
Wel is het opmerkelijk dat beiden in hun opiniestukken met geen woord reppen over de enige reden waarom we die loonnorm hebben, dat andere economische gedrocht waarmee we quasi-uniek zijn in de wereld: de automatische loonindexering.
Terwijl er in bijna alle andere landen onderhandeld wordt over de totale loonstijging inclusief de aanpassing aan de inflatie, gebeurt die inflatieaanpassing (de voorbije jaren veruit het grootste deel van de loonstijging) bij ons automatisch voor zowat alle bedrijven. Bij elke inflatieschok stijgen de lonen bij ons veel sneller dan in vergelijkbare andere landen, waardoor onze bedrijven opgezadeld worden met een loonhandicap ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten. Die handicap kan daarna geleidelijk terug weggewerkt worden, maar voor de loonnorm gebeurde dat niet, waardoor die loonhandicap permanent werd.
Typisch Belgisch werd 30 jaar geleden niet de echte oorzaak van die afwijkende loondynamiek (de automatische indexering) aangepakt, maar werd de loonnorm bedacht. Op die manier behielden we de automatische loonindexering, maar beperkten we ook het risico dat die leidt tot een extra permanente loonhandicap.
Met die combinatie van automatische indexering en loonnorm zit onze loondynamiek grotendeels gebetonneerd. Loonstijgingen verlopen redelijk gelijkmatig doorheen de hele economie. Dat impliceert dat we in België bij de laagste inkomensongelijkheid van Europa hebben. Maar dat betekent ook dat er relatief weinig differentiatie is in functie van hoe goed (of slecht) een bepaald bedrijf, sector of regio het doet.
Een sprekend voorbeeld is de loondynamiek in de verschillende regio’s in onze land. De situatie op de arbeidsmarkt in Vlaanderen, Wallonië en Brussel is erg verschillend met een werkzaamheidsgraad van respectievelijk 77, 68 en 64%. Ondanks deze grote verschillen, was de gemiddelde loonstijging in de drie regio’s de voorbije 30 jaren dezelfde. Dat soort doorgedreven gelijkheid is nefast voor de productiviteitsgroei en de algemene economische dynamiek.
Voor een economisch verstandigere loonvorming moet de loonnorm overboord, maar nog meer de automatische loonindexering. Voorstanders van die laatste zien indexering als de beste bescherming van de koopkracht. Maar dat is het niet. Zo lag de gemiddelde jaarlijkse groei van de reële lonen (gecorrigeerd dus voor inflatie) in België de voorbije 25 jaar op hetzelfde niveau als gemiddeld in de buurlanden.
Voor de duidelijkheid, die laatsten werden geconfronteerd met gelijkaardige inflatieschokken en hebben geen automatische indexering. Het enige mogelijke voordeel aan een automatische indexering is als een instrument voor sociale vrede. Maar ook dat valt moeilijk vol te houden nu ons land stilaan Europees stakingskampioen is.
De pijnlijke realiteit is dat onze starre loonvorming ons economisch potentieel ondermijnt doordat het een gezonde dynamiek met meer variatie in de loonvorming onmogelijk maakt.
Volgens het ABVV geeft de 30-jarige loonnorm niet de juiste antwoorden op de uitdagingen van vandaag. Dat geldt nog veel meer voor de meer dan 100-jarige index. De loonnorm in vraag stellen zonder ook de automatische indexering in vraag te stellen, is weinig zinvol. Onze economie heeft te winnen bij een grondig hertekende loonvorming naar een systeem op basis van vrije onderhandelingen. Dat moet dan wel gaan om echt vrije onderhandelingen, zonder loonnorm, maar ook zonder automatische loonindexering.
'Schrap de loonnorm en de automatische indexering'https://www.knack.be