanslagjaar 2024, vermenigvuldigd met de breuk 676,50/630,85.
De maximaal aftrekbare bijdragen voor 2022 tot 2024 zijn opgenomen in de circulaires 2022/C/124 van 22.12.2022, 2023/C/93 van 23.11.2023 en 2024/C/62 van 11.10.2024.
Interne ref.: 711.848/9