
Het wetsontwerp wijzigt artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 door:
Hiermee wenst de wetgever tegemoet te komen aan de eerdere wetswijziging waardoor computerprogramma’s uit de boot waren gevallen (zie onze eerdere nieuwsbrieven hieromtrent[2]).
Op deze wijziging was heel wat kritiek gekomen. Enerzijds omdat er een onlogisch onderscheid was ontstaan tusssen softwareontwikkelaars en overige digitale beroepen (webdesigners, content creators, etc). Anderzijds omdat er onzekerheid was ontstaan over welke auteursrechtelijke beschermde inkomsten van softwareontwikkelaars wel nog onder het fiscaal gunstregime konden vallen en welke niet.
De vraag is of hiermee alle onduidelijkheden met betrekking tot softwareontwikkeling en het fiscaal gunstregime voor auteursrechten van de baan zijn.
De Raad van State stelt in zijn advies bij het wetsontwerp de vraag waarom niet naar artikel XI.294 WER wordt verwezen.[3] In dit artikel worden computerprogramma’s, inclusief het voorbereidend materiaal, gelijkgesteld met werken van letterkunde.
In het wetsontwerp wordt enkel expliciet naar artikel XI.295 WER verwezen. In dit artikel wordt gesteld dat een computerprogramma auteursrechtelijke bescherming geniet indien het oorspronkelijk is. Nog bepaalt artikel XI.295 WER dat de bescherming wordt verleend aan elke uitdrukkingswijze, maar dat de ideeën en beginselen die aan enig element van een computerprogramma ten grondslag liggen, niet auteursrechtelijk worden beschermd.
In de rechtsleer rees eerder de vraag of inkomsten uit de creatie van voorbereidend materiaal nog in aanmerking kwamen voor het fiscaal gunstregime voor auteursrechten. In de Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp wordt gesteld dat het niet van belang is of er verwezen wordt naar computerprogramma’s bedoeld in artikel XI.294 of in artikel XI.295 WER.
Gelet op het voorgaande wordt ervan uitgegaan dat ook inkomsten uit het voorbereidend materiaal (zoals mock-ups, wireframes, algoritmische schema’s, etc) in aanmerking komen voor het gunstregime. Net zoals dit het geval was vóór de wetswijziging met de programmawet van 26 december 2022.[4]
Sinds de programmawet van 26 december 2022 volstaat het niet langer dat een werk of prestatie beschermd is door het auteursrecht. Voor rechthebbenden die niet beschikken over een kunstwerkattest moeten de rechten overgedragen of in licentie gegeven worden aan een derde met het oog op mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of opvoering, of reproductie.
Op basis van een letterlijke lezing van de wet is het bijgevolg voldoende dat er sprake is van een reproductie. Dit zal in het kader van softwareontwikkeling mogelijks al snel aan de orde zijn.
Door de Minister van Financiën werd evenwel eerder gesteld dat de notie “reproductie” moet worden samengelezen met de noties “mededeling aan het publiek” en “openbare uitvoering of opvoering”.[5] Ook in de rulingpraktijk wordt dit gevolgd.[6] Met andere woorden dient het “brede publiek” het genot te hebben van de werken/prestaties. In een ruling werd, met betrekking tot het geven van beroepsopleidingen (met geschreven ondersteuning), een publiek variërend van 15 tot 200 personen als voldoende breed gekwalificeerd.[7]
In de Memorie van Toelichting bij het huidige wetsontwerp wordt gesteld dat er, net als voor de overige in aanmerking komende beroepsgroepen, ook voor softwareontwikkelaars de voorwaarde geldt dat de rechten moeten worden overgedragen of in licentie gegeven aan een derde voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie.
Indien nog steeds de voorwaarde van een “breed publiek” zal worden geëist, is de vraag wanneer inkomsten uit softwareontwikkeling in aanmerking zullen komen. Zullen bijvoorbeeld opnieuw de ondernemingen met softwareontwikkelaars, waarbij software op maat van hun cliënten wordt gemaakt, in aanmerking komen om hun werknemers met fiscaal voordelige auteursrechtelijke vergoedingen te vergoeden? Wat zal desgevallend als een “breed publiek” worden aangemerkt? Niettegenstaande de kritiek op voormelde onduidelijkheid die in de rechtsleer naar boven is gekomen, blijft het wetsontwerp hier stil over.
De Raad van State merkt in zijn advies op dat het met de programmawet van 26 december 2022 de bedoeling was om terug te keren naar de oorspronkelijke doelstellingen van de wetgeving, met name een passend fiscaal regime voor inkomsten die op onregelmatige en wisselvallige wijze worden verkregen in het kader van artistieke activiteiten.[8]
Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest d.d. 16 mei 2024 gesteld dat inzake computerprogramma’s “kan worden afgeleid dat de ontwikkeling van computerprogramma’s op algemene wijze past in het kader van stabiele economische relaties”.[9] Het Grondwettelijk Hof oordeelde om deze reden dat de ongelijke behandeling van computerprogramma’s en overige werken van letterkunde niet in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State stelt zich nu de vraag of de fundamentele verschillen tussen computerprogramma’s en overige werken van letterkunde, zoals opgemerkt door het Grondwettelijk Hof, er niet voor zorgen dat een gelijke behandeling als discriminatoir moet worden beschouwd.
In de Memorie van Toelichting wordt hieromtrent gesteld dat er heel wat beroepsgroepen zijn die, net zoals softwareontwikkelaars, ook niet noodzakelijk blootgesteld worden aan de risico’s van wisselvalligheid en onzekerheid, maar per definitie toch niet uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van de auteursrechtenregeling (journalisten, content creators, webdesigners, bepaalde functies betrokken bij de ontwikkeling van videospellen). Deze regering heeft omwille van de hierboven aangehaalde redenen beslist om dit onderscheid weg te werken.
De vraag die nog steeds rijst, is of auteursrechtelijke vergoedingen (nog steeds) mogelijk zijn als volwaardig onderdeel van een remuneratiepakket.
Uit de meest recente wetgevende ontwerpen blijkt dat het kostenforfait voor auteursrechten vanaf inkomstenjaar 2026 zal verdwijnen voor auteurs zonder kunstwerkattest. De aftrek van werkelijke kosten blijft mogelijk.
Neem gerust contact op met ons of met uw contactpersoon bij Tiberghien.
[1] Parl.St. Kamer 2025–26, nr. 56 1243/001.
[2] Tiberghien - Hervorming fiscaal regime auteursrechten en naburige rechten: software in or out?; Tiberghien - Negatieve ruling auteursrechten voor de IT-sector; Auteursrechten: Uitsluiting van softwareontwikkelaars is redelijk verantwoord volgens het Grondwettelijk Hof).
[3] Advies 78.103/3 RvS, randnummer 8.
[4] Programmawet van 26 december 2022, BS 30 december 2022.
[5] Parl.St. Kamer 2022–2023, nr. 55-3015/014.
[6] Bv: Ruling 2024.0599 d.d. 15 januari 2025 (randnummer 14).
[7] Ruling 2023.0698 d.d. 24 oktober 2023.
[8] Advies 78.103/3 RvS, randnummer 9.3.
[9] GwH 16 mei 2024, nr. 52/2024.