
De fiscale behandeling van cryptoactiva staat aan de vooravond van ingrijpende veranderingen. Met de goedkeuring van de nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa en de invoering van het Europese DAC8-kader, zet de wetgever duidelijke stappen richting een striktere en transparantere fiscale omkadering van crypto-investeringen. Deze hervormingen hebben een directe en concrete impact op particuliere en professionele beleggers.
In deze nieuwsbrief lichten wij de belangrijkste nieuwe regels toe, met bijzondere aandacht voor de meerwaardebelasting die vanaf 1 januari 2026 van kracht is, de overgangsmaatregelen en de versterkte informatie-uitwisseling met de fiscus.
Wij gaan eveneens in op de praktische aandachtspunten en risico’s voor crypto-investeerders, zodat u tijdig en correct kunt anticiperen op deze evoluties.
Na maanden van onderhandelen heeft de federale regering een akkoord bereikt over de nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa. Het wetsvoorstel werd finaal op donderdag 2 april 2026 in de Kamer goedgekeurd en treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2026.
Concreet gaat het om een heffing van 10% op gerealiseerde meerwaarden bij de verkoop van financiële activa, zoals aandelen en obligaties, maar ook cryptoactiva, met inbegrip van NFT’s.
Het regime zal van toepassing zijn wanneer er een meerwaarde wordt gerealiseerd naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel. Een overdracht onder bezwarende titel betekent elke omzetting van cryptoactiva in andere cryptoactiva of in fiatgeld. Ook het consumeren van cryptoactiva door deze aan te wenden voor de aankoop van goederen (vb. via een crypto debet kaart) valt hieronder. Interne bewegingen tussen eigen crypto wallets zijn geen overdracht onder bezwarende titel en vallen, net zoals handelingen om niet (schenking van cryptoactiva) buiten het toepassingsgebied, tenzij zo’n schenking zou kwalificeren als misbruik. Denk aan de situatie waarbij iemand zijn cryptoactiva zou schenken aan een niet-rijksinwoner die dit vervolgens in het buitenland zou verkopen om de opbrengst daarna opnieuw over te dragen aan de Belgische rijksinwoner met als enige reden het vermijden van de betaling van de meerwaardebelasting.
Vanaf 1 januari 2026 zijn de fiscale regimes als volgt:
De belastbare basis is het positieve verschil tussen de verkoopprijs en de aanschaffingswaarde van de cryptoactiva. De wet bepaalt dat voortaan de waarderingsmethodiek FIFO (First In First Out) zal worden gehanteerd voor meerwaarden die worden gerealiseerd onder het normaal beheer van privévermogen (voor diverse inkomsten of beroepsinkomsten staat het de belastingplichtige nog steeds vrij om de waarderingsmethode te kiezen).
Het is een netto belastbare basis. Dat wil zeggen dat kosten (“gas fees” of transactiekosten) niet mogen worden meegeteld bij de berekening van de meerwaarde. Dit betekent dat de “gas fees” of transactiekosten niet in mindering mogen worden gebracht van de netto belastbare basis, in tegenstelling tot de meerwaarden die vallen onder het 33% tarief of de beroepsinkomsten.
De meerwaarde kan evenwel worden verminderd met eventuele minderwaarden (verliezen) op financiële activa die onder de meerwaardebelasting vallen. De minderwaarde is het negatieve verschil tussen de verkoopprijs en de aanschaffingswaarde van de cryptoactiva.
Die minderwaarde (verlies) moet dan wel worden gerealiseerd door dezelfde belastingplichtige in de loop van hetzelfde belastbare tijdperk en binnen dezelfde categorie belastbare financiële activa.
Indien er cryptoactiva worden verkregen via een ‘airdrop’, zal de aanschaffingswaarde van de verkregen cryptoactiva de waarde zijn op het ogenblik waarop de airdrop aan de belastingplichtige wordt toegekend.
