
De boetes in het huidige Strafwetboek dateren nog van 1867. Door de wet van 5 maart 1952 dienden deze geldboetes in het Strafwetboek (en daarbuiten) te worden gelezen als het boetebedrag vermeerderd met wettelijke opdeciemen. De wet die vandaag werd gepubliceerd, verhoogt het aantal opdeciemen van 70 naar 90. Concreet betekent dit dat strafrechtelijke geldboeten voortaan niet langer met factor 8, maar met factor 10 worden vermenigvuldigd. Een geldboete van bijvoorbeeld 1.000,00 euro resulteert daardoor in een effectief te betalen bedrag van 10.000,00 euro, waar dit voordien 8.000,00 euro was. We spreken dus over een stijging van 25%.
Volgens de wetgever wil men hiermee enerzijds bijkomende inkomsten genereren (lees: de Schatkist vullen). Anderzijds beoogt men het afschrikkend effect van strafsancties te behouden, rekening houdend met de evolutie van de prijzen in de afgelopen jaren.[2] Dat de wetgever dergelijke initiatieven nu nog neemt, doet vermoeden dat het nieuwe Strafwetboek dat in werking zou treden op 9 april van dit jaar, wellicht pas later in werking zal treden.
Naast de verhoging van de opdeciemen voert de wet een bijkomende verstrenging door in het Sociaal Strafwetboek. Voortaan geldt dat wanneer een inbreuk wordt gepleegd met een verzwarende factor, het bedrag van de strafrechtelijke of administratieve geldboete niet lager mag zijn dan 50% van het voorgeschreven maximumbedrag, om zo de strijd tegen sociale fraude en sociale dumping te versterken.
De wet treedt in werking op 1 februari 2026 en is van toepassing op inbreuken die vanaf die datum worden gepleegd.
Aarzel niet om contact op te nemen met ons Strafrechtteam bij verdere vragen.
[1] Wet van 19 december 2025 betreffende de verhoging van opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuk op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor, BS 30 december 2025.
[2] Wetsontwerp betreffende de verhoging van opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuk op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor, KAMER, 3 november 2025, nr. 56-1094/001.