
De EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied werd in december 2017 opgesteld. De lijst maakt deel uit van de externe EU-strategie voor belastingheffing en moet wereldwijd goed fiscaal bestuur bevorderen.
Jurisdicties worden beoordeeld aan de hand van een reeks door de Raad bepaalde criteria. Het gaat om fiscale transparantie, eerlijke belastingheffing en de toepassing van internationale normen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving. De Raad werkt de lijst tweemaal per jaar bij.De volgende update staat gepland voor oktober 2026.
De voorzitter van de Groep gedragscode voert waar nodig politieke en procedurele dialogen met bevoegde internationale organisaties en jurisdicties.
De besluiten van de Raad over de lijst worden voorbereid door de Groep gedragscode van de Raad, die ook verantwoordelijk is voor het toezicht op belastingmaatregelen in de EU-lidstaten. De Groep gedragscode werkt nauw samen met internationale organen zoals het forum schadelijke belastingmaatregelen van de OESO om goed fiscaal bestuur wereldwijd te bevorderen.
De lijst maakt deel uit van de inspanningen van de EU om goed fiscaal bestuur wereldwijd te bevorderen. Er staan landen op die de overeengekomen internationale belastingnormen niet naleven of de afspraken over goed fiscaal bestuur niet tijdig nakomen.
Het is dus een dynamisch proces met zowel positieve als negatieve ontwikkelingen. De belastingmaatregelen in andere jurisdicties worden voortdurend gemonitord.
De Groep gedragscode (belastingregeling ondernemingen) houdt de lijst up-to-date en werkt samen met alle betrokken jurisdicties om hen te helpen hun rechtskader te verbeteren zodat zij problemen kunnen oplossen. De Groep gedragscode bestaat uit vertegenwoordigers op hoog niveau van de lidstaten en de Europese Commissie en zet zich in voor eerlijke belastingconcurrentie in de EU en daarbuiten.
De Turks- en Caicoseilanden werden opgenomen in bijlage I bij de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied vanwege de zorgen die het forum schadelijke belastingmaatregelen van de OESO had geuit over de handhaving van de vereisten inzake economische substantie in de jurisdictie.
Vietnam werd toegevoegd nadat uit de evaluatie van het Mondiaal Forum van de OESO was gebleken dat het land niet voldeed aan de normen voor de uitwisseling van belastinginformatie op verzoek.
Ook werd de informatie in bijlage I over Amerikaans Samoa, Guam en de Amerikaanse Maagdeneilanden geüpdatet om rekening te houden met de lopende inspanningen om bepaalde normen voor samenwerking op belastinggebied te doen naleven. De geboekte vooruitgang was echter niet voldoende om deze landen volledig van de lijst te kunnen schrappen.
Naast de lijst van niet-coöperatieve jurisdicties keurde de Raad ook het gebruikelijke document over de stand van zaken (bijlage II) goed. Daarin wordt beschreven hoe de samenwerking tussen de EU en haar internationale partners verloopt, en welke toezeggingen deze landen hebben gedaan om hun wetgeving aan te passen aan de normen voor goed fiscaal bestuur.
Met dat document worden constructieve inspanningen erkend en coöperatieve jurisdicties verder aangespoord om de beginselen van goed fiscaal bestuur toe te passen.
Antigua en Barbuda en de Seychellen kregen van het Mondiaal Forum beide een positieve score voor hun systemen voor de uitwisseling van belastinginformatie op verzoek. Beide jurisdicties zijn hun afspraken nagekomen en worden daarom uit het document over de stand van zaken geschrapt.
Brunei kreeg een verlenging van 6 maanden om zijn regeling voor vrijstelling van inkomsten uit buitenlandse bron te hervormen. Nu heeft het land de tijd om de nodige wijzigingen door te voeren, zodat het van de lijst kan worden geschrapt.