
Er is de voorbije twaalf maanden natuurlijk heel wat gebeurd, met de handelsoorlog van Trump en de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran als meest in het oog springend. Net voor dat soort ontwikkelingen is de Belgische economie gevoeliger dan de meeste andere Europese landen. Ons land blijft een van de meest open economieën ter wereld. Verstoringen van de wereldhandel, zoals de handelstarieven van Trump en ook de Chinese reactie daarop, raken onze economie harder dan de meeste andere landen. Daarnaast hoort de Belgische economie ook bij de meest energie-intensieve van Europa, onder meer door het relatief grote gewicht van de energie-intensieve industrie (zoals de chemie). Daardoor zijn wij gevoeliger voor een opstoot in de energieprijzen.
Die schokken kwamen de voorbije maanden bovenop de moeilijkheden die al langer speelden in onder meer de industrie. De activiteit in de totale Belgische industrie, nog altijd een belangrijke pijler van onze economie, stagneerde de jongste jaren, en nam het voorbije jaar zelfs duidelijk af (-1,5%).
Aan het begin van de zomer leek er in Iran stilaan een oplossing in zicht, wat zich al meteen vertaalde in een forse terugval van de olie- en gasprijzen. Ondertussen is de hoop op een snelle oplossing alweer vervlogen, en sprongen de energieprijzen terug op. Zo schommelen de Europese gasprijzen terug rond de piekniveaus van deze crisis, meer dan dubbel zo hoog dan begin dit jaar. De situatie in het Midden-Oosten en de lage gasvoorraden in Europa suggereren dat een snelle daling van de energieprijzen weinig waarschijnlijk is in de komende maanden. Vanuit die hoek blijft de druk op onze economie dus aanhouden.
Daarbij komt nog dat de opstoot van de inflatie opnieuw voor een sterker dan verwachte loonindexering zorgt, wat de concurrentiepositie van onze exportbedrijven nog meer onder druk zet. En op korte termijn dreigt ook het warme weer en de droogte de economische activiteit af te remmen. Onder meer de problemen in de Duitse industrie door de lage waterstand van de Rijn zijn ook voelbaar in onze industrie.
Verder moet niet vergeten worden dat we deze ondermaatse groeicijfers halen met een begrotingstekort van meer dan 5% van het bbp, bij de grootste van Europa. De inspanningen die noodzakelijk zullen zijn om dat tekort terug onder controle te brengen, zullen ook wegen op de economie.
Onze economie zit de jongste jaren vast in een patroon van structureel lage groei. Dat impliceert dat er weinig of geen buffers zijn om nieuwe tegenslagen op te vangen. Dat resulteert vandaag in de laagste economische groei van Europa, en het ziet er niet naar uit dat er op korte termijn veel beterschap zit aan te komen. Verschillende van de problemen die ons parten spelen, kunnen we uiteraard niet snel/zelf oplossen. Maar we zouden wel veel meer werk moeten maken van een strategie om onze economie structureel te versterken. Dat zou ons beter bestand maken tegen volgende schokken. Als de beleidsmakers straks terug zijn uit vakantie kan het hopelijk (eindelijk) veel meer daarover gaan. Zoniet blijven we vasthangen in die lage groei, en dreigen we met elke nieuwe schok verder weg te zakken.