• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/71 betreffende de ingebruikneming van voertuigen door constructeurs en handelaars – “co development cars”

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde publiceerde op 01/07/2026 de Circulaire 2026/C/71 betreffende de ingebruikneming van voertuigen door constructeurs en handelaars – “co development cars”.

Deze circulaire handelt over een uitbreiding van het toepassingsgebied van de beslissing E.T.107.150 wat het gebruik van voertuigen betreft die door constructeurs of verbonden ondernemingen tijdelijk worden ingezet in het kader van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten.


Inhoudstafel

1. Inleiding

2. Wettelijk kader en principes

3. Uitbreiding naar “co development cars”

4. Bewijslast en feitelijke beoordeling

5. Inwerkingtreding

1. Inleiding

De btw-behandeling van de ingebruikname van voor de verkoop bestemde nieuwe of tweedehandse voertuigen (voor zover deze niet werden aangekocht onder het bijzonder regime beoogd door artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek), door een constructeur van of een handelaar in die voertuigen, als een bedrijfsmiddel in de zin van artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10.12.1969, wordt toegelicht in de beslissing nr. E.T. 107.150 van 15.05.2006. In deze beslissing wordt verduidelijkt in welke gevallen de betrokken belastingplichtige dient over te gaan tot een onttrekking als bedoeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek.

De evolutie van de automobielsector, en in het bijzonder het toenemend gebruik van voertuigen in het kader van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, vereist een nadere verduidelijking van de toepassing van deze principes op zogenaamde “co development cars”.

Deze circulaire heeft tot doel de bestaande principes van voornoemde beslissing E.T.107.150 te hernemen, deze principes toe te passen op nieuwe gebruiksvormen en rechtszekerheid te bieden inzake de btw-behandeling van “co development cars”.

2. Wettelijk kader en principes

Overeenkomstig artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het BtW-Wetboek wordt als een aan btw onderworpen handeling beschouwd, de ingebruikneming door een belastingplichtige, als bedrijfsmiddel, onder meer van een goed dat hij anders dan als bedrijfsmiddel heeft opgericht, heeft laten oprichten, heeft vervaardigd, heeft laten vervaardigen, heeft verkregen of heeft ingevoerd, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan.

Wanneer een voertuig dat bestemd is voor verkoop door een belastingplichtige voor eigen doeleinden duurzaam wordt gebruikt binnen de onderneming, wordt het geacht te worden aangewend als bedrijfsmiddel.

Of er sprake is van een dergelijke ingebruikneming is een feitenkwestie, waarbij rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het concrete geval.

Rekening houdende met het voorgaande, heeft de administratie in de beslissing nr. E.T.107.150 van 15.05.2006 twee categorieën van voertuigen geïdentificeerd, elke met hun eigen btw-behandeling:

• Categorie A: voertuigen bestemd voor de verkoop die gebruikt worden voor proefritten

Het uitzonderlijk gebruik voor korte duur van een voor de verkoop bestemd voertuig door een constructeur van of een handelaar in dat voertuig, voor proefritten met het oog op de verkoop ervan, wordt niet aangemerkt als een handeling bedoeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek omdat het voertuig in dat geval niet op duurzame wijze wordt gebruikt als werkinstrument of exploitatiemiddel (het voertuig blijft exclusief bestemd voor de verkoop).

• Categorie B: overige voertuigen bestemd voor de verkoop, maar in gebruik genomen

Wanneer een voertuig door een constructeur van of een handelaar in voertuigen wordt gebruikt in andere omstandigheden als deze bedoeld hiervoor en inzonderheid wanneer het wordt gebruikt met het oog op de verkoop van andere voertuigen (bedoeld worden de demonstratie- en directiewagens) of als vervangwagen, wordt het voertuig evenwel aangemerkt als in gebruik genomen in de zin van artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek. De belastingplichtige moet een stuk opmaken dat deze handeling vaststelt (artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29.12.1992). Onder bepaalde voorwaarden kan de bijzondere regeling beoogd door aanschrijving nr. 9 van 30.07.1985 van toepassing zijn wat de ingebruikneming van personenwagens en wagens voor dubbel gebruik betreft door constructeurs van of handelaars in voertuigen.

Bovenstaande principes blijven nog steeds behouden, maar categorie A hierboven wordt vanaf heden uitgebreid met zogenaamde “co development cars”.

3. Uitbreiding naar “co development cars”

3.1. Begrip

Onder “co development cars” worden begrepen de voertuigen die door constructeurs of verbonden ondernemingen tijdelijk worden ingezet in het kader van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten.

Deze voertuigen vertonen in het bijzonder minstens twee van volgende kenmerken:

• zij zijn uitgerust met testapparatuur die wordt gebruikt voor dataverzameling en analyse;

• zij maken frequent gebruik van niet productieklare software en/of hardware. De software kan geïnstalleerd worden via draadloze updates of via werkplaatsbezoeken, maar wordt niet continu geactiveerd om vergelijkende tests te kunnen uitvoeren;

• zij worden continu onderworpen aan tests in reële gebruiksomstandigheden;

• zij vereisen regelmatige technische interventies en werkplaatsbezoeken;

• het gebruik door bestuurders gaat gepaard met monitoring en/of rapporteringsverplichtingen;

• de duurtijd van de onderzoek- en ontwikkelingsfase van de wagen is beperkt en afgestemd op de specifieke noden van het onderzoek;

• gezien de wijzigingen die zijn aangebracht aan de wagen gedurende de testfase zijn zij op dat ogenblik tijdelijk niet geschikt voor de verkoop/productie. Het blijft in principe nog steeds de bedoeling van de constructeur om het voertuig op het einde van de testfase alsnog te verkopen. Hiertoe wordt het voertuig na afloop van deze testfase opnieuw in verkoopbare staat worden gebracht.