Indien er niet kan worden aangetoond wat de aanschaffingswaarde van het cryptoactief is, omdat bijvoorbeeld data ontbreekt, dan zal de belastbare meerwaarde overeenkomen met de ontvangen prijs (lees: de volledige verkoopprijs).
De meerwaarde die wordt gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 zal dan ook worden berekend, rekening houdend met de waarde van de cryptoactiva op 31 december 2025 (startpunt van de zgn. verkrijgingsprijs). Bijgevolg zijn de historische meerwaarden tot en met 31 december 2025 niet onderworpen aan de meerwaardebelasting en dus vrijgesteld.
Voor de overdrachten onder bezwarende titel die plaatsvinden tot en met 31 december 2030 van cryptoactiva die vóór 1 januari 2026 zijn verworven, kan de belastingplichtige verzoeken dat de meerwaarde zou worden berekend als het positieve verschil tussen de verkregen prijs en de daadwerkelijke aanschaffingswaarde (en niet de fictieve aanschaffingsprijs dd. 31 december 2025) in zoverre de belastingplichtige deze kan aantonen. Met andere woorden, indien de werkelijke aanschaffingswaarde hoger is dan de waardering op 31 december 2025, kan de oorspronkelijke aanschaffingswaarde in aanmerking worden genomen indien de belastingplichtige dat verzoekt en hij het bewijs levert.
Het is daarom belangrijk om uw cryptoportefeuille op nauwkeurige wijze te reconstrueren, zodat op basis van de referentiedatum gemakkelijk kan worden bepaald wat de historische meerwaarde was, bijvoorbeeld door een overzicht te downloaden van het platform waarop de cryptoactiva worden aangehouden.
Er is tevens voorzien in een zgn. ‘voetvrijstelling’ van 10.000 EUR (geïndexeerd bedrag voor de meerwaarden gerealiseerd in 2026). Dit betekent concreet dat jaarlijks een te indexeren schijf van 10.000 EUR zal worden vrijgesteld. Onder bepaalde voorwaarden kan de vrijstelling bovendien ten belope van 1.000 EUR (geïndexeerd bedrag voor de meerwaarden voor 2026) worden overgedragen naar toekomstige belastbare tijdperken zonder een maximumbedrag van 15.000 EUR (geïndexeerd bedrag voor 2026) te overstijgen.
Dit betekent concreet dat een belegger die gedurende vijf jaar geen enkele verkoop zou hebben gedaan en dus ook geen meerwaarde heeft gerealiseerd, in het zesde jaar recht zal hebben op een vrijstelling van 15.000 EUR. Wanneer twee echtgenoten hebben belegd vanuit het gemeenschappelijk vermogen, kan iedere echtgenoot aanspraak maken op de vrijstelling waardoor de totale vrijstelling 30.000 EUR zal bedragen.
De inning van de meerwaardebelasting op financiële activa in België gebeurt vanaf 1 januari 2026 in principe via automatische inhouding door de bank of broker op het moment dat de meerwaarde wordt gerealiseerd.
Wanneer u financiële activa verkoopt met winst, berekent de financiële instelling de belastbare meerwaarde en houdt zij 10 % belasting in, die rechtstreeks aan de fiscus wordt doorgestort. In dat geval hoeft u deze meerwaarde niet meer afzonderlijk op te nemen in uw personenbelasting; de belasting is dan definitief geïnd aan de bron, vergelijkbaar met de roerende voorheffing op interesten en dividenden.
De wet voorziet echter in een keuzemogelijkheid (opt out) en in situaties waarin geen Belgische inhoudingsplichtige betrokken is. Wie expliciet voor een opt out kiest, of wie meerwaarden realiseert via buitenlandse rekeningen of buitenlandse brokers, ondergaat geen automatische inhouding.
In die gevallen moet de belastingplichtige zelf de gerealiseerde meerwaarden en eventuele verrekenbare minderwaarden opnemen in de jaarlijkse belastingaangifte, waarna de belasting via de gewone aanslag wordt geïnd.
