
Sinds mei 2023 hebben werknemers in de private sector recht op een vergoeding wanneer ze geregeld met hun stalen ros van en naar het werk fietsen. Die verplichting heeft de fietsvergoeding – en dus ook het aantal fietspendelaars – een boost gegeven. Sinds 2023 is het aandeel werknemers in de privésector dat een fietsvergoeding ontvangt, gestegen van 15,5% naar 17,8%. Een toename van zo’n 15%.
Ook het gemiddeld bedrag dat werkgevers betalen, is in die periode flink gestegen. Bedrijven vergoeden fietspendelaars gemiddeld met een extraatje van 0,3194 euro per effectief gereden kilometer, terwijl dat in 2023 nog gemiddeld 0,25 euro was. Dat is een stijging van 26%. Een werknemer die de fiets gebruikte in het woon-werkverkeer krijgt nu maandelijks gemiddeld 58,55 euro, tegenover 46,40 euro per maand in 2023. Over een heel jaar bedraagt het gemiddelde 702,59 euro, tegenover 556,79 euro in 2023.

Figuur 1: gemiddelden fietsvergoeding 2023-2025, cijfers Acerta
Charlotte Thijs, experte mobiliteit bij Acerta: “Niet alleen verhoogden werkgevers dus het bedrag dat ze toekennen per afgelegde kilometer. Tegelijk zijn meer werknemers de fiets gaan gebruiken voor hun woon-werkverkeer, zo blijkt uit het percentage werknemers met een fietsvergoeding. Dat de betrokken werknemers per saldo een hogere vergoeding ontvangen kan erop wijzen dat niet alleen meer mensen fietsen, maar ook dat wie fietst meer woon-werkkilometers op de fiets aflegt. We zien dat België dus ook steeds meer een fietsland wordt als het om woon-werkverkeer gaat."
Wie zijn nu die werknemers die het woon-werkverkeer met de fiets afleggen? In alle leeftijdscategorieën schommelt het aandeel fietsende werknemers rond het algemene gemiddelde van 17,83%. Maar jonge werknemers onder 25 jaar zijn wel enthousiaster, samen met werknemers van 55 tot 60 jaar oud. Meer zelfs: het percentage jonge werknemers met een fietsvergoeding lag nog nooit zo hoog. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat het hip geworden is voor jongeren om met een e-bike te fietsen, en zo langere afstanden te kunnen afleggen. In 2025 ontving 18,6% van de min-25-jarigen een fietsvergoeding. In 2023 bedroeg dat percentage nog 15,6%. Een stijging met bijna een vijfde (+19,6%) in drie jaar tijd.

Figuur 2: percentage werknemers met fietsvergoeding in de verschillende leeftijdscategorieën - cijfers 2025 Acerta
De trend bij jonge werknemers om van en naar het werk te fietsen blijkt trouwens niet alleen uit de cijfers over de fietsvergoeding. Binnen die leeftijdscategorie is ook het aandeel met een bedrijfswagen afgenomen (van 10,85% in 2023 naar 9,9% in 2025). Meer en meer werknemers jonger dan 25 jaar ruilen het recht op een bedrijfswagen in voor een mobiliteitsbudget (van 0,41% in 2023 naar 0,53% in 2025).

Figuur 3: Evolutie fietsvergoeding, bedrijfswagen, mobiliteitsbudget werknemers <25 jaar, 2023-2025, cijfers Acerta
Charlotte Thijs: “Het kan natuurlijk dat min-25-jarige werknemers morgen de wagen meer genegen zijn, als ze zich in een andere fase van hun leven bevinden. Maar zoals we in het verleden al hebben gezien, hangt veel af van de (politieke) keuzes die ondertussen worden gemaakt op het vlak van mobiliteit. Fietsen draagt niet alleen bij aan de verduurzaming van de mobiliteit. Het is ook goed voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Werknemers trekken dus fitter naar het werk. Dat doet vermoeden én hopen dat de fiets een blijver is. Zeker onder jongeren, maar ook onder oudere collega’s.”