• FR
  • NL
  • EN

Omzetting Europese richtlijn ter vereenvoudiging van de verplichtingen inzake duurzaamheidsrapportage

De Ministerraad van 27 maart 2026 keurt op voorstel van minister van Economie David Clarinval een voorontwerp van wet goed dat de gedeeltelijke omzetting beoogt van Richtlijn (EU) 2026/470 ter vereenvoudiging van de verplichtingen inzake duurzaamheidsrapportage.

Meer bepaald heeft het voorontwerp als doel het artikel 3, lid 1, c) van voornoemde richtlijn om te zetten die de lidstaten de optie biedt om te kunnen beslissen om, van de ondernemingen die momenteel verplicht zijn om duurzaamheidsinformatie op te stellen en openbaar te maken op grond van de CSRD richtlijn, niet langer te eisen dit te doen voor 2026, voor zover zij vanaf 2027 hiervan zullen worden vrijgesteld op basis van de vereenvoudigde versie van de CSRD.

Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.

Voorontwerp van wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 2 december 2024 betreffende de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie door bepaalde vennootschappen en groepen en de assurance van duurzaamheidsinformatie, en houdende diverse bepalingen, inzake de datum van toepassing voor organisaties van openbaar belang

Achtergrond

Vereenvoudigde regels voor duurzaamheids­rapportering en passende zorgvuldigheid voor competitievere EU -

De Raad heeft op 24 februari 2026 zijn finale goedkeuring gegeven voor een vereenvoudiging van de vereisten voor ondernemingen op het gebied van duurzaamheidsrapportering en passende zorgvuldigheid, om de EU concurrerender te maken. De nieuwe wetgeving vereenvoudigt de richtlijn duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (Corporate Sustainability Reporting Directive of CSRD) en de richtlijn passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (Corporate Sustainability Due Diligence Directive of CS3D) door de rapportage­last te verlichten en het doorsijpel­effect van verplichtingen op kleinere ondernemingen te beperken.

Het vereenvoudigingspakket Omnibus I vermindert complexiteit en beperkt onnodige belemmeringen en administratieve rompslomp. Ook biedt het meer efficiëntie en flexibiliteit voor de betrokken ondernemingen. Doel is het EU-concurrentievermogen te stimuleren in een geopolitiek kader dat voortdurend in verandering is.

  • Richtlijn duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD)

Het toepassingsgebied van de CSRD wordt verkleind door de drempel waarboven de CSRD van toepassing wordt, te verhogen. Zo zal de richtlijn pas gelden voor bedrijven met meer dan 1000 werknemers en een netto-jaaromzet van meer dan € 450 miljoen. Wat ondernemingen uit derde landen betreft, zullen de geactualiseerde vereisten alleen gelden voor ondernemingen waarvan de moederonderneming in de EU een netto-omzet van meer dan € 450 miljoen draait en de dochteronderneming of het bijkantoor een omzet van meer dan € 200 miljoen heeft.

De wijzigingsrichtlijn voorziet ook in een overgangsvrijstelling voor ondernemingen die vanaf het boekjaar 2024 moesten beginnen te rapporteren (de zogenaamde "eerste golf"-ondernemingen) en die als gevolg van de wijziging voor 2025 en 2026 weer buiten het toepassingsgebied vallen. Ook worden bepaalde financiële holdings binnen en buiten de EU vrijgesteld van geconsolideerde rapportering.

  • Richtlijn zorgplicht ondernemingen voor duurzaamheid (CS3D)

Ook het toepassingsgebied van de CS3D wordt verkleind. Zo zal de gewijzigde richtlijn pas gelden voor ondernemingen met meer dan 5000 werknemers en een netto-omzet van meer dan € 1,5 miljard, aangezien dergelijke grote ondernemingen de grootste invloed hebben op hun waardeketen en het best zijn toegerust om een positief effect te sorteren en de kosten en lasten van zorgvuldigheids­processen op te vangen.

Wat de identificatie en beoordeling van negatieve effecten betreft, hoeven ondernemingen zich voortaan enkel te richten op de punten in hun activiteiten­ketens waar feitelijke en potentiële negatieve effecten zich het meest waarschijnlijk kunnen voordoen. Om flexibiliteit te bieden, krijgt een onderneming, wanneer zij op verschillende punten negatieve effecten vaststelt die even waarschijnlijk of ernstig zijn, de mogelijkheid om prioriteit te geven aan de beoordeling van negatieve effecten waarbij directe zakenpartners betrokken zijn. Van ondernemingen wordt ook verwacht dat zij hun inspanningen baseren op redelijkerwijs beschikbare informatie, wat het doorsijpel­effect van informatie­verzoeken op kleinere zakenpartners zal verminderen.

Om de lasten aanzienlijk te verlichten, hoeven ondernemingen in het kader van de CS3D niet langer een transitie­plan voor beperking van de klimaatverandering op te stellen.

In de bijgewerkte regels is ook de geharmoniseerde EU-aansprakelijkheids­regeling geschrapt, net zoals de eis dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de aansprakelijkheids­regels prevaleren in gevallen waarin het toepasselijke recht niet het nationale recht van de lidstaat is.

Wat sancties betreft, zullen bedrijven op nationaal niveau aansprakelijk zijn voor het niet correct toepassen van de regels. De nieuwe richtlijn beperkt de boetes tot maximaal 3% van de wereldwijde netto-omzet van de onderneming. De Commissie zal hierover de nodige richtsnoeren verstrekken.

Tot slot wordt met de wijzigingsrichtlijn de termijn voor de omzetting van de CS3D door de lidstaten in nationaal recht met nog 1 jaar uitgesteld, tot 26 juli 2028. Ondernemingen moeten uiterlijk in juli 2029 aan de nieuwe maatregelen voldoen.

De verordening wordt de komende dagen in het Publicatieblad van de EU bekendgemaakt en treedt 20 dagen na bekendmaking in werking.

De lidstaten hebben 1 jaar na inwerkingtreding de tijd om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten, met uitzondering van artikel 4 over het niveau van harmonisatie, waaraan ze uiterlijk op 26 juli 2028 moeten voldoen.

Verwante documenten





Mots clés

Articles recommandés

Fiscaliteit
Actualiteit
F.F.F.

Aangifte binnenlandse bijheffing: stand van zaken

Gepubliceerd op 24 Mar 2026 bij 05:00
Lezen 2min
HRM, jobs & training
Studie | Enquete
F.F.F.

Bijna 85% van de Belgische ondernemingen denkt eind dit jaar minstens evenveel werknemers in dienst te hebben

Gepubliceerd op 23 Mar 2026 bij 05:00
Lezen 5min