Verzekeringsproduct : een vastrentend effect of niet ?

In IBB 2021/02 oordeelt de Commissie over de boekhoudkundige kwalificatie van een verzekeringsproduct als een vastrentend effect. De IBB wordt afgesloten met vermelding van de balanspost waarop het verzekeringsproduct geboekt dient te worden.


Voorwerp van de aanvraag

Maatschappij A wil een verzekeringsproduct (een ‘branche’ 6 product) onderschrijven bij het Belgische bijkantoor van Maatschappij B, een verzekeringsmaatschappij naar Luxemburgs recht en wenst de bevestiging dat dit product boekhoudkundig niet kwalificeert als een vastrentend effect en niet als dusdanig boekhoudkundig dient te worden verwerkt.


Beschrijving van het product

Maatschappij A wil beleggen in een nieuw product van Maatschappij B, ontwikkeld voor de Belgische markt. Het product wordt enkel aangeboden aan vennootschappen en rechtspersonen, met uitsluiting van natuurlijke personen. Het betreft een niet-fiscaal contract.

Het contract beoogt verzekeringnemers - rechtspersonen - die een groei op lange termijn vooropstellen en die wensen te genieten van flexibiliteit bij de keuze van de onderliggende activa binnen hun verzekering.


Het nieuwe verzekeringsproduct van Maatschappij B is in Luxemburg geregistreerd als branche 6-verzekeringsproduct, en daar onderworpen aan de prudentiële wetgeving.


De premie zou door Maatschappij A in speciën betaald worden, ofschoon een betaling in natura ook mogelijk is volgens Belgisch of Luxemburgs recht.


Het nieuwe verzekeringsproduct (en het rendement) is gelinkt aan één of meer externe en/ of interne beleggingsfondsen. Deze fondsen worden door de verzekeringnemer gekozen, afhankelijk van zijn risicoprofiel. De onderliggende activa bestaan uit 'klassieke' of gebruikelijke financiële producten. Aandelen van niet-beursgenoteerde vennootschappen waarover de verzekeringnemer of zijn aandeelhouder/ultimate beneficial owner direct of indirect zelf een controle uitoefent, of waarin deze een deelnemingsverhouding aanhoudt, worden structureel uitgesloten.


Het vermogensbeheer van deze beleggingsfondsen wordt in principe door Maatschappij B uitbesteed aan een derde partij.

In ruil voor één of meer premiestortingen aan de verzekeraar, beschikt de verzekeringnemer over een vordering op Maatschappij B waarvan het bedrag varieert in functie van de evolutie van de waarde van de investeringen die de verzekeraar verricht, overeenkomstig het beleggingsprofiel van de verzekeringnemer.


Het contract heeft een vaste looptijd van minstens 5 jaar (maximum 99 jaar), doch kan te allen tijde vervroegd worden afgekocht. De verzekeringnemer kan overdrachten tussen verschillende investeringen verrichten en kan een gehele of gedeeltelijke afkoop verrichten.

Het contract is niet verhandelbaar op een secundaire markt.


Op einddatum van het contract voorziet het contract in de uitbetaling aan de verzekeringnemer van de verzekeringsprestaties, die gelijk zijn aan de reserve van het contract.


Er is in dit kader geen kapitaalgarantie, noch een rendementsgarantie. Het contract volgt bijgevolg de waarde van de onderliggende beleggingswaarde en kan stijgen en dalen, ook onder de oorspronkelijke investeringswaarde.


Ook geven de onderliggende beleggingsfondsen geen recht op winstdeelname.


Het product omvat geen verzekerd hoofd.


Er zullen geen periodieke inkomsten worden toegekend, noch zal het rendement op enig ogenblik worden 'vastgeklikt'. De verzekeringnemer heeft enkel recht op de waarde van zijn belegging bij een (gedeeltelijke) afkoop of op einddatum.


Beslissing van het College

Gelet op de artikelen III.93 en III.93/1 van het Wetboek van economisch recht beslist het College in de zitting van 10 februari 2021 dat, gelet op de kenmerken van het product, een boekhoudkundige verwerking conform de principes voor vastrentende effecten niet mogelijk is. Het beschreven product waarborgt in casu geen rendement, noch kapitaal waardoor een jaarlijkse opbrengsterkenning van verlopen interesten gedurende de looptijd, gezien het onzeker karakter ervan, niet mogelijk is. Vermits de effectieve inning van eventuele opbrengsten onzeker is tijdens de looptijd van het beschreven product, is enige opbrengsterkenning, behoudens terugname van een geboekte waardevermindering, niet mogelijk tot op het ogenblik van de vervaldag of bij vervroegde wederinkoop (art. 3:11, tweede lid KB WVV).


Het beschreven product dient op de actiefzijde van de balans te worden geboekt als "5101 Geldbeleggingen andere dan vastrentende beleggingen".


Bron: CBN

Mots clés

Articles recommandés