Crypto beleggers zullen aldus de meerwaarde jaarlijks zelf moeten opnemen in de aangifte personenbelasting, aangezien er geen Belgische financiële instellingen of exchanges bestaan die de belasting automatisch zal inhouden. Hoewel Bolero wel een Belgische broker is, geldt daar voor crypto steeds het principe van opt-out en wordt er dus geen belasting ingehouden.
De wet voorziet tevens dat een aantal gebeurtenissen gelijkgesteld worden aan een overdracht ten bezwarende titel, hoewel ze niet werden gerealiseerd. Zo zal het overbrengen door de belastingplichtige van zijn woonplaats naar het buitenland, m.a.w. een verhuis, gelijkgesteld worden met een overdracht ten bezwarende titel. Dit betekent concreet dat er een exit heffing van toepassing zal zijn op de meerwaarde van een cryptoactief in het geval van emigratie naar het buitenland.
De meerwaardebelasting zal alleen effectief betaald moeten worden wanneer de financiële activa waarop de meerwaardebelasting geheven werd binnen de twee jaar na de wijziging van de woonplaats gerealiseerd worden. Wanneer de belastingplichtige binnen diezelfde periode zijn woonplaats opnieuw in België heeft gevestigd, vervalt de betalingsverplichting.
Indien het gaat om een belastingplichtige wiens woonplaats, zetel van fortuin of zetel van beheer of bestuur werd overgedragen naar een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een staat waarmee België een overeenkomst tot vermijding van dubbele belastingen die voorziet in de uitwisseling van informatie en wederzijdse invorderingsbijstand heeft afgesloten, wordt er een automatisch uitstel van betaling toegekend.
De betalingsverplichting waarvoor een uitstel wordt verkregen zal evenwel vervallen na het verstrijken van een periode van 24 maanden vanaf de overdracht van de woonplaats, of indien de belastingplichtige zich opnieuw in België vestigt.
Indien de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats vestigt buiten een staat waarmee België een overeenkomst tot vermijding van dubbele belastingen dat niet voorziet in de uitwisseling van informatie, is er in principe geen uitstel, tenzij de belastingplichtige verzoekt om een uitstel van betaling en een afdoende zekerheid tot betaling van het verschuldigde bedrag verstrekt.
Het toegekende uitstel van betaling wordt jaarlijks automatisch verlengd op voorwaarde dat de belastingplichtige een attest bezorgt waarin hij bevestigt respectievelijk aan de bovenvermelde voorwaarde voldoet.
Andersom, wordt er in een step up voorzien wanneer een belastingplichtige naar België emigreert vanaf 2026. De aanschaffingswaarde is dan gelijk aan de waarde op de eerste dag dat de belastingplichtige onderworpen is aan de Belgische inkomstenbelasting.
Deze step up regel geldt evenwel niet wanneer een belastingplichtige die eerder uit België is verhuisd binnen een termijn van twee jaar terug naar België verhuist.
Ook op vlak van automatische gegevenswisseling werd een nieuw wetgevend kader ingevoerd. Op 1 april 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad de wet van 16 maart 2026 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2023/2226, beter bekend als DAC8. De wet trad in werking op 11 april 2026 en voert een nieuwe fiscale rapportageplicht in.
De voorbije jaren hebben cryptoactiva zich ontwikkeld tot een volwaardige activaklasse. Ze kunnen worden aangehouden en verhandeld zonder tussenkomst van traditionele bancaire kanalen, wat tot op heden de zichtbaarheid bij de belastingautoriteiten heeft beperkt.
De Europese wetgever, gevolgd door de Belgische wetgever via deze wet, vertrekt vanuit verschillende vaststellingen:
De wet beoogt dan ook de fiscaliteit van cryptoactiva op het vlak van transparantie af te stemmen op die van andere financiële instrumenten, zonder een autonoom specifiek fiscaal regime te creëren.
De wet zet een mechanisme om dat geïnspireerd is op het systeem dat reeds bestaat voor bankrekeningen.
Het verplicht aanbieders van cryptoactivadiensten, zoals handelsplatformen en tussenpersonen, om:
Wanneer de belegger Belgisch fiscaal inwoner is, zal deze informatie vervolgens automatisch worden uitgewisseld met de Belgische belastingadministratie.
Voor de belastingplichtige betekent dit een structurele verandering: de informatie vloeit niet langer uitsluitend voort uit de eigen aangifte, maar ook uit gegevens afkomstig van derden.
De Belgische fiscus beschikt dus over een nieuwe gecentraliseerde informatiebron met betrekking tot crypto-investeringen.
Deze informatiebron zal onder meer toelaten om:
Deze informatie kan worden gebruikt om gegevens uit fiscale aangiften te verifiëren en controles gerichter in te zetten.
De wet voorziet ook in een specifieke wettelijke basis die de belastingadministratie toelaat om cryptoaanbieders zelf te controleren.
Het doel is niet om hun eigen fiscale situatie te onderzoeken, maar om na te gaan of zij hun verplichtingen inzake gegevensverzameling en -doorgifte correct naleven.
Voor investeerders zijn de praktische gevolgen aanzienlijk:
Het is evenwel belangrijk te benadrukken dat de wet de bestaande fiscale kwalificatieregels voor cryptoactiva (normaal beheer / diverse inkomsten) niet rechtstreeks wijzigt. Het versterkt voornamelijk de mogelijkheid van de fiscale administratie om de bestaande regels toe te passen.
De wet voert geen nieuwe specifieke belasting op cryptoactiva in.
Wel stelt het de fiscus in staat om belastbare meerwaarden uit crypto activa beter te identificeren.
In de praktijk gaat het minder om een nieuw heffingsrecht dan om een versterkte controle- en kwalificatiebevoegdheid.
Ten eerste is het noodzakelijk om alle verrichte transacties vanaf het begin van de investeringen in een gespecialiseerde software in te voeren, aangezien deze software werkt op basis van een open grootboek, dat enkel correct kan zijn indien alle transacties erin zijn opgenomen.
Ten tweede zullen bij de berekening van de meerwaarde bepaalde aanpassingen moeten worden gedaan om rekening te houden met de specificiteit van de wet en vooral met de overgangsmaatregelen die in het voordeel van de belastingplichtige zijn voorzien. Zo zal het voor Belgische belastingplichtigen niet eenvoudig zijn rekening te houden met de vrijstelling van de latente meerwaarde die op 31 december 2025 bestonden, aangezien de software vandaag deze mogelijkheid niet voorziet. Handmatige aanpassingen zullen dus noodzakelijk zijn, wat uiterst ingewikkeld is wanneer er veel transacties bestaan.
Ten slotte moet worden benadrukt dat elke belastingplichtige, zelfs zij die een meerwaarde realiseren die lager is dan de vrijstellingsdrempel van 10.000 EUR, verplicht zal zijn de meerwaarde én de rekeningen (accounts) in cryptoactiva aan te geven. Bijgevolg zal de fiscus, in tegenstelling tot de huidige situatie, op de hoogte zijn van de belastingplichtigen die realiseren en hen gemakkelijker kunnen controleren.
De discussies over de vraag of een meerwaarde voortvloeit uit het normaal beheer van het privévermogen (belast aan 10 %) of uit een speculatieve activiteit (belast aan 33 %) zullen in de toekomst dan ook toenemen. Daarbij mag niet worden vergeten dat vanaf 1 januari 2027 de verschillende exchanges de door hun Europese cliënten verrichte transacties sinds 1 januari 2026 zullen meedelen aan de Europese belastingadministraties.
De toekomst ziet er dus niet eenvoudig uit voor de Belgische belegger in cryptoactiva.
Tuerlinckx Tax Lawyers staat volledig tot uw beschikking om u bij te staan bij de implementatie van deze nieuwe wetgeving.