3.2. Gevolgen op het vlak van de btw

Gezien de specifieke kenmerken van “co development cars”, is de administratie van oordeel dat deze voertuigen functioneel vergelijkbaar zijn met voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor proefritten.

Meer bepaald is vastgesteld dat:

• “Co development cars” enkel worden ingezet door constructeurs of aan hen verbonden ondernemingen van wie de hoofdactiviteit bestaat uit de productie en verkoop van voertuigen;

• het gebruik van deze wagens tijdelijk en niet duurzaam is. De testfases zijn gewoonlijk van beperkte duur;

• het primaire doel van de wagen voor de constructeur is onderzoek en ontwikkeling, een activiteit die inherent deel uitmaakt van de economische activiteit als constructeur van de wagen. De wagen wordt in het verkeer gebracht om testresultaten te bekomen, waarbij het eventuele privégebruik van de testwagen of gebruik voor andere doeleinden dan onderzoek en ontwikkeling ondergeschikt is aan dit doel en sterk beperkt wordt door de testvereisten;

• het voertuig wordt na de testfase ontdaan van de testapparatuur (bijvoorbeeld niet productieklare software, hardware, …) en klaargemaakt voor de verkoop.

Bijgevolg wordt het gebruik van “co development cars” voor btw-doeleinden op eenzelfde wijze behandeld als het uitzonderlijk gebruik voor korte duur van voertuigen gebruikt voor proefritten zoals neergeschreven onder categorie A van punt 2 hierboven.

Dit betekent voor het gebruik van co development cars dat:

• er geen sprake is van een ingebruikneming die aanleiding geeft tot een onttrekking in de zin van artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek;

• de btw op deze voertuigen gedurende de testfase volledig aftrekbaar is. De voertuigen worden overeenkomstig artikel 45, § 1, van het Btw-Wetboek geacht volledig voor belaste handelingen te zijn aangewend en de beperking van artikel 45, § 2, van het Btw-Wetboek, is niet van toepassing gedurende de testfase;

• de duur van de testfase op zich geen doorslaggevend criterium vormt, voor zover het gebruik zijn karakter van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteit behoudt en de “co development car” niet langer dan nodig voor deze onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten wordt ingezet.

Er wordt opgemerkt dat, indien de “co development car” op het einde van de testfase niet wordt verkocht maar op een andere wijze in gebruik wordt genomen (bijvoorbeeld als salariswagen voor het personeel van de constructeur), de principes zoals beschreven onder punt 2 hierboven van toepassing zijn en dit vanaf de datum van de bestemmingswijziging.

4. Bewijslast en feitelijke beoordeling

De beoordeling of een voertuig al dan niet wordt gebruikt op een wijze die aanleiding geeft tot een onttrekking, gebeurt op basis van de feitelijke omstandigheden.

In dit verband wordt gepreciseerd dat:

• de nummerplaat onder dekking waarvan het voertuig wordt gebruikt (proefrittenplaat "Y", handelaarsplaat "Z" of gewone nummerplaat) geen invloed heeft op de noodzaak om al dan niet een onttrekking te verrichten als bedoeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek;

• de inschrijving van een voertuig in het repertorium van de directie voor de inschrijving van voertuigen een feitelijk vermoeden ontstaan van een belastbare ingebruikneming, tot bewijs van het tegendeel door de belastingplichtige (bv. wanneer de inschrijving bij de DIV wordt gevraagd omwille van statistische redenen en wanneer het voertuig daadwerkelijk niet werd gebruikt, of nog, bij co development cars, bewijs van de onder punt 3.1. vermelde situaties);

• de boekhoudkundige verwerking (al dan niet opname als investeringsgoed of vast actief) geen doorslaggevend criterium vormt.

5. Inwerkingtreding

Deze circulaire treedt in werking op datum van publicatie. Deze principes zijn enkel van toepassing voor “co development cars” die pas na de inwerkingtreding van deze circulaire in gebruik worden genomen.

De intrekking van beslissing E.T.8.434 van 26.01.1973 en het opheffen van punt 14, a), van de aanschrijving nr. 9 van 30.07.1985 (zoals opgenomen in beslissing nr. E.T.107.150 van 15.05.2006) blijven gehandhaafd.

Interne ref: 143.161

nl

Eigenschappen

Titel : Circulaire 2026/C/71 betreffende de ingebruikneming van voertuigen door constructeurs en handelaars – “co development cars”

Samenvatting : Deze circulaire handelt over een uitbreiding van het toepassingsgebied van de beslissing E.T.107.150 wat het gebruik van voertuigen betreft die door constructeurs of verbonden ondernemingen tijdelijk worden ingezet in het kader van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten.

Trefwoorden :belasting over de toegevoegde waardemotorvoertuigingebruiknemingonttrekkingdemonstratiewagen

Datum van het document : 01/07/2026

Datum Fisconetplus : 01/07/2026


Mots clés

Articles recommandés

HRM, jobs & training
De expert aan het woord
F.F.F.

Bijna de helft van de werknemers vindt de druk op de werkvloer te hoog

Gepubliceerd op 28 May 2026 bij 04:00
Lezen 